Willem Melching en

De Herr en de krijgsheer

De twee leiders stonden recht tegenover elkaar: Hitler en Churchill. Als ze al respect voor elkaar hadden, dan was dat gebaseerd op wederzijdse angst. Ze leken gedurende de oorlog op twee grommende vechthonden die constant met ontblote tanden om elkaar heen liepen. Hitler sprak over Churchill als ‘die dronkaard!’ En wanneer Churchill voor de radio en in het Lagerhuis over Hitler sprak, was het altijd: ‘Herr Hitler’.

Harry van Wijnen, ‘Blood, Sweat and Tears’, € 29,95
Willem Melching, Hitler, € 19,95 e-book, € 11,99

De historicus Willem Melching, die moderne geschiedenis aan de UvA doceert, schreef een zeer lezenswaardige biografie over Hitler en de bijzonder hoogleraar geschiedenis van de pers aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam Harry van Wijnen schreef een niet minder lezenswaardig boek over Churchill. Het boek van Melching heet Hitler: Opkomst en ondergang van een politicus. Het boek van Van Wijnen heet Blood, Sweat and Tears: Churchills onwrikbare geloof in de overwinning. Wanneer je ze na elkaar leest, krijg je een bijzonder beeld van deze twee krijgers en vooral kom je te weten hoe de Duitse en Engelse bevolking over hun leiders dachten.

Wanneer stond Hitler op het toppunt van zijn macht? Dat was op 22 juni 1940. Frankrijk had gecapituleerd. ‘De vernedering van de Eerste Wereldoorlog was uitgewist’, schrijft Melching. ‘Op 10 mei’ van datzelfde jaar, zo schrijft Van Wijnen, ‘de dag waarop de Duitse legers Nederland, België en Luxemburg binnenvielen, werd Winston Churchill door koning George VI benoemd tot premier van Groot ­Brittannië, nadat een opstand onder de backbenchers van de Conservatieve Partij in het Lagerhuis de val van Neville Chamberlain had ingeleid.’ Dat Churchill prime minister was geworden zinde Hitler niet. Hij kende Churchills verachting voor hem, maar hij meende tot op dat moment dat Groot-Brittannië bereid zou zijn te onderhandelen en sloeg de raad van zijn militaire adviseurs in de wind om een grote luchtaanval op Engeland uit te voeren. Op 19 juni 1940 hield hij een rede in de Rijksdag, waarin hij de Britten opriep de oorlog op te geven. ‘Achter de schermen’, schrijft Melching, ‘waren er zelfs voorzichtige sonderingen om tot onderhandeling te komen.’

Maar Churchill moest er niet aan denken. Van Wijnen citeert al op de eerste bladzijde van zijn boek de paragraaf die leidend zal zijn voor het bewind van Churchill: ‘Het gaat ons om niets minder dan de overwinning – de overwinning tot elke prijs. We zullen de overwinning behalen, ondanks alle terreur die ons te wachten staat. En we zullen overwinnen, hoe lang en zwaar de weg die we daarvoor moeten gaan ook moge zijn: want zonder overwinning zullen we niet leven.’

Wat beide boeken zo uiterst lezenswaardig maakt, is dat ze breken met iets wat je traditionele geschiedschrijving kunt noemen. Melching wil Hitler welbewust niet neerzetten als een psychopaat, maar als politicus; hij schetst de politieke daden en strategieën. Aan het boek van Van Wijnen kun je merken dat hij journalist is geweest; hij heeft de biografieën van de schrijvers, journalisten en politici gelezen die reageren op Churchill en de oorlog. In beide boeken kom je veel meer dan voorheen te weten hoe de bevolking dacht, de intellectuelen, de ‘andere’ politici, wat precies de politieke motieven en overwegingen waren.

Een paar keer schrijft Melching dat onder het Duitse volk, zelfs op Hitlers hoogtepunt, een anti-oorlogsstemming heerste. ’Zo kwamen de aanbetalingen in het Volkswagen-spaarplan vrijwel tot stilstand en niemand leende meer Mein Kampf uit de bibliotheek. De Duitsers beseften vanaf de eerste dag dat de oorlog zwaar zou worden en waarschijnlijk niet te winnen.’ Ofschoon er succes op succes werd geboekt.

Engeland daarentegen had het zwaar te verduren. Het volk leed. En Churchill geneerde zich niet om soms over het einde van Engeland te spreken: ‘Let it end only when each one of us lies choking in his own blood upon the ground.’

Dit alles brengt twee vragen met zich mee: als Hitler geen psychopaat was, en het Duitse volk eigenlijk geen vertrouwen had in een eindoverwinning, hoe kan het dan dat hij zo charismatisch was? En hoe is het Churchill gelukt om een volk dat, zeker in het begin, verlies op verlies leed, op de been te houden?

Wanneer Melching de politicus Hitler beschouwt, vallen al een paar dingen op. Hitlers ideeën waren niet ‘exotisch’, maar ze sloten aan bij een gedachtegoed dat al bestond. Of, in de woorden van Melching: ‘Er was tussen 1933 en 1945 geen sprake van een handjevol misdadigers dat een bevolking van tachtig miljoen in zijn greep hield en op eigen houtje een misdadig complot uitvoerde. Er was in deze jaren sprake van een breed gesteunde politieke beweging, die op basis van een uitgesproken ideologie de bevolking grootse beloftes deed.’

Maar waar kwam dan de invloed van Hitler vandaan? Melchings antwoord daarop is dat Hitlers charismatisch leiderschap gebaseerd was op successen en op zijn improvisatietalent. Na 1933 wist hij succes op succes te boeken en dat verstevigde zijn staat van heiligheid. Hij had het tij mee, ook economisch. ‘Nog steeds zien veel Duitsers het terugdringen van de werkloosheid als een prestatie van formaat. Maar het is zeer de vraag of dit een verdienste van Hitler was. (…) Was de toename van werkgelegenheid niet eerder het gevolg van de aantrekkende internationale economie? (…) In feite stuurde Hitler vanaf 1937 Duitsland onafwendbaar in de richting van de economische afgrond.’ En verder improviseerde en gokte Hitler, en zolang hij succes bleef houden, bleven de Duitsers loyaal.

Uiteindelijk diende Hitlers economische politiek slechts één doel: ‘het omvormen van de Duitse economie tot een goed geoliede oorlogsmachine’. En omdat dat ook mislukte, en omdat de tegenstand in de oorlog steeds groter werd, restte Hitler, als overtuigd antisemiet, nog maar één ding: de holocaust – de industriële uitroeiing van de joden. Het zou, als hem dat zou lukken, in de ogen van de Duitsers succes brengen; zelfs als hij de oorlog verloor – en daar werd ernstig rekening mee gehouden – zou hij geroemd worden om de totale uitroeiing van de joden. ‘De volgzaamheid van het Duitse volk was in de laatste oorlogsjaren niet meer in hoofdzaak gebaseerd op dankbaarheid voor de successen. De basis van de macht was nu angst. Angst voor de repressie door de nazi’s, maar vooral angst voor de wraak van de geallieerden voor de afgrijselijke misdaden waar het grootste deel van het Duitse volk medeplichtig aan was. Duitsland lag fysiek en moreel in puin.’

Het verrukkelijke van het boek van Van Wijnen is dat we door de ogen van schrijvers, politici en journalisten plus degenen die dicht hij Churchill stonden de oorlog van een totaal andere kant beleven. Churchill kon niet bogen op succes na succes. Hij had aanvankelijk geen charisma zoals Hitler. Maar hij was een groot orator en ‘a fighting spirit’.

Wat opvalt is dat Hitler en Churchill nog meer elkaars antagonist waren dan we vermoedden. Hitler: vegetariër, geen alcohol en – belangrijker – geen goed militair strateeg die zich in de oorlog ook wat achter de linies heeft schuilgehouden. Churchill: een wat depressieve kruid snuivende levensgenieter wiens drankgebruik legendarisch was en een groot politicus en militair strateeg: in every inch a warlord. Churchill wist precies hoe je het Lager- en Hogerhuis moest bespelen. Hij wist precies wie hij in zijn vijf man tellende War Cabinet wilde hebben en waarom. Hij wist zelfs de koning te bespelen die aanvankelijk niet zo geporteerd was voor Winston.

Maar hoe bespeelde hij de Engelsen? Dat deed hij met zijn shakespeareaanse redevoeringen die hij één keer per week voor de radio hield en in het Lagerhuis. Sommige kun je zien op YouTube. Wat dan opvalt is de rustige manier waarop Churchill voordraagt. Die redevoeringen waren belangrijk: het was het enige waaraan de Engelsen zich vastklampten. Daar kwam bij dat Churchill eerlijk was in zijn speeches. De waarheid mag dan in een oorlog als eerste sneuvelen, Churchill had zich voorgenomen weinig achter te houden en het Engelse volk te vertellen waar het op stond. Maar hij deed dat eloquent.

John Colville was een medewerker van Churchill op Downing Street 10. Churchill had de gewoonte zijn voordrachten, rondwandelend in zijn werkkamer uit te proberen op zijn secretaresses en vervolgens op zijn ambtenaren. Colville was meteen verkocht bij het horen van Churchill en noteert in zijn dagboek: ‘Ik ben ervan overtuigd dat we zullen winnen, zelfs als de Fransen de strijd mochten staken en wij er alleen voor komen te staan. Dat neemt niet weg dat een tijdig wonder welkom zou zijn.’

Het wonder was misschien wel de aanval op Pearl Harbour. Churchill was daardoor ‘in grote blijdschap geraakt’, omdat hij op dat moment wist dat de Amerikanen niet anders konden dan de Engelsen helpen Herr Hitler te verdrijven. ‘De geschiedenis heeft partij gekozen voor de goede zaak.’

Het ‘mysterie’ Hitler en het ‘mysterie’ Churchill worden flink ontrafeld door deze twee boeken. De een, voortgedreven door een vernietigend idealisme, de ander, een fanatiek politicus die begreep dat zijn koloniale wereldbeeld op het spel stond en dus het voortbestaan van ‘The British Empire’. Onafwendbaar is de zelfmoord van Hitler die het einde markeert van, zoals Melching het noemt, ‘de laatste rechtvaardige oorlog’, en eigenlijk net zo onafwendbaar, en slechts in zekere zin tragisch, is het einde van Churchill. De man die voor ons de oorlog had gewonnen, leed een gigantische verkiezingsnederlaag. ‘That ’s democracy’, zei hij. Toen hem vervolgens de Orde van de Kouseband werd verleend, weigerde hij door te zeggen: ‘Nu het Britse volk mij de hiel heeft laten zien, kan ik de Kouseband niet aannemen.’

Waardering komt vaak later.


Harry van Wijnen
Blood, Sweat and Tears: Churchills onwrikbare geloof in de overwinning
Balans, 400 blz., € 29,95

Willem Melching
Hitler: Opkomst en ondergang van een Duits politicus
Bert Bakker, 312 blz., € 19,95