De hele zondag

Om vier uur ‘s middags kan de liefhebber op Nederland 3 zes uur kunst achter de kiezen hebben. Van poppenfilm tot De Keersmaeker, van Wagner-documentaire tot meesterwerken uit de Chinese filmschool. Om vier uur in Passaat wereldmuziek, visueel NPS-broertje van VPRO-radio’s Wandelende tak.

Bengalen, Cuba, pygmeeën - u zegt het maar. Om half vijf snelt de kunstfreak de keuken in: half uur ‘non-art’-programmering. Om vijf uur roept immers De Plantage - al valt dat programma succesvol te combineren met het schillen van aardappels en het schoonmaken van lof of schorseneer. Bewering zonder gemene grijns: De Plantage is praatprogramma. Informatief, onderhoudend, ernstig en vrolijk dooreen, getuigend van respect voor gasten die kunnen en maken wat kijker en presentatrice niet kunnen en maken.
Zonder twijfel is de redactie van belang, maar Hanneke Groenteman bepaalt de sfeer - niet te verwisselen met die van enig ander programma. Zij schijnt het te ervaren als een 'warm bad’, precies waarin ze de kijker dompelt. 'Te weinig kritisch’, wordt gezegd. Ik ben het daarmee niet eens. Niet dat ik me geen kritischer kunstprogramma kan voorstellen of wensen (trouwens, voor literatuur bedient Zeeman cum suis de liefhebber op diens wenken), maar daarnaast wil ik dan ook een Plantage waarin Shakespeare niet een laatste waarschuwing krijgt voor een iets mindere komedie, maar waarin hem belangstellend gevraagd wordt naar hoe, waarom en verdere plannen. Beschaafd entertainment, wat is daar tegen?
De kracht van het programma ligt minder in de formule dan in de persoon. Die kan als weinigen zichzelf zijn voor de camera en hoewel ze inmiddels meer kunstenaars uit alle disciplines heeft gesproken dan iemand eerder en ze zodoende deel van het kunstcircuit uitmaakt, blijft ze uiteindelijk de geïnteresseerde leek met aangenaam vermogen tot bewondering en soms oprecht verwoorde jaloezie van het prettige soort. Daarmee is ze een van ons. Maar dan wel onze tolk. En minstens zo belangrijk: ze heeft alle gein paraat die wij ons zouden wensen en waarvan we hooguit een fractie kunnen ophoesten - lang na de uitzending.
Al laat de VPRO haar dit, godlof, doen, De Plantage is niet een uitgesproken 'VPRO-programma’. Daarvoor zoekt het te weinig de confrontatie en volgt het relatief veel mainstream-kunst. Die ene keer dat 'la Groenteman’ werkelijk de vloer aanveegde met een gesprekspartner, Joost Zwagerman, werd het een gênante vertoning. Door het niveau van argumenteren, door de (in dit geval boos-)moederlijke toon die haar soms juist ontroerend maakt, door de verdenking die ze op zich laadde dat buitenartistieke motieven meespeelden, maar bovenal door het Fremdkörper dat het vormde.
Overigens is het zwakke punt van het programma dat het de eerste minuten van Henk van Os’ Beeldenstorm bij de Avro op Nederland 1 overlapt. Over wie later. Inmiddels is het nog pas zes uur op 3. Ieder weet dat de VPRO die avond vaak en veel televisiekunst biedt. Waaronder natuurlijk ook Van Kooten, De Bie en Diogenes vallen.
Maar ik sluit dit drieluikje over 'Zondag op Nederland 3’ af - dat het doel had aan te tonen dat de klachten van een elite (geen kunst en cultuur op de televisie) nergens op slaan. En dat veronachtzaming van al die kwaliteit een bedreiging vormt voor de publieke omroep.