Boedapest‘No migrants more in’, zegt Viktor Orbán in 2018 tegen verzamelde journalisten in Brussel. ‘And those who are in, should bring back.’ De Hongaarse premier mag dan ooit in Engeland gestudeerd hebben: zijn Engels is – hoewel vol zelfvertrouwen uitgesproken – van het niveau van Louis van Gaal. Maar, eerlijk is eerlijk: Orbán kan zich altijd prima verstaanbaar maken.

Gergely Karácsony, de linkse burgemeester van Boedapest, kondigde vorige week aan dat hij zich verkiesbaar stelt tijdens een voorronde waarin oppositiestemmers bepalen wie het volgend jaar zal gaan opnemen tegen Orbán. Het is de eerste keer in jaren dat de oppositie tijdens nationale verkiezingen een kans lijkt te maken – en er gingen al langer hoopvolle geruchten dat de populaire Karácsony die poging zou leiden. Maar toen Karácsony zijn besluit bekendmaakte, kwam hij plotseling in een storm van kritiek terecht over zijn zwakke Engels, naar aanleiding van een nogal onaardige opmerking van hemzelf over Orbán.

Tijdens een interview (via een tolk) met The Economist was Karácsony gevraagd op welke manier hij politiek van Orbán verschilt. Aan het eind van een lijstje politieke verschillen voegde de burgemeester grappend een nogal persoonlijke sneer toe: ‘Orbán is kort en dik’, zei hij, ‘en ik ben lang en dun.’ Dat had hij beter niet kunnen doen: al gauw begonnen politieke opponenten op Facebook en later in de reguliere media te wijzen naar een ander verschil tussen de twee mannen: de een spreekt Engels, en de ander niet. Dat Karácsony bijna geen Engels spreekt is extra opvallend omdat hij politiek juist staat voor een internationale oriëntatie, en sterk pro-Brussel is.

Karácsony reageerde op de kritiek door te stellen dat hij geen moeite heeft om toe te geven dat iemand ergens beter in is dan hijzelf, en dat Orbán inderdaad waarschijnlijk beter Engels spreekt. Hij stelde verder dat het verschil in taalvaardigheden tussen de twee mannen neerkomt op het verschil tussen studeren met een Soros-beurs in Engeland (zoals Orbán, ondanks al zijn zwartmakerij van filantroop George Soros, deed) en een gemiddeld taalexamen op een Hongaarse universiteit. En hij kon het niet laten om weer af te sluiten met een sneer naar Orbán – een verwijzing naar de hechte banden die de Hongaarse premier er met Rusland en China op nahoudt. ‘Ik werk aan mijn Engels’, zei hij, ‘maar ik ben niet van plan om mijn Russisch of Chinees te verbeteren.’