De hemel is hier

Gehuld in stijdvaardige jassen met daarop het embleem van Superman genaaid stonden de dichters van het tijdschrift Millennium afgelopen zaterdag op het Spui in Amsterdam in een halve kring om een paar kisten opgesteld. De S in het logo van de onoverwinnelijke stripheld vervangen door een M - een verwijzing naar Millennium, het tijdschrift dat door deze jonge kunstenaarsbent wordt uitgegeven.

‘Revolutie’, schreeuwde een jonge dichter die vanaf het gelegenheidspodium uitdagend het publiek inkeek. Theo van Gogh waggelde juist op dat moment met de dikke zaterdagkrant onder zijn arm boekhandel Athenaeum uit, zonder de demonstratie een blik waardig te keuren. Een jonge passant mopperde dat hij alleen van de gedichten van Kees Stip houdt: 'Ik doe altijd mijn best om andere poezie te begrijpen, maar het lukt me gewoon niet.’
Het vastgestelde onderwerp van gesprek is het cynisme in het huidige tijdsgewricht, een verschijnsel waar de jonge kunstenaars zich ernstig zorgen over maken. 'Zelf bespeur ik bij de huidige generatie twintigers een koele, afwijzende houding tegenover idealisme. Toen ik onlangs mijn broer van 21 vroeg wat hij daarvan vond antwoordde hij: “Pfff! Vermoeiend!”’, zo staat te lezen in het onlangs verschenen nummer van Millennium. Vandaar dat daarover daags na de poezie-performance op het Spui een debat werd georganiseerd.
Gewapend met de vraag `Hoe cynisch zijn de jaren negentig?’ nam een van de Millennaristen, zoals ze zichzelf noemen, plaats achter de forumtafel en kreeg daar gezelschap van Emma Brunt, Harmen de Hoop, Paul Scheffer en Bernadette de Wit.
Helaas had genodigde Gerrit Komrij in verband met de viering van zijn vijftigste verjaardag verplichtingen in zijn geboortedorp Winterswijk en sloeg Hugo Brandt Corstius om een andere reden de uitnodiging af, zodat de aanwezigen het zonder echte kenners moesten doen.
Misschien was dat de oorzaak dat de discussie helemaal niet over cynisme ging. Het forum constateerde al snel dat het een te weids begrip is dat op allerlei manieren in de verschillende lagen van de bevolking, maar vooral bij de teleurgestelde baby-boomers, de kop opsteekt. Bernadette de Wit: 'Het cynisme is een probleem van de ouderen. Zij zitten nu op het pluche, hebben geen engagement meer over en dicteren dat het voor de rest van de maatschappij ook zo is.’ En daarmee was de kous af en veranderde het onderwerp van gesprek in engagement.
Emma Brunt maakte van de gelegenheid gebruik om haar opwinding over de indolentie van de onlangs in De Groene geportretteerde schrijversgeneratie Nix lucht te geven. 'Een stel verwende kleuters die vanuit een gouden wieg teleurgesteld constateren dat er tegenstellingen zijn in de maatschappij.’ In haar column in Het Parool van enkele weken geleden had ze zelf al uitgelegd welke flamboyante levensstijl zij er in haar jeugd op na hield: 'Hoeveel zinvoller en gemakkelijker ging dat toe in mijn tijd, bedenk ik verbaasd. Wij kregen gewoon een lift naar Parijs, voor een tientje, in een vrachtauto die met bevroren vlees van Rotterdam naar de Hallen reed.’ Let op het woordje 'zinvoller’. Ook nu kwam Brunt niet verder dan het opdissen van enkele anekdoten uit de jaren zestig en de constatering dat het vroeger allemaal veel makkelijker was.
Vervolgens verloor het forum zich in een gedetailleerde discussie over de eindigheid van de consumptieve groei, de Epese affaire, Bosnie, het groeiende migrantenprobleem, het milieu en de breuk tussen de parlementaire democratie en de man in de straat. Totdat iemand uit de zaal gilde dat het nergens meer over ging.
De onderbreking werd met luid applaus begroet. 'Wat willen jullie dan horen?’ vroeg het forum. Een meisje bekende onder instemming dat ze erg geengageerd was, maar zich wanhopig afvroeg in welke vorm ze haar engagement moest gieten. Alle overkoepelende idealen als communisme, christendom en wereldvrede waren toch als zinsbegoochelingen ontmaskerd?
Het was een herformulering van de vraag die in de bovengenoemde uitgave van Millennium door de redactie werd gesteld: 'In de jaren zestig werd de jongeren verweten dat zij idealen in hun kop hadden. Dat ze niet realistisch waren, opstandig, dat ze niet hetzelfde wilden als hun ouders. Jonge mensen in de jaren negentig wordt verweten dat zij niet hemelbestormend zijn. Maar hoe kun je hemelbestormend zijn als je niet weet of de hemel nu boven of beneden is?’ Het forum wist niet goed raad met deze vraag en discussieerde op dezelfde wijze voort.
De aanwezigen in de zaal morden. Zij kregen pas antwoord toen de Belgische wandschilder Max Fiebel de uitleiding voorlas, die als een fileermes de positie van de verzamelde intellectuelen en kunstenaars blootlegde: 'Jullie beeldvorming over de jaren negentig is nep. Net zo nep als over de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig. Want jullie hangen allemaal het beeld aan dat men de kritische intellectueel om de een of andere reden heeft opgedrongen; het heeft niets te maken met de realiteit. U kunt dit debat het best verplaatsen naar een of ander derde-wereldland. U kunt ginder voor een aandachtig luisterend publiek uitleggen dat u het hier in het Westen allemaal niet meer ziet zitten. Geen cent geef ik voor uw intellectuele persoontje, en zwijg liever over de economische crisis waaronder u zo te lijden heeft. Dan pas zal u meemaken hoe een bulderende lach de voorbode kan zijn van een lynchpartij.’