Anarchie in Congo

‘De hemel kan wachten’

Mensenrechtenactivisten proberen Congo uit de sfeer van chaos en geweld te halen. Een van hen is Sylvestre Bwira. ‘Gebrek aan discipline wordt de ondergang van Congo.’ Hij wordt sinds vorige week vermist.

SYLVESTRE BWIRA, mensenrechtenactivist en president van de civil society in Masisi (Oost-Congo) wordt sinds 24 augustus vermist. De situatie in Noord-Kivu, waar Masisi toe behoort, wordt chaotischer en kost steeds meer mensen het leven. Desintegratie dreigt. Kritische mensenrechtenactivisten en journalisten worden bedreigd, ontvoerd, vermoord. Dorpen worden geplunderd, vrouwen verkracht, inwoners vermoord. Bijna een miljoen mensen hebben hun huis moeten verlaten. De Congolese overheid is zwak. Het reguliere leger een ongeregelde bende. Rebellengroepen hebben de overhand. De VN-vredesmacht Monusco doet haar best, maar komt vaak te laat.
‘Ik verheug me erop je weer te zien. Ik denk dat tien dagen wel genoeg is om te doen wat je wilt doen. Ik ga aan de slag. Tot snel.’ Dit was het laatste mailtje dat ik van Sylvestre Bwira ontving, nu een maand geleden. Hij was er trots op dat hij mij en een Afrikaanse televisieploeg kon laten zien wat een lokale non-gouvernementele organisatie (ngo) met beperkte middelen voor elkaar kan krijgen in een door God en de overheid verlaten gebied.
Precies deze week zouden we elkaar weer zien in Goma en vandaar naar Masisi trekken, een van de grootste probleemgebieden van Congo. Sinds één miljoen Rwandese Hutu’s de grens over vluchtten als gevolg van de genocide in 1994 is Noord-Kivu het terrein van allerlei rebellengroepen. De burgerbevolking is het slachtoffer: plundering, ontvoering, gedwongen tewerkstelling, verkrachting en moord zijn vanaf 1994 aan de orde van de dag. Vorige week nog werd een groepsverkrachting bekend van ruim 170 vrouwen en jongens in het dorp Luvungi, dertig kilometer van de Monusco-basis.
Ook in het vorige week uitgelekte concept-VN-rapport speelt Oost-Congo een prominente rol. In meer dan vijftienhonderd documenten en 1250 getuigenverklaringen wordt een beeld geschetst van massale moord, verkrachting en plundering tussen 1993 en 2003. Het bijna zeshonderd pagina’s tellende rapport is vernietigend voor de begin augustus herkozen Rwandese president Paul Kagame. Zijn RPF (Rwandees Patriottisch Front) wordt in bedekte termen van genocide beschuldigd. Tussen 1996 en 1998 zou sprake zijn geweest van het systematisch uitmoorden van Hutu’s. Kagame, die een groot deel van zijn imago, internationale steun en macht baseert op zijn rigide 'antigenocide’-beleid, wordt er nu dus zelf van beschuldigd genocide te hebben gepleegd. Nederland, tot nu toe een van de grote donoren van Rwanda, betaalde mee aan dit VN-rapport dat Kagame nu te boek stelt als misdadig. Overigens gaat het om een concept; de definitieve versie moet nog worden vastgesteld.
Kivu is niet voor niets het strijdterrein van rebellen. Het gebied is rijk aan grondstoffen, inkomstenbron voor rebellen, maar ook voor het reguliere leger: ze roven de grondstoffen, dwingen mijnwerkers voor ze te werken en vragen via wegversperringen geld aan ieder die langskomt. Ook voor bedrijven uit onder meer Rwanda, België, China, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Zuid-Afrika zijn goud, coltan, wolframiet, diamant en cassiteriet (tinerts) een lucratieve handel. Zij kopen soms legaal van handelaren, soms illegaal van rebellen. Het coltan wordt onder meer voor mobieltjes gebruikt, het tinerts voor soldeer.
Sinds vorig jaar worden er pogingen gedaan de rebellengroepen onder te brengen bij het reguliere leger, de FADRC (Armed Forces of the Democratic Republic of Congo). Die pogingen hebben weliswaar enig succes, maar vragen veel burgerslachtoffers. Ook sloegen honderdduizenden mensen op de vlucht. Daarnaast stelt integratie niet zo veel voor: de FADRC is een ongeregelde bende en de soldaten krijgen nauwelijks betaald. Daarom persen ze de mensen die ze moeten beschermen geld af, laten ze ze gedwongen werken, plunderen ze de dorpen en verkrachten ze de vrouwen. De rebellen in het gebied doen precies hetzelfde.
Het CNDP (National Congress for the Defense of the People), het rebellenleger van generaal Nkunda die begin 2009 werd gearresteerd en nu gevangen zit in Rwanda, is in Noord-Kivu nog steeds een staat in een staat, ook al is ze onderling verdeeld. De FDLR (Democratic Forces for the Liberation of Rwanda) radicaliseert. Het is de beweging van de Interahamwe, extreme Hutu’s die een grote rol hebben gespeeld in de genocide van 1994. De Mai-Mai (ontstaan rond 1998 om tegenwicht te bieden aan de Rwandese rebellen en het Rwandese leger in Oost-Congo) verlaten na eerdere aansluiting in steeds groteren getale het reguliere leger en organiseren zich erbuiten. Daarnaast hebben ook dissidente Rwandese generaals als Kayumba en Karayega hun oog op Kivu laten vallen: zij ronselen alles wat kan vechten ter voorbereiding van een coup tegen de Rwandese president Paul Kagame.
De straffeloosheid in het gebied is enorm. Bijna niemand die moordt, plundert of verkracht, wordt gepakt. Bijna niemand hoeft zich voor een rechter te verantwoorden. Vorig jaar kondigde de uiterst zwakke overheid een zero tolerance-beleid af. Volgens Human Rights Watch werd sindsdien slechts een handvol soldaten gearresteerd. De VN-vredesmacht Monusco doet wat ze kan om de burgers in Kivu te beschermen, maar is vaak pas ter plekke als het te laat is.

HET IS IN HET OOG van deze orkaan, in Masisi, waar Sylvestre Bwira Kyahi woont en werkt. Hij nam een aantal weken geleden het initiatief tot een open brief aan president Kabila. In de brief stelt hij de schending van mensenrechten aan de orde door het reguliere FADRC en de rebellen van het CNDP. Gevraagd werd om arrestatie van leden van het CNDP en ontbinding van hun parallelle bestuur in Masisi. De brief werd ondertekend door vijftig leiders van de civil society in heel Kivu. Direct na publicatie ontving Bwira, samen met nog andere ondertekenaars, dreigtelefoontjes, van onder anderen iemand die zich kolonel Janvier noemde en volgens collega’s van Bwira afkomstig is uit de kring van mensen rond CNDP-generaal Bosco Ntaganda, ook wel The Terminator genoemd, een voormalig RPF-militair tegen wie het Internationaal Strafhof in Den Haag een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd wegens oorlogsmisdaden.
Ook kreeg Bwira thuis bezoek van de veiligheidsdienst en besloot onder te duiken, wat een aantal andere leiders al een paar weken eerder had gedaan. Bwira ging 24 augustus op weg om zijn evacuatie naar Kinshasa te regelen. Onderweg naar zijn afspraak werd hij aangehouden door gewapende mannen in een jeep. Volgens een ooggetuige volgde een heftige woordenwisseling en stapte Bwira in. De ooggetuige stelde dat het soldaten van de FADRC waren, maar volgens minister van Communicatie Lambert Mende waren het rebellen van het CNDP. De Congolese overheid is op zoek naar Bwira. De Nederlandse ambassade in Kinshasa neemt de zaak hoog op en heeft vragen gesteld.
Bwira is niet de enige die zijn leven in gevaar brengt door te zeggen én te schrijven waar het op staat. Het werk van mensenrechtenactivisten en journalisten wordt in Congo steeds dodelijker, meldde Amnesty International bij de vijftigste verjaardag van onafhankelijk Congo, 30 juni. Vier dagen eerder had de begrafenis van de prominentste mensenrechtenactivist, Floribert Chebeya, veel belangstelling getrokken. Chebeya werd op 2 juni in Kinshasa dood aangetroffen in zijn auto, nadat hij de avond ervoor niet was thuisgekomen na ondervraging door de politie. Zijn chauffeur is nog steeds niet gevonden. Chebeya werd al langer gevolgd, bedreigd, gearresteerd en hardhandig ondervraagd. Eerder dit jaar werd cameraman Chebeya Bankone vermoord in Noord-Kivu. Augustus 2009 werd Bruno Koko Chirambiza, journalist voor Radio Star, door acht gewapende mannen vermoord, 150 meter van een politiepost in Zuid-Kivu. Sinds 2007 verloren zes journalisten het leven en werden tientallen bedreigd.
DE OVERHEID GAAT TWEESLACHTIG om met mensen en organisaties die de mensenrechten aan de orde stellen. Enerzijds gebruikt de regering ze als window dressing voor de internationale gemeenschap en wekt ze de indruk hun rapporten en ideeën serieus te nemen, anderzijds is het diezelfde overheid die mensen als Chebeya oppakt, ondervraagt en schaduwt. Ook Bwira en zijn collega’s werden in de gaten gehouden. >
Ik ontmoette Bwira vorig jaar voor het eerst in Goma. Hij was me als 'betrouwbaar’ aangereikt door een kennis van een kennis. We trokken een maand lang samen op. Hij begeleidde me naar ieder interview, legde uit hoe ik uitspraken moest interpreteren, wist nieuwe afspraken voor me los te peuteren en vertelde ondertussen haarfijn hoe alles in elkaar zat. Ik ken hem als een hard en degelijk werker, een integer en standvastig mens, soms op het koppige af. Zo weigerde hij geld te geven om iets gedaan te krijgen. Zelfs een fooi vond hij al een vorm van corruptie. Het is voorgekomen dat we uren oponthoud hadden, omdat hij soldaten die geld vroegen bij een wegversperring probeerde te overtuigen dat ze er waren om de Congolezen te beschermen, niet om ze geld af te persen.
Bwira was onafscheidelijk van zijn schoudertas met computer. Op den duur ging ik die computer haten, omdat hij daarin alle gruwelijkheden van de afgelopen jaren niet alleen in woord, maar ook in beeld had opgeslagen. Hij liet me regelmatig wat zien. Afschuwelijke foto’s van verminkingen, van mensen wier hart uit het lichaam was gesneden, van half verbrande lijken, van soldaten die zich te goed deden aan gorillavlees, triomfantelijk naast het bloederige karkas staand. Bwira wees met zijn vinger op details die me ontgingen, vertelde met monotone stem waar de foto’s waren genomen, wanneer en hoeveel slachtoffers. 'Dit is Busurungi, mei 2009, 126 mensen verbrand of met machetes doodgestoken. Ook de kinderen, zie je wel?’
Bwira weet van dichtbij wat het betekent om op te groeien in een regio waar geweld aan de orde van de dag is. Hij studeerde in 1997 filosofie op het seminarie toen zijn ouders en broers voor zijn ogen werden doodgeslagen. Soldaten van de AFDL (een alliantie van Rwandese en Oegandese soldaten met Congolese politici, die in 1997 de toenmalige president Mobutu verdreef) gebruikten daarvoor stokken met ijzeren haken. 'Het was alsof ze in een gehaktmolen terecht waren gekomen’, aldus Bwira. Hij zegt het met een neutrale stem, maar in zijn ogen zijn de pijn en de woede duidelijk zichtbaar. Het was voor hem het moment waarop hij besloot zijn priesterkleed aan de wilgen te hangen: 'De hemel kon wachten.’ Bwira sloot zich aan bij een lokale mensenrechtenorganisatie en richtte daarna een aantal eigen organisaties op, waaronder Sape, de vereniging die zich inzet voor het behoud van ecosystemen.
Sindsdien leeft en werkt Bwira in Masisi en de bewoners dragen hem op handen. Hij onderhandelt elk jaar met rebellenleiders diep in de bush om oogsten, handel, dorpen en burgers te beschermen. Hij leverde een alternatief ontwikkelingsplan aan de gouverneur van zijn provincie en geeft vredesmacht Monuc, tegenwoordig Monusco na een nieuw mandaat tot juli volgend jaar, ongevraagd en ongezouten zijn mening. Hij wist 8500 mensen zodanig te prikkelen dat ze bereid waren in vijf maanden tijd vijftien kilometer weg aan te leggen. Met de hand. Zijn organisatie verschaft microkredieten aan vrouwen, zorgt voor onderwijs, biedt medische zorg aan verkrachte vrouwen en voert allerlei milieuprojecten uit. De kern wordt gevormd door 52 bases in Masisi bestaande uit elk twaalf leden. Zo heeft elk dorp waar geen rebellen zijn nu een cel die verantwoordelijk is voor het wel en wee van het dorp. Dankzij deze structuur nam bijvoorbeeld het aantal verkrachtingen volgens Bwira spectaculair af. De organisatie is tot nu toe selfsupporting, ze komt onder meer aan geld door de boeren te helpen met oogsten.

HOEWEL DE DUISTERE KANT van Noord-Kivu het meest bekend is, heeft het gebied ook een ander gezicht en dit vormt een tegenhanger van het geweld, de desintegratie en de rebellen: er is een bloeiend verenigingsleven van talloze kleine, lokale non-gouvernementele organisaties. De meeste hebben nauwelijks middelen, worden in hun bestaan bedreigd, maar zijn desalniettemin actief waar de overheid het laat afweten. Ze geven mensen te eten, verzorgen slachtoffers van seksueel geweld, strijden tegen corruptie en rechteloosheid, laten vrouwen geld verdienen, geven onderwijs, wijzen politici op misstanden en oplossingen, kortom komen op voor hun burgers. Al deze lokale ngo’s vormen samen de civil society. Zij zorgen voor een hechtere sociale structuur en voor enig economisch perspectief en ze verzoenen soms strijdende partijen.
Bwira vertegenwoordigt dit positieve gezicht van Noord-Kivu: hij is woordvoerder van de ngo’s die zich richten op Masisi en coördineert deze activiteiten zodat er structureel en doelmatiger wordt gewerkt. Wat de organisaties bindt is hun zorg voor de toekomst en verbondenheid met het gebied. Bwira is ook de grote initiator van talloze projecten en het zoeken naar dwarsverbanden. Hij probeert collega-ngo’s op te voeden, want hij is niet altijd te spreken over hun kwaliteit en betrouwbaarheid: 'Sommigen gebruiken hun organisatie om er financieel beter van te worden. Ze moeten leren hun resultaten zichtbaar, meetbaar en tastbaar te maken. Verantwoording af te leggen. Ook dat hoort bij good governance.’
Bwira kon erg boos worden als hij het gevoel had dat mensen zich er te makkelijk van af maakten, hun afspraken niet nakwamen. Zo maande hij me niet te veel te bouwen op een collega van hem die nooit op tijd kwam en maar wat deed. 'Gebrek aan discipline wordt de ondergang van Congo.’
De lokale ngo’s van Noord-Kivu spelen het laatste jaar ook een steeds grotere rol bij de regulering van de grondstoffenhandel. Zo worden het laatste jaar de mijnwerkerscoöperaties belangrijker. In Bisie, de grootste mijn van Noord-Kivu, is inmiddels bijna iedereen van de drieduizend officieel geregistreerde mijnwerkers aangesloten bij een coöperatie. Met de geregistreerde en verenigde mijnwerkers wordt het makkelijker hun de grondstoffen te laten aanbieden op één centrale marktplaats, zo is de redenering van de overheid en grote internationale handelaren. Zo'n centrale markt zorgt voor een duidelijker scheiding tussen legaal en illegaal, waardoor certificering, zoals gebruikt bij diamanten, mogelijk wordt. Bwira was bezig om een coöperatie op te zetten van tussenhandelaren. Met de mijnwerkers verenigd en de al langer bestaande koepel van circa dertig grote handelaren, vond hij het zaak worden om ook de tussenhandelaren een stem te geven.
Bwira is een exponent van deze lokale ngo’s. Hij had niet veel op met de talloze grote internationale organisaties die in zijn gebied actief zijn. Sinds de genocide wordt Kivu 'platgelopen’ door de internationale hulpkaravaan: 'De afstand tussen hen en ons is groot. Jammer, want zij kunnen profiteren van ons netwerk en onze kennis, wij kunnen leren van hun manier van werken en delen in hun middelen. Als er al wordt samengewerkt, is dat ad hoc en op projectbasis, niet structureel. Zij hebben geen betrokkenheid met ons en ons gebied; in feite zijn het huurlingen. Ze kijken allereerst naar de eigen behoeften en zijn bezig met hun eigen legitimatie; wij zijn er voor hen. Ondanks alle hulp zijn we waarschijnlijk beter af als ze vertrekken.’
Bwira was zeker niet te beroerd om de grote organisaties met zijn kritiek te confronteren zodra hij daar de gelegenheid toe kreeg. Zo ontmoetten we eens tijdens een borrel een vertegenwoordiger van Oxfam. De twee discussieerden zeker een uur heftig, terwijl de Primus in hun glas verdampte. De vertegenwoordiger van Oxfam haalde bakzeil en beloofde later opnieuw contact op te nemen met Bwira.

SYLVESTRE BWIRA IS NU bijna een week zoek. Hoe vaak ik in dit artikel 'Bwira was’ heb gewijzigd in 'Bwira is’, weet ik niet. Maar ik had bij het schrijven grote moeite met de tegenwoordige tijd. Ik geloof dus blijkbaar niet meer echt dat Sylvestre leeft. En hoewel de Congolese overheid nog steeds naar hem zoekt, hebben ook zijn collega’s de moed grotendeels opgegeven.
Ik zou graag willen dat deze keer niet de chaos, het geweld, de desintegratie en de straffeloosheid het winnen. Ik zou willen dat de schuldigen worden gevonden en zich voor een rechter moeten verantwoorden voor hun daad. Dat is toch wel het minste wat Congo voor Sylvestre Bwira Kyahi kan doen.