Tema con variazioni

De heren van de Herengracht

Ik heb Het Parool altijd te vuur en te zwaard verdedigd, ook in de jaren dat de krant zich specialiseerde in visserijberichten en tandeloze ouwemannencommentaren. Dus schep ik veel behagen in het revitaliseringsproces van de laatste jaren, aangejaagd door Sytze van der Zee en uitgebouwd door Matthijs van Nieuwkerk. Dankzij die twee mannen is Het Parool weer de leukste krant van Nederland geworden, wat iets anders is dan de beste krant van Nederland, want die worden elders in het concern — PCM Uitgevers — vervaardigd. Het kan me niet schelen. Goede kranten zijn er genoeg. Leuke, serieus met een vrij onverveerde ondertoon, hebben zeldzaamheidswaarde. Nee, Het Parool kan niet op tegen de Haagse nieuwsneuzerij van de Volkskrant, ook beschikt de krant niet over het kapitale correspondentennet van NRC Handelsblad. Maar Het Parool is de publicitaire tribune van mensen als Bart Tromp, Jan Pen, Emma Brunt, Bart Middelburg, John Jansen van Galen, Violet Cotterel, Michiel Zonneveld, Karin Spaink, Johannes van Dam en Felix Rottenberg, mannen en vrouwen die ik graag op mijn deurmat vind en die ik om moeilijk te omschrijven redenen exclusief met Het Parool associeer. Allemaal onzin. Waarom zou John Jansen van Galen niet in HP/De Tijd schrijven? Zoals Johannes van Dam zijn culinaire rubriek moeiteloos in de Volkskrant zou kunnen parkeren. Zoals Felix Rottenberg op zijn beurt… Maar gelukkig schrijven zij in Het Parool, vandaar dat ik de krant al jaren twee keer per dag lees, eerst, rond het middaguur, de eerste editie, en later op de dag, in de leunstoel, editie nummer twee.

Rottenberg schreef een paar dagen geleden een stukje op pagina twee waarin hij nogal tekeerging tegen «de streken van de heren aan de Herengracht». Daar zetelt de PCM-directie die al jaren de nagel aan de doodskist van de Paroolredactie is. Ai, dat is een ongelukkige formulering! Want Het Parool zou al jaren geleden ten grave zijn gedragen als de krant niet door de winstmakers van het concern, de Volkskrant op kop, overeind werd gehouden. Niettemin, de positie van het bedreigde dagblad lijkt steeds penibeler te worden. Net is de krant met uiterst inspannen uit de rode cijfers gehaald, moet er plotseling een miljoen worden bezuinigd. Allicht dat hoofdredacteur Van Nieuwkerk na vijf jaar geren en gereken een wat sleetse indruk begint te maken. Er wordt gesproken van winstmaximalisatie, bedrijfsstrategieën, schaalvergroting en de hoogstnodige gang naar de beurs. Laat ik nu altijd hebben gedacht dat PCM een ideële organisatie is die primair in het leven is geroepen om kwalitatief hoogstaande kranten in de markt te houden, zonder door geldhongerige aandeelhouders voor de voeten te worden gelopen. Die filosofie is inmiddels blijkbaar bij het asvat gezet. Getuige het Geheim Verslag van een PCM-stafbespreking, dat Rottenberg (zegt Rottenberg) een week geleden in de goederenlift vond. Door de PCM-directie blijkt een nieuwe man te zijn binnengehaald, ene Anthony Zoomers, die wordt ingezet bij de zogeheten mix-, strip- en samenvoegingsoperatie van de titels. Anthony Zoomers? Het is een onbekende grootheid in krantenland. Allicht, de man is de ex-saneerder van het ijsmerk Campina, onlangs in Het Financieele Dagblad omschreven als een «zeemeeuw-manager», die aan komt vliegen, een potje begint te krijsen, de boel onderschijt en vervolgens weer de benen neemt.

Zou het, suggereert Rottenberg, niet véél beter zijn als Het Parool de benen nam, anders gezegd: zou deze krant geen poging moeten doen om zich te verzelfstandigen? Hij moet iets, binnen of buiten de goederenlift, hebben opgevangen, gegeven het feit dat een paar dagen later in de concurrerende Volkskrant het verhaal stond over een werkgroep die bezig is de mogelijkheid te onderzoeken om Het Parool op eigen kracht te laten voortbestaan. Het is een avontuurlijke gedachte, al was het alleen al omdat er tegenwoordig geen dagblad in Nederland meer over is dat niet op de een of andere wijze binnen concernverband opereert, is het niet de VNU, is het wel Wegener, zijn het niet PCM Uitgevers, is het wel de Telegraaf groep

Een eigen, vrije krant voor de vrijstaat Amsterdam. Vervaardigd zonder op de vingers te worden gekeken door deze of gene directeur die tuttuttut roept als er van de zaterdagseditie drie exemplaren minder zijn verkocht dan er was begroot. Meteen op tabloidformaat, als het kan. Het gewone dagelijkse nieuws van de Gemeenschappelijke Persdienst, een wat beheerster sportbeleid, méér mensen naar Den Haag en vooral méér kunst en cultuur, een eerste vereiste voor een krant die in de schaduw van de IJsbreker en het Concertgebouw wordt gemaakt. Een gezamenlijke nieuwspool met AT5 voor de lokale berichtgeving. Rottenberg en Jansen van Galen in de hoofdredactie. Joep Bertrams, van wiens politieke tekeningen ik nooit iets begrijp, eruit. Frits Müller, die op zijn ouwe dag steeds beter wordt, in zijn plaats. Beleefde buigingen in de richting van Freek de Jonge, zo snel mogelijk te vervangen door Paul de Leeuw, elke dag, in dat vrijgekomen linkerhoekje op de voorpagina. Anthony (Campina) Zoomer krijgt het oppertoezicht over het bezorgingsapparaat. En alle, letterlijk alle Amsterdamse journalisten van enige naam en faam verplichten zich om één keer per maand een bijdrage te leveren, desnoods gratis en voor niets.

Er is haast geen landelijke krant in Nederland waarin ik in de loop der jaren geen stukje heb geschreven. Behalve merkwaardig genoeg in Het Parool. Nee, ik vergis me, één keer heb ik op verzoek een bijdrage aan de stadspagina geleverd. Betrof het de kwaliteit van de kroketten bij Dikker en Thijs? Of ging het over de aanstaande ondergang van de wereld? Ik weet het bij God niet meer. Maar wel herinner ik mij hoe ik mij mét de betreffende krant onder mijn arm installeerde in café De Pieper, hoek Leidsegracht-Prinsengracht, apetrots alsof ik zojuist een onsterfelijk meesterwerk als
De Toverberg had voltooid.