Boedapest – Afgelopen weekend vond de 26ste editie van het Budapest Pride-festival plaats. Als je je daar zoiets als de Amsterdamse Pride bij voorstelt, dan moet je je verwachtingen naar beneden bijstellen: meestal komen er maar zo’n duizend tot tweeduizend mensen opdagen, voor een optocht door Boedapest die altijd lastiggevallen wordt door tegendemonstrerende neonazi’s en andere homofobe demonstranten. In 2007 en 2008 liep dat zelfs zo uit de hand dat niet duidelijk was of het evenement wel kon blijven bestaan. Toch kon de optocht – het noodlottige coronajaar 2020 uitgezonderd – tot nu toe altijd doorgaan, al bleven er altijd wel vervelende incidenten plaatsvinden.

Maar dit jaar kwam als een leuke verrassing: duizenden mensen, een recordaantal, kwamen zaterdag hun steun betuigen aan de Hongaarse lhbt-gemeenschap. Die steun is hard nodig; de wet die deze zomer in heel Europa bekritiseerd wordt was slechts de laatste in een serie anti-lhbt-wetten die zijn aangenomen, en die gepaard gaan met uitspraken van regeringsleden waarin homoseksualiteit steeds wordt gekoppeld aan pedofilie. De regering-Orbán heeft de lhbt’ers duidelijk uitverkoren tot de rol van ‘vijand’ waartegen zij het volk beschermt.

De enorme media-aandacht die voor dit onderwerp bestaat heeft iets dubbels. Enerzijds speelt die Orbán namelijk in de kaart: hij is er immers in geslaagd om het gesprek in de afgelopen weken naar zijn hand te zetten. Want zolang het over dit onderwerp ging, ging het niet over de economische puinhopen in Hongarije na corona, de krakkemikkige gezondheidszorg of het feit dat vorige week duidelijk werd dat de regering de Israëlische high-tech spyware Pegasus heeft gebruikt om oppositiepolitici, journalisten en burgemeesters mee af te luisteren. Met het oog op de aankomende verkiezingen (lente 2022) komt dat Orbán en zijn regering mooi uit.

Maar waar andere ‘vijanden’ van de regering-Orbán – immigranten, Brussel, George Soros – grotendeels onzichtbaar waren, lopen lhbt’ers natuurlijk gewoon rond in Boedapest. En juist doordat ze een gemarginaliseerde groep vormen, waren ze al een vrij hechte gemeenschap. Nu de regering de pijlen zo sterk op hen richt, lijkt die gemeenschap ineens groter, sterker en zichtbaarder te worden: een positief neveneffect van een inhumaan beleid.

‘Ik was heel verbaasd: Pride was dit jaar heel anders’, zegt de Hongaarse drag queen Valerie Divine. Het was de eerste keer dat hij in full drag meeliep – hij kreeg alleen maar leuke reacties. ‘Overal begonnen mensen te juichen en wilden ze op de foto’, zegt hij ongelovig. ‘Dat voelde zo goed.’