De Amerikaanse afgrond

De hogepriester van de grote leugen

Inzicht in het verleden helpt ons om het heden te begrijpen. Begrip van het fascisme werpt verhelderend licht op het presidentschap van Trump, de motivatie van de woedende meutes – en wat hierna gaat komen. Is het rechtse witte nationalisme de grootste terroristische dreiging in Amerika?

Washington D.C., 6 januari. President Trump zweept zijn aanhangers op © Carol Guzy / ZUMA Wire / ANP

Toen Donald Trump op 6 januari voor zijn volgelingen stond en hen opriep om naar het Capitool te marcheren, deed hij wat hij altijd al had gedaan. Hij heeft de electorale democratie nooit serieus genomen en evenmin de legitimiteit van de Amerikaanse versie ervan geaccepteerd.

Zelfs toen hij won, in 2016, hield hij vol dat de verkiezingen frauduleus waren verlopen – dat er miljoenen valse stemmen waren uitgebracht op zijn tegenstander. In 2020, in de wetenschap dat hij in de peilingen achterop lag bij Joseph R. Biden, beweerde hij maandenlang dat de presidentsverkiezingen zouden worden vervalst en gaf hij aan dat hij de resultaten niet zou accepteren als ze niet in zijn voordeel zouden uitvallen. Op verkiezingsdag claimde hij ten onrechte dat hij had gewonnen, en vervolgens verhardde zijn retoriek gestaag: na verloop van tijd werd zijn overwinning een historische aardverschuiving, en werden de verschillende samenzweringen die zijn overwinning ontkenden steeds geraffineerder en ongeloofwaardiger.

Mensen geloofden hem, wat helemaal niet zo verwonderlijk is. Er is een enorme hoeveelheid werk voor nodig om burgers zó op te voeden dat zij in staat zijn weerstand te bieden aan de krachtige aantrekkingskracht van het geloven in wat ze al geloven, of wat anderen om hen heen geloven, of wat hun eerdere keuzes zin zou geven. Plato wees op een bijzonder risico voor tirannen: dat zij uiteindelijk zouden worden omringd door jaknikkers en ‘enablers’. Aristoteles maakte zich zorgen dat in een democratie een rijke en getalenteerde demagoog zich maar al te gemakkelijk meester zou kunnen maken van de geesten van de bevolking. Zich bewust van deze en andere risico’s hebben de opstellers van de grondwet een systeem van ‘checks and balances’ ontworpen. Het ging er niet alleen om ervoor te zorgen dat geen enkele tak van de overheid de andere zou domineren, maar ook om verschillende standpunten in de instellingen te verankeren.

In die zin wordt de verantwoordelijkheid voor het streven van Trump om de verkiezingsuitslag teniet te doen gedeeld door een groot aantal Republikeinse leden van het Amerikaanse Congres. In plaats van Trump van het begin af aan tegen te spreken, lieten zij zijn verkiezingsfictie tot bloei komen. Ze hadden daar verschillende redenen voor. Eén groep Republikeinen houdt zich vooral bezig met het manipuleren van het systeem om aan de macht te blijven, waarbij ze ten volle profiteren van constitutionele onduidelijkheden, ‘gerrymandering’ (het willekeurig veranderen van de grenzen van de kiesdistricten) en ‘dark money’ (ongeoorloofde campagnebijdragen) om verkiezingen te winnen met behulp van een minderheid van gemotiveerde kiezers. Zij hebben geen belang bij het verdwijnen van de eigenaardige vorm van vertegenwoordiging die het mogelijk maakt dat hun minderheidspartij een onevenredige mate van controle op de regering heeft. De meest vooraanstaande van deze Republikeinen, Mitch McConnell, liet de leugens van Trump passeren zonder ook maar enig commentaar op de gevolgen ervan.

Weer andere Republikeinen zagen de situatie anders: zij zouden het systeem daadwerkelijk kunnen breken en macht kunnen uitoefenen zonder democratie. De scheuring tussen deze twee groepen, de ‘spelers’ en de ‘brekers’, werd scherp zichtbaar op 30 december, toen senator Josh Hawley aankondigde dat hij de beweringen van Trump steunde door op 6 januari de geldigheid van de uitgebrachte stemmen in twijfel te zullen trekken. Ted Cruz beloofde toen zijn eigen steun, samen met ongeveer tien andere senatoren. Ruim honderd Republikeinse volksvertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden namen hetzelfde standpunt in. Voor velen leek dit niets meer dan een show: het ter discussie stellen van de stembusuitslag in diverse staten zou tot vertragingen leiden, maar geen invloed hebben op de uitkomst.

Maar het verkwanselen van zijn basisfuncties door het Congres had een prijs. Een gekozen instelling die zich tegen verkiezingen verzet, nodigt uit tot haar eigen omverwerping. Leden van het Congres die de leugens van de president volhielden, ondanks de beschikbare en ondubbelzinnige bewijzen van het tegendeel, hebben hun grondwettelijke missie verraden. Door zijn ficties tot de grondslag van hun daden te maken, kregen ze vlees op de botten. Nu kon Trump eisen dat senatoren en Congresleden bogen voor zijn wil. Hij kon Mike Pence, die de leiding had over de formele procedure, de verantwoordelijkheid geven om die te verdraaien. En op 6 januari gaf hij zijn volgelingen opdracht om druk uit te oefenen op deze gekozen vertegenwoordigers, wat zij vervolgens ook deden: door het Capitool te bestormen, op zoek te gaan naar mensen die ze wilden straffen en het gebouw te plunderen.

Op een bepaalde manier was dit natuurlijk begrijpelijk: als de verkiezingen echt vervalst waren, zoals senatoren en Congresleden zelf suggereerden, hoe zou het Congres dat dan kunnen bekrachtigen? Voor sommige Republikeinen moet de invasie van het Capitool een schok zijn geweest, of misschien zelfs een les. Voor de ‘brekers’ was het wellicht een voorproefje van de toekomst. Daarna stemden acht senatoren en ruim honderd volksvertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden voor de leugen die hen ertoe had gedwongen hun vergaderzalen te ontvluchten.

—————

Post-waarheid is proto-fascisme, en Trump is onze post-waarheidspresident geweest. Als we de waarheid opgeven, staan we de macht af aan degenen die de rijkdom en het charisma hebben om er spektakel voor in de plaats te stellen. Zonder overeenstemming over enkele basisfeiten kunnen burgers niet de civil society vormen die hen in staat zou stellen zichzelf te verdedigen. Als we de instellingen verliezen die feiten produceren die voor ons relevant zijn, dan hebben we de neiging ons te wentelen in aantrekkelijke abstracties en ficties. De waarheid verdedigt zichzelf bijzonder slecht als er niet veel van over is, en het tijdperk van Trump – net als het tijdperk van Vladimir Poetin in Rusland – is er een van de achteruitgang van het lokale nieuws. Sociale media zijn geen substituut: zij bevorderen de mentale gewoontes waarmee wij op zoek gaan naar emotionele stimulatie en troost, wat betekent dat we het onderscheid tussen wat waar aanvoelt en wat werkelijk waar is, verliezen.

Post-waarheid zorgt voor het wegslijten van de rechtsstaat en nodigt uit tot een regime van mythes. De afgelopen vier jaar hebben wetenschappers de legitimiteit en de waarde van verwijzingen naar het fascisme besproken in verband met de propaganda van Trump. Een comfortabel standpunt is geweest om al deze inspanningen te bestempelen als rechtstreekse vergelijkingen en deze vervolgens tot taboe te verklaren. Op productievere wijze heeft de filosoof Jason Stanley het fascisme als een fenomeen behandeld, als een reeks patronen die niet alleen in het Europese interbellum maar ook daarbuiten kunnen worden waargenomen.

Mijn eigen opvatting is dat een grotere kennis van het verleden, fascistisch of anderszins, ons in staat stelt om elementen van het heden op te merken en te conceptualiseren die we anders misschien over het hoofd zouden zien, en om breder na te denken over toekomstige mogelijkheden. Het was mij in oktober al duidelijk dat het gedrag van Trump op een coup duidde, en dat heb ik ook in druk gezegd; dit is niet omdat het heden het verleden herhaalt, maar omdat het verleden licht werpt op het heden.

Trumps gebruik van de term 'fake news' is een echo van de nazi-term 'Lügenpresse'

Net als historische fascistische leiders heeft Trump zich gepresenteerd als de enige bron van waarheid. Zijn gebruik van de term ‘fake news’ is een echo van de nazi-term Lügenpresse; net als de nazi’s noemde hij verslaggevers ‘vijanden van het volk’. Net als Adolf Hitler kwam hij aan de macht op een moment dat de conventionele pers een pak slaag had gekregen; de financiële crisis van 2008 heeft voor de Amerikaanse kranten gedaan wat de Grote Depressie gedaan had voor de Duitse. De nazi’s dachten dat ze de radio konden gebruiken om het oude pluralisme van de krant te vervangen; Trump probeerde hetzelfde te doen met Twitter.

Dankzij de technologische capaciteit en zijn persoonlijke talent kon Donald Trump leugens verspreiden in een tempo dat wellicht door geen enkele andere leider in de geschiedenis is geëvenaard. Voor het grootste deel waren dit kleine leugens, en hun belangrijkste effect was cumulatief. In al deze leugens geloven kwam neer op het accepteren van het gezag van één enkele man, want in al deze leugens geloven was al het andere niet geloven. Toen zijn persoonlijk gezag eenmaal was gevestigd, kon de president alle anderen als leugenaars behandelen; hij had zelfs het vermogen om met één enkele tweet iemand van een vertrouwde adviseur in een oneerlijke schurk te veranderen. Maar zolang hij niet in staat was om een écht grote leugen af te dwingen, een of andere fantasie die een alternatieve werkelijkheid creëerde waarin mensen konden leven en sterven, bleef zijn proto-fascisme achter bij het ding zelf.

Toegegeven, sommige van zijn leugens waren van gemiddelde grootte: dat hij een succesvol zakenman was; dat Rusland hem in 2016 niet heeft gesteund; dat Barack Obama in Kenia werd geboren. Zulke middelgrote leugens waren het gangbare menu van aspirant-autoritaire leiders in de 21ste eeuw. In Polen bouwde de rechtse partij een martelaarscultus rond het toeschrijven van de schuld aan politieke rivalen voor een vliegtuigongeluk waarbij de president van de natie omkwam. Hongarije’s Viktor Orbán geeft de schuld van de problemen in zijn land aan een verwaarloosbaar klein aantal moslimvluchtelingen. Maar zulke beweringen waren niet echt grote leugens; ze rekten de waarheid op, maar scheurden wat Hannah Arendt ‘het weefsel van de feiten’ noemde niet.

Een historische grote leugen die Arendt bespreekt is de verklaring die Jozef Stalin heeft gegeven voor de hongersnood in de Sovjet-Unie van 1932-’33. De staat had de landbouw gecollectiviseerd en vervolgens een reeks strafmaatregelen toegepast op Oekraïne die ervoor zorgden dat miljoenen mensen om het leven kwamen. Toch was de officiële lijn dat de hongerlijders provocateurs waren, agenten van westerse mogendheden die het socialisme zózeer haatten dat zij zichzelf doodden. Een nog grotere fictie, aldus Arendt, is het antisemitisme van Hitler: de beweringen dat de joden de wereld bestuurden, dat de joden verantwoordelijk waren voor ideeën die de Duitse geesten vergiftigden, en dat de joden Duitsland in de rug hadden gestoken tijdens de Eerste Wereldoorlog. Intrigerend genoeg dacht Arendt dat grote leugens alleen werken in eenzame geesten; hun samenhang is een substituut voor ervaring en gezelschap.

Washington D.C., 6 januari. Senator Ted Cruz (midden) krijgt applaus van mede-Republikeinen nadat hij de uitslag van Arizona in twijfel heeft getrokken © Bill O‘Leary / The Washington Post via Getty Images
—————

In november 2020 kwam Trump, via de sociale media waarmee hij miljoenen eenzame geesten bereikte, met een leugen die gevaarlijk ambitieus was: dat hij een verkiezing had gewonnen die hij in feite had verloren. Deze leugen was in alle opzichten groot: niet zo groot als ‘joden runnen de wereld’, maar groot genoeg. Het belang van deze zaak was groot: het recht om het machtigste land ter wereld te regeren, en de effectiviteit en betrouwbaarheid van de opvolgingsprocedure. Het niveau van leugenachtigheid was diepgaand. De claim was niet alleen nonsens, maar ook te kwader trouw, gebaseerd op onbetrouwbare bronnen. Niet alleen het bewijsmateriaal, maar ook de logica werd erdoor getart: hoe kon (en waarom zou) een verkiezing in het nadeel van een Republikeinse president zijn vervalst, maar niet in het nadeel van Republikeinse senatoren en andere volksvertegenwoordigers? Trump moest absurd genoeg spreken van ‘vervalste (presidents-)verkiezingen’.

De kracht van een grote leugen schuilt in de eis dat veel andere dingen moeten worden geloofd of ontkend. Om een wereld te kunnen begrijpen waarin de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 zijn vervalst, is er niet alleen wantrouwen nodig ten opzichte van verslaggevers en deskundigen, maar ook ten opzichte van lokale, staats- en federale overheidsinstellingen, van stembureauleden tot gekozen functionarissen, het ministerie van Binnenlandse Veiligheid en het Hooggerechtshof. Het brengt noodgedwongen een complottheorie met zich mee: stel je alle mensen eens voor die bij zo’n complot betrokken moeten zijn geweest en alle mensen die aan de doofpot hebben moeten meewerken.

De electorale fictie van Trump heeft zich onttrokken aan iedere verifieerbare werkelijkheid. Zij wordt niet zozeer verdedigd door feiten als wel door beweringen dat iemand anders een paar beweringen heeft gedaan. Het gevoel is dat er iets mis moet zijn omdat ik het gevoel heb dat er iets mis is, en ik weet dat anderen dat ook voelen. Toen politieke leiders als Ted Cruz of Jim Jordan zo spraken, bedoelden ze het volgende: je gelooft mijn leugens, wat me dwingt om ze te herhalen. De sociale media bieden een oneindig aantal schijnbare bewijzen voor iedere overtuiging, in het bijzonder als ze schijnbaar de overtuiging van de president betreffen.

Oppervlakkig gezien zorgt een complottheorie ervoor dat het slachtoffer sterk overkomt: Trump wordt gezien als iemand die zich verzet tegen de Democraten, de Republikeinen, de Deep State, de pedofielen en de satanisten. Maar in meer diepgaande zin wordt de positie van de sterken en de zwakkeren omgedraaid. De nadruk van Trump op vermeende ‘onregelmatigheden’ en ‘betwiste staten’ komt neer op steden waar zwarte mensen wonen en stemmen. Op de keper beschouwd is de fantasie van fraude die van een misdrijf dat door zwarte tegen witte mensen is begaan.

Het is niet alleen zo dat deze vermeende stembusfraude door Afro-Amerikanen ten nadele van Donald Trump zich nooit heeft voorgedaan. Het is precies het tegenovergestelde van wat er in 2020 en bij elke eerdere Amerikaanse verkiezing is gebeurd. Zoals altijd moesten zwarte mensen langer wachten dan anderen om te kunnen stemmen, en was de kans groter dat hun stem in twijfel zou worden getrokken. Ze hadden meer kans om te lijden en om te komen door toedoen van Covid-19, en minder kans om enige tijd afstand te nemen van hun werk. De historische bescherming van hun stemrecht is uitgehold door de uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2013 in de zaak Shelby County v. Holder, en staten hebben zich gehaast om maatregelen door te voeren die traditioneel het stemmen moeilijker maken voor de armen en gemeenschappen van kleur.

In Trumps leugens geloven kwam neer op het accepteren van het gezag van één enkele man

De bewering dat Trump de overwinning door fraude werd ontnomen is een grote leugen, niet alleen omdat zij iedere logica tart, een verkeerd beeld geeft van het heden en vergt dat je in een samenzwering gelooft. Het is vooral een grote leugen omdat het morele veld van de Amerikaanse politiek en de basisstructuur van de Amerikaanse geschiedenis erdoor op z’n kop wordt gezet.

Toen senator Ted Cruz aankondigde dat hij van plan was de stembusuitslag aan te vechten, deed hij een beroep op het Compromis van 1877, dat de impasse bij de presidentsverkiezingen van 1876 doorbrak. Commentatoren wezen erop dat dit geen relevant precedent was, aangezien er toen werkelijk sprake was van ernstige onregelmatigheden bij het stemmen en er werkelijk sprake was van een patstelling in het Congres. Voor Afrikaans-Amerikanen verwees de schijnbaar gratuite opmerking echter naar iets anders. Het Compromis van 1877 – waarbij Rutherford B. Hayes het presidentschap kreeg, op voorwaarde dat hij het federale leger uit het Zuiden zou terugtrekken – was precies de regeling die ertoe zou leiden dat Afrikaans-Amerikanen het grootste deel van de twintigste eeuw niet meer konden stemmen. Het was in feite het einde van de wederopbouw na de Burgeroorlog en het begin van de segregatie, de juridische discriminatie en de Jim Crow-wetten (die de rassenscheiding dwingend oplegden). Het is de erfzonde van de Amerikaanse geschiedenis in het post-slavernijtijdperk, onze nauwste flirt met het fascisme tot nu toe.

Als de verwijzing nog ver weg leek toen Ted Cruz en tien collega-senatoren op 2 januari hun verklaring publiceerden, kwam zij vier dagen later heel nadrukkelijk in beeld, toen de vlaggen van de Confederatie van zuidelijke Amerikaanse staten door het Capitool werden geparadeerd.

—————

Sommige dingen zijn natuurlijk veranderd sinds 1877. Destijds waren het de Republikeinen, of althans velen van hen, die de rassengelijkheid steunden; het waren de Democraten, de partij van het Zuiden, die apartheid wilden. Toen waren het de Democraten die de stemmen van de Afrikaans-Amerikanen frauduleus noemden, en de Republikeinen die ze mee wilden laten tellen. Dat is nu omgekeerd. De afgelopen halve eeuw, sinds de Civil Rights Act, zijn de Republikeinen een overwegend witte partij geworden die er – zoals Trump openlijk heeft verklaard – vooral in geïnteresseerd is om het aantal kiezers, en met name het aantal zwarte kiezers, zo laag mogelijk te houden. Toch blijft de rode draad bestaan. Kijkend naar de witte nationalisten onder de mensen die het Capitool bestormden, was het makkelijk om toe te geven aan het gevoel dat er iets puurs was geschonden. Misschien is het beter om de episode te zien als onderdeel van een lange Amerikaanse ruzie over wie het verdient om vertegenwoordigd te worden. De Democraten zijn vandaag de dag een coalitie geworden, die het beter doet dan de Republikeinen onder vrouwelijke en niet-witte kiezers en die stemmen vergaart van zowel vakbondsleden als van universitair geschoolden. Toch is het niet helemaal juist om deze coalitie te contrasteren met een monolithische Republikeinse Partij. Op dit moment is de Republikeinse Partij een coalitie van twee soorten mensen: de ‘spelers’, degenen die het systeem willen manipuleren (de meeste politici, sommige kiezers) en de ‘brekers’, degenen die ervan dromen het te breken (een paar politici, veel kiezers).

In de vier decennia sinds de verkiezing van Ronald Reagan hebben de Republikeinen de spanning tussen de spelers en de brekers overwonnen door te regeren alsof ze tegen de overheid waren, door verkiezingen een revolutie te noemen (de Tea Party), of door te beweren zich tegen de elites te verzetten. In dit arrangement bieden de brekers dekking voor de gamers, door een ideologie naar voren te brengen die afleidt van de basisrealiteit dat de overheid onder de Republikeinen niet kleiner wordt, maar eenvoudigweg slechts een handvol belangen dient.

Aanvankelijk leek Trump een bedreiging te zijn voor dit evenwicht. Zijn gebrek aan ervaring in de politiek en zijn openlijke racisme maakten hem tot een zeer ongemakkelijke figuur voor de partij; zijn gewoonte om voortdurend leugens te vertellen werd door prominente Republikeinen in eerste instantie als onkies ervaren. Maar nadat hij het presidentschap had gewonnen, leken zijn bijzondere vaardigheden als breker een enorme kans voor de spelers te creëren. Onder leiding van de ‘gamer in chief’, Mitch McConnell, hebben ze honderden federale rechters en belastingverlagingen voor de rijken veiliggesteld.

Trump was anders dan andere brekers doordat hij geen ideologie leek te hebben. Zijn bezwaar tegen instellingen was dat ze hem persoonlijk zouden kunnen inperken. Hij was van plan het systeem te breken om zichzelf een plezier te doen – en dit is deels de reden waarom hij heeft gefaald. Trump is een charismatisch politicus en inspireert tot toewijding, niet alleen bij de kiezers maar ook bij een verrassend aantal wetgevers, maar hij heeft geen visie die groter is dan hijzelf of wat zijn bewonderaars op hem projecteren. In dit opzicht schoot zijn proto-fascisme te kort ten opzichte van het fascisme: zijn visie reikte nooit verder dan de spiegel. Hij kwam tot een werkelijk grote leugen, niet vanuit enige visie op de wereld, maar vanuit het besef dat hij weleens iets zou kunnen verliezen.

Toch heeft Trump nooit een beslissende klap voorbereid. Hij ontbeerde de steun van het leger, waarvan hij sommige leiders van zich had vervreemd. (Geen enkele echte fascist zou de fout hebben gemaakt die hij hier maakte, namelijk dat hij openlijk van buitenlandse dictators hield; aanhangers die ervan overtuigd waren dat de vijand in eigen land school, vonden dat misschien niet erg, maar degenen die gezworen hadden om het land te beschermen tegen vijanden in het buitenland vonden dat wel.) De geheime politiemacht van Trump, de mannen die ontvoeringsoperaties uitvoerden in Portland, was gewelddadig, maar ook klein en belachelijk. De sociale media bleken een bot wapen te zijn: Trump kon zijn intenties op Twitter bekendmaken, en witte nationalisten konden hun invasie van het Capitool plannen op Facebook of Gab. Maar de president kon ondanks al zijn rechtszaken en smeekbeden en bedreigingen aan het adres van overheidsfunctionarissen geen situatie creëren die eindigde met de juiste mensen die de verkeerde dingen deden.

Trump kon sommige kiezers doen geloven dat hij de verkiezingen van 2020 had gewonnen, maar hij was niet in staat om instellingen mee te krijgen met zijn grote leugen. En hij wist zijn aanhangers naar Washington te halen en hen op strooptocht naar het Capitool te sturen, maar niemand leek een duidelijk idee te hebben van hoe dit in zijn werk moest gaan of wat hun aanwezigheid zou kunnen bereiken. Het is moeilijk je een vergelijkbaar voorbeeld in te denken waarbij een gebouw van grote betekenis wordt bezet, terwijl zovelen slechts een beetje rondlummelen.

—————
Washington D.C., 17 januari. Voor de inauguratie van Joe Biden zijn 25.000 manschappen van de National Guard opgetrommeld © Samuel Corum / Getty Images
Amerika zal de grote leugen niet overleven alleen maar omdat een leugenaar zijn macht kwijtraakt

De leugen overleeft de leugenaar. Het idee dat Duitsland in 1918 de Eerste Wereldoorlog verloor door een joodse ‘dolkstoot in de rug’ was vijftien jaar oud toen Hitler aan de macht kwam. Hoe zal Trumps mythe van zijn slachtofferschap over vijftien jaar het Amerikaanse publieke leven beïnvloeden? En in wiens voordeel?

Op 7 januari riep Trump op tot een vreedzame machtsoverdracht, waarbij hij impliciet toegaf dat zijn putsch had gefaald. Maar ook toen herhaalde hij zijn verkiezingsfictie en onderstreepte die zelfs: het was nu een heilige zaak geworden, waarvoor mensen zich hadden opgeofferd. Trumps vermeende dolkstoot in de rug zal vooral dankzij de steun van leden van het Congres blijven voortleven. In november en december 2020 herhaalden Republikeinen het verhaal en gaven het een leven dat het anders niet zou hebben gehad. Achteraf gezien lijkt het er nu op dat het laatste wankele compromis tussen de spelers en de brekers het idee was dat Trump alle kans moest krijgen om te bewijzen dat hem iets verkeerds was aangedaan. Dat standpunt onderschreef impliciet de grote leugen voor Trump-aanhangers die geneigd waren hierin te geloven. Het droeg er niet toe bij om Trump te beteugelen, wiens grote leugen alleen maar groter werd.

De brekers en de spelers zagen vervolgens allebei een andere wereld voor zich, waarin de grote leugen ofwel een schat was die gekoesterd moest worden, ofwel een gevaar dat vermeden moest worden. De brekers hadden geen andere keuze dan zich te haasten om als eersten te beweren dat ze erin geloofden. Omdat de brekers Josh Hawley en Ted Cruz moesten wedijveren om de leiderschapsrol op te eisen, zagen de spelers zich gedwongen hun eigen hand te onthullen en werd de verdeeldheid binnen de Republikeinse coalitie op 6 januari zichtbaar. De invasie van het Capitool versterkte deze scheiding der geesten alleen maar.

Trump is vooralsnog de martelaar, de hogepriester van de grote leugen. Hij is de leider van de brekers, althans in de hoofden van zijn aanhangers. De spelers willen nu van Trump af. Doordat hij tijdens zijn laatste weken in diskrediet is geraakt, is hij nutteloos geworden; ontslagen van de verplichtingen van het presidentschap zal hij weer gênant worden, net als in 2015. Als hij niet meer in staat is om hun gemanipuleer dekking te bieden, zal hij niet langer relevant zijn voor hun dagelijkse doeleinden. Maar de brekers hebben een nog sterkere reden om Trump graag te zien verdwijnen: het is onmogelijk om iets te erven van iemand die er nog steeds is. Het aangrijpen van Trumps grote leugen lijkt misschien een gebaar van steun. Feitelijk drukt het zijn politieke doodswens uit. Het veranderen van de mythe over Trump in een mythe over de natie zal makkelijker zijn als hij uit de weg is.

De grote leugen eist betrokkenheid. Als Republikeinse gamers daar niet genoeg blijk van geven, noemen Republikeinse brekers hen ‘RINO’s’: Republicans in name only. Deze term suggereerde ooit een gebrek aan ideologische betrokkenheid. Nu duidt hij op onwil om een verkiezingsuitslag weg te gooien. Als reactie daarop sluiten de spelers de rijen rond de grondwet en spreken ze over principes en tradities. De brekers weten allemaal dat ze meedoen aan een schijnvertoning, maar ze hebben een publiek van tientallen miljoenen die zich daar niet bewust van zijn.

Als Trump aanwezig blijft in het Amerikaanse politieke leven zal hij zeker zijn grote leugen onophoudelijk blijven herhalen. Hawley en Cruz en de andere brekers delen de verantwoordelijkheid voor waar dit toe leidt. Cruz en Hawley lijken zich kandidaat te willen stellen voor het presidentschap. Maar wat betekent het om kandidaat te zijn en stembusuitslagen af te wijzen? Als je beweert dat de andere partij fraude heeft gepleegd, en je aanhangers geloven je, dan verwachten ze dat je zelf ook fraude zult plegen. Door Trumps grote leugen over 6 januari te verdedigen, hebben ze een precedent geschapen: een Republikeinse presidentskandidaat die de verkiezingen verliest, moet niettemin door het Congres worden benoemd. In de toekomst zullen Republikeinen, op z’n minst de presidentskandidaten van de brekers, vermoedelijk een Plan A hebben, om te winnen en te winnen, en een Plan B, om te verliezen en te winnen. Er is geen fraude nodig; alleen beweringen dat er beschuldigingen van fraude zijn. De waarheid zal worden vervangen door spektakel, en feiten door geloof.

—————

Trumps couppoging van 2020-’21 is, net als andere mislukte couppogingen, een waarschuwing voor degenen die zich bekommeren om de rechtsstaat en een les voor degenen die dat niet doen. Zijn proto-fascisme duidde op een mogelijkheid voor de Amerikaanse politiek. Om een coup in 2024 te laten slagen, zullen de brekers iets nodig hebben wat Trump nooit echt had: een boze minderheid, georganiseerd voor landelijk geweld, klaar om de verkiezingsstrijd met intimiderend gedrag te beïnvloeden. Na vier jaar rondbazuinen van een grote leugen zou dit wel eens het resultaat kunnen zijn. Beweren dat de andere partij de verkiezingen heeft gestolen, is beloven dat je dat zelf ook zult doen, en beweren dat de andere partij het verdient om gestraft te worden.

Geïnformeerde waarnemers binnen en buiten de regering zijn het erover eens dat het rechtse witte nationalisme momenteel de grootste terroristische dreiging is in de VS. De wapenverkoop heeft in 2020 een verbazingwekkende hoogte bereikt. Uit de geschiedenis blijkt dat politiek geweld volgt als prominente leiders van grote politieke partijen openlijk paranoia omarmen.

Onze grote leugen is typisch Amerikaans, verpakt in ons merkwaardige kiesstelsel, afhankelijk van onze specifieke tradities van racisme. Maar onze grote leugen is ook structureel fascistisch, met zijn extreme leugenachtigheid, zijn complotdenken, zijn omkering van daders en slachtoffers, en zijn implicatie dat de wereld bestaat uit wij en zij. Het vier jaar lang overeind houden van die grote leugen vraagt om terrorisme en moord.

Als dat geweld komt, zullen de brekers moeten reageren. Als ze het omarmen, worden ze de fascistische factie. De Republikeinse Partij zal verdeeld zijn, althans voor een tijdje. Je kunt je natuurlijk een troosteloze hereniging voorstellen: een kandidaat van de brekers verliest de presidentsverkiezingen in november 2024 met een kleine marge en beweert dat er fraude is gepleegd, de Republikeinen winnen beide huizen van het Congres en relschoppers op straat, die vier jaar lang met de grote leugen zijn gevoed, eisen wat zij als gerechtigheid beschouwen. Zullen de spelers vasthouden aan hun principes als dit de omstandigheden van 6 januari 2025 zijn?

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit moment ook een kans is. Het is mogelijk dat een verdeelde Republikeinse Partij de Amerikaanse democratie beter kan dienen; dat de spelers, gescheiden van de brekers, beleid gaan zien als een manier om verkiezingen te winnen. Het is zeer waarschijnlijk dat de eerste maanden van de regering-Biden-Harris makkelijker zullen zijn dan verwacht; misschien zal de obstructiepolitiek, in ieder geval onder een paar Republikeinen en gedurende korte tijd, plaats maken voor een moment van zelfbevraging. Politici die willen dat er een einde komt aan het trumpisme hebben een eenvoudige opdracht: de waarheid vertellen over de verkiezingen.

Amerika zal de grote leugen niet overleven alleen maar omdat een leugenaar zijn macht kwijtraakt. Daarvoor zullen de media weer pluriformer moeten worden en een toewijding aan de feiten als een publiek goed moeten worden gezien. Het racisme dat in elk aspect van de couppoging aanwezig was, is een oproep om onze eigen geschiedenis in acht te nemen. Serieuze aandacht voor het verleden helpt ons om risico’s te ontwaren, maar kan ook toekomstige mogelijkheden blootleggen. We kunnen geen democratische republiek zijn als we leugens blijven vertellen over ras, groot of klein. Democratie gaat niet over het minimaliseren van het stemrecht of over het negeren van stembusuitslagen; het is geen zaak van het manipuleren of breken van een systeem, maar van het accepteren van de gelijkheid van anderen, het luisteren naar hun stem en het tellen van hun stemmen.


Timothy Snyder is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Yale en auteur van onder andere Bloodlands, Black Earthen On Tyranny. Zijn meest recente boek is Our Malady, waarin hij op basis van zijn eigen, bijna fatale ziekte reflecteert op de relatie tussen gezondheid en vrijheid. Dit essay verscheen eerder in The New York Times. Vertaling: Menno Grootveld