De herinnering als spooktrein

PAUL THEROUX
DE GROTE SPOORWEGCARROUSEL RETOUR
Vertaald door Ernst de Boer en Ankie Klootwijk
Atlas, 568 blz., € 24,50

In 1973 reisde Paul Theroux (1941) met de trein door Oost-Europa en Azië en schreef daar een boek over: De grote spoorwegcarrousel. Vele reisboeken en romans verder besluit hij die reis in 2006 min of meer over te doen. En hoewel Theroux zich aan het begin van Ghost Train to the Eastern Star (Nederlandse vertaling: De grote spoorwegcarrousel retour) afvraagt welke schrijvende reiziger ooit op zijn schreden is teruggekeerd en als antwoord geeft: ‘Geen van de goede die ik ken’, weet de Theroux-lezer dat hier een beroemde schrijver willens en wetens wordt overgeslagen. Want het is de voormalige vriend van Theroux V.S. Naipaul geweest die twee keer indringend heeft geschreven over India: India, a Wounded Civilization (1977) en dertien jaar later A Million Mutinies Now (vertaald als Terug naar India). Over zijn problematische band en breuk met zijn leermeester Naipaul heeft Theroux zelfs een aangrijpend boek geschreven: De geschiedenis van een vriendschap (waarover Orhan Pamuk en Theroux een prikkelend gesprek hebben in De grote spoorwegcarrousel retour).
Voor Theroux is de doorsnee reiziger een ‘romantische voyeur van het inhaligste soort’. Daarom trekt hij te vaak overhaaste conclusies omdat hij meent snel en doeltreffend mensen, steden en landen te kunnen doorzien. Toch zit hij er regelmatig naast. Kijk maar, je ziet niet echt wat je ziet. Vooroordelen, desinformatie en gemakzucht maken blind of vertekenen je uitzicht. Façades, bijvoorbeeld in een dictatuur als Birma of in een stedelijke politiestaat als Singapore, weerspiegelen zelden het echte bestaan. Bovendien is er de reiziger zelf nog, die soms niet goed uit zijn ogen kan kijken omdat hij, bijvoorbeeld, tegen de wil van zijn vrouw op reis is gegaan en permanent wordt afgeleid door zijn knagende geweten en angst. Tegen die persoonlijke achtergrond reisde Paul Theroux in 1973 door landen als India, Cambodja, Vietnam, Japan en de Sovjet-Unie.
Als doorgewinterde reiziger ziet Theroux de trein als het ideale vervoermiddel. De nachttrein heeft voor hem zelfs ‘iets vreemds, iets verdorvens’. Vertraging en smerigheid zijn juist voordelen. Ook onzichtbaarheid zorgt ervoor dat je meer te zien, te horen en te weten komt. Het is lang niet altijd nodig of nuttig je bekend te maken in een treincoupé als Amerikaan of als de beroemde schrijver Paul Theroux (af en toe, als de omstandigheden hem ertoe verleiden, kan hij het toch niet laten), alleen al omdat Amerika ‘de bullebak van de wereld is’ en hij dus snel gezien wordt als vertegenwoordiger van die bullebak.
Een spoorwegstation, dat hij steevast uitgebreid beschrijft, ziet Theroux als een minidemocratie waarin iedereen mag zijn omdat de reiziger immers daar op een trein staat te wachten. Maar het reizen is voor Theroux geen zoektocht. Ook is het geen intermezzo van afleidingen, omwegen of genotzoekerij, ‘maar een reeks onthechtingen’ die met de al eerder genoemde vertraging te maken hebben. En de aankomst is niet zozeer de uitdaging maar het vertrek, bijvoorbeeld uit een fascinerende stad als het Thaise Bangkok, waar Theroux Simenons De man die de treinen voorbij zag gaan koopt. De reiziger voelt het ennui van de voyeur, dat wil zeggen het besef al starend en ervarend overbodig te blijven. Aan het slot van zijn maandenlange reis weet Theroux dat reizen niet minder dan een levenswijze is. Het reizen kent geen begin of einde, want de aankomst is meteen weer een vertrek met als ‘enige bestemming de duisternis’. En met die reisideeën trok Theroux in 2006 als een ‘dakloze’ met lichte bagage en genoeg geld op zak per trein (en soms een boot of een vliegtuig) door Turkije, India, Sri Lanka, Birma, Cambodja, Maleisië, Vietnam, Japan en Rusland.
De grote spoorwegcarrousel retour is een veel persoonlijker reisboek geworden dan De grote spoorwegcarrousel uit de jaren zeventig. Niet alleen woedde er toen een zeer omstreden oorlog in Zuidoost-Azië en was India nog lang geen economische grootmacht, ook de schrijver was toen geslotener. ‘De herinnering is ook een spooktrein.’ In 2006 wachtte er thuis op Hawaï een liefhebbende Penelope op hem. Maar in 1973 besloot zijn toenmalige, in Londen achtergebleven vrouw een minnaar te nemen. Het is die herinnering die 33 jaar later nog steeds knaagt. Als de Japanse schrijver en Theroux-vertaler Haruki Murakami hem rondleidt door Tokio en veel wetenswaardigs weet te vertellen over de bombardementen in 1945, over de yakuza (Japanse maffia), over porno of over de terroristische gasaanval in de Tokiose ondergrondse – geboekstaafd in Murakami’s diepgravende studie Underground – wordt hun gesprek opeens persoonlijk. Murakami, die in Japan weigert in het openbaar op te treden en ongehinderd en ‘onzichtbaar’ door Tokio kan wandelen, vertelt dat hij vroeger niet wenste op te vallen en het verlangen koesterde anders te zijn (hij trouwde jong met zijn grote liefde Yoko en dreef een jazzclub). De scherpe waarnemer Theroux bespeurt een mengeling van hartstocht en diepe eenzaamheid bij Murakami, ‘die door de liefde was verlicht’.
Soortgelijke ontmoetingen met andere schrijvers, met name met ‘pestkop’ en ‘grappenmaker’ Orhan Pamuk (die het persoonlijke stadsboek Istanbul schreef) en Elif Shafak (roman: De bastaard van Istanbul) in Istanbul, maken van dit reisboek tegelijkertijd een fascinerende literaire trektocht door vele landen. Want Theroux heeft de boeken van zijn gesprekspartners grondig gelezen en weet daar beknopt maar raak over te schrijven. Ook daarom stijgt het leerzame, scherp politieke en persoonlijke De grote spoorwegcarrousel retour ver uit boven het gemiddelde reisboek. Zowel beroemdheden als eenvoudige mensen die vechten om in leven te blijven hebben Theroux’ intense aandacht. Hij is oog en oor zonder zichzelf weg te cijferen: hij geeft geld, hij huilt, hij wordt ziek, hij bekritiseert en relativeert zichzelf.
Op de terugweg naar Berlijn en Londen, via Moskou, neemt Theroux vanuit Vladivostok de beroemde Transsiberië-expres en staat stil bij de Goelag. Als lectuur verwerkt hij de allerbeste boeken: Anne Applebaums Goelag: Een geschiedenis en Varlam Sjalamovs Berichten uit Kolyma. Schijnbaar moeiteloos verknoopt hij gesprekjes in de trein met passanten met die indringende lezingen van Applebaum en Sjalamov. Het resultaat is een veelzijdig, intiem en diepgravend reisboek dat de beste reisboeken van zijn voormalige vriend V.S. Naipaul naar de kroon steekt. Maar ik betwijfel of Paul Theroux dat een compliment vindt.