Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

De hertaling van Couperus staat de leeservaring geen moment in de weg

‘Liever een luie lezer dan geen lezer’, liet hoogleraar moderne letterkunde Marita Mathijsen twee jaar geleden optekenen in de Volkskrant.

© onbekend

‘Jongeren beleven geen plezier meer aan klassiekers uit de Nederlandse literatuur. Ze vinden romans van Couperus en Multatuli langdradig en vervelend.’ Het is niet van harte, zegt Mathijsen, maar ‘hertalen en inkorten is de enige manier om literaire pareltjes van de vergetelheid te redden’.

Haar oproep vond weerklank. Neerlandica en docent Nederlands Michelle van Dijk spande zich na de bekentenis van Mathijsen in om het vroeg-twintigste-eeuwse proza van Louis Couperus’ Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan… (1906) om te zetten naar modern Nederlands. Couperus schreef een inmiddels klassieke roman die zich concentreert op de familie Dercksz. Zestig jaar geleden heeft Ottilie haar man vermoord, met behulp van haar arts en minnaar Emile Takma. Weinigen weten ervan; de meerderheid van de familie is vooral druk met de voorbereiding van trouwerijen en echtscheidingen, met roddel en achterklap in het Den Haag van het fin de siècle. Maar als de leeftijd van honderd jaar nadert, drukt de moord op Ottilie’s geweten. ‘Daar zat ze, daar zat ze nu, een oude grijze vrouw, alleen, in die ongezellige kamer, en alles was voorbijgegaan…’

Honderd jaar later blijft het verhaal van Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan – ‘mensen’ in plaats van ‘menschen’ en zonder puntjes – onveranderd. Wat wel verandert: ‘kroezig haar’ wordt ‘krullend haar’, ‘côterie’ wordt ‘kring’, ‘veston’ is in hertaling een jasje en ‘rez-de-chaussée’ de begane grond. Het staat de leeservaring geen moment in de weg. De voor Couperus kenmerkende archaïsmen, gallicismen en neologismen zijn bovendien niet overal verdwenen en Van Dijk heeft de tekst niet ingekort, zoals Gijsbert van Es in 2010 wel deed met de Max Havelaar. Voor Van oude mensen was inkorten niet nodig, schrijft Van Dijk in haar nawoord. ‘Het is en blijft een verhaal aan het vroege begin van de twintigste eeuw.’

Het project bleek een steen in de vijver van de literatuurpuristen. Volkskrant-columnist Sylvia Witteman had delen van de ‘zogeheten hertaling’ gelezen. Erg positief was haar oordeel niet. ‘Het was alsof de Sixtijnse kapel was beschilderd door Dick Bruna, Erbarme dich gezongen door Sieneke, James Bond gespeeld door Gerard Joling.’ In Trouw liet Couperus-biograaf Rémon van Gemeren van zich horen (‘ronduit afschuwelijk’), net als Dick van Vliet, die de Volledige Werken van Couperus verzorgde (‘nogal een pretentie als je denkt dat je Couperus kunt herschrijven’). Ze vonden het niks. Online woekerde de kritiek nog even door.

Dat sentiment – ‘Ze komt aan onze Couperus!’ – leidt echter af van waar de discussie eigenlijk over zou moeten gaan: hoe krijgen we de jeugd weer aan het lezen? Nederlandse jongeren lezen steeds minder boeken én met minder plezier. De Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad waarschuwen ervoor, en het onlangs gepubliceerde Pisa-rapport is even stellig: Nederlandse vijftienjarigen zijn de minst gemotiveerde lezers van alle Pisa-landen. Die ontwikkeling is hardnekkig en lijkt onomkeerbaar. Witteman constateert het zelf ook, in de column waarin ze Van Dijks werk affakkelt: ‘Alles wat meer tijd kost dan Tim Krabbés Het gouden ei laat ons nageslacht immers links liggen, ten faveure van Netflix en games.’ De ‘nieuwe’, online media blijken een te grote concurrent voor het boek, laat staan voor een literaire roman uit 1906. Van Dijk probeert ‘literaire pareltjes van de vergetelheid te redden’, zoals Mathijsen het formuleerde. Dat valt alleen maar te prijzen.

De ophef over de hertaling van Couperus hoort in hetzelfde rijtje als de discussies over de (al dan niet verplichte) literatuurlijst op de middelbare school, over de inhoud van het vak Nederlands en de dalende studentenaantallen van de academische opleiding neerlandistiek. Een voorhoede van cultuurdragers wijst er steevast op dat vroeger – toen alles beter was – jongeren nog ‘gewoon’ klassiekers lazen en de Universiteit van Amsterdam alleen al honderden eerstejaars aan de studie neerlandistiek wist te binden. Het geschreven woord had aanzien en werd verslonden.

Welnu: vandaag de dag is dat niet meer zo. Witteman, Van Vliet, Van Gemeren – ze ageren allemaal tegen een vijand die hun vijand niet is. Van oude mensen is een product van een bezorgde leraar Nederlands die zag dat haar leerlingen moeite hadden met oude literatuur. De hertaling komt niet in de plaats van het origineel. Het is én – niet óf. De ‘echte’ Couperus blijft gewoon beschikbaar voor liefhebbers, maar wie net iets meer moeite heeft met literaire teksten, zoals de gemiddelde 4havo-scholier, kan terecht bij Van Dijks prettig leesbare editie.

Van oude mensen is een moedige poging om het literatuuronderwijs een zet in de rug te geven, en om met een oude, literaire tekst een jong, minder literair onderlegd publiek te bereiken. In de hoop dat hij gelézen zal worden.