Commentaar: Paul Verhoeven

De herrezene

Vijf jaar na de verschijning van de film heeft hij het gezegd. Paul Verhoeven was overgekomen uit Amerika om als eregast van het achttiende Festival van de Fantastische Film een Lifetime Achievement Award te ontvangen. Na een vraag van acteur Thom Hoffman gaf hij voor het eerst onomwonden een eigen lezing van Starship Troopers: «Vandaag de dag had de film nooit gemaakt kunnen worden. Ik ben bang dat nu zelfs de Amerikanen de metaforen hadden herkend. Ze zouden doorhebben dat het gaat over hun gelimiteerde visie op de wereld.»

De Amerikaanse pers zag in de fascistische iconografie van de film destijds geen kritiek op het huidige Amerika, maar de viering van een totalitair regime. Verhoeven had knappe, jonge, onnozele en vooral narcistische soapacteurs in Gestapo-uniformen en onder leiding van een fanatieke, in recht en orde gelovende leraar maatschappijleer de strijd laten aanbinden met buitenaardse wezens, die het net als al-Qaeda-strijders hebben gemunt op de «beschaving». Deze te verdedigen beschaving houdt het midden tussen het Derde Rijk en de Amerikaanse gewetenloze just-do-it-maatschappij. De beeldschone jongeren overwinnen het kwaad met superieure wapens en vernietigen hun goddeloze tegenstander, die schuilt in grotten in een onherbergzaam landschap, dat heel goed te vergelijken is met de dorre leegte van Afghanistan.

Na films als Showgirls, Robocop en Basic Instinct wist de Amerikaanse pers het bij Starship Troopers zeker: Verhoeven is een perverse filmmaker — goed voor de kassa van productiemaatschappijen, maar immoreel tot op het bot. Verhoeven kende die kritiek al. In eigen land was hij naar eigen zeggen weggepest door critici en subsidieverstrekkers, wier jaloezie en «calvinistische stupiditeiten» hij na jaren «gezever» niet meer kon verdragen.

En dus vestigde Verhoeven zich in Hollywood. «Net goed», oordeelden de Hollandse critici: daar zou hij zich als een varken gaan wentelen in de stront van de massa-industrie, om eens te meer te bewijzen niet aan de vaderlandse kwaliteitseisen te kunnen voldoen. Maar in Amerika bleek Verhoevens drang de ridders van de goede smaak te choqueren persistent en zodoende kreeg ook het establishment van Hollywood de volle lading.

Gek genoeg is ondertussen in Nederland de houding zo omgeslagen dat van een heuse rehabilitatie kan worden gesproken. Afgelopen weekend toonde Verhoeven opnieuw zijn interesse in een Europese productie, wellicht een grote film over de kruistochten. Iedereen was in zijn sas want ook in zijn politieke uitspraken blijkt de verloren zoon Verhoeven nu weer «helemaal een van ons», zoals een criticus opmerkte. Verhoeven: «Powells hand aan Arafat vormt een rookgordijn voor een oorlog tegen Irak», en: «Laten we wel wezen: Amerikanen doen altijd of ze olie komen brengen. Forget it! Ze komen alleen maar olie halen.»

Maar terwijl de liefhebbers van zijn oeuvre uitzien naar een nieuwe film kan het niet anders of hij zal zijn hervonden omgeving opnieuw choqueren. Het plan ligt al klaar: de verfilming van het leven van Jezus, onder de titel Jesus, the Man. Ter voorbereiding neemt Verhoeven al sinds 1985 als enige niet-wetenschapper met 77 theologen en historici deel aan het prestigieuze, zogenaamde «Jesus Seminar», een langdurig onderzoeksproject naar de historische waarheid rond de Messias.

Verhoeven wacht nog op geldschieters. Biedt dit de christelijke omroepen geen ongekende kans om zich te profileren? Door diep in de buidel te tasten, kunnen ze Verhoeven financieel in staat stellen cinematografisch af te rekenen met zijn periode als lid van de Pinkstergemeente. In een post-paars tijdperk moet het mogelijk zijn hem een majestueuze Jezus, de man te laten maken, wellicht met Thekla Reuten als Maria Magdalena en Antonie Kamerling als de Herrezene. De verontwaardiging zal even groot zijn als destijds bij de verschijning van Spetters, die prachtige film.