INTERVIEW MET DIRIGENT IVOR BOLTON EN REGISSEUR DAVID ALDEN

De held wordt een mens

De Nederlandse Opera brengt een verrassende, feestelijke Ercole amante van de weinig bekende Francesco Cavalli (1602-1676). Na Monteverdi zou de Venetiaanse componist wel eens het nieuwe wonderkind van de klassieke opera kunnen worden.

‘IK GELOOF DAT DE TIJD van Cavalli nu is gekomen.’ De Engelse dirigent Ivor Bolton (1958) vertelt met grote sympathie over Francesco Cavalli. ‘Ercole amante is een muzikaal meesterwerk, maar deze opera is in de laatste eeuwen nauwelijks gespeeld. Eén keer in Aix en Provence, 25 jaar geleden, drastisch ingekort. Dat gebeurde zelfs bij de première in Parijs in 1662 al. Waarschijnlijk spelen wij de opera nu voor het eerst nagenoeg in zijn geheel. Het werk van Francesco Cavalli is van het allerhoogste niveau, hij doet niet onder voor Monteverdi of Händel. Er zijn nog twintig onbekende opera’s van Cavalli in de Venetiaanse archieven. Voor de meeste daarvan wil ik graag een pleidooi houden. Maar de meeste operahuizen komen daar niet aan toe, omdat er zo veel repertoire is dat nu eenmaal moet worden gespeeld.’
Regisseur David Alden (1949) doet er nog een paar schepjes bovenop. Hij heeft van Ercole amante een feestelijke en afwisselende show gemaakt die tegelijk zeventiende-eeuws en eigentijds is.
Alden vindt ook dat Cavalli fantastische muziek schreef, maar in zijn ogen is er meer aan de hand: ‘In die hele periode, het midden van de zeventiende eeuw, vind je in de Venetiaanse opera de beste libretti die er ooit zijn geschreven. Het is geen toeval dat die barokopera’s nu worden herontdekt. Ze bevatten een shakespeariaanse rijkdom, een combinatie van ernst en humor, van realisme en fantasie. Ze zijn heel anders dan de negentiende-eeuwse opera’s met hun geslotenheid en hun zwart-wit-tegenstellingen. Daar hebben we nu veel meer moeite mee. Er wordt in de zeventiende eeuw op een amoralistische manier naar zo’n held als Hercules gekeken. Hij is in deze opera niet alleen de grote held, maar ook, zoals hij zich tegenover vrouwen gedraagt, een monsterlijke machoman.’
Ivor Bolton: ‘Er zijn duidelijke parallellen tussen hem en veel pop- en sporthelden van onze tijd. Maar hij is ook een mythe, een archetypische figuur.’
In 1659 werd Cavalli door kardinaal Mazarin, toen de machtigste man van Frankrijk en zelf ook van Italiaanse afkomst, vanuit Venetië naar Parijs gehaald om een opera te schrijven bij het huwelijk van Louis XIV met de Spaanse infante Maria Theresa, waarmee de vrede tussen Frankrijk en Spanje werd bezegeld. De veel jongere hofcomponist Jean Baptiste Lully – ook al een Italiaan – zou zoals gebruikelijk de balletmuziek schrijven. Het moest een enorm spektakel worden en het kon pas in 1662 worden opgevoerd, omdat de enorme zaal in de Tuilerieën voor zevenduizend toeschouwers en een grote hoeveelheid theatermachines bij het huwelijk in 1659 nog niet klaar was. Door het lawaai van al die machines was de muziek van Cavalli nauwelijks te horen, de tekst was bovendien in het Italiaans en er werd rustig tussendoor gebabbeld. Maar de balletten van Lully waren goed te zien en die waren een groot succes, te meer omdat de koning zelf meedanste en tweehonderd van zijn familieleden aan de opvoering deelnamen. Cavalli zwoer na afloop nooit meer een opera te schrijven, maar daar heeft hij zich na terugkomst in Venetië gelukkig niet aan gehouden.

Feestelijker dan de swingende voorstelling nu in het Muziektheater kan het toen in de Tuilerieën nauwelijks zijn geweest. Regisseur Alden neemt het koninklijk huwelijk als uitgangspunt en de hele voorstelling is tegelijk zeventiende-eeuws en modern. Dat komt ook door de kostuums van Constance Hoffman die historische ontwerpen op een eigentijdse, niet-realistische manier uitwerken. Ook in de ruwe, beweeglijke decors van Paul Steinberg worden veel historiserende elementen gebruikt. De hele opera door wordt er gedanst, niet alleen tijdens de balletmuziek van Lully, maar alle protagonisten maken plotseling, ieder op z’n eigen manier, danspassen. Choreograaf Jonathan Lunn laat solisten, dansers, maar ook alle leden van het Nederlandse Operakoor zwierig, statig of griezelig bewegen dat het een lust is.
De muziek van het barokensemble Concerto Köln en Boltons eigen Monteverdi Continuo Ensemble klinkt ongekend genuanceerd, gedetailleerd en emotioneel. Vooral daardoor is er – na heel veel karikaturen, gein en ongein – ruimte voor menselijkheid en ontroering aan het einde, als de held Hercules sterft. Hij is met al zijn poeha toch een mens geworden. Dat is ook te danken aan de grandioze, jonge bariton Luca Pisaroni, vorig jaar nog een puber in Cosí fan tutte en een jonge, verlegen boekhouder in Figaro. Nu is hij een grandioos zingende, uit zijn krachten gegroeide spiermassa, die tegelijk een Franse koning is. Alle solisten zingen trouwens prachtig, en spelen en dansen overtuigend. Om er maar eentje te noemen: Juno, de aartsvijandin van Hercules, is normaal een nogal tuttige godin van het huwelijk. Anna Bonitatibus maakt van haar een steeds erotischer wordende dame, die grote lol heeft in de intriges waar zij Hercules mee dwars zit.
Bolton doet als dirigent niet onder voor de Belg René Jacobs, aan wie we de herontdekking van Cavalli te danken hebben, met de sensuele opera La Calisto, die volgende maand in Brussel in reprise gaat, en de wereldpremière van het vanwege zijn extravagante perversie nooit eerder gespeelde Eliogabalo, over de Romeinse keizer die man én vrouw wilde zijn.
Maar ook Bolton en Alden hebben samen een grote reputatie in de barokopera, wat enigszins merkwaardig is, omdat Bolton de muziek zo authentiek mogelijk uitvoert en Alden in zijn regie schokkende effecten niet schuwt. David Alden: ‘Ik heb twintig jaar lang gekozen voor een moderne, brutale en tamelijk agressieve esthetiek, maar door de jaren heen ben ik aan het veranderen en dat heeft natuurlijk ook te maken met welke opera’s je doet.’ Ivor Bolton: ‘Dat barokopera’s zo geliefd zijn komt ook omdat we nu veel beter weten hoe we ze moeten spelen. De bewaarde partituren geven maar weinig aan, je moet veel invullen, instrumenteren en orkestreren. De musici in deze productie zijn allemaal solisten, we praten er veel over en improviseren veel. Daar gaat veel tijd in zitten, de voorstelling is niet elke avond hetzelfde, en het moet swingen. We gebruiken kopieën van de oude Italiaanse instrumenten, maar wat is authentiek? We proberen trouw te zijn aan de componist. Maar er bestaat niet zoiets als een authentieke regiestijl. Tot de tijd van Mozart was er helemaal geen regisseur, de librettist deed het er zo’n beetje bij. In de zeventiende eeuw was overigens de librettist veel belangrijker dan de componist. Die wordt soms niet eens genoemd. Wat aan deze opera zo bijzonder is, dat is dat hij op het kruispunt staat van de Italiaanse en de Franse smaak. Daarom hebben we er geen moment aan gedacht de balletten van Lully weg te laten. Ze maken in dit geval onlosmakelijk deel uit van de opera.’

Voor Cavalli zijn alle mensen vreemd. Hercules verlaat zijn vrouw voor een jong meisje en wil zijn eigen zoon doden, totdat de andere slachtoffers uit hun graven kruipen en in opstand komen. Toch loopt het, ondanks de dood van Hercules, nog min of meer goed af, want in de hemel trouwt hij met La Bellezza, de schoonheid, zoals Lodewijk met de schone Maria Theresa trouwt en kracht aan schoonheid paart. Is dit alles niet een raar gegeven voor een bruiloftsfeest?
David Alden: ‘Het is zeker vreemd om op een trouwpartij met het verhaal te komen van een man die zo’n slechte echtgenoot is. Die het meisje van zijn zoon wil afpakken en zijn vrouw zomaar wegdoet. Toch heeft kardinaal Mazarin het doelbewust gekozen en zijn secretaris Francesco Buti heeft in zijn opdracht het libretto geschreven. Het is in mijn ogen een allegorie over een grote held die zijn fouten en zijn zwakke plekken heeft en die door zijn dood gereinigd wordt van alles wat hij in z’n leven verkeerd heeft gedaan. Zo zou ook Louis XIV zich van zijn zonden moeten reinigen, zijn menselijke problemen en zijn maîtresses achter zich laten en een ideale koning, de Zonnekoning, worden. Hoe je er ook tegenaan kijkt, het blijft een shockerend verhaal, maar ik denk dat de toeschouwers er met humor en kennis van zaken naar hebben gekeken. Ze wisten precies waar het over ging en hoe het zat met de jonge Lodewijk XIV en zijn vele maîtresses. Maar je moet veel gevoel voor ironie hebben om zo’n heftige allegorie te accepteren.’
Ivor Bolton: ‘Lodewijk XIV was een intelligente man, een beschermer van de kunsten, zelfs Molière was een tijdlang de toneelschrijver aan het hof. Hij had hoge maatstaven als het ging om openbare werken, maar misschien niet als het zijn privé-leven betrof. In deze opera kijk je naar een held met al z’n fouten en het is nogal wat om die als allegorie voor de koning te gebruiken. Misschien dat die tegenstellingen deze opera en meer opera’s van Cavalli voor ons zo modern maken.’

Ercole amante van Francesco Cavalli. Muziektheater, Amsterdam, t/m 30 januari. www.dno.nl