‘de hele wereld volgt mij’

TOKYO - ‘Djingiz Chan is al van kinds af aan mijn grootste held’, bekent de Japanse architect Kisho Kurokawa. ‘Samen met honderdduizenden krijgers te paard beheerste hij een wereldrijk zonder muren aan te leggen, steden te bouwen of staten te stichten. Wonderbaarlijk. Maar hoe deed hij dat? Dat is een interessante vraag voor de toekomst. In mijn visie zal de aanstaande beschaving gevormd worden door een nieuw nomadenvolk.’

Ik weet wat me te wachten staat. In de receptie van Kurokawa’s opvallend kleine kantoor ben ik al gestruikeld over een tafel waarop de titels van zijn hand liggen uitgestald: voornamelijk wereldbeschouwingen en een enkel fotoboek. De vergaderkamer is gevuld met maquettes en oorkondes. Kurokawa stapt plechtig binnen. Hij buigt en ik geef hem een hand. Hij is net hersteld van een longontsteking en kucht licht maar demonstratief. Een sip van het traditionele kopje groene thee en hij steekt van wal. ‘Architectuur is een uitdrukking van de filosofie’, zegt Kurokawa vol overtuiging. 'Veel zogenaamde experts denken dat een geniale architect zijn persoonlijke identiteit uitdrukt, maar daar ben ik het niet mee eens. Het is de cultuur, plek en tijd die tot uitdrukking moeten komen, niet mijn persoonlijkheid. De verantwoordelijkheid van de architect is het ontwerpen van een gebouw als symbool van de Zeitgeist. Als ik een Grieks gebouw zie, dan begrijp ik wat Grieks is. Als ik de Japanse tempels van Nara zie, dan kan ik me het zevende-eeuwse Japan voorstellen. Een architectonisch meesterwerk drukt de geest van de tijd uit.’ Hoeveel van zijn filosofie is terug te vinden in zijn ontwerp voor de nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum in Amsterdam? Kurokawa lacht. 'Rustig aan. U moet mij niet in de rede vallen. Daar zijn we nog lang niet. Dit kost zeker twee uur. Heeft u mijn boeken gelezen? 'Ja…’, lieg ik een beetje, want ik heb alleen zijn Philosophy of Symbioses ingekeken. 'Mijn manier van denken’, vervolgt Kurokawa, 'is heel simpel. Ik voorspelde in 1959 dat het tijdperk van de machine vervangen wordt door een tijdperk van leven. En dat is nu aangebroken. Het is een fase van diversiteit, asymmetrie, symbiose en metamorfose. Het enige wat ik doe is die filosofie in architectuur vertalen. De hele wereld volgt mij daarin, en ik ben tevreden dat mijn voorspelling is uitgekomen.’ HOE MOOI DIT ook klinkt, Kurokawa’s wereld is er een van conflict, en hij is de laatste die het zal ontkennen. Het is geen toeval dat zijn held een van de meest brute figuren uit de geschiedenis is geweest. Volgens Kurokawa is conflict inherent aan de moderne maatschappij. Zijn wereldbeeld is gestoeld op tegenstelling, conflict en strijd. Kurokawa: 'Symbiose is iets anders dan harmonie. Harmonie impliceert een gelukkige relatie, maar mijn definitie van symbiose is dat twee partijen met onoverkomelijke verschillen een verhouding aangaan omdat ze elkaar nodig hebben. Conflict sluit ik niet uit. Integendeel. De huidige wereld stikt van de kleine conflicten en antagonisme. Vaak wordt dat als chaos gezien, maar dat is het niet. Het is gewoon de nieuwe wereldorde, die van de symbiose, de wereld die ik altijd al heb voorspeld. Weg van het dualisme en de hegemonie naar een symbiose van talloze staten die afhankelijk van elkaar zijn maar niet per se harmonieus met elkaar omgaan. Met Kissinger, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, heb ik daar onlangs nog harde noten over gekraakt. We hadden het toen over de handelsproblemen tussen Japan en Amerika, met name over rijst. Ik zei dat rijst voor Japan cultuur is. Als wij de rijstteelt verliezen door de internationale concurrentie, dan verdwijnen de belangrijkste kenmerken van het Japanse landschap, onze tradities en muziek. Washington noemt dit “non-tarifaire handelsbelemmering”. Cultuur als argument bedreigt immers de mondiale regelgeving, ofwel de Amerikaanse standaard. Dat is typisch de houding van een supermacht. Ik vind dat de Amerikanen hun eigen cultuur moeten beschermen. Als een Japanse tycoon een Amerikaans baseballteam wil kopen, moeten ze dat verbieden. Als een Japanse maatschappij Hollywood opkoopt, zouden ze daar tegen in het geweer moeten komen. Wij hebben een culturele identiteit van rijst en keizer, zij van baseball en films. Dat moet en zal zo blijven.’ Kurokawa krijgt graag gelijk. De architect is een vooraanstaand lid van de Free Society Research Group (1978), een club waar zo'n veertig prominente Japanners, onder wie premiers, ministers, captains of industry en wetenschappers, elkaar geregeld treffen. Kurokawa: 'In Japan kent iedereen nu het woord “kyousei”, symbiose. De minister-president bespreekt het met zijn kabinet, kranten schrijven erover, zakenlui lopen ermee te koop. Maar veertig jaar geleden stond het woord niet eens in het woordenboek. Ik heb het verzonnen. Dat is het bewijs dat mijn filosofie geaccepteerd is als de nieuwe manier van denken voor de toekomst.’ KUROKAWA ZIET het als zijn taak de symbiose tussen Oost en West te bevorderen door de Japanse cultuur uit te dragen. Zijn handtekening is daarbij de asymmetrie. Begin deze eeuw begonnen modernistische architecten als Rietveld de symmetrie van de klassieke architectuur al te doorbreken. Het hoofdgebouw van het Van Gogh Museum is daar een voorbeeld van. Maar de universele pretenties daarvan staan de Japanse ontwerper niet aan. Kurokawa: 'Wij hebben zo veel verschillende culturen, maar hoe druk je die uit? Ik heb geprobeerd een abstracte symboliek te ontwikkelen die dient als een gemeenschappelijke taal. Ellips, cirkel, vierkant, driehoek: daarmee kunnen we onze afzonderlijke identiteit uiten. Terwijl ik dezelfde architectonische taal gebruik, breng ik het unieke van de Japanse esthetiek in beeld door het asymmetrisch in te zetten. De Japanse esthetiek is in wezen heel modern, want ze probeert altijd heel opzettelijk de symmetrie te ontwijken. Symmetrische architectuur wekt altijd een heel klassieke en statische indruk, maar zelfs de oudste Japanse ontwerpen zijn asymmetrisch.’ Kurokawa begint te tekenen. Ellipsen verschijnen op het papier. Geroteerd, als vliegende rugbyballen. Een muur onttrekt zich aan de centrale as. Het dak is licht gekanteld. De traditionele Japanse esthetiek krijgt vorm aan het Museumplein. De nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum verschijnt. Vol tevredenheid aanschouwt hij zijn kladje. Een lichte kreun. Ja, weer een staaltje briljant ontwerpen, lijkt Kurokawa te denken. 'Dit is geen vlaag van genialiteit. Het is helemaal asymmetrisch, maar allemaal uit te rekenen met gewone wiskunde. Alles is met de computer te benaderen. En dat is belangrijk, want zo'n gecompliceerde vormgeving moet wel in elkaar gezet kunnen worden door een bouwbedrijf.’ ZIJN OORSPRONKELIJKE ontwerp voor de nieuwe vleugel was aanmerkelijk anders. In plaats van een ellips was het gebouw een halve cirkel. Het design van het Museumplein doorkruiste echter zijn plan en dwong hem opnieuw achter de tekentafel plaats te nemen. Kurokawa heeft er weinig goede woorden voor over. 'Ik heb bepaald geen makkelijke tijd gehad met de lokale Amsterdamse autoriteiten. Eerst moest ik aan allerlei belangengroepen het ontwerp uitleggen. Het volume had ik expres geminimaliseerd door zoveel mogelijk onder de grond aan te leggen omdat ik het Museumplein niet wilde verstoren. Maar toen kwam er een vervelende verrassing. Het Stedelijk Museum werd ook uitgebreid en het ontwerp overschaduwde mijn nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum volledig. Ik heb meteen een verzoek ingediend of ze het niet iets bescheidener konden maken. Voordat er een antwoord kwam, had de stad tot mijn stomme verbazing een landschapsarchitect aangetrokken voor een nieuw design van het Museumplein, de heer Anderson uit een of ander Scandinavisch land. We hebben elkaar ontmoet en hij liet toen zijn interessante maar nogal vreemde ontwerp zien.’ Kurokawa begint weer driftig te tekenen. Hij schetst het plein en wat blokkendozen: Rijksmuseum, Van Gogh Museum, Stedelijk Museum, Concertgebouw. Dan trekt hij plotseling een lijn diagonaal over het Museumplein, recht door zijn ontwerp van de nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum. 'Ik begreep eerst niet wat die Anderson met zijn lijn bedoelde, totdat hij vertelde dat het een lichtstreep zou worden. Ik vroeg hem waarom die lijn nou precies door mijn ontwerp moest lopen, want er waren zoveel andere diagonale strepen mogelijk. Maar hij zei te weten wat het beste was. Uiteindelijk heb ik besloten de cirkel in een ellips te veranderen. Dat is natuurlijk wel een beetje vreemd, maar achteraf ben ik hem wel dankbaar. Het ontwerp is er alleen maar beter op geworden.’ DE HERINNERING aan het incident over het Museumplein heeft bij Kurokawa wat losgemaakt. 'In Europa zoeken jullie altijd het zichtbare. Naast de materie is er niets, alleen maar leegte. Daarom is de lucht op Europese schilderijen altijd heel expliciet getekend. De Japanse kunstenaar laat die ruimte juist opzettelijk leeg. De stilte zegt het meest. Die dient de verbeelding, de fantasie.’ 'De Japanse kalligrafie is een goed voorbeeld’, vervolgt Kurokawa. Hij tekent twee Japanse karakters naast elkaar in een lijstje. 'Kijk, het gaat ons niet om de lijnen van deze kalligrafie, maar om de ruimtes binnen die lijnen. Die moeten zo mooi mogelijk zijn. De Japanse tuin tussen het oorspronkelijke Van Gogh Museum en de nieuwe vleugel dient ook de fantasie. In een traditionele Japanse tuin is er altijd een pad van losse keien uitgelegd. Maar het gaat de artiest nooit om de stenen. Het belangrijkste is de ruimte daartussen. Dat is heel anders dan de Europese materialistische gedachtengang.’ Kurokawa tekent wat rechtopstaande cilinders voor een liggende halve cirkel. 'Je kunt meteen de as vinden. Dat is heel Europees, Grieks, Romaans, krachtig en recht. Zoals de Europese filosofie, van Aristoteles tot Descartes. Er is maar een realiteit, een waarheid: God. Daarom zijn jullie rechtlijnig en geneigd tot symmetrie. Dat staat namelijk dichter bij God. Wat we wel gemeen hebben is de behoefte aan metamorfose. Zelfs voor een boeddhist als ik helpt de enorme ruimte van een middeleeuwse kathedraal om de sprong te maken naar het geloof. De afstand tot God lijkt opeens overbrugbaar te worden door die metamorfose-ruimte. Dat geldt ook voor het Museumplein. Soms hebben we enorme pleinen nodig om de sprong naar een andere dimensie te maken. Zoals we ook een museum nodig hebben om de kunst te kunnen waarderen of een luchthaven om te gaan vliegen.’ Kurokawa refereert aan wat hij zijn laatste meesterwerk noemt: het nieuwe vliegveld van Kuala Lumpur. In eerste instantie zou het vliegveld deel uitmaken van een geheel nieuwe hoofdstad: de eco-media-city. Maar de financiële crisis in Azië doorkruiste Kurokawa’s plan. 'Die stad komt er wel, al heeft het eeuwen nodig. Het masterplan voor de eco-media-city is door de Maleisische regering goedgekeurd, de wetten zijn aangenomen, de belastingvoordelen zijn geïntroduceerd en een deel van de infrastructuur is aangelegd. Alleen het geld is er even niet.’ Hetzelfde geldt voor andere opdrachten die Kurokawa in betere tijden wist binnen te slepen. 'Mijn project in China - de Shinzen eco-media-city - om ’s werelds grootste dak aan te leggen (300 hectaren, ofwel anderhalf keer zo groot als Central Park in New York) is ook ernstig vertraagd. Het hele gebouw wordt slechts een verdieping hoog. Op het dak leg ik aarde, laat ik een riviertje lopen, werp een heuvel op en plant ik bomen, planten en bloemen. Meer dan 300 verschillende levensvormen zullen er doorheen trekken, een ecologische corridor. Maar door de twijfels over de Chinese economie ligt het tempo laag. Dat is logisch. Maar het maakt niet uit, zolang de filosofie maar geaccepteerd is.’ HET VOLGENDE meesterwerk van de architect wordt de nieuwe hoofdstad van Kazachstan. Ik vraag hem waarom het land in vredesnaam een nieuwe hoofdstad nodig heeft? Kurokawa kan er allerlei redenen voor verzinnen. De hoofdstad Alma-Ata ligt aan de Chinese grens terwijl zo'n 35 procent van de bevolking Russisch is. Bovendien moet de kern van het land meer naar de Kaspische Zee verschuiven; daar zit de olie. Vooralsnog is het land echter straatarm en lijkt het plan veel op onzinnige geldverspilling. Kurokawa: 'Het geld komt voor een groot deel uit Japan. Daarvan zijn een tijdelijk presidentieel paleis en ministeriële woningen gebouwd. Onlangs hebben we nog eens 160 miljoen dollars aan zachte leningen verstrekt voor de aanleg van een nieuw vliegveld. Strategisch wordt Kazachstan een der belangrijkste landen ter wereld. Volgens mij schuift de nieuwste fase van het beschavingsproces die richting op. Daarom krijgen ze meer ontwikkelingshulp uit de VS, Duitsland en Japan. De economische boom verschuift nu richting China en India, gaat vervolgens naar Centraal-Azië en keert eind volgende eeuw weer terug naar Europa. Dat is mijn theorie, maar niemand gelooft me.’ De architect laat zijn hand over de globe op tafel gaan. De wereld is zijn speelplaats. En hij geeft haar naar zijn eigen inzicht vorm. DAT KUROKAWA in Japan om geld moet leuren om zijn grand design voor de wereld te kunnen realiseren lijkt hem niet te deren. Integendeel, met trots vertelt hij vele patronen te hebben die hem op verschillende manieren ondersteunen. Dat geldt niet alleen voor projecten in landen als Maleisië, China en Kazachstan, maar ook voor de nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum. 'Ik kan me herinneren dat het museum blij was met mijn ontwerp, maar dat de consultant die was aangetrokken geen geld bij elkaar kreeg. Toen ben ik zelf maar langs mijn vrienden gegaan om een sponsor te zoeken. Veel zakenlui hadden belangstelling omdat het een beroemd museum is, en Japanners zijn gek op Van Gogh.’ Uiteindelijk had Kurokawa succes bij Yasuo Goto, voorzitter van het verzekeringsbedrijf Yasuda Fire and Marine die in 1987 Van Goghs Zonnebloemen kocht voor 40 miljoen dollar. Tot grote vreugde van het museum schonk Goto 37,5 miljoen gulden. Tegenwoordig kan Kurokawa steeds minder terugvallen op zijn suikeroompjes. De vette jaren tachtig van de luchtbel-economie zijn over en de recessie in Japan doet zich pijnlijk voelen. Het aantal orders bij zijn architectenbureau daalt scherp. Hoe verklaart hij de economische neergang van Japan? Kurokawa: 'We hebben veel te danken aan Amerika. Met name hun steun om de schade te herstellen van de tragische oorlog is onvergetelijk. Bovendien is de democratie ons door Washington gegeven. Maar nu worden we bestraft. Vanaf het moment dat Japans geld de Amerikaanse markt ging beheersen, zijn we te ver gegaan. Nu hebben ze ons volledig in de tang en zijn we weer onder Amerikaanse controle.’ Kurokawa realiseert zich dat zijn verhaal tegenstrijdig is. De werkelijke ontwikkelingen stemmen bepaald niet overeen met zijn voorspelling. Na twee uur vindt hij het welletjes. Hij staat op, geeft mij zijn schetsen en buigt. Ik geef hem mijn hand. Het is mijn bijdrage aan de symbiose.