De helft van twee stemmen

De Grote Toneelprijs der Lage Landen (een halve ton en een eervolle vermelding in De Plantage) is gegaan naar Twee stemmen door Theatergroep Hollandia. Vóór de pauze speelt Betty Schuurman de tekst Dat is alles van Marguerite Duras. Na de pauze speelt Jeroen Willems een aantal teksten van Pier Paolo Pasolini. De erejury liet tijdens de televisieuitzending annex prijsuitreiking weten eigenlijk slechts de helft van Twee stemmen te hebben bekroond.

In nauwelijks te negeren bewoordingen liet de woordvoerster van de jury weten de acteerprestaties van Betty Schuurman (Twee Stemmen I) bijzonder aardig te vinden, maar meer ook niet. Wat Jeroen Willems (Twee Stemmen II) aan toneelwonderen liet zien, daarover was de jury in katzwijm gevallen. Ik vond dat een tikje laf - het bekronen van een halve voorstelling. De actrice Betty Schuurman zat er ook een beetje verweesd bij te lachen. Ik had Twee stemmen gezien, maar al lang geleden. Dus besloot ik de afgelopen week nog eens te gaan.
Ik heb het twijfelachtige genoegen het met de erejury 1997 finaal oneens te zijn. Jeroen Willems doet in de tweede helft van Twee stemmen wezenlijk zijn best en hij trekt alles uit de kast om het ons gedurende een vol uur zo aangenaam mogelijk te maken. Aan een overvolle dinertafel speelt hij talloze typische Pasolini-karikaturen. Het was allemaal reuze verantwoord (vrienden en vriendinnen om me heen vielen als een blok voor het feit dat hier theater werd gemaakt ‘dat eindelijk weer ergens over gaat’). Ik vond er eerlijk gezegd helemaal niks aan. Jeroen Willems, die ik mateloos bewonder, deed in Twee stemmen II iets wat ik een acteur nooit vergeef: hij had het enorm met zichzelf getroffen, hij trok een reeks trucs uit de kast, kunstjes waar ze in Engeland het vreselijke woord 'impersonations’ voor hebben uitgevonden: voorstellen, vertolken. Jeroen Willems vertolkte vakbekwaam de woordjes van enkele perfide Italiaanse maffiosi of andere goed in het pak gestoken lieden met een verkeerde textuur. Hij zette dan weer eens een brilletje op, of hij dronk een glas, er kwam een pruikje aan te pas (Jeroen Willems speelde toen een hoerige madam, die van zijn/haar pruik overvloedig schaamhaar maakte, ha! ha!). En daar bleef het eigenlijk bij. Ik moest denken aan de acteur (ik ben zijn naam vergeten) die alle getuigen à charge en à decharge speelde in Heyermans’ De brand in de Lange Jan, een stuk waarin het proces over een felle fik wordt gereconstrueerd. Die tekst gold lange tijd als het ultieme stuk waarin een acteur zijn kunstjes kon tonen. Jeroen Willems toonde zijn kunstjes. Mij interesseerde het al na vijf minuten niet meer.
Vóór de pauze zat Betty Schuurman (in een bontjas die slechts af en toe iets van haar naaktheid verraadde) in een stoel, gevangen in een kleine lichtkring. Ze speelde, nee: ze sprak de tekst Dit is alles van Marguerite Duras. Over een vrouw die weet dat het einde nabij is. Ze staat oog in oog met Magere Hein. Ontkomen is er niet bij. Ze moet die mafkees recht in de ogen zien. En dat valt niet mee. Hoe Betty Schuurman het doet weet ik niet, maar van meet af aan voelde ze oud. Ze leunde een beetje, ze wandelde wat broos heen en weer. En haar stem klonk als uit een vers gedolven graf, vreemd en toch natuurlijk. En almaar keek ze ons aan, zonder ons echt te zien. Wij vormden als voyeurs de laatste wand waar ze nog doorheen moest. Daarna bleek ze ergens te zijn aangekomen. Midden in haar monoloog wandelde er een enkele traan uit haar rechteroog. Ik houd niet van toneelspelers die tijdens hun spel tranen produceren. Nu wel. Iets in haar afscheidswoorden moet Schuurman persoonlijk geraakt hebben. Ik weet niet wàt precies. En ik wil het ook niet weten. Ik heb het gezien. Het ontroerde me. Twee stemmen was - sorry erejury - eigenlijk maar één stem. En dat was die van Betty Schuurman.