De hiphop-oorlog

ZATERDAGAVOND in een volgepakte concertzaal. Buiten staan bezorgde moeders hun kroost op te wachten. Binnen springt de Osdorp Posse, een Nederlandstalige hiphopgroep, op het podium rond. De groep bestaat uit blanken, het overgrote deel van het publiek ook.

Nog zo'n zaterdag. In de Bakkersstraat bij het Amsterdamse Rembrandtplein staan twee rijen wachtenden. Ze steken schril tegen elkaar af. Voor de hiphop/r&b-dancing Vibes verzamelt zich een nagenoeg volledig donkergekleurd publiek. Vijftig meter verderop, voor café Jantje’s Verjaardag, staat de rij vol blanken.
Aan de andere kant van het plein lijkt de segregatie op te houden. In het drukbezochte café De Duivel, waar overwegend hiphopmuziek wordt gedraaid, druppelen zowel wit- als zwartgekleurde groepjes jongeren naar binnen. Maar schijn bedriegt. De meeste donkergekleurden lopen meteen door naar achteren, naar de plek waar de dj zijn platen mixt. Het merendeel van de blanken verzamelt zich voorin. Slechts in het midden, aan de bar, vloeien de huidskleuren even in elkaar over. Maar wie zijn biertje heeft bemachtigd, verdwijnt weer naar het eigen clubje. Daniël, eigenaar van De Duivel, had het graag anders gezien: ‘Het zal best zo zijn dat we een multiculturele samenleving hebben, maar daar merk je hier weinig van. Er wordt niet echt geïntegreerd. Ik heb me daar lang over verbaasd, nu neem ik het maar voor lief.’
Aanvankelijk, in de jaren tachtig, leek het er even op dat in de vaderlandse hiphopscene zwart èn wit de van oorsprong zwarte Amerikaanse muziekstijl broederlijk adopteerden en inkapselden in een multiculturele, Westeuropese samenleving. Maar is dat wel gelukt? Anno 1996 leven de verschillenden culturen in de Nederlandse hiphopscene veelal niet mèt maar náást elkaar.
NOG MAAR ELF jaar geleden, in 1985, achtte een aantal zwarte Amerikaanse popmusici het nodig de Black Rock Coalition op te richten. Doel was het onafhankelijk produceren, promoten en distribueren van zwarte alternatieve muziek. Vooral de witte muziekindustrie die zwarte muziek zou exploiteren, diende te worden aangepakt, want, aldus de Coalition, voor witte artiesten had rock te lang vooral één ding betekent: 'the freedom to expropriate any style of Black music - funk, reggae, blues, soul, jazz, gospel, salsa, ad infinitum - then sell it to the widest possible audience’.
Dreigt ook de laatste uit een zwarte cultuur voortgekomen muzieksoort, de hiphop, nu te worden gekoloniseerd? Best mogelijk. De grotendeels witte muziekindustrie draait op volle kracht. Ook in Nederland. Zwarte Nederlandse rappers worden in de underground geduwd ten faveure van blanke Nederlandstalige rappers, de nederhoppers.
Mir Wermuth is media-onderzoeker bij media- en adviesbureau ACS-I en schrijft een proefschrift over zwarte dansmuziek in Europa. Ook de Nederlandse hiphopscene rekent ze tot haar onderzoeksterrein. Haar visie op de dreiging van een inkapseling van hiphop is nuchter: 'Ik geloof niet zo in een kolonisatie of uitverkoop van zwarte muziek. Zwarten werken er zelf aan mee en verdienen er geld aan. Ik kan me wel voorstellen dat mensen in een conspiracy-theorie geloven, maar richt dan je eigen platenmaatschappij op. Onafhankelijke zwarte labels heb je hier nauwelijks.’
KEES DE KONING is als radiomaker en schrijvend journalist al zo'n tien jaar ingewijd in de Nederlandse scene. Enige tijd geleden richtte hij Topnotch op, een platenlabel waar onder meer de blanke Nederlandse rapper Extince, die al twee top-40 hits op zijn naam heeft staan, voor tekende.
'Vroeger’, vertelt hij, 'was er veel meer saamhorigheidsgevoel in de scene. Door de hiphop maakte ik vrienden die Surinaams, Antilliaans, Joegoslavisch, Turks of weet ik veel wat waren. Maar ja, zo zit onze liberale samenleving nu eenmaal in elkaar: culturen worden uiteindelijk toch gescheiden gehouden. In Amerika is de scheiding tussen blank en zwart natuurlijk veel groter, maar ik denk dat die hier in Nederland ook aan het groeien is. Er is in Amsterdam duidelijk sprake van een soort gettovorming. Ik denk dat er hier in principe geen multiculturele samenleving bestaat. Ik heb lang met die illusie geleefd, vooral omdat ik in een vrij gemengde scene verkeerde.
Nu valt op dat van de drie bekendste Nederlandse rappers - Def P, Extince en Rude Boy - de eerste twee blank zijn. Zij vormen de mainstream. Daartegenover staat dat in de underground de rappers die gerespecteerd worden weer zwart zijn: E-Live, Hurricane, Deams, Shy Rock, noem maar op. Er is een ontwikkeling gaande die hiphop blanker maakt. De meeste mensen bij platenmaatschappijen zijn net als het merendeel van de hiphopjournalisten blank. Ik voel wel eens dat mensen denken: “Wat weet die kankerblanke d'r nou van?” of “Waarom zit hij op die plek?” Daar heb ik veel discussies over gevoerd. Sommigen zeiden dat het voor mij - en ook voor blanke rappers - een luxe is om met hiphop bezig te zijn, want als het mij niet lukt, dan is er in de samenleving altijd nog plek voor me. Voor een hoop zwarte mensen echter is hiphop de enige mogelijkheid om een plek te veroveren.
Toch bestaat er een soort scene, een overblijfsel van vroeger, waarin de boel nog redelijk gemengd is. Maar als je goed kijkt, zie je dat het uiteindelijk wel erg gescheiden is. De oplossing ligt er niet in om te proberen de hiphopscene multicultureel te maken. De wortel van het probleem is gewoon dat zwarte mensen bepaalde posities niet krijgen.’
DANIEL, DE eigenaar van De Duivel, heeft een groot deel van de huidige Amsterdamse hiphopscene over de vloer gehad. Daniel: 'De Duivel bestaat nu vier jaar. In het begin draaide ik alleen maar witte muziek, zoals de Red Hot Chili Peppers en de Talking Heads. Na ongeveer een jaar begon ik zwarte muziek te draaien, met name hiphop. Voor ik dat deed, was De Duivel echt een vriendenkroeg met een overwegend wit publiek. Daarna werd het anders. Met de komst van de nieuwe muziek liep de tent snel leeg. Maar na een poosje bleek de muzikale richting die De Duivel was ingeslagen wel degelijk een nieuw publiek aan te trekken.
In Akhnaton, een disco hier in Amsterdam, werd aanvankelijk alleen maar hiphop gedraaid en daar kwam een overwegend zwart publiek op af. Maar op een bepaald moment brak daar de pleuris uit. Kassa’s werden leeggeroofd, personeel bedreigd. De uitsmijters stonden met zonnebrillen op tegen het traangas dat de jongens gebruikten en de tent ging eraan kapot. De echte hiphopliefhebbers zochten naar iets anders en kwamen toen bij mij terecht.
Dat was een mooie tijd. We hadden een gemengd publiek. Toen er een agressieve, blanke groep op de hiphop afkwam, ging het mis. Ik werd helemaal gek van ze. Ze vielen mensen lastig en veroorzaakten vechtpartijen. Die groep werd verjaagd door een zwarte gang, minstens zo hard, minstens zo hiphop, en De Duivel begon steeds meer zwart publiek te trekken. Onder de Surinamers staat mijn tent nu bekend als Dibri, dat is Surinaams voor Duivel.’
IS HIPHOP EEN puur zwarte aangelegenheid of mogen blanken ook meedoen? De hiphopcultuur vindt zijn oorsprong in de zwarte getto’s van de Verenigde Staten en had daar een duidelijke politiek-sociale functie. Zonder geld om dure instrumenten te kopen konden jongeren de muziek maken die ze wilden. Een simpele beat en de stem waren voldoende om op een swingende manier een boodschap te verkondigen. Daarmee werd hiphop een zeer geschikt middel om misstanden uit de eigen omgeving aan de kaak te stellen. De militante rapgroep Public Enemy verwierf faam met het album Fear of a Black Planet, waarop onder meer het nummer Burn Hollywood Burn staat. De leden van de groep behingen zich met grote wekkers om aan te geven dat de laatste uren van de blanke heerschappij waren aangebroken.
Op het podium lieten zij zich omringen door een eigen met uzi’s bewapende en in camouflagepakken gestoken legertje. De gangstarap ontstond, een genre dat tegenwoordig goed is voor een miljardenomzet en dat grootgebracht werd door onder meer Ice-T met zijn hit Copkiller. En er kwamen minder militante groepen die zich richtten op de zwarte geschiedenis (Arrested Development) of weinig waarde hechten aan de boodschap en zorgden voor pretrap. Inmiddels zijn er ook blanke Amerikaanse hiphopbands, waarvan sommige zich profileren als wit-met-zwarte-ziel (House of Pain). Andere blanke bands vonden de boodschap minder belangrijk. De grootste hit van de Beastie Boys had als boodschap: You Gotta Fight for Your Right to Party.
Mir Wermuth: 'Bij de hiphop werden discussies hardop in het openbaar gevoerd. De eigen straattaal van de hiphoppers, het slang, alarmeerde het blanke establishment. Vertraagd drongen de discussies vervolgens ook in Nederland door, maar hier werden ze op een veel intellectueler, beschaafder niveau gevoerd. Net zo subtiel als het rascisme in onze samenleving verborgen zit.
Hiphop kon je voor het eerst rond 1984-'85 in Nederlandse discotheken horen. In eerste instantie kwamen er voornamelijk zwarte jongeren op af. Twee jaar later werd het publiek witter. De nieuwe groep bestond voornamelijk uit het hoger opgeleide concertpubliek dat altijd op zoek is naar het nieuwe. Public Enemy heeft ook altijd veel witte fans gehad, in hun muziek zit veel noise en daar hielden vooral ex-punks wel van. In de concertzaal tekende zich dat scherp af. Vooraan stond een groepje jonge zwarten uit zijn dak te gaan, en daarachter stonden de witten, met een biertje in de ene en een shaggie in de andere, af en toe een benepen Yo! uitroepend.
De afgelopen zeven à acht jaar leek de scene iets gemengder te worden. Paradiso organiseerde maandelijks de B Boy Extravaganza-avonden, die eerst heel zwart waren maar waar zich langzaam een witter maar niet hoger opgeleid publiek tussen mengde. Nu kwam het white trash op de hiphop af, jongeren die uit dezelfde buurt als de zwarten kwamen. De rassenscheiding werd een klassenscheiding.
Toch heb ik ook het gevoel dat er sinds het afgelopen jaar een verandering plaatsvindt. Er is iets aan de hand, maar ik kan mijn vinger er nog niet precies op leggen. Misschien komt het door de komst van de nederhop. De Osdorp Posse heeft meer een metal-uitstraling en daar houden zwarten niet van, die houden van een meer swingende beat. Onzin natuurlijk - als je met je muziek op een zwart eiland terug wilt vallen, ga dan naar dat land waar jij of je ouders vandaan komen en help mee aan de opbouw ervan.
Maar zwart houdt natuurlijk een slecht image. Als ik naar een B Boy-avond ga, word ik gefouilleerd. Je ziet dat mensen hun eigen clubjes gaan opzoeken, Vaak gaat het tot het veertiende levensjaar allemaal leuk samen, maar op het moment dat de eerste afspraakjes gemaakt gaan worden, ontstaat een schisma. Blanke meisjes pakken zwarte jongens af. En een negerjongen met een Marokkaans meisje? Ondenkbaar!’
DIT IS HET KLIMAAT waarin zwarte en witte hiphop naast elkaar bestaan. En de reacties die Christien Oele, rapster in de Nederlandse jazz-danceband Hit the Boom, op haar witte raps kreeg, getuigen ervan dat ook dat niet klakkeloos geaccepteerd wordt.
'Als een Amerikaanse rapper vindt dat mijn raps niet tot de categorie hiphop behoren, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Hiphop is voor zwarte Amerikanen een belangrijk instrument om iets over hun leven en problemen kwijt te kunnen. Ik ben hartstikke wit, ik ondervind de zwarte problemen niet aan den lijve. Maar ik doe gewoon iets waar ik vreselijk goed in ben.
Toen we in New York optraden, merkte ik dat wat ik deed niet zozeer werd afgekeurd, maar dat het simpelweg niet werd begrepen. “Are you in a rockband?” “No, I’m a rapper.” “What, you play black music?” Ze begrijpen niet dat je dat wilt als blanke.’
En ook in het op multicultureel vlak zogenaamd veel ontwikkelder Nederland, bleken voor sommigen zwart en wit geen mengkleuren. Christien Oele over de reacties: 'Na een optreden werd me eens gevraagd of ik niet toch een beetje zwart was. En na ons eerste Paradiso-optreden typeerde een recensent ons als een stelletje bleekneuzen dat vrolijke deuntjes ten gehore bracht. Hij was waarschijnlijk gewoon te laf om te zeggen dat het niet hoort wat we doen, zwarte muziek maken.’