De henneptrend

Ooit werden onze kleren en touwen van hennep gemaakt en schreven we op henneppapier. De hasj-connectie maakte de plant lange tijd verdacht, maar haar rehabilitatie is nu aanstaande. ‘Hennep is de toekomst van het milieu.’
DE HENNEPPLANT staat voor het winkelraam als het veelbelovende symbool voor een duurzame toekomst. Daarnaast het touw, het papier, de houtplaat, de kattebakvulling, het flesje hennepolieshampoo en de kleding. ‘De plant kent twintigduizend mogelijkheden’, benadrukt Erik Stofferis van de eco hemp store Green Lands. ‘Wiet is slechts een variant en daar houden wij ons niet mee bezig.’ Geroosterde zaadjes liggen ter consumptie op de toonbank. ‘Zeer gezond. Ze bevatten zelfs meer proteinen, vitaminen, onverzadigde vetzuren en vezels dan soja.’ Duizenden hennepburgers, ‘de smakelijkste vleesvervanger’, wachten in een koelcel in het westelijk havengebied op consumptie door vegetarische supermarktklanten.

Afgelopen zomer opende Stofferis samen met Henk van Dalen de winkel. De belangstelling van het publiek is enorm. De eerste orders uit Japan zijn al binnen. Schrijver Simon Vinkenoog koopt er zijn papier (ontinkt recycled papier, gemengd met hennep), de bewuste consument vindt er zijn biologische trui, de keurige dame vindt er haar droombloes - ‘zachter dan katoen en minder kreukgevoelig dan linnen’ - en mensen op leeftijd treffen er gewoon degelijke kleding aan. Een broek van Green Lands mag iets duurder zijn dan een Levi’s, maar de houdbaarheidsgarantie is dertig jaar. 'En dan mag je hem wassen wat je wilt, want de hennepvezel gaat vijf tot zes keer langer mee dan katoen.’
Dat de prijs van kleding op het moment aan de hoge kant is, ligt volgens Stofferis aan de schaarste. 'China, de grootste hennepstoffenleverancier, wordt momenteel geplunderd door de Amerikanen. Daar is de markt het afgelopen jaar explosief gegroeid. Wellicht omdat de wietgebruikers met deze produkten hun politieke standpunt kenbaar willen maken.’
Hennep is wereldwijd in opmars. Duitsland loopt zelfs, ondanks zijn strenge softdrugsbeleid, voorop in deze ontwikkeling. In Frankfurt werd begin maart ’s wereld grootste technologisch-wetenschappelijke hennepsymposium gehouden. Nederland kan in mei, tijdens de eerste ecofestatie in Utrecht, een hennepmodeshow bijwonen van de internationale hennepgroothandel Green Machine. Verder heeft ons land, behalve Green Lands, de groothandels Ruderalis in Maastricht en The Hemptribe in Rotterdam. Beide gaan binnenkort ook zelf een winkel beginnen, omdat 'het gigantisch loopt’. De orders van luxere warenhuizen voor het komende anderhalf jaar zijn al binnen. 'Binnen een jaar is iedereen in de ban van de cannabis’, voorspelt de eigenaar van Ru deralis. 'Het wordt geen trend, het blijft. Want hennep is de toekomst van het milieu.’
DE GESCHIEDENIS van de hennep is het verhaal van de vloek en de zegen. Het wonderlijke gewas werd al ver voor onze jaartelling wereldwijd verbouwd. In India werd het gebruikt als remedie tegen tal van ziekten en als voedingsbron. De Scythen ontdekten rond 1500 voor Christus het rookgenot dat de plant kan geven en vanaf 600 vervaardigen de Germanen, Franken en Vikingen uit hennepvezel touw, zeil en kleding. In 1554 beschreef de Nederlandse botanicus Rembert Dodoens in Het Cruydt-Boeck de medicinale werking van hennep; een zwachtel met hennepzaad op voorhoofd of voetzool is een probaat middel tegen geelzucht, vocht uit de stengel werkt tegen oorpijn. Het woord canvas, afgeleid van cannabis, stamt uit de zeventiende eeuw, toen hennep voor het eerst op grote schaal gebruikt werd in Nederland. De Zaanstreek produceerde in topjaren zestigduizend rollen zeildoek, de arbeiders droegen hennepkleding en Rembrandt maakte zijn schetsen op henneppapier.
Hennep wordt tegenwoordig vrijwel uitsluitend geassocieerd met ma rihuana en wiet. Het gaat inderdaad om dezelfde plant, alleen heeft zaadveredeling een vrouwelijk type opgeleverd met een veel hoger gehalte aan de psychoactieve stof tetrahydrocannabinol (THC). En hoewel valt te betwijfelen of deze schadelijk is voor de gezondheid - deskundigen wijzen op het gunstige effect van de joint voor aids-, kanker- en anorexiapatienten - is door dat aspect de hennepplant gedurende de twintigste eeuw in het verdomhoekje terechtgekomen.
In 1937, het jaar waarin het chemische concern DuPont de kunstmatige vezel op de markt bracht en het patent op nylon kreeg, vaardigde de Amerikaanse overheid - die volgens geruchten belangen had in DuPont - een algeheel verbod op hennep uit. Er werd een hetze gevoerd tegen de 'gevaarlijk verslavende drug’; honderden illegale hasjiesbars in New York die tijdens de drooglegging waren gedoogd, moesten nu dicht.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond de plant weer even genade. De oorlogsindustrie kon de goedkope en zeer sterke vezel goed gebruiken. Toen de wereldwijde hennephandel door de Japanse veroveringen in Azie dreigde in te storten, werden de Amerikaanse boeren via de propagandacampagne 'Hemp for Victory’ aangespoord tot het verbouwen van het gewas. Die regel werd na de oorlog meteen weer ongedaan gemaakt.
In Nederland valt de hennepplant al sinds 1928 onder de Opiumwet, die echter 'niet geldt voor het kennelijke zaad- en vezelgebruik en als windkering voor land- en tuinbouw’. Maar ook in Nederland verloor hennep vanaf de jaren dertig de concurrentiestrijd met de kunststofvezel. We kregen er het goedkope katoen uit onze kolonien voor terug.
In 1976 voerde Nederland het zogenoemde gedoogbeleid in. Politieoptreden tegen personen die niet meer dan dertig gram softdrugs voor eigen gebruik op zak hebben, heeft sindsdien geen prioriteit meer.
De hennepplant werd in 1989 op Europees niveau gerehabiliteerd. In Spanje en Frankrijk was de teelt voor papierpulp nooit weggeweest en om de regels op elkaar af te stem men, hief de Europese Unie het verbod op. Alleen Duitsland onttrok zich daaraan. Brussel geeft zelfs een subsidie van 1700 gulden per hectare op het Franse hennepzaad, hoger dan de huidige graansubsidie. Vanwege de mest- en melkoverschotten beloont de EU tevens het verbouwen van non-food-gewassen hoger dan landbouwprodukten en is hennepteelt op braakliggende grond toegestaan.
DIT ALLES NIET zonder reden. Hennep reinigt de grond en heeft geen bemesting en geen bestrijdingsmiddelen nodig, want de plant is resistent tegen nagenoeg alle gewasziekten. De bladeren zijn bruikbaar als voedingsstof voor de grond. De plant kan binnen honderd dagen een hoogte van vier meter bereiken en door de snelle en dichte groei weert ze onkruid.
Henk Hidding, boer in het Drentse Orvelte, weet het allemaal al: 'Hennep is een schitterend gewas. Een tweede daarvan tref je in de natuur niet aan.’ Zijn vader heeft het verbouwd in de tijd dat het gewoon was alles van moeder aarde te gebruiken. Er werd vlas verbouwd voor linnen, wede voor de blauwe verfstof en meekrap voor de rode. 'Dat hebben we allemaal ingeruild voor de petrochemische industrie. Natuurlijk zijn we blij met plastic, dat niet kan rotten, maar nu kampen we met het afval. Als mijn hennepbroek over jaren versleten is, gooi ik hem op het land, als mest.’
De boeren van de Drente veenkolonien hebben in 1979 al kort en kleinschalig geexperimenteerd met hennep, als vierde gewas naast graan, aardappelen en suikerbieten. De resultaten deden het ministerie van Landbouw en Economische Zaken en de noordelijke provincies in 1990 besluiten vijftien miljoen gulden te investeren in een vier jaar durend henneponderzoek. Het instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO) in Wageningen pootte op drie hectare het gesubsidieerde zaad en onderzocht zowel de zaadveredelingsvarianten als de verwerking tot papier. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Den Haag bestudeerde de plant op interessante medicinale stoffen. In februari 1994 werden de gegevens gepresenteerd. Moleculair-bioloog Hubert Senger van het Lei: 'Hennep bezit een weerstandsstof tegen schimmels en bacterien, die mogelijk een effectief middel kan zijn tegen bepaalde vormen van astma, de oogziekte grauwe staar en kanker. En hennep bevat relatief veel cannabidiol, een zeer aantrekkelijke stof voor de farmaceutische industrie.’ Gertjan van Roekel van het ATO: 'De uitkomst is zeer goed. Tachtig procent van de plant is te gebruiken voor papierpulp.’
Ondanks dat verheugende nieuws ligt het hennepproject zo goed als stil. Volgens P. J. Buiter van het ministerie van Landbouw is de reden daarvan dat de papierindustrie er niet aan wilde omdat de prijs van hout tijdens het project ver onder de normale prijs lag. En zo gaat ook aan de geinteresseerde farmaceutische industrie de kans voorbij de medicinale stoffen in het gewas uitgebreid onder de loep te nemen.
De houtprijs is inmiddels fors gestegen en volgens Van Roekel zou er op dit moment een markt zijn voor tienduizend hectare hennep. 'Bovendien is er grote interesse van multinationals uit Canada, Australie, Zwitserland, Finland en van de Nederlandse chemische industrie. Hennep zou een goede vervanger zijn van glasvezel. Denk aan bumpers en dashboards. We hebben echter een meer onderzoek nodig om dat aan te tonen. De overheid komt pas met geld over de brug als er een duidelijke markt is. En de bedrijven investeren pas als ze de resultaten van de technische verwerking hebben gezien. Geen van beide durft de eerste stap te nemen.’
PARTICULIER initiatiefnemer Ben Dronkers doorbrak vorig jaar als eerste de vicieuze cirkel en ging zijn eigen 140 hectare hennep telen. Hij werd met argusogen gevolgd, want Dronkers is een bekende in het softdrugscircuit; hij is de eigenaar van het Amsterdamse Hasjmuseum en is verbonden aan het hennepzadenbedrijf Sensi Seed Bank. Wetenschappenlijke samenwerking met Hempflex, zoals Dronkers nieuwste onderneming heet, is voor de overheidsinstanties ATO en LEI dan ook uitgesloten. Voor Green Lands is het project van Hempflex oninteressant omdat het zich richt op de papierindustrie. Wel wist Dronkers tien Groningse boeren over te halen land beschikbaar te stellen in ruil voor de subsidie van 1700 gulden. Aangezien een hectare volgens de ondernemer zo'n acht ton pulp oplevert en de opbrengst per ton tussen de duizend en achttienhonderd dollar ligt, is dat geen slechte business.
In de Noordoostpolder wordt de eerste oogst gescheiden. De houtfractie gaat als vervanger voor zaagsel naar pluimveehouders, de vezel wordt gebruikt voor papierpulp. Dit seizoen wordt er vijftienhonderd hectare ingezaaid, voor 1996 is drieduizend hectare gepland. Want de vraag is groot, verzekert bedrijfsleider Marcel Hendriks. 'We zijn in onderhandeling met bedrijven die nu hout uit Scandinavie halen, of die kampen met een onregelmatige toevoer van kokos en jute uit ontwikkelingslanden. Maar op dit moment kunnen we niet genoeg leveren omdat ons huidige bedrijf slechts een halve hectare per dag verwerkt. We gaan in Groningen een grotere fabriek betrekken met een verwerkingscapaciteit van vijfduizend ton. Het resthout wordt ingezet als brandstof, dus er blijven geen afvalstoffen over.’
In navolging van Hempflex gaan Stofferis en Van Dalen in april vijftig hectare hennep inzaaien. Een experiment gericht op de produktie van textiel. Heel Europa hebben ze afgestruind naar kennis, want de bestaande informatie was verouderd. In Duitsland vonden ze een pers voor hennepolie. Van de universiteit in Boedapest is een rapport gekocht dat hennepolie beschrijft als de beste olie voor cosmetica en voeding. Een vlasspinnerij in Zeeuws-Vlaanderen had nog hennepspinnewielen staan van voor de oorlog. Omdat hennep en vlas in het vezelstadium precies op elkaar lijken, kan de vlasindustrie aldaar voor de verwerking zorgen.
De kentering is dus op komst. In april wordt een officiele Hennepstichting opgericht. De provincies Zeeland en Drenthe, het Hoofdproduktschap Akkerbouw, de stichting Biologica (het overkoepelend orgaan van de biologische boeren), een Wageningse onderzoeker en Rijkswaterstaat afdeling IJsselmeergebied - met duizenden hectaren land de grootste boer van Nederland - gaan met Green Lands samenwerken.
Boer Hidding uit Orvelte gaat zo rond 20 april op twee van zijn 44 hectare land hennep verbouwen. Twee hectare betekent drie ton droge stof en zo'n veertigduizend kledingstukken. Vijf jaar geleden is hij overgeschakeld op biologische teelt, 'omdat de gangbare akkerbouw financieel, maar vooral ethisch onverantwoord is. We moeten op een moderne manier terug naar de natuur lijke grondstoffen. Het zonlicht van vandaag moet produkten maken die de mens morgen kan gebruiken en die de natuur overmorgen weer afbreekt. Zo simpel is de kringloop, en ik zeg dat als economisch denkende boer. Boeren hoef je niet te overtuigen van het nut van hennep. We zijn alleen afhankelijk van de boodschappentas. De consument moet bereid zijn iets meer dan gemiddeld veertien procent van zijn inkomen te besteden aan zijn primaire levensbehoeften - na de oorlog was dat 56 procent -, met als gevolg dat hij minder roofbouw pleegt op de natuur. En op zichzelf.’
Hidding is daar optimistisch over. 'Het Tsjernobyl-effect doet zijn werk. De berichten over gifbelten of de arts die bij een geconstateerde allergie doorverwijst naar de natuurvoedingszaak, zal mensen toch langzamerhand bewust maken.’ Over de financiele risico’s van de hennep-onderneming maakt hij zich geen zorgen. 'We zijn te laat om het plaatje helemaal rond te krijgen voordat we gaan zaaien, maar boeren zijn gewend risico’s te nemen. Ondertussen proberen we wel steun te krijgen van de overheid, maar het belangrijkste is dat het project slaagt.’
Het ministerie van Landbouw is ook door Green Lands benaderd voor deelname aan de Hennepstichting, maar laat namens P. J. Buiter weten dat 'onze beleidslijn die van terughoudendheid is omdat de relatie van hennep met softdrugs nog te sterk is’. Het motto is: laat de markt werken. 'Wel gaat er een concept naar de minister om hem te wijzen op de ontwikkeling die op het moment gaande is in Europa en de Verenigde Staten. Hennep staat weer in the picture. Persoonlijk juich ik dat toe, want het is potverdorie een mooi gewas. En waarschijnlijk ook een aardig concurrerend produkt, dat in de textielindustrie zelfs tot een revolutie zou kunnen leiden. En ik zou best een overhemd van hennep willen dragen.’
'De tijd is ernaar en de consument is er klaar voor’, zegt Stofferis van Green Lands dan ook. 'De Amerikanen en Duitsers mogen het niet verbouwen. Als Nederland op grote schaal hennep gaat verbouwen en kwalitatief goede produkten levert, kan het een voortrekkersrol gaan spelen.’ Ook wanneer minister Sorgdrager zou besluiten de THC-rijke wietplant niet te legaliseren, zal dat de hennepteelt niet in de weg staan. 'Legaliseren zal het imago van de plant natuurlijk zeer ten goede komen, maar het verschil tussen hennep en wiet is goed te controleren. Hennep heeft weinig bladeren en groeit als een oerwoud. En mochten er al wietplanten bestaan die buiten in de kou kunnen groeien, wat wordt beweerd, dan hebben die nog steeds veel licht en ruimte nodig.’
DE SIGARENMAN OP de hoek verkoopt hennepvloeitjes en sinds 11 maart kan de nietsvermoedende consument in de Bijenkorf kennis maken met enkele hennepprodukten. In de nieuwe, op de jeugd gerichte chill-out room staan tussen de etherische olien en de herbal energydrink de flesjes hennepshampoo en badolie. Ook is er popcorn te koop van hennepzaad. De henneppetten met wietblad zijn vanuit Amerika onderweg naar de zes filialen. Volgens de produktadviseuse van de Bijenkorf neemt de Bijenkorf geen politiek standpunt in. 'Als het wietblad op die manier aan het grote publiek wordt vertoond, zullen de mensen erkennen dat hennep niets met stoney’s van doen heeft.’
Ook de Hennepstichting gaat campagne voeren ter verbetering van het imago van de plant. Want zelfs de coffeeshops en natuurwinkels waar Green Lands in eerste instantie de hennepburger hebben geintroduceerd, bellen met de vraag of je er echt niet high van kunt worden. Misschien verandert het beeld als de minister van Milieubeheer gekleed in hennep door het land gaat. Na de oogst volgend jaar wordt aan haar als eerste een hennepbroek overhandigd.