De ideale Nederlander volgens onze premier

De homo balkenendus

Door inburgeren, bijburgeren en uitburgeren beoogt premier Balkenende een «cultuuromslag» te realiseren waaruit een heel nieuw type Nederlander tevoorschijn komt. En iedereen kan het worden.

Premier Balkenende heeft een plan. Met ons, burgers van Nederland. Het plan tekent zich af in toespraken, opmerkingen en zijn boek (2002) Anders en beter, een «pleidooi voor een andere aanpak in de politiek vanuit een christen-democratische visie op de samenleving, overheid en politiek». Toen Balkenende in 2002 op televisie de overstromingen in Praag zag, dacht hij: zo moet dat ook bij ons. Van overal kwam hulp voor Praag. Niet van het leger, niet van de overheid, maar van burgers. Studenten, ouden van dagen, zelfs toeristen gaven in lange ketens zandzakken aan elkaar door.

Zouden «kut-Marokkansen» op de dijk van Borgharen staan als het erop aankomt? Ook als ze er zelf niet wonen? Voelen ze zich zo betrokken bij hun samenleving als die Tsjechen? Laten we er maar niet op rekenen. Dat gevoel van onvoorwaardelijke solidariteit, meent Balken ende, vind je alleen tussen mensen die op dezelfde manier tegen het leven aankijken. Bij mensen die bepaalde waarden met elkaar delen. Daarom wil Balkenende dat immigranten zo snel mogelijk de Nederlandse waarden aan nemen. Dat schept pas een band. Inburgeren moet dus anders. Beter.

En autochtonen? Hoe zit het met die gemeenschapszin onder Nederlanders die niet hoeven in te burgeren? De meesten wonen hier lang genoeg om te weten dat de eerlijke vinder een gevonden tientje naar de politie brengt. Dat je wacht met instappen tot iedereen is uitgestapt. Maar we doen het niet. Ook dat moet beter. En daarom gaat Balkenende waarden en normen van hun spruitjeslucht ontdoen. Autochtonen moeten bijburgeren.

De processen van inburgeren en bijburgeren samen noemt Balkenende een «cultuur omslag», waaruit een heel nieuw type Nederlander tevoorschijn komt. Dat is volgens Balkenende geen onhaalbaar ideaal. In wezen is iedereen op zijn eigen manier geschikt om homo balkenendus te worden. Er zijn in dit grootse project drie categorieën te onderscheiden.

De eerste categorie. Aan de ene zijde van het spectrum staat het hardnekkige individu. Hij of zij woont bewust op zichzelf, vindt het belangrijk een kritische mening te hebben en loopt daarmee te koop op Lekker Single!-feesten van de Volkskrant. Van Balkenende hoeft het niet zo, al die individuen. Want het verraderlijke is dat je ze over waarden en normen inhoudelijk niks kunt leren. Ze voelen meestal goed aan voor welke vrouw je een deur kunt openhouden, en voor wie je dat juist niet moet doen. Als er een dineetje is met andere singles willen ze best even bij de bovenburen langswippen om zich te excuseren voor het lawaai. En als die bovenburen een vorkje willen meeprikken, is dat ook gezellig. Beter een goede buur… denkt het individu. Hij weet immers: bij een stel goede buren kun je nog eens terecht als je op een ongelukkig moment verlegen zit om een koffiefilter of een kopje basmati-rijst.

Maar daar gaat het juist mis, vindt de pre mier. Het werkelijke eigenbelang bij het inves teren in een oplettende sociale omgeving is namelijk niet dat filter. Fatsoenlijk gedrag mag niet gebaseerd zijn op directe wederkerigheid. Want wie het eigen gewin van de investering calculeert, ziet kosten en baten naast elkaar staan. Dat is de eerste stap naar optimaliseren.

Optimaliseren wreekt zich als het gaat om vuilniszakken. Die mogen pas ’s avonds naar buiten, omdat er anders de hele dag zo’n stinkende hoop op straat ligt. Maar soms is de zak ’s ochtends al vol, met een halve pizza of een restje spinazie dat niet meer mag worden verwarmd. De zak binnenhouden, betekent dat er een vies, lekkend ding in de keuken staat te stinken. De zak alvast buiten zetten, betekent daarentegen niets, want een vuilniszak is anoniem. De buurt ergert zich, maar weet niet wie het heeft gedaan. Baten: een schone keuken. Kosten: geen.

Bovendien zegt niemand er wat van, want corrigeren wordt nog altijd gezien als intolerant. Zo kan het dat zinloos geweld plaatsvindt onder het oog van initiatiefloze toeschouwers, dat ouden van dagen hun zitplaats met hulp van de conducteur moeten afdwingen en dat stadsreinigers zich een ongeluk wroeten in clandes tiene vuilniszakken, op zoek naar onverteerd bewijsmateriaal.

Balkenende ziet dat gemakzuchtige individualisme niet langer met lede ogen aan. Maar bestraffen, handhaven en boetes verhogen is ook niet genoeg. Sterker, het werkt averechts. Het vervangt innerlijke overtuiging door economisch belang, en dat is funest. Een beschavingsoffensief is op zijn plaats.

De premier heeft een ideaaltype voor ogen. De homo balkenendus moet niet alleen collega’s om zich heen hebben, maar ook gewoon een vaste levenspartner. En kinderen, die hij wegwijs maakt in de maatschappij, en die op hun beurt hém er weer bij trekken als hij te lang op internet zit, of haar als ze alleen maar over haar collega’s kan praten. Kinderen die hem vanaf de achterbank in toom houden, als hij zijn tanden wil zetten in de achterbumper van een te langzame snelweggebruiker. De volbloed homo balkenendus is zelfs nog socialer. Die staat als vrijwilliger achter de bar van de sportkantine, waar hij de jeugd heus wel een biertje schenkt, maar altijd met mate.

Kenmerkend voor de homo balkenendus is bovendien dat hij niet altijd kan uitleggen waarom hij de dingen doet of laat. Gevraagd waarom hij de postbode groet op straat antwoordt hij opgewekt: «Zo ben ik opgevoed.» De zuiverste balkenendische mens begrijpt de vraag niet eens: «Dat is toch normaal?» Zijn eigen belang bij een sterke sociale omgeving is zo abstract dat de homo balkenendus het instandhouden van die sociale omgeving als doel op zich is gaan beschouwen. Een vaag gevoel van noodzaak daartoe is hem door ouders, grootouders, akela’s en voetbaltrainers misschien wel ingeprent, maar dat gevoel kan hij niet benoemen.

Geen van hen heeft dat trouwens ooit benoemd. De kosten-batenanalyse heeft plaats gemaakt voor het vertrouwen in opvoeding en conventie. Een homo balkenendus laat nooit de hond uit zonder hondenschepje. Niet omdat hij de buurt te vriend moet houden, maar omdat dat zo hoort. Met sinterklaas krijgt hij de hele familie over de vloer, niet omdat hij zich van zijn familie afhankelijk voelt maar omdat sinterklaas een familiefeest is. En zonder het te beseffen, bepaalt, herbepaalt en bevestigt het gezin Balkenendus daar, rond open haard en mild kritische sinterklaasgedichten, de gemeenschappelijke waarden die het leven zo prettig maken.

De tweede categorie. Aan de andere zijde van het Nederlandse spectrum staat precies zo’n familie van het type balkenendus. Op het eerste gezicht komen er zelfs steeds meer bij. In de Randstad, maar ook in provinciesteden vinden we hechte Turkse gemeenschappen. Vaders weten precies waar hun dochters uithangen en met wie. Net omdat die meisjes naïef zijn, maar omdat te frivool gedrag de familie-eer in gevaar brengt. Het is onfatsoenlijk. Zoons krijgen juist alle ruimte om de jager-verzamelaar uit te hangen, maar zijn stipt met eten thuis. Moeders hebben nog tijd voor opvoeding én uitgebreid halal koken. Niet zozeer vanwege het geloof — vader drinkt ook wel eens een biertje — maar meer omdat ze nu eenmaal meestal halal eten. Een Turks subspecies van de homo balkenendus? Culturen van zij-instromers in de Nederlandse samen leving zitten vaak boordevol waarden en gemeenschapszin. Dat geeft moed.

Helaas zijn het de verkeerde waarden. Jammer voor hen, alle moeite voor niets. Natuurlijk staat het iedereen vrij zijn invloed op gemeenschappelijke waarden te doen gelden, maar er zijn grenzen. Balkenende somt de niet opgeefbare Nederlandse basiswaarden alvast op in zijn boek Anders en beter. Familie-eer komt niet in het rijtje voor. Gelijkheid van man en vrouw wel. De homo balkenendus heeft een joods-christelijke achtergrond. Andere culturen zijn er later bij gekomen, dus die paar duizend jaar beschaving moeten ze maar in hun eigen tijd inhalen. En het liefst ook in hun eigen land, waar ze eerst moeten uitburgeren.

De derde categorie maakt het project van Balkenende pas écht interessant. Dit traject naar de homo balkenendus is bestemd voor de huwelijkspartner in de lemen hut aan de overkant van de Middellandse Zee. Die begint op nul. Er wordt een «brede maatschappelijke commissie» geïnstalleerd die het curriculum voor de nieuwe, verplichte inburgeringscursus gaat samenstellen. Inburgeren was tot nu toe een cursus «overleven in Nederland», louter «gericht op het leren van foefjes van de verzorgingsstaat: de formulieren voor huursubsidie, etc.», moppert Balkenende in Anders en beter. Immigranten moeten Nederlander worden. Dat begint in het land van herkomst. Daar worden ze alvast enthousiast gemaakt voor typisch Nederlandse waarden als «zelfverwerkelijking» en «sterke sociale bewogenheid». Daarna volgt een examen. Want zonder gemeenschappelijke normen geen samen leving.

«Gedragsnormen, het antwoord op de vraag welke humor wel of niet ‹kan›, dagelijkse omgangsvormen, zoals op welke wijze mensen elkaar begroeten, zijn vanzelfsprekendheden, waarvan men zich pas bewust wordt als iemand zich er niet aan houdt», schrijft Balkenende. Nederlander zijn is méér dan een paspoort hebben. Balkenende gaat als eerste omschrijven wat dat is; normatief.

Welke middelen heeft Balkenende om deze groepen in één nieuw mensbeeld te verenigen? Aan lesmateriaal voor de laatste groep wordt intussen door die commissie gewerkt. Toekomstige partners krijgen voortaan in hun eigen land rustig de tijd om uit te burgeren, te bestuderen hoe Nederlanders zich gedragen en daarna een proeve van Nederlanderschap af te leggen.

De problemen met de tweede categorie, de in Nederland wonende «oudkomers», zijn bekend. Zij zullen hun traditionele waarden niet opgeven voordat Balkenende onweerlegbaar heeft aangetoond dat de joods-christelijke waarden beter zijn. Dat wordt al wat lastiger.

Maar het spannendst wordt het voor de autochtone Nederlander, die heel goed weet wat normen en waarden zijn, en er niet warm of koud van wordt. Fatsoen laat zich niet afdwingen, zegt Balkenende, fatsoen is een innerlijke morele stem. Maar hoe iemand te overtuigen van zijn eigen overtuiging, zonder wortel, én zonder stok? Hoe krijgen we onszelf zo ver te geloven in het samenleven als ondeelbaar doel, zonder te willen weten waarom? Dat vergt een nog rigoureuzere ommezwaai. Wat de homo balkenendus nodig heeft, is een geloof.