De hele stad gek en dol

Johannesburg - Iedere vrijdag is Vuvu-Friday. Dan vieren de Zuid-Afrikanen het aanstaande WK voetbal door hun vuvuzela’s te laten blèren en op het werk en in de straten in de gele shirtjes van het nationale elftal te verschijnen. Na een aarzelend begin is het een groot succes: op vrijdag is, om met Peter Koelewijn te spreken, de hele stad gek en dol. De invallende winter, de omlaag kelderende verwachtingen van het aantal buitenlandse bezoekers en de verhalen over een verijdelde al-Qaeda-aanslag veranderen daar niks aan. Voetbalgek, verbroederd en geel gaan we worden.
De treurige bedelaars op de straathoeken zijn getransformeerd tot opdringerige handelaren in voetbalparafernalia. Sommigen hebben zich met veelkleurige pruiken en buitenmaatse zonnebrillen uitgedost en zien er nu uit als gedrogeerde Sierraleoonse rebellen. De landenvlaggetjes die je aan het autoraam kunt klemmen, vinden het gretigst aftrek. ‘Zuid-Afrika verkoopt het best’, zegt een straatverkoper. 'Dan Brazilië, dan Duitsland, dan Portugal.’ En Nederland? 'Nee, geen enkele van verkocht.’
Al die auto’s met die vlaggetjes bekijken en analyseren wordt een socio-psychologische obsessie. Zijn het de armen of de rijken die voor zo'n kleinood van drie euro kiezen? Blank of zwart? Oud of jong? Vrouwen? Wat doen rugbyfans? Maakt een landenvlag je meer of minder aantrekkelijk voor autodieven? Denken die: ach, een Oranjefan, laten we die auto ernaast maar pakken? Of is het: aha, die gaan we eens een postkoloniaal lesje leren?
En wat doe je als immigrant? Want Johannesburg is natuurlijk bovenal een migrantenstad, uit alle delen van Europa en heel Afrika. Kies je voor je oude of je nieuwe land? Sommige 'buitenlanders’, vooral de Engelsen, houden het grimmig op de 'buitenlandse’ vlag. Anderen geven heel sympathiek de voorkeur aan een vlaggenduo: aan de bestuurderskant die van je thuisland, aan de andere kant de Zuid-Afrikaanse. Het creëert ontegenzeglijk verbondenheid. Je krijgt met een Nederlandse en Zuid-Afrikaanse vlag vaker voorrang dan voorheen. Je groet de zeldzame tegenliggers die ook met rood-wit-blauw rondrijden. En je voelt je klein en onbelangrijk als de manke ex-bedelaar/straatverkoper op de hoek geen flauw idee heeft hoe de Nederlandse vlag eruitziet.
Overigens zie je vrijwel nooit meer dan twee vlaggetjes per auto. Behalve dan bij de Duitsers, voor wie de jaren van schaamte om het zwart, rood en geel voorgoed voorbij zijn. Als enigen deinzen zij er niet voor terug om in een glimmende terreinwagen met maar liefst vier Duitse vlaggen door de stad te denderen.