Tonee

DE HERINNERING EEN STEM GEVEN

TONEEL Ad memoriam revocare

‘Het verleden herstemmen’ zou een vertaling van de titel kunnen luiden, of ‘Geef stem aan de herinnering’. Maatschappij Discordia, de feniks van het Nederlandse toneellandschap, steeds herrijzend uit de vlammen van hun pure toneelkunst, introduceerde dit project in 1995 als een inkijk in het geheugen van een toneeltroep die al meer dan honderd jaar bestaat.

Ik schreef er toen op deze plek over: ‘Ik hou van acteurs die me rare dingen laten zien die je van acteurs eigenlijk nooit ziet: onzichtbare fantasieën, angsten, liefdes, opwellingen. De voorstelling zit daar vol mee. Het ziet eruit als een avond stijldansen, zo ongeveer op de helft van de cursus van een dansschool: niemand kan het al écht goed, iedereen daagt iedereen uit, niks staat vast, alles is onzeker. Particulier gesprokkelde anekdotiek, opgevist uit het gefilterd geheugen van de toneelspelers of uit hun favorieten uit de wereldliteratuur, mengt zich met fragmenten uit de toneelgeschiedenis van voorbije eeuwen.’

De toneelspelers van Maatschappij Discordia zijn ondertussen sadder and wiser geworden, gewassen door talloze wateren van bewondering en verguizing. Hun speelvloer is nog altijd de rommelzolder die hoognodig (tijdelijk) moet worden leeggeruimd om ruimte te maken voor de stamelende stemmen van toneelkunstenaars, voor flarden van herinneringen.

Kijkend naar Ad memoriam revocare editie 2008 ontdekte ik een mooie kant aan het werk van de toneelspelers van Maatschappij Discordia die ik voor mezelf nog niet zo had benoemd: de ruimte die je er krijgt om volkomen onbevangen, als een kind, te kijken. En óm te kijken, zelf te gaan citeren, de eigen herinnering een stem te geven.

In de tram terug schoot het eerste gedicht door mijn hoofd dat ik als aspirant-schoolmeester in 1966 foutloos uit het hoofd kon citeren en waaraan ‘mijn’ kinderen en ik in de vierde klas van onze lagere school nog veel plezier hebben beleefd: De wolken van Martinus Nijhoff, waarin de moeder aan de jonge Martinus (‘Ik droeg nog kleine kleren’) vraagt wat hij in de overdrijvende wolken ziet: ‘Ik riep – Scandinavië, en: eenden/ Daar gaat een dame, schapen met een herder/ De wond’ren werden woord en dreven verder/ Maar ’k zag dat moeder met een glimlach weende.’ Je ziet wat je ziet of meent te zien, je hoort wat je hoort of meent te horen, je hoeft aan niets te voldoen, er is geen examen, raden naar de herkomst van de teksten lijkt een aardig spel maar is in feite overbodig.

In 1995 waren ze – zo herinner ik me – nog met vijftien man, nu zijn ze met vijf. Volgende maand zullen ze – in een ander project – weer met meer (of met minder) opkomen uit het duister waarmee hier in een tekstflard Thomas Bernhard zijn boeken vergelijkt: ‘Het is een kunstgreep die ik vanaf het begin af aan heb gehanteerd. Je moet je voorstellen dat je in het theater bent, bij de eerste pagina haal je het doek op, de titel verschijnt, totale duisternis. Langzaam maken zich uit de duisternis woorden los die zich beetje bij beetje duidelijk als actie voordoen, met het uiterlijk en ook het innerlijk van de natuur. En juist vanwege hun kunstmatige karakter leiden zij tot een perfecte scherptediepte.’ In precies díe duisternis wordt alles helder.

Maatschappij Discordia krijgt van de Amsterdamse Kunstraad de komende jaren weer geld: 110.000 euro per jaar. In hetzelfde advies meldt de Kunstraad dat de schuilkerk in de rosse buurt (‘de Wallen’), Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, ruim twee ton subsidie méér krijgt. Misschien zit daar een mooi project in: Discordia speelt een stuk van Thomas Bernhard bij God op Solder. Eindelijk gerechtigheid!

Ad memoriam revocare wordt deze week gespeeld in Monty, Antwerpen