Reconstructie: hoe de SER een onmogelijk akkoord sloot

De herontdekking van de polder

23 oktober 2013 - De totstandkoming van het energieakkoord hing deze zomer aan een zijden draadje. De onderhandelaars scheerden langs de rand van de afgrond, met Shell manoeuvrerend op de achtergrond. Boeman Henk Kamp ontpopte zich als reddende engel. Een reconstructie uit de achterkamers.

Medium ser2

Aan het einde van een lange, hoge gang in het ministerie van Economische Zaken, vlak bij de werkkamer van de minister, ligt een zaal die zijn bijnaam ontleent aan de gestoffeerde panelen aan de muren: de blauwe zaal. Op vrijdag 28 juni, om half 9 ’s ochtends, verzamelt zich hier een groep onderhandelaars, negen man, onder wie minister Henk Kamp van Economische Zaken, Bernard Wientjes, voorzitter van de werkgeversvereniging vno-ncw, en Wiebe Draijer, voorzitter van het voornaamste Nederlandse polderinstituut, de Sociaal-Economische Raad (ser). Ze passeren een serie bronzen beelden in de gang, gaan door een antechambre met kersenhouten wanden en nemen plaats aan de ringvormige overlegtafel.

Draijer is goedgemutst. Onder zijn leiding wordt al een half jaar gepraat over een energieakkoord, een poging van bedrijfsleven, milieubeweging en overheid om overeenstemming te bereiken over het energiebeleid voor de komende tien jaar. Het is een uniek polderproces geweest: nog nooit waren zoveel verschillende partijen betrokken en nog nooit was de milieubeweging zo’n serieuze machtsfactor. Talloze hobbels zijn er genomen en overeenstemming over de grote lijnen – meer windmolens, sluiting van oude kolencentrales, investeringen in energiebesparing – is eindelijk in zicht. Als de minister nu meewerkt en met financiering over de brug komt, kan het akkoord er volgende week liggen.

Dan neemt EZ-minister Kamp het woord. Binnen een paar minuten helpt hij de aanwezigen uit de droom: hij veegt alle cruciale plannen van tafel. De onderhandelaars luisteren stomverbaasd naar zijn standpunten; dit hadden ze niet zien aankomen. Het ‘Nederlandse antwoord op klimaatverandering’ lijkt verder weg dan ooit. ‘Ik denk dat we ons moeten afvragen of we nu nog tot een akkoord kunnen komen’, zegt Wiebe Draijer vlak voordat hij de vergadering schorst.

Medium ser3

September 2011. In een oude werkplaats tegenover paleis Soestdijk, nu een creatieve ruimte, komen veertig mensen bij elkaar. Er zijn vertegenwoordigers van de overheid, de milieubeweging en het bedrijfsleven. Collectieve irritatie heeft ze bij elkaar gebracht. Nederland, vinden de aanwezigen, vaart een zwabberkoers als het gaat om de verduurzaming van de energiehuishouding. In de afgelopen tien jaar zijn er drie verschillende subsidiestelsels voor groene energie versleten. Bedrijven kunnen niet met zekerheid investeren, duurzame initiatieven komen moeizaam van de grond en de overheid wordt continu bestookt door belangengroepen die het beleid willen beïnvloeden. Niemand gelooft nog dat Nederland het Europese doel van veertien procent duurzame energieproductie in 2020 zal halen.

Initiatiefnemer van de bijeenkomst is Nederland Krijgt Nieuwe Energie (nkne), een organisatie die is opgericht om ‘de transitie naar schone, betaalbare en betrouwbare energie’ te versnellen. Boegbeelden zijn zkh prins Carlos de Bourbon de Parme – zoon van prinses Irene en net als zijn moeder geëngageerd natuurliefhebber – en Marco Witschge, een maatschappelijk verantwoord ondernemer met goede contacten in de politiek en een vurige wens om verandering teweeg te brengen. Het tweetal probeert al sinds 2010 sleutelspelers in de energiesector dichter bij elkaar te brengen. Ze hebben duurzame voorlopers en politieke mastodonten bijeengebracht. Herman Wijffels en Ed Nijpels houden een toespraak.

De ontmoeting in Soestdijk markeert een ommekeer, en niet alleen omdat alle relevante partijen in de energiewereld samen biologische broodjes eten. Het idee van een ‘Nationaal Energietransitie Akkoord’ komt voor het eerst ter sprake. De achterliggende gedachte: laten we, in de beste traditie van de overlegeconomie, proberen de tegengestelde belangen op één lijn te krijgen. Niet via vrijblijvende convenanten of via overheidsingrepen, maar door middel van onderhandelingen tussen de betrokkenen zelf.

Het voorstel verspreidt zich als een lopend vuur. ‘Je zag dat allerlei mensen in beweging kwamen’, zegt Tjerk Wagenaar, directeur van de invloedrijke Stichting Natuur Milieu. ‘Want iedereen was het erover eens dat er iets moest gebeuren en dat de politiek de antwoorden niet had.’

Een energieakkoord is echter tijdens Rutte I, met de pvv als gedoogpartner, in politiek Den Haag onbespreekbaar. Het is de tijd van polarisatie, niet van polderen. Maar het kabinet is nog niet gevallen of de milieuorganisaties grijpen hun kans. Marco Witschge van nkne spreekt met d66-partijgenoot en op dat moment vertrekkend ser-voorzitter Alexander Rinnooy Kan. Die regelt een kennismaking met zijn opvolger, Wiebe Draijer. Korte tijd later scharen de politieke partijen zich achter het energieakkoord. De sector, die al tien jaar met zichzelf in de clinch ligt omdat gevestigde belangen en vernieuwers met elkaar botsen, mag het nu zelf oplossen. Daarmee staat de polder voor een ongekende uitdaging. ‘Op het terrein van duurzaamheid van onze energievoorziening blijven we achter. We moeten een inhaalslag ensceneren die uiteindelijk leidt tot een concurrentievoordeel voor het bedrijfsleven.’ In zijn aanvaardingsspeech als ser-voorzitter maakt Wiebe Draijer zijn bedoelingen direct duidelijk. Met een succesvol energieakkoord kan hij laten zien dat zijn geplaagde polderclub toch wel wat kan presteren.

Draijer, een lange man met blond haar, een bescheiden en tegelijk zelfverzekerde blik en een ontwapenende vriendelijkheid, zei ooit in een interview over zichzelf dat hij in principe ‘alle problemen kan oplossen’. De oud-McKinsey-partner gaat voortvarend aan de slag.

Als Diederik Samsom (pvda) en Mark Rutte (vvd) in september het regeerakkoord presenteren, zijn de belangrijkste partijen – milieubeweging, werkgevers en overheid – bij de ser al in gesprek over het energieakkoord. Ze spreken een mediacode af: niemand mag iets zeggen over de inhoud van de gesprekken, en alleen de ser communiceert over het proces. De kaders uit het regeerakkoord zijn leidend: zestien procent duurzame energieopwekking in 2020, twee procent boven de Europese doelstelling, en dat mag geen extra geld kosten boven op de drie miljard euro subsidie voor groene energie die jaarlijks wordt opgehoest door burgers en bedrijven. Het akkoord moet er in de zomer liggen.

Ron Wit, hoofd van de afdeling energie van Stichting Natuur Milieu en een van de invloedrijkste groene lobbyisten van het land, trekt tijdens de vooronderhandelingen in november 2012 het initiatief naar zich toe. Wit, die een permanente scherpte uitstraalt, alsof hij op ieder moment klaar is om een examen af te leggen of een marathon te rennen, wil zo veel mogelijk ‘groene’ posities aan de onderhandeltafel van de ser. Het levert hem een eerste clash op met vno-ncw. ‘Je zag ze constant manoeuvreren om zo veel mogelijk nieuwe gesprekspartners buiten boord te houden’, herinnert Wit zich in een achtergrondgesprek. vno laat zich erop voorstaan het hele bedrijfsleven te vertegenwoordigen, en wil daarom niet dat De Groene Zaak, een alternatieve werkgeversvereniging voor groene bedrijven, aan tafel komt. Maar door de harde lijn van Wit en door de vernieuwingsdrift van Draijer, die juist meer organisaties bij het proces wil betrekken, moet vno uiteindelijk accepteren dat niet alleen Natuur Milieu en De Groene Zaak gaan meepraten, maar ook Greenpeace, Milieudefensie en De Duurzame Energiekoepel (duurzame energiebedrijven). In totaal schuiven bijna tachtig onderhandelaars aan, verdeeld over vier overlegtafels met elk hun eigen onderwerpen en doelstellingen, een tafelvoorzitter en een secretariaat. Bijna alles wat met energie te maken heeft komt ter sprake: van de verduurzaming van transport tot de isolatie van huizen, van lokale energieopwekking tot investeringen in clean tech.

Begin 2013 gaan de gesprekken van start. Gedurende de onderhandelingen houden wij continu contact met de betrokkenen in een poging de ondoorgrondelijke polder eens goed te belichten. Hoe functioneert het poldermodel als het onderwerp zo complex en veelomvattend is? Hoe gaat het in de praktijk? ‘Het proces is nu naar de andere kant van de maan’, zegt Draijer in maart in een achtergrondgesprek op zijn kamer bij de ser. ‘De onderhandelaars aan tafel moeten er nu uitkomen. Of het gaat lukken is de vraag, dat is echt spannend. Maar we zijn ons er met z’n allen van bewust dat we een modderfiguur slaan op het gebied van duurzaamheid, en dat kunnen we nu aanpakken.’

Ab van der Touw is een erudiet man met netjes gekamd grijs haar en een groot historisch bewustzijn. De van origine historicus en classicus is bij Siemens Nederland opgeklommen tot ceo en aficionado van de Nederlandse polder. Hij wordt voorzitter van tafel 2, waaraan besluiten moeten vallen over energiebesparing in de industrie en de grootschalige productie van zestien procent duurzame energie in 2020.

Om dit percentage te halen moeten enorme stappen worden gezet, in 2012 stond de teller pas op 4,4 procent. Naast kleinschalige productie met bijvoorbeeld zonnepanelen zijn een paar grote ‘werkpaarden’ nodig om voldoende groene stroom op te wekken: windenergie en de bijstook van biomassa zoals houtsnippers in kolencentrales. Aangezien er al in 2012 duidelijke afspraken over windmolens op land zijn gemaakt, spitst de strijd aan tafel 2 zich toe op het bouwen van windparken op zee en de bijstook van biomassa. De partijen staan lijnrecht tegenover elkaar: vno en Economische Zaken willen veel biomassa bijstoken en weinig ‘wind op zee’, want dat is nog erg duur. De groene belangen aan tafel willen het precies andersom: volgens hen levert wind op zee meer economische en milieuvoordelen op dan biomassabijstook en is het op termijn ook goedkoper. Wanneer de partijen aan deze belangrijke tafel 2 het eens worden, dan pas behoort het energieakkoord tot de mogelijkheden.

De groene coalitie heeft directe lijntjes bij EZ, bij politieke partijen, bij VNO én bij de achterban van VNO

Als hij de groep van twintig onderhandelaars voor het eerst tegenover zich heeft, in februari 2013, opent Van der Touw daarom met een peptalk. ‘Ik wil van u weten wat uw persoonlijke drive is om hier een succes van te maken’, zegt hij tegen de onderhandelaars. ‘Als ik zelf naar huis ga in juli en mijn kinderen onder ogen kom, heb ik twee mogelijkheden. Of ik moet zeggen I screwed up, het is mislukt. Of ik zeg: we zijn erin geslaagd een akkoord te sluiten met perspectief op de lange termijn, en daar heb ik mijn bijdrage aan kunnen leveren. Dat eerste gaat mij niet overkomen.’

Een van de onderhandelaars is Frits de Groot, teammanager op onder meer het dossier energie bij vno. De Groot is een goedlachse man met een schalkse blik en een licht Haags accent. Hij werkt al ruim vijftien jaar voor de werkgeversvereniging en straalt de rust uit van iemand die zich nooit op de kast laat jagen. De Groot gaat de dagelijkse onderhandelingen doen en vertolkt aan tafel 2 de vno-standpunten die hij bepaalt in overleg met onder anderen Cees Oudshoorn (directeur beleid) en Bernard Wientjes (voorzitter). Wientjes, Oudshoorn en De Groot krijgen hun mandaat weer van de bedrijven die lid zijn van vno – de werkgeversvereniging werkt als een getrapte raket.

Aan tafel 2 pleit vno vooral voor economische groei en voor een verstandige duurzame energietransitie. ‘Je moet ervoor zorgen dat de economie weer gaat draaien’, zegt De Groot in de beginfase in een achtergrondgesprek met De Groene, zittend in zijn kamer in de Malietoren (met uitzicht op het dak van EZ aan de overkant). ‘Groei is het belangrijkste.’ De werkgeversvereniging focust daarom op de kosten van het akkoord: het mag geen lastenverzwaringen opleveren, de energie-intensieve industrie moet worden ontzien, en als de ‘transitie’ goedkoper wordt door die iets te vertragen, dan is dat een goed idee. Immers: burgers en bedrijven zitten niet op dure verduurzaming te wachten.

vno heeft terdege rekening te houden met energie-intensieve bedrijven zoals staalfabrikant Tata Steel en aluminiumsmelter Aldel in de achterban. Zij verwachten dat grote investeringen in duurzame energie de energievoorziening duurder en minder betrouwbaar zullen maken en pleiten daarom voor terughoudendheid. ‘Qua omvang zijn de plannen voor wind op zee vergelijkbaar met acht Betuwelijnen’, tempert De Groot de verwachtingen. ‘Daar kun je niet op een vrijdagnamiddag even over besluiten.’

Zo ontspannen als De Groot is, zo gretig zijn de groene onderhandelaars. Na een jarenlange lobby zitten ze eindelijk met alle relevante spelers om de tafel: nu kunnen ze directe invloed uitoefenen. Ze zetten dan ook alles op alles om deze kans te benutten. Al in januari stampen de natuur- en milieuorganisaties, de groene werkgevers en de duurzame energiebedrijven een ongehoord samenwerkingsverband uit de grond. De groene clubs, die tot op dat moment bekend staan om hun onderlinge verdeeldheid, realiseren zich dat ze bij de ser alleen succesvol kunnen zijn door samenwerking. Ze starten een strategieteam met een goed netwerk en expertise op het gebied van beleid en campaigning. Dit team, met Ron Wit als belangrijkste dagelijkse onderhandelaar, bepaalt in overleg met de directeuren van de betrokken organisaties de inzet aan de onderhandelingstafel. De European Climate Foundation, een geldschieter waar onder meer de Nationale Postcodeloterij achter zit, betaalt voor de diensten van een onderhandelexpert. Ze spreken af dat ze de onderhandelingstafel niet zullen verlaten zonder akkoord.

Door het sterke netwerk heeft de groene coalitie directe lijntjes bij EZ, bij politieke partijen, bij vno én bij de achterban van vno. De ceo en andere medewerkers van het energiebedrijf Eneco denken op de achtergrond met de groenen mee, net als oud-cda-politicus Herman Wijffels. Als er iets geregeld moet worden, krijgen leden uit het strategieteam belopdrachten. ‘Het werkte uitstekend’, zegt Ron Wit als hij terugblikt op het unieke samenwerkingsverband. De vakbonden, die normaliter een belangrijke rol spelen in de polder, stonden tijdens de onderhandelingen voor het energieakkoord in de schaduw van de groene coalitie. Wit: ‘De grote milieuorganisaties en het groene bedrijfsleven hebben nog nooit zo intensief, zo sterk met elkaar geopereerd. De partijen aan de andere kant van de onderhandelingstafel voelden die kracht.’

Het is dan ook geen wonder dat de groenen de eerste tik uitdelen. Vooruitgeschoven post: Greenpeace, op 20 maart, in Trouw. Boodschap: de onderhandelingen – dan al drie maanden bezig – gaan te langzaam en ‘vno spreekt met twee tongen’. ‘Het is op dit moment de energie-intensieve industrie die de agenda van vno aan tafel grotendeels bepaalt’, zegt een nauw betrokken Greenpeace-campaigner rond dezelfde tijd in een achtergrondgesprek. ‘Maar de industrie erkent de opdracht [van zestien procent duurzame energie in 2020] eigenlijk niet. Hun boodschap is: energie is al zo duur en het moet niet veel gekker worden in dit land. Wij willen een andere houding afdwingen.’ Greenpeace begint een campagne gericht op bedrijven die zich met de ‘Dutch Sustainable Growth Coalition’ als groene voorlopers profileren, maar zich binnen vno, volgens Greenpeace, nog te weinig laten horen. Onder meer Philips, Unilever en dsm worden nu uitgenodigd om zich publiekelijk uit te spreken voor een stevig akkoord. ‘Wij willen boter bij de vis’, zegt de campaigner. ‘De eensgezindheid die vno pretendeert te hebben in de achterban klopt gewoon niet.’

Daarmee leggen de groenen de vinger op een zere plek. Want in de achterban van de werkgeversorganisatie zitten bedrijven die zich hard inzetten voor snelle vergroening, maar ook bedrijven die juist belang hebben bij de goedkope, fossiele energievoorziening, zoals Tata Steel. De poging om de vno-onderhandelaars via de eigen achterban onder druk te zetten wekt grote irritatie. Dit is ‘niet volgens de morele codes die gelden in het onderhandelen’, aldus een woordvoerder van de werkgevers. ‘Je laat elkaars achterban met rust.’ Toch gaat Greenpeace door met de campagne, precies zoals in het groene strategieteam is afgesproken. ser-voorzitter Draijer wordt zelfs van tevoren ingelicht. Hij vindt het tegen de spelregels, maar de groenen gaan stug door. Hun inschatting dat vno niet zomaar van tafel zal gaan, blijkt correct.

Een tegenzet volgt snel, althans in de beleving van de groenen. In een brief en een persbericht vragen de werkgevers de overheid een ‘topberaad’ over energie te organiseren ‘met alle relevante stakeholders’. Het groene kamp ontploft zo ongeveer. vno wil buiten de ser om, direct met de minister, in gesprek over energie! Alsof wij geen relevante stakeholders zijn! Ze interpreteren het als een poging om het ser-traject op te blazen en slaan alarm met een eigen persbericht. Maar het beraad, dat moet gaan over schaliegas en de concurrentiepositie van de chemische industrie, heeft volgens vno niets te maken met de ser. vno-voorman Wientjes moet eraan te pas komen om de groenen gerust te stellen. Het incident toont aan hoe licht ontvlambaar de verhoudingen zijn.

Minder zichtbaar, op de achtergrond, smeedt ondertussen de groene onderhandelaar Ron Wit nieuwe coalities. Een belangrijke bondgenoot komt uit onverwachte hoek: Dick Benschop, oud-pvda-politicus en nu president-directeur van Shell Nederland, een immer olijk lachende man met appelwangetjes en een kapsel met stevige, grijze lokken. Hij zet in november 2012 al een stap die typerend is voor de olie- en gasgigant: hij laat het consultancybureau McKinsey onderzoeken wat de beste manier is om de Nederlandse energiehuishouding te vergroenen. Als het resultaat in januari 2013 op zijn bureau valt, bepaalt Benschop de doelstellingen van Shell voor het energieakkoord en begint hij met een serie gesprekken. Hij praat onder meer met EZ, met de energiebedrijven en met Ron Wit.

De Shell-baas en milieuman zien elkaar op maandag 22 maart, ’s ochtends, in het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Ze kennen elkaar al van een gezamenlijke, succesvolle lobby voor de kolenbelasting, een maatregel uit het lenteakkoord die de winstgevendheid van kolencentrales drukt. Nu richten Wit en Benschop hun pijlen opnieuw op de kolencentrales en ze verhogen de inzet: ze willen de oudste, meest vervuilende kolencentrales sluiten. Voor de groenen is dat een belangrijk punt vanwege de grote CO2-uitstoot van de oude kolenketels, voor Shell gaat het bovendien om economische winst: hoe minder kolen worden verbruikt voor het opwekken van elektriciteit, hoe meer gas er nodig is – en toevallig verkoopt Shell dat. De bijstook van biomassa, een manier om groene stroom op te wekken die op steun van EZ en vno kan rekenen omdat het op de korte termijn relatief goedkoop is, willen Benschop en Wit juist beperken omdat de milieuwinst daarvan discutabel is en de oude kolencentrales daardoor juist langer open zullen blijven.

De relevantie van dit monsterverbond is moeilijk te overschatten. Terwijl Greenpeace op de voorgrond vecht met vno vormen de groenen op de achtergrond een coalitie met een van de belangrijkste bedrijven binnen vno. Benschop spreekt zich binnen de werkgeversvereniging duidelijk uit voor het pakket dat hij heeft besproken met Wit, die op zijn beurt begrip toont voor de belangen van Shell. Over verplichtende maatregelen op het gebied van energiebesparing in de energie-intensieve industrie maken ze geen afspraken. Wit is realistisch genoeg om in te zien dat Shell, zelf eigenaar van energie-intensieve raffinaderijen, daar geen belang bij heeft. Bovendien: polderen is een spel van geven en nemen.

De tussenstand half maart: schermutselingen op de voorgrond, inhoudelijke verkenningen die zicht bieden op een akkoord op de achtergrond. Iedereen heeft elkaars telefoonnummer en er wordt overal in het land afgesproken om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Iedereen weet nu: bij de ser moet het gebeuren.

Iedereen? Nee, de ambtenaren van het ministerie van EZ zitten bij de ser aan tafel maar voeren tot verbazing van velen ook parallelle gesprekken met de energiebedrijven. ser-voorzitter Draijer krijgt er hoofdpijn van, want in die aparte gesprekken komen dezelfde onderwerpen aan de orde: de zestien-procentnorm, de kolenbelasting, het bijstoken van biomassa. De geloofwaardigheid van het ser-proces, en daarmee van Draijers voorzitterschap, staat nu op het spel.

In maart grijpt Draijer in. Vanuit het ser-gebouw hoeft hij alleen maar de straat schuin over te steken, dan staat hij op de stoep bij EZ. Binnen zegt hij naar verluidt tegen topambtenaar Mark Dierikx: ‘Het is prima als jullie gesprekken willen voeren, maar dan moet je mij niet vragen om een energieakkoord. Als je wil dat er een akkoord komt, moeten jullie de gesprekken nu stilleggen.’

‘Akkoorden hebben slechts betekenis als ze tien jaar mee kunnen. En dat kunnen ze alleen als ze betaalbaar zijn’

Het ministerie moest eraan wennen dat de plannen nu echt ‘aan de andere kant van de straat’ gemaakt werden, zegt een betrokkene. EZ kiest uiteindelijk voor het draagvlak van de ser-partners, de gesprekken met de energiebedrijven gaan on hold. Achterliggende gedachte: lukt het bij de ser niet, dan kan het ministerie alsnog zelf aan de slag om een einde te maken aan het zwabberbeleid.

Draijer kan nu zijn tweede probleem aanpakken: de polder is vastgelopen. Na drie maanden onderhandelen aan vier overlegtafels met tachtig man is nog nergens overeenstemming over bereikt. Onderhandelaars beginnen zich nu hardop af te vragen of het op deze manier wel gaat lukken.

De ser-voorzitter besluit een stille verkenning te organiseren met de twee belangrijkste dagelijkse onderhandelaars van de groene coalitie en de werkgevers: Ron Wit en Frits de Groot. Hij nodigt ze op zondag 7 april uit in het Jagershuis in Ouderkerk aan de Amstel. De heren dineren in een afgesloten kamertje boven het restaurant en blijven tot diep in de nacht in gesprek. Ze worden het eens over de contouren van een mogelijk akkoord. De Groot geeft aan dat vno alleen meewerkt als de plannen betaalbaar zijn, terwijl Wit nogmaals inzet op het uitschakelen van de oudste kolencentrales. Het is de eerste keer dat de werkgevers en de groenen het erover eens zijn dat een akkoord überhaupt mogelijk is.

De grote onderhandeltafels blijven samenkomen, maar de belangrijke onderhandelingen vinden vanaf dit moment plaats in kleine groepen op de kamer van Draijer in het ser-gebouw, of en petit comité buiten de ser.

Een maand na het Jagershuis zet Ron Wit een volgende cruciale stap: hij maakt een één-op-één-afspraak met oud-pvda-milieuminister, nu voorman van de branchevereniging van de energiebedrijven, Hans Alders. De heren zien elkaar ’s avonds, na het eten, in de lobby van het Amrath Hotel aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. ‘Je moet elkaar in de ogen kijken’, zegt Alders achteraf. ‘Wat speelt er nu, waar zit de ruimte. Die hebben wij samen verkend.’

Alders heeft een totaal verdeelde achterban. Hij moet relatief groene energiebedrijven zoals Eneco perspectief bieden op een stevig duurzaam akkoord, en tegelijkertijd de schade beperken voor energiebedrijven met (meerdere) kolencentrales, zoals e.on en rwe. Grootste pijnpunt voor die bedrijven is de kolenbelasting die de winstgevendheid van hun nieuwe centrales drukt. Als die belasting kan komen te vervallen, scheelt dat tot 2020 ieder jaar 190 miljoen euro. Daarmee kunnen ze de pijn die ze momenteel lijden – er zijn in de afgelopen tien jaar veel te veel kolen- en gascentrales gebouwd, zodat de verkoop van elektriciteit nu amper geld oplevert – verzachten.

Wit en Alders komen tot een mogelijke deal. Als de energiebedrijven vijf oude kolencentrales sluiten en akkoord gaan met een beperking op de bijstook van biomassa, gaat de milieubeweging akkoord met het schrappen van de kolenbelasting. De uitruil is nog niet in beton gegoten, maar het gesprek ‘heeft in het verdere verloop zeker een rol gespeeld’, aldus Alders.

Wie verwacht dat na de verschillende vooroverleggen het proces makkelijker loopt, komt bedrogen uit. Het tegenovergestelde is waar: juist omdat de onderhandelaars weten dat een akkoord mogelijk is, verharden ze in hun posities. Nu gaat het erom de omstandigheden naar je hand te zetten en de buit voor je achterban binnen te halen. vno begint.

Medium ser1

De bom valt op 14 mei. Tafelvoorzitter Ab van der Touw begint de sessie van tafel 2 met een historische anekdote, zoals hij dat steeds doet. Vandaag vertelt hij over het bombardement op Rotterdam, 73 jaar geleden. Dat blijkt symbolische waarde te hebben: tijdens het overleg geeft Frits de Groot aan dat vno het akkoord zal opblazen als er geen lastenverlichting voor de industrie komt. Door de Rotterdam-anekdote komt het vno-standpunt bij de groenen bekend te staan als ‘de bom van Frits’ – zo verbaasd zijn de groenen dat de werkgevers bereid zijn om alle geboekte voortgang op te blazen. De Groot heeft in het groene kamp vanaf dat moment de bijnaam ‘Frits Bom’.

Hij kan daar achteraf hard om lachen en legt het standpunt geduldig uit. ‘Wij hebben die dag opnieuw het perspectief van de kosten ingebracht. Je kunt blijven praten over doelstellingen, maar je moet ook kijken naar de gevolgen voor het bedrijfsleven dat internationaal concurreert.’ De vno-onderhandelaars zien het als hun verantwoordelijkheid om de kosten te beperken. De Groot: ‘Akkoorden hebben slechts betekenis als ze tien jaar mee kunnen. En dat kunnen ze alleen als ze betaalbaar zijn.’ Een maand later, als het kabinet bekendmaakt dat het zes miljard extra gaat bezuinigen, zal vno dit verhaal luider en luider verkondigen. De boodschap is simpel: als de werkgevers geld wordt ontnomen dat het kabinet eerder heeft toegezegd, zal het akkoord sneuvelen. De werkgevers accepteren geen lastenverzwaringen.

De groene coalitie laat zich door deze retoriek uit de tent lokken. Op 17 mei schuiven de groene directeuren aan in de kamer van Wientjes in de Malietoren. Ze praten een uur. Wientjes is eerst zelf aan het woord, over dat energie niet te duur moet worden door het akkoord, omdat de industrie dan zal wegtrekken. Sylvia Borren, directeur van Greenpeace, hoort het aan, en vertelt vervolgens over klimaatverandering, dat die nu plaatsvindt, en dat ook Nederland daar nu naar moet handelen. ‘Dit is bloedserieus’, zegt ze. ‘Het gaat over het leven zelf.’

Iets in het optreden van Borren moet indruk hebben gemaakt op Wientjes, want een dag later vraagt hij haar mee uit eten. Die avond spreken ze af dat Greenpeace noch vno van tafel zal gaan voordat ze echt hebben onderhandeld. Het is de polder in optima forma: als je elkaar niet vertrouwt, als je denkt dat het mis gaat, investeer je juist extra in vertrouwen.

Tot eind mei speelt minister Kamp van EZ een stille hoofdrol: hij stelt namens het kabinet de doelen en de (financiële) kaders en wacht af. Voorzover hij al positie heeft gekozen, laat hij dat niet merken. Tijdens een eerste gesprek op zijn ministerie reageert Kamp op de plannen die bij de ser over tafel gaan. Hij blijkt nog geen centimeter af te wijken van het vvd-partijprogramma: biomassa is voorlopig goedkoper en van windmolens op zee is hij nooit fan geweest. ‘Al met al is mijn conclusie dat het voor ons de verkeerde kant op gaat’, schrijft Ron Wit na het overleg met Kamp in een mail aan zijn achterban die via-via in onze handen is gekomen. ‘Er zit te veel een vvd-sausje over alles.’

De groenen hebben echter goede argumenten aan hun zijde: biomassabijstook levert geen innovatie op en de klimaatvoordelen zijn omstreden. Om hout te verbranden in Nederlandse kolencentrales is bovendien subsidie nodig en wordt het milieu elders zwaar belast. Het spul is nu relatief goedkoop, maar zal op termijn duurder worden. Wind op zee is dan wel duur, maar Nederlandse bedrijven kunnen er tenminste aan verdienen.

Greenpeace-directeur Sylvia Borren sms’t naar VNO-voorman Bernard Wientjes: ‘Ik wil nu uren in je balboekje’

Half juni krijgen deze argumenten de overhand bij vno en bij EZ. Shell-baas Benschop speelt daarin weer een belangrijke rol. Met enkele andere ceo’s spreekt hij zich binnen vno uit tegen biomassa en als hij op 15 juni is uitgenodigd op de vvd-partijraad om te spreken over energie zegt hij in de wandelgangen tegen Kamp: ‘Als je kiest voor wind op zee en een beperking van biomassabijstook krijg je een akkoord dat beter voorsorteert op de toekomstige energiemix, dat meer banen oplevert en dat minder kost dan de plannen uit het regeerakkoord. Dit moeten we gaan doen.’

Misschien zou Benschop dit ook uit zichzelf gezegd hebben, maar Ron Wit heeft hem vlak voor de vvd-partijraad nog even opgebeld om de talking points door te nemen. Ook de andere spreker op het vvd-evenement wordt door drie mensen uit het groene strategieteam benaderd met een ‘boodschappenlijstje’. Zo brengen de groenen hun argumenten waar het ertoe doet. Met effect. Eind juni zegt Wientjes in de Volkskrant dat hij intern ‘de blaren op zijn tong praat om de noodzaak van verstandig inzetten op windenergie aan te tonen’. Wat Kamp met de goede raad van Benschop doet, houdt de ervaren politicus nog even voor zichzelf.

Zo ontstaat er een gematigd optimistische sfeer. vno heeft met succes gehamerd op kostenbeheersing, de groenen hebben hun punt gemaakt over biomassa en wind op zee. Ondanks het feit dat het kabinet sinds begin juni discussieert over extra bezuinigingen van zes miljard euro lijkt een akkoord nu mogelijk. Op donderdag 27 juni wordt bij vno de hele dag vergaderd over het energieakkoord. Belangrijke bedrijven uit de Dutch Sustainable Growth Coalition, die gedurende het hele proces zwaar zijn belobbyd door Greenpeace, spreken zich luid en duidelijk uit voor een akkoord. De groenen zien het als een van hun overwinningen: de energie-agenda van vno wordt niet langer gedomineerd door een defensief smaldeel uit de energie-intensieve industrie. De vno-onderhandelaars krijgen een simpele boodschap mee: dit akkoord moet er komen.

Een dag later in de blauwe zaal lopen de afgevaardigden van de ser, vno en de groenen tegen de muur die Henk Kamp heet. Veel wind op zee? Te duur. Geld steken in energiebesparing in de gebouwde omgeving? Er is geen geld. Beperken van biomassabijstook? Niet acceptabel. En zo ging het door. De bijeenkomst komt bekend te staan als ‘het njet van Kamp’. ‘Ik dacht dat we er bijna waren’, zegt Draijer achteraf. ‘Kamp dacht daar duidelijk anders over.’

Tijdens de schorsing volgt koortsachtig overleg. De ser-voorzitter maakt een rondje langs de verschillende onderhandelaars om te horen of en hoe ze door willen. Zijn indruk: de schrik zit er goed in maar het pragmatisme overheerst – iedereen wil verder praten. Door de opmerkingen van Kamp is een ‘nieuwe realiteit’ ontstaan, het is nu zaak daarnaar te handelen. Na de schorsing verschuift Kamp de deadline met een week tot 12 juli. Hij belooft dat zijn ministerie met een notitie zal komen om duidelijk te maken welke maatregelen wél kunnen.

De groenen zien de opstelling van Kamp als een coup. De dappere polderaars hebben al een half jaar met elkaar zitten praten, en door nu met zijn vuist op tafel te slaan zet Kamp alle omstandigheden naar zijn hand. Hij zegt ‘njet’ zodat hij zelf het akkoord kan herschrijven!

Volgens het ministerie is Kamp simpelweg als laatste aan zet. Hij heeft de polder gevraagd om een totaalpakket dat geen extra geld zou kosten, en dat is niet wat hij krijgt voorgeschoteld. Omdat er nog geen finale voorstellen zijn gedaan, hebben vvd en pvda ook nog geen politieke overeenstemming bereikt over hún visie op het akkoord – ze zijn veel drukker met de extra bezuinigingen van zes miljard euro. De minister heeft domweg nog geen geld en nog geen politiek mandaat om een akkoord te sluiten.

Door nu het hele proces bijna te laten stranden, versterkt Kamp zijn onderhandelingspositie tegenover pvda-minister van Financiën Dijsselbloem, die vooralsnog geen extra geld wilde toezeggen, maar wiens partij zich niet kan riskeren dat het energieakkoord mislukt. (Dat zou pvda-leider Samsom, met zijn Greenpeace-verleden en zijn groene profiel, zwaar beschadigen.) Tegelijkertijd dwingt hij het vvd-smaldeel dat zich verzet tegen grote investeringen in wind op zee in het gareel. Als het kabinet draagvlak wil, en dat wil dit kabinet, dan zal nu ook de vvd moeten meewerken aan een politieke deal.

Het njet van Kamp drijft bovendien het bedrijfsleven en de groene coalitie in elkaars armen. Vooral de gretige groenen willen voorkomen dat de onderhandelingen knappen. De oplossing ligt nu voor de hand: de groenen, werkgevers en energiebedrijven moeten het onderling eens worden. Dat geeft ze een sterke positie om een nieuw gesprek met Kamp aan te gaan. Als het hele maatschappelijke middenveld er onderling uitkomt, moet het kabinet wel kleur bekennen.

Op maandag 1 juli sms’t Greenpeace-directeur Sylvia Borren naar vno-voorman Bernard Wientjes: ‘Ik wil nu uren in je balboekje.’ Wientjes reageert niet, maar de volgende ochtend om tien uur gaat Borren samen met Tjerk Wagenaar, de directeur van Natuur Milieu, gewoon naar vno-ncw toe. In de hal sms’en ze: ‘Bernard, we zijn er. Nu!’ Even later zitten de groene directeuren om de tafel met Wientjes en in twee uur tijd worden de mogelijke contouren voor een akkoord tussen de groenen en de werkgevers op papier gezet. Twee A4’tjes, handgeschreven door Wagenaar – het enige stuk dat niet gelekt is.

Dat weekend, op zaterdag 6 juli, komen vier onderhandelaars bij elkaar in het kantoor van Greenpeace in Amsterdam, een gerenoveerd pakhuis aan de Piet Heinkade, waar in de hal wereldbollen van papier-maché hangen, visnetten en spandoeken van acties die Greenpeace heeft gevoerd. Ron Wit komt samen met Joris Thijssen van Greenpeace. Voor de werkgevers is Frits de Groot aanwezig, Hans Alders vertegenwoordigt de energiebedrijven. Het is een zonnige dag: vanaf de onderhandelingstafel in de verder verlaten kantine kunnen de mannen naar buiten kijken, naar het IJ waar continu bootjes langs varen. Gezeten tussen de actievoerdersrekwisieten in de Greenpeace-kantine werken ze samen aan de mogelijke hoofdlijnen van een onderling energieakkoord. De belangrijkste EZ-onderhandelaar werkt ondertussen thuis, alleen, aan de notitie die Kamp had beloofd.

Op maandag volgt een lange finale dag van onderhandelingen bij vno in de Malietoren, waarbij ook directeuren van de groene coalitie en de werkgevers aanwezig zijn. Op woensdag worden de laatste punten afgetikt. In de ‘non-paper’ waarin ze hun overeenstemming vastleggen, gaat vno mee met een ambitieus plan voor wind op zee, en met een harde beperking van de biomassabijstook. In ruil wordt de energie-intensieve industrie door de milieubeweging ontzien en wordt het percentage van zestien procent duurzame energie in 2020 opgeschoven naar 2023. Dit is een cruciale zet: door de investeringen in groene energie over een langere periode uit te smeren, realiseren de onderhandelaars tot 2020 cumulatief 1,5 miljard euro lastenverlichting ten opzichte van de plannen uit het regeerakkoord.

In de notitie van Economische Zaken die op dinsdag wordt rondgestuurd, blijkt niets concreets te staan. Op alle punten waar EZ met cijfers moet komen, staat ‘PM’. Pro memorie. Pas in te vullen als Kamp een nieuw mandaat heeft gekregen in het kabinet. Dat mandaat komt pas twee dagen voor de allerlaatste deadline. Op woensdag 10 juli, de dag dat de finale onderhandelingen voor het akkoord zullen plaatsvinden, is er een begrotingsoverleg op de kamer van Dijsselbloem. Politiek leiders Samsom van de pvda en Zijlstra van de vvd praten daar met de minister van Financiën over de bezuinigingen van zes miljard euro. Kamp gaat naar Dijsselbloems kamer met zijn belangrijkste onderhandelaar, die een groot spreadsheet heeft meegenomen met daarin alle relevante getallen. In dit overleg krijgt Kamp het mandaat en het budget dat hij nodig heeft om alsnog een akkoord tot stand te brengen. De vierhonderd miljoen euro bijvoorbeeld die hij eerder niet kon toezeggen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving krijgt hij alsnog. Kamp verlaat de kamer van Dijsselbloem en loopt in een rechte lijn door naar de blauwe zaal, waar Wiebe Draijer en alle onderhandelaars op hem wachten. Draijer heeft de finale onderhandelingen expres verplaatst tot ná het overleg bij Dijsselbloem, zodat hij zeker wist dat Kamp een politieke deal kon sluiten.

De sfeer is een stuk beter dan tijdens de vorige sessie in de blauwe zaal. Na de opening van Draijer legt Kamp uit dat hij het akkoord heeft kunnen bespreken in het kabinet en dat hij tot een pakket van maatregelen is gekomen. Hij presenteert zijn voorstellen in euro’s, petajoules en megawatts. Voor het eerst in het hele proces komt EZ met harde cijfers. Daarna is ruimte voor vragen en wordt er geschorst. Zoals gebruikelijk verspreiden de onderhandelaars zich over de gang. Ze eten van het Indisch buffet dat de minister heeft laten komen – spekkoek toe. Als de delegaties om half elf ’s avonds de blauwe zaal verlaten, is het akkoord op hoofdlijnen een feit. Wiebe Draijer moet dansend op vakantie zijn gegaan.

Wat dan volgt is consolidatie. Half augustus blijkt uit de doorrekeningen dat de duurzame doelen nog steeds niet helemaal worden gehaald, vervolgens wordt er stevig heen en weer onderhandeld over aanvullende maatregelen. Op 26 augustus zijn de finale onderhandelingen en verandert de blauwe zaal van Kamp in een Poolse landdag, met persvoorlichters en onderhandelaars in de vensterbank. Bij het Indisch buffet dat opnieuw staat opgediend in de gang voor de blauwe zaal maakt Kamp een praatje met de groene onderhandelaars. Daarna wordt er nog een uurtje gesproken en is het klaar.

‘Iedereen is ontevreden, dus het is een goed akkoord’

Er komt een onafhankelijke commissie bij de ser, met Ed Nijpels als voorzitter, om erop toe te zien dat alle plannen uit het akkoord daadwerkelijk uitgevoerd worden. Als alles goed gaat, wat onwaarschijnlijk is (zie kader), produceert Nederland in 2020 veertien procent duurzame energie. De ambitie uit het regeerakkoord van zestien procent in 2020 wordt naar beneden bijgesteld, maar daar staat draagvlak tegenover. De politieke partijen zijn tevreden: de vvd krijgt lastenverlichting ten opzichte van het regeerakkoord, de pvda krijgt zichtbare duurzaamheid met wind op zee.

Hoe het is gelukt? De partijen gingen op cruciale momenten met elkaar in gesprek. Juist als het moeilijk werd, zochten ze elkaar op. De onvrede over het zigzagbeleid was zo hoog opgelopen dat iedereen een akkoord wilde. En de mensen die elkaar in het begin zo wantrouwden, leerden elkaar kennen. Ab van der Touw merkte dat bij hem aan tafel: ‘Mensen moesten het beeld bijstellen dat ze van de ander hadden. Ze ontdekten dat de ander toch niet zo’n onredelijk type was.’ Misschien is dat wel de kern van het energieakkoord: de verschillende belangenbehartigers hebben elkaars taal leren spreken, elkaars inzet leren waarderen. De werkgevers zien de groenen niet langer als hardnekkige idealisten, en de groenen zien de werkgevers niet langer als saboteurs van vergroening. Ze hebben elkaar gevonden in pragmatisme, in de wens om concrete oplossingen te zoeken voor grote uitdagingen. Niemand loopt daar fluitend van weg. Het akkoord staat vol met ‘second best’-oplossingen, maar dat wisten alle partijen die zich committeerden aan dit polderproces, waarin consensus wordt bereikt door geven en nemen. ‘Iedereen is ontevreden, dus het is een goed akkoord’, aldus vvd-Kamerlid René Leegte.

6 september. Het akkoord wordt ondertekend bij de ser. Bij de presentatie worden korte praatjes gehouden. Kamp is tevreden, Wientjes heeft het over een synthese van ‘de koopman en de dominee’, Borren is dreigend, want de groenen hebben onderling afgesproken dat de retoriek van ‘dit is onvoldoende’ en ‘we houden u in de gaten’ direct weer de boventoon moet voeren. Tjerk Wagenaar, die reageert namens de groene coalitie, is geëmotioneerd. Het akkoord is niet voldoende om klimaatverandering te stoppen, maar als bijdrage is het van belang voor alle mensen op aarde die te maken hebben met klimaatverandering, zegt hij, en voor alle kinderen die recht hebben op een leefbare en schone aarde. Als hij tegen het einde van zijn korte speech in de snik schiet, buigt Kamp zich naar hem toe en mompelt zachtjes een steunend woord. Even later, als de volgende spreker het woord neemt, pakt Wientjes de arm van Wagenaar kort vast, en geeft een klein kneepje.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten


Over het onderzoek

De onderzoeksgroep energie klimaat volgde vanaf eind 2012, met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, de onderhandelingen bij de SER voor De Groene Amsterdammer. Eerder publiceerde de groep over de Nederlandse fossiele energiepolitiek het dossier Land van gas en kolen, dat inmiddels genomineerd is voor de aanmoedigingsprijs onderzoeksjournalistiek van de Vereniging voor Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Om deze reconstructie te schrijven onderhield de onderzoeksgroep continu contact met ingewijden. Tijdens en na het proces werd gesproken met alle belangrijke spelers, In totaal werden ruim zestig gesprekken gevoerd. Sleutelspelers hebben het artikel ter inzage gekregen voor publicatie. Meer informatie ishierte vinden.

Voor een verantwoording en literatuurlijst, kijk hier.


Het energieakkoord

In het akkoord zijn grote investeringen in wind op zee vastgelegd: tot 2023 moet er voor 4450 MW aan windvermogen op zee worden bijgebouwd. Ter vergelijking: het grootste windmolenpark dat nu in zee staat wekt 120 MW op. De kosten van de investeringen zijn geraamd op 13,6 miljard euro tot 2020. Er is een (omstreden) ‘kostenreductiepad’ van veertig procent afgesproken: lukt dat niet en blijft windenergie te duur, dan wordt er minder gebouwd.

In het akkoord is afgesproken dat vijf oude kolencentrales zullen sluiten. De drie nieuwe, veel grotere kolencentrales die binnenkort in productie gaan, kunnen de komende jaren doordraaien zonder hinder van de kolenbelasting. Het wegvallen van die kolenbelasting kost de fiscus jaarlijks 190 miljoen euro, die wordt gedekt door een verhoging van de energiebelasting vanaf 2016.

In 2020 mag er in kolencentrales maximaal twee maal zo veel biomassa bijgestookt worden als in 2012. Het rijk wilde de biomassabijstook aanvankelijk verder verhogen. Aan de gebruikte biomassa worden strenge duurzaamheidseisen gesteld.

De overheid heeft vierhonderd miljoen euro toegezegd voor energiebesparing in de gebouwde omgeving. Alles bij elkaar levert het akkoord vijftienduizend banen op. Burgers en coöperaties die zelf energie gaan opwekken met bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen een beperkt deel van hun investeringen aftrekken van de energiebelasting.

Per saldo leveren alle maatregelen uit het akkoord gezamenlijk 1,5 miljard euro lastenverlichting op ten opzichte van de plannen uit het regeerakkoord, omdat de ambitie van zestien procent duurzame energieproductie in 2020 is afgezwakt. De aanspraak op de subsidiepot voor duurzame energie wordt hiermee beperkt. Dit levert huishoudens op de energierekening in 2020 een besparing op van in totaal 321 miljoen euro.

Het is onwaarschijnlijk dat met het energieakkoord alle duurzame doelen gehaald worden. Een onafhankelijke borgingscommissie moet erop toezien dat er indien nodig aanvullende maatregelen komen.

Veel overige plannen in het akkoord vallen onder de noemer ‘vage intentieverklaringen’. Op het gebied van energiebesparing in de energie-intensieve industrie zijn nauwelijks verplichtende maatregelen afgesproken. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ is daarmee niet toegepast. Over de Nederlandse fossiele gasvoorziening – goed voor twaalf miljard euro aan staatsinkomsten in 2013 – rept het akkoord niet. Over zaken die politiek onbespreekbaar zijn, zoals de kilometerheffing, zijn geen harde afspraken gemaakt.


Bij de nominatie voor de LOEP

29 augustus 2014 - Het onderzoek van Belia Heilbron, Jelmer Mommers, Thomas Muntz en Huib de Zeeuw is in augustus 2014 door de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) genomineerd voor een Loep (categorie aanmoedigingsprijs). Bij de nominatie schreef de jury: ‘Uiterst gedetailleerd inzicht in hoe de poldercultuur werkt door talloze gesprekken verkregen. En nog eens spannend en leesbaar geschreven ook.’ De andere genomineerden in de categorie aanmoedigingsprijs (journalisten tot en met 30 jaar) zijn Leonie van Nierop voor NRC Handelsblad en Maxie Eckert en Koen Baumers voor De Standaard en Het Nieuwsblad. Kijk hier voor alle nominaties.

Heilbron, Mommers, Muntz en De Zeeuw zijn als onderzoeksgroep op het gebied van energie en klimaat actief bij De Onderzoeksredactie, een nieuwe non-profit voor onderzoeksjournalistiek waarvan De Groene Amsterdammer partner is.


Beeld: Paul Nijhuis, Lex van Lieshout, Maarten van Dijl / ANP