Stadsleven De nieuwe toerist wil authenticiteit

De homo touristicus is een beter mens

De huidige toerist is niet meer op zoek naar luxe, maar komt vooral voor de ‘authentieke’ ervaring naar bijvoorbeeld Amsterdam. De stadsbewoner die voor zijn huis de krant zit te lezen, is figurant geworden in andermans toneelstuk.

Toen mijn Amerikaanse tante Shirley tachtig werd, besloot ze dat het tijd was om er weer op uit te gaan. Mijn oom was niet lang daarvoor overleden en ze had een zware tijd gehad. Maar nu ging ze weer op reis, voor het eerst alleen. Het werd een riviercruise in België en Nederland en een bezoek aan mij in Amsterdam.

Wat had de meeste indruk gemaakt, vroeg ik: taal en cultuur, pleinen en gebouwen, landschap? Nieuwe vrienden gemaakt aan boord?

Nee, het leukste was een bezoek in Nijmegen geweest, aan een vrouw die zich had opgegeven om buitenlandse bezoekers te ontmoeten. Tante Shirley was bij haar op de koffie gegaan, ze hadden een stroopwafel gegeten en honderduit gekletst over de verschillen tussen Californië en Gelderland, over de kinderen, ook over hoe het leven in de oorlog was geweest. Nijmegen zelf had nauwelijks indruk gemaakt, maar de persoonlijke ontmoeting des te meer.

Het toerisme wordt als mondiaal fenomeen steeds omvangrijker, maar steeds meer mensen zijn op zoek naar een kleinere, intiemere, ‘echtere’ ervaring. Naar iets authentieks en persoonlijks. Zo ontstaan er bedrijven die jou via sites en apps in contact brengen met de locals, of de weg wijzen naar spannende, onbekende en dus authentieke plekken en gebeurtenissen die je niet gauw op eigen kracht zou vinden.

Ik noem het maar ‘antitoerisme’, gericht op de individuele ontmoeting en de ervaring in plaats van op de consumptie en de voorspelbaarheid. Hier schuilt een zekere ironie in: juist dit ‘antitoerisme’ dat ontstaan is als poging om aan de commercie en het voorgekookte massatoerisme te ontkomen, is zelf een nieuw commercieel product geworden.

Iedereen wil op reis maar niemand wil toerist zijn, of liever gezegd, toerist worden genoemd. Eigenlijk is dat curieus, aangezien het toerisme een van de meest succesvolle, rendabele en alomtegenwoordige sectoren is van de wereldeconomie. Volgens de World Travel Tourism Council (wt) groeide de bijdrage van het toerisme aan het mondiale bruto nationaal product vorig jaar ondanks de crisis met drie procent – sneller dan de wereldeconomie als geheel. Wereldwijd leverde het vorig jaar 6,6 triljoen dollar op en 260 miljoen banen. Dat bedrag zal dit jaar met nog eens drie procent groeien, voorspelt de Council.

Ook voor Nederland zijn de vooruitzichten rooskleurig: het toerisme bracht volgens de wt vorig jaar 11,5 miljard euro in het laatje, dat is bijna twee procent van het bruto nationaal product. Naar verwachting zullen dit jaar zowel de opbrengsten als het aantal toeristen met bijna één procent verder stijgen.

Amsterdam trekt jaarlijks behalve zo’n zestien miljoen dagjesmensen rond de 4,5 miljoen bezoekers van over de hele wereld. Op de ranglijst van de vaakst bezochte steden in Europa staat het op de vijfde plaats. De grachtengordel, het icoon van de hoofdstad, zucht onder de druk(te) en het gemeentebestuur probeert de toeristen te verspreiden, bijvoorbeeld naar de Pijp, Amsterdams Quartier Latin. Twee jaar geleden is ook de HollandRoute in gebruik genomen, een 135 kilometer lange route die vanuit de hoofdstad langs Zaanstad, de Haarlemmermeer en Haarlem voert. Die moet de omliggende regio ontsluiten voor mensen die meer dan de stad willen zien.

De markt van het achter-de-schermen, schijnbaar kleinschalige antitoerisme is in een paar jaar tijd heel groot geworden. Via Airbnb bijvoorbeeld, als startup in Silicon Valley begonnen, kun je tijdelijk een woning (ver)huren. Het bedrijf ging in 2008 van start in San Francisco, waar de oprichters om de huur te kunnen betalen hun woonkamer als bed breakfast met luchtmatrassen verhuurden. Het systeem van reserveren en betalen is doorwrocht en betrouwbaar, maar het aanbod is allang niet meer even quirky en persoonlijk als in het begin, toen ze zich onderscheidden met het verhuren van kastelen, boten en boomhutten. Toen ik vorige maand tijdens de Salone del Mobile via Airbnb een appartement huurde in Milaan, bleek de verhuurder een professionele tussenpersoon te zijn die liefst zestig appartementen in beheer heeft.

Volgens The New York Times wordt de marktwaarde van Airbnb nu geschat op 1,3 miljard dollar; het is wachten op de overname door een groot bedrijf als bijvoorbeeld Booking.com. Zoals Yahoo net deze week Tumblr voor ruim één miljard heeft gekocht, Facebook Instagram en Google YouTube en Snapseed.

Gidsy, van de Nederlandse broers Edial en Floris Dekker, noemde zich ‘a marketplace for authentic experiences’ waar iedereen kennis en diensten kon aanbieden – de geheime graffitistraten van Berlijn verkennen, bijvoorbeeld, of met een New Yorker meejoggen (‘sightjogging’) of een workshop bloggen met Ernst-Jan Pfauth volgen. Van de opbrengst ging tien procent naar Gidsy. Vanuit Berlijn werd het bedrijf al snel uitgebreid, mede dankzij een investering van 1,2 miljoen dollar door de Amerikaanse acteur Ashton Kutcher.

Gidsy was een intrigerende mengeling van idealisme en een gat in de markt zien. In een interview eind 2011 in het tijdschrift Bright zei Edial: ‘Als je een activiteit boekt, is de kans groot dat je mensen ontmoet met dezelfde interesses. Wij willen deze mensen samenbrengen, een conversatie starten, kennis verspreiden.’

Wat zijn de dromen voor over vijf jaar, wilde de interviewer weten. ‘In ieder geval dat Gidsy nog van ons is’, was het antwoord. ‘We zijn niet van plan om te verkopen als het groter wordt, we willen er ons levenswerk van maken.’ Twee weken geleden is Gidsy gekocht door marktleider GetYourGuide (‘Things to do, all over the world’).

Achter de schermen kijken, op plekken komen die alleen de stedelingen zelf kennen – behalve aan het persoonlijke, appelleren de nieuwe aanbieders aan onze hang naar exclusiviteit. Het aanbod hoeft niet luxe te zijn, maar wel apart. Zo biedt het tijdschrift Forbes een lijst van de tien beste apps ‘for those who are seasoned travelers and not simply tourists’.

In Nederland kun je met City Safari (‘opent deuren die voor anderen gesloten blijven’) op uitgesproken ontoeristische plekken komen in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht: een moskee, bijvoorbeeld, een Turks eethuis, een voedselbank, een kunstenaarskraakpand. Like-a-Local heeft van locals in 27 steden informatie verzameld die je met een app kunt raadplegen, ook zonder internetverbinding. In Amsterdam worden behalve wat hippe cafés ook de Albert Heijn aangeraden, de Hema en… de Febo.

De nieuwste loot aan de stam is sinds driekwart jaar Citinerary.net van Robin Cox, afkomstig uit de reclame en marketing en nu verbonden aan broedplaats de Hub. Citinerary doet wat mijn tante zo leuk vond: meet greet met locals, geen tours of gidsen, alleen een kopje koffie en persoonlijke tips en verhalen. De locals krijgen niet betaald, ze doen het voor hun plezier. ‘De stad verandert snel en die informatie is voor de bezoeker niet zo toegankelijk’, zegt Cox. ‘De toerist ziet de stad als een huls, met Citinerary wil ik de inhoud laten zien.’ Hij werkt al aan vestigingen in het buitenland en onderzoekt de mogelijkheid om met hotels samen te werken, waarbij de local aanschuift aan het ontbijt.

Waarom ergeren we ons aan toeristen en willen we vooral de schijn vermijden dat we zelf toerist zijn? Laten we eerlijk zijn: de toeristen houden met hun uitgaven een voorzieningenniveau in stand dat Amsterdam met nog geen miljoen inwoners nooit op eigen kracht zou kunnen bieden. Als de stad, vooral de historische binnenstad, misschien op een decor lijkt, dan is het wel de bezoeker die dat levende decor financiert waarin de bewoner zich dagelijks beweegt.

In een reactie op een Facebook-post over de komende aflevering van mijn talkshow Stadsleven, over ‘Toerist in eigen stad’, doorbrak Joost Janmaat van bureau Partizan Publik op een verfrissende manier het cliché: ‘Toeristen zijn nieuwsgierig, open, laten zich verwonderen’, schrijft hij. ‘Toeristen zijn niet gehinderd door traditie, gewoonte en moraal. De homo touristicus is een beter mens. Waar wij ons massaal aan irriteren.’

Hoe komt dat? Onder andere, vermoed ik, doordat je je als stadsbewoner al gauw een figurant voelt in andermans toneelstuk. In mijn vorige huis zat ik met mooi weer wel eens op de stoep de krant te lezen. Zonder op te kijken kon ik al de vertedering voelen van de passanten: ach kijk, wat leuk, het authentieke dagelijkse leven. Zonder dat er een woord was gezegd voelde ik me een rekwisiet – en ik ben niet eens een autochtone Amsterdammer! (Dat zijn overigens de meeste Amsterdammers niet).

De Engelse socioloog John Urry heeft dit treffend the tourist gaze genoemd. In zijn gelijknamige boek beschrijft hij hoe de toerist naar zijn omgeving kijkt met een blik die wordt ingekaderd door de zoeker van de camera of de ruit van de auto of de touringcar. Elke omgeving en elke krantlezende inboorling wordt tot een eindeloos repliceerbaar plaatje gereduceerd. Het bekekene – een persoon, een stad, een landschap – wordt een object, stoffering van andermans verhaal.

Daar komt bij dat bewoners van historische steden merken dat hun omgeving steeds meer naar een toeristisch wensbeeld wordt geboetseerd. Historische straatlantaarns, koetsen met paarden, straten van klinkers… Hoezeer het landschap van het dagelijks leven en van de vrijetijd in elkaar overlopen, is goed te zien in het pas verschenen fotoboek Luilekkerlandschap van Korrie Besems (99 Uitgevers). Er is bijna geen verschil te zien tussen de gethematiseerde vakantieparken en de vele gethematiseerde woonwijken die Nederland tegenwoordig telt, met zogenaamde jaren-dertighuizen, of ‘ruïnes’, of kies maar een thema. Brandevoort in Helmond is een woonwijk, het Friese Esonstad een vakantiepark, maar je ziet het niet. Het enige vakantiepark waarvan je zeker weet dat het geen woonwijk is, zijn de wigwams bij Slagharen.

In dat woord ‘authentiek’ schuilt al de objectiverende blik van de buitenstaander. Als er over je buurt niet meer wordt gesproken als ‘typisch Amsterdams’, maar als ‘authentiek’, dan is het oppassen geblazen. Want zodra iets authentiek wordt genoemd, is het dat eigenlijk al niet meer.


Stadsleven

Journalist Tracy Metz leidt in samenwerking met de Rode Hoed en De Groene Amsterdammer de maandelijkse talkshow Stadsleven. De volgende aflevering en de laatste voor de zomer, ‘Toerist in eigen stad’, vindt plaats op maandag 27 mei om 20.30 uur in de Vrijburgzaal, Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam. Sprekers zijn Frans van der Avert, directeur Amsterdam Marketing; Hans Mommaas, hoogleraar vrijetijdsstudies in Tilburg; oprichter Robin Cox van Citinerary en Korrie Besems, fotografe van Luilekkerlandschap.

rodehoed.nl, kaarten@rodehoed.nl