De honger naar hevig leven

Nu God dood is en de kruistocht geen optie meer, moeten we onze kicks zelf creeren. En dat doen we, vol overgave. Want de ervaringsarmoede knaagt en ‘er zijn telkens nieuwe angsten te overwinnen’.
‘OKEE JACK, NU een flying tumble turn vanaf de brug!’ schalt de stem van Peter. Jack knikt relaxed vanaf zijn brugleuning, ongeveer drie meter boven het water, en zet zich schrap. De speedboat schiet vooruit, de lange lijn komt strak te staan en trekt Jack met een ruk naar beneden, het water in. Hij gaat kopje onder, wordt door de speedboat voortgesleurd en lijkt haast te verdrinken, tot hij herrijst vanuit een muur van opspattend water. Nu staat hij rechtop en skiet over het kanaal - op blote voeten. Boot en skier racen met een noodgang langs de kant, waar wordt gejoeld en geklapt.

Welkom bij Barefoot Paradise, de Rotterdamse ‘blootvoets-waterskischool’ van Jack Pootjes - 42 jaar, breed, gespierd, met paardestaart - en Peter Hammink - 35, nog breder, permanentje en gestroomlijnde ski-bril. Hun 'studenten’, zes jonge mensen die op de wal op hun beurt wachten, hebben de demonstratie ademloos gevolgd. De meesten van hen kunnen nog maar hooguit een paar honderd meter rechtop blijven staan. 'Blootvoets skien heeft zoveel mogelijkheden’, zegt 'student’ Peter (32) verlangend. 'Je kunt figuren maken, achterwaarts skien - er zijn telkens nieuwe angsten te overwinnen en technieken te leren.’ Voor de echte cracks ligt er nog een schans in het kanaal die hen de lucht in zwiept en 25 meter verderop weer op het water doet landen.
Maar waar zijn hier de waterskies? Pfff, blaast men in koor, daar is toch niks aan, dat is net wandelen. Zonder ski gaat het wel twee keer zo hard. Een snelheid die je ook wel nodig hebt, wil je blijven staan op 25 centimeter voetzool in plaats van op een plank van anderhalve meter. Wie valt maakt een enorme smak; water is keihard wanneer je er met zeventig kilometer per uur overheen raast.
'Ik wilde weten hoe het voelt om als God over het water te lopen’, zo verklaart cursist Hans, tanig, gebruind en uitbundig getatoeeerd. En ziekenverzorgster Anette (24) wordt gedreven door de vraag hoe ver je kunt gaan met je lichaam. Haar woensdagen zijn gereserveerd voor het barefoot skien. 'Het geeft zo'n kick als je voor het eerst met je blote voeten op het water staat. En er zijn niet veel vrouwen die dit doen, dat maakt het extra gaaf.’
'Soms verdrink je bijna, of is het alsof iemand een brandslang op je richt’, zegt Peter. 'Maar als je dan toch volhoudt, krijg je een kick alsof je een kilo cocaine in je neus hebt.’ En natuurlijk is dat belangrijk, regelmatig een 'kick’ krijgen - wat een domme vraag. 'Dat wil iedereen toch? Het gewone volk gaat bungyjumpen of bezoekt Ajax-Feyenoord en slaat elkaar daar de harses in. Dit is tenminste nog kleinschalig en elitair.’
'We krijgen hier veel mensen die op zoek zijn naar een kick’, bevestigt Peter Hammink. 'En als je dit eenmaal kunt zonder steeds te vallen, is het ook enorm kicken. Omdat het zo moeilijk is, en eigenlijk zo tegennatuurlijk. Iets in je binnenste zegt dat het helemaal niet kan, met je 85 kilo op je blote voetjes over het water skien. Maar dat gevoel kun je overwinnen. Je leert hier in jezelf zoeken hoe ver je kunt gaan.’ 'Ja’, zegt zijn pupil Hans, 'je wilt je grenzen verleggen, he. Elke keer zoek ik een sport die weer iets spectaculairder is dan de vorige. Ik heb alles al gedaan: monoskien, bungyjumpen, parachutespringen. Maar dat ging me te langzaam. Ik vond het wel gaaf om uit dat vliegtuig te springen, maar daarna hang je maar wat aan die parachute. Nu word ik met zeventig kilometer over het water gesleurd - die snelheid en de adrenaline die je daarvan krijgt, onbeschrijfelijk!’
'HET HOEFT geen betoog: de moderne mens is verslaafd aan ervaring. Hij is belust op sensaties. Hij accumuleert belevenissen’, schrijft filosoof Lieven de Cauter in zijn net verschenen boek Archeologie van de kick. 'Wellicht onder druk van de snelheid van de technologische wereld, zoekt hij naar steeds sterkere en steeds meer afwisselende prikkels. Men zou er een woord voor kunnen bedenken: de “verheviging”.’
De honger naar hevig leven lijkt haast niet te stillen. De commerciele attracties en spannende sporten die moderne dare devils moeten lokken, buitelen over elkaar heen. Deltavliegen, vrije-valparachutespringen en zeekajakken zijn al bijna gewoon geworden. De echte sensation seeker kijkt daarom over de grens en geeft zich op voor Le marathon du desert: zeven dagen hardlopen door tweehonderd kilometer Marokkaanse woestijn, bij een temperatuur van rond de veertig graden. Of boekt een vakantie bij Panta Rhei Buitensport: 'We bevaren wilde rivieren, beklimmen steile rotsen en zweven door het luchtruim’, belooft de folder. 'Elke dag heeft een primeur.’
'Live life to the max’, schreeuwt de Pepsi reclame, terwijl een flitsend type per skateboard een berg afraast. 'Haal eruit wat erin zit’, roept Mars. De 'extreme sports’ hebben al hun eigen 'Extreme Games’, onlangs gehouden in Boston. Allerhande snelle organisaties flemen: Kom bij ons, thrill seekers, kom bungyjumpen, diepzeeduiken, wildwaterkanoen of anderszins afzien - the sky is the limit! En wanneer zij niet creatief genoeg zijn, verzinnen jongeren zelf wel nieuwe stunts en hun eigen spanning en sensatie. Want, zoals de tekst op een onlangs gesignaleerd T-shirt luidt: 'If you’re not living on the edge, you’re taking up too much space.’ Dus ga je eens funskaten, je in het stadsgewoel laten meesleuren door tram of metro, bergbeklimmen zonder touw of speedsailen.
De eerste en vooralsnog enige speedsailer in Nederland is de 21-jarige Cor Muilwijk te Terschelling. Bij goed weer raast hij ’s nachts met zo'n vijftig kilometer per uur op zijn surfplank op wieltjes over het stille strand. Niet voor de show, maar voor de kick. Levensgevaarlijk, weet hij, want dat natte zand is zo hard als beton. In Belgie is speedsailen om die reden verboden. Maar het is precies de prikkel die hij zocht toen hij na een aantal reizen door Afrika en Azie terug moest naar zijn saaie studentenbestaan. Zoals Lieven de Cauter schrijft: 'In de extase van de roes ontkomt men aan de dwingelandij van de gewone, banale werkelijkheid.’
TUSSEN DE brave bootjes van Sail '95 staat een enorme hijskraan. Daar kun je voor honderd gulden de held uithangen. Aan een elastiek uit de dagelijkse routine springen: drommen jonge mensen staan voor die illusie in de rij. Een bungyjump duurt nog geen twee minuten, maar je moet heel wat overwinnen om van 65 meter hoogte naar beneden te duiken, ondergedompeld te worden in het IJ en - op je kop hangend en druipend - als een jojo terug te veren aan het elastische snoer.
Olav (26) is een echte bungy-junkie - hij heeft het al zes keer gedaan. En jawel: 'Het geeft een gigantische shot adrenaline als je van zo hoog naar beneden springt - dat gevoel is niet te vergelijken met een joint of een pilletje. Dit is super-extreem.’
Michiel Versprille, de jonge, gebronsde eigenaar van Bungy Jump Holland, schreeuwt geroutineerd zijn verhaal boven de stampende muziek uit. 'Na je eerste sprong praat je een hele week nergens anders over. Ik heb het zelf al wel 1500 keer gedaan, maar het blijft onwijs gaaf. Het is zo'n uitdaging en dat vlieggevoel is zo heerlijk.’ Voor de trendgevoelige sensatiezoeker is bungyjumpen echter alweer passe; die gaat airdiven (met zijn drieen in een schuitje 'schommelen’ tussen twee reusachtige hijskranen met meer dan 130 kilometer per uur). Of hij doet aan sky fever, waarbij je in een soort schietstoel met een gigantische snelheid zestig meter de lucht in gecatapulteerd wordt. 'Och’, zegt Versprille laatdunkend, 'dat is niet zo spectaculair hoor. In september ga ik naar Amerika naar een beurs voor de nieuwste evenementen, maar wat ze ook verzinnen, bungyjumpen blijft gewoon the ultimate kick.’
De honderdjes stromen binnen, de zonnebrillen ('Pearle beloont uw moed met gratis bungy-bril’) vliegen weg en de fotograaf die voor 25 gulden de sprong in viervoud vastlegt, doet goede zaken. Wie boven staat en toch niet durft, krijgt zijn geld niet terug. 'Maar we praten praktisch iedereen naar beneden’, zegt Versprille. 'Je moet gewoon heel relaxed zeggen dat er niks kan gebeuren.’
De crew van Bungy Jump Holland, zoals zo stoer op hun T-shirts staat, heeft een hoog 'seen it all, done it all’-gehalte. Een tikje verveeld, met een sigaret in de mondhoek, gespen Versprille en zijn medewerkers de beverige kandidaten stevig vast alvorens ze omhoog te hijsen.
Patrick (22) slaat een kruis en staat een beetje schaapachtig te lachen terwijl hij wordt ingesnoerd. Zijn vriendin staat er lamgeslagen bij. 'Ik heb het toch liever niet, hoor’, zegt ze zwakjes. Maar Patrick is vastbesloten en gebiedt haar het fototoestel in de aanslag te houden. Andermaal: waarom willen mensen dit? Ronald (25), blij maar bleekjes teruggekeerd op aarde: 'Ik moest dit gewoon een keer doen, je wilt toch je grenzen verleggen, he.’ Versprille: 'Omdat het dagelijks leven zo saai is, misschien.’
Nee, meent Lieven de Cauter, de 'ervaringsarmoede’ in dit tijdsgewricht komt niet voort uit een tekort aan belevenissen maar eerder uit een teveel. We worden blootgesteld aan een overvloed van prikkels en gaan juist daarom op zoek naar steeds een nieuwe 'kick’, die hij omschrijft als een 'als aangenaam ervaren shock’.
'EEN KLEINE maar spraakmakende groep jongeren, vooral jongens, houdt zich bezig met allerlei vormen van risky gedrag’, zegt M. du Bois-Reynmond, sociologe en hoogleraar jeugdstudies aan de Rijksuniversiteit Leiden. 'Als je hun vraagt waarom ze bijvoorbeeld met soft drugs experimenteren, vertellen ze dat ze een soort intensivering zoeken van hun leven, hun bewustzijn. En dat uit zich ook in andere extreme vormen. Neem house-parties. Je werpt je hele lichaam in het gevecht, met allerlei gevaren, zoals uitdrogingsverschijnselen. Maar de kunst is natuurlijk om op de rand te balanceren - tussen het echte gevaar en de mate waarin het nog bijzonder stimulerend is. Juist dan ervaar je op de meest intense manier je existentie.’
Volgens het Instituut voor Alcohol en Drugs is het gebruik van ecstasy tijdens house-parties het wekelijkse verzetje van zo'n dertigduizend Nederlandse scholieren van twaalf jaar en ouder. In combinatie met andere drugs, alchohol of uitputting kan zo'n pilletje dodelijk zijn. Dat 'verhoogde levensgevoel wanneer men rakelings de dood passeert’ wordt nu juist vaak aantrekkelijk gevonden, meent ook De Cauter. Volgens hem is de kick zelfs 'een gesocialiseerde vorm van suicidaal gedrag’.
Terwijl jongeren eigenlijk, denkt Du Bois-Reynmond, behoefte hebben om iets te doen wat er werkelijk toe doet. 'Dat wordt ze alleen niet toegestaan in deze maatschappij. Er is wel veel prietpraat over jongerenparticipatie, maar op het onderwijs, op de religie en de politiek hebben ze praktisch geen invloed. Volwassenen dagen jongeren niet uit, ze sluiten ze eerder uit. Mede daardoor zie je een rijkdom aan jeugdculturen ontstaan. Mijn zoon van 21 is net acht maanden in New York geweest en heeft daar iedere nacht graffiti gemaakt met andere jongeren. Die klimmen met hun spuitbus op de subway om grafische afbeeldingen te maken en worden daarbij achternagezeten door de politie. De omstandigheden waaronder dat gebeurt zijn zeer riskant, en dat hoort ook bij die cultuur.’
Jongeren, zegt zij, mogen of moeten zelfs veel langer jong zijn dan vroeger. Ze volgen vaak jarenlange opleidingen en betreden de arbeidsmarkt laat. 'Met 29 jaar kun je je nog als jongere gedragen, en dat is historisch zeer nieuw. Vroeger waren mensen op die leeftijd fulltime professor of al vijftien jaar timmerman. Maar nu kun je op je eenendertigste nog rustig zeggen dat je “je draai nog niet gevonden hebt”. Door die lange jeugdfase ontstaat een soort vrije ruimte die wordt gevuld met allerlei meer of minder opwindende activiteiten. Jongeren willen veel dingen uitproberen en daar heel cool over zijn. Dat is werkelijk een belangrijk woord: cool.’
Risicogedrag, zegt Du Bois-Reynmond, is van alle tijden, vooral in de adolescentiefase. Maar nu uit het zich in allerlei nieuwe, extreme vormen en kom je het bovendien voor het eerst tegen in alle sociale lagen.
INDERDAAD IS het zoeken naar kicks op zich niet nieuw. Wie vroeger naar nieuwe sensaties verlangde ging op kruistocht of ontdekkingsreis. Waren Columbus en Livingstone geen danger seekers avant la lettre?
Maar terwijl vroeger religieuze, politieke of economische motieven vaak de hoofdrol speelden bij het aangaan van een uitdaging, wordt - nu God dood is en de ideologieen ook - het risico tegenwoordig nog slechts gezocht om het risico. Zoals Francis Fukuyama zegt: we moeten onze opwinding zelf creeren nu er in de maatschappij geen uitdagingen op grote schaal meer zijn. Rest de individuele, kleinschalige 'uitdaging’, wat inmiddels dan ook het meest afgesleten woord van deze tijd is.
'Persoonlijke grenzen verleggen’, 'kijken hoever je kunt gaan’, 'een ontdekkingsreis van binnen’: dat zijn de rationaliseringen die moderne dare devils graag aanvoeren. Hun avonturen hebben geen enkele maatschappelijke relevantie, hun kick is geheel waardevrij. Zij zijn de exponenten van 'de nieuwe innerlijkheid’, zoals de Utrechtse socioloog Carl Rohde onlangs in de Volkskrant dit post-yuppietijdperk typeerde. Deze nieuwe innerlijkheid is echter geen ingekeerdheid, geen terugkeer naar intellectuele waarden en bezinning. Ze komt veeleer neer op hedonisme en met jezelf bezig zijn. Kicken is meestal selfkicken - je doet het voor je eigen lekkere gevoel.
Du Bois-Reynmond: 'Vroeger vond veel jeugdcultureel leven plaats in verenigingsverband. Het ging vooral om het gedeelde plezier. De padvinderij was een van de geijkte organisaties waar risicogedrag geuit kon worden langs gebaande paden. Dan ging men heel avontuurlijk ’s avonds kampvuren maken. Maar ik denk dat dat collectieve definitief op de terugtocht is, om plaats te maken voor deze meer individuele jeugdcultuur. Die kan overigens nog wel in groepsverband plaatsvinden. Op een houseparty staan troepen jongeren opeengepakt, maar ze dansen alleen. Dat is de paradox van deze tijd: wij zijn geindividualiseerde mensen die zich in massamaatschappijen trachten te onderscheiden.’
De hoogtijdagen van het materialisme mogen volgens de 'nieuwe innerlijkheid’- theorie dan voorbij zijn, nog steeds showen (jonge) mensen nog graag zichzelf. In plaats van dure merkschoenen of een snelle auto spelen nu echter hun lifestyle, lef en fitness- lijf daarin de hoofdrol. Het lichaam wordt gemodelleerd, versierd met tatoeages en doorboord met ringetjes. Even de tanden op elkaar en piercen maar. Zo bezien past de 'verheviging’ prachtig in de lichaamscultuur en is die zogenaamde innerlijkheid vooral buitenkant.
'O zeker, het heeft een grote narcistische lading’, zegt Du Bois-Reynmond. 'Je ziet het ook in de mode. Meisjes kiezen vaak door middel van hun kleding voor risicovol gedrag - die gaan in een superkorte zwarte rok met bergschoenen eronder door de stad lopen. Dat is overigens een belangrijk kenmerk van deze life-style: dat het zich voornamelijk in de metropolen afspeelt. Vooral daar zijn nu eenmaal veel mogelijkheden, en dus worden die benut. Je moet de verklaring ook niet ingewikkelder willen maken dan nodig is.’
HET ANTWOORD op de vraag naar het waarom is misschien wel net zo simpel als in de film Rebel Without a Cause, waarin James Dean alias Jim wordt uitgedaagd voor een chicken race, een 'lefrace’. Vlak voor de wedstrijd waarbij hij en zijn uitdager Buzz richting afgrond zullen scheuren om zo laat mogelijk uit hun auto’s te springen, vraagt Jim vertwijfeld: 'Waarom doen we dit?’ Waarop Buzz zegt: 'Je moet toch iets doen.’
James Dean was ook al 'too cool for school’ en 'too fast to live, too young to die’, zoals The Eagles zongen. Maar was zo'n levensstijl toen nog voorbehouden aan filmsterren, nu is de kick gedemocratiseerd. 'Gedesacraliseerd’, schrijft De Cauter, en juist daarin, meent hij, 'steekt de logica van de verheviging: het zoeken naar steeds sterkere prikkels.’
Op die manier is iedere nieuwe 'kick’ al gauw geen kick meer. Het is al lang doodgewoon om met je credit card op 'survival tocht’ te gaan of tijdens het personeelsuitje aan paint ball te doen, een spel waarbij je je tegenstander met een geweer en een 'kogel’ van verf moet zien uit te schakelen. Dit oorlogje kan gespeeld worden in de grote glazen kas van de firma World Wide Event Management, gespecialiseerd in 'avontuurlijke evenementen’.
Een activiteit als paint ball is natuurlijk, net als bungyjumpen, een kick van niks. Het illustreert dat de kick is geinstitutionaliseerd, het avontuur gereguleerd. Bungyjumpen is een seriekick; het is een kortstondig nepgevaar, een kermisattractie vol veiligheidsmarges. Het is niet creatief en niet grensverleggend, hooguit eventjes stoer. Nee, dat is niet extreem genoeg meer, denken de Amerikanen, en ze besluiten om dan maar van het Empire State Building te springen. Met een parachute weliswaar, maar die wil in zo'n korte val nog wel eens dichtblijven.
En toch… je moet maar durven. De hijskraan torent hoog boven het IJ, de een na de ander jumpt joelend naar beneden. Vijfenzestig meter.
Twee dagen twijfel ik, om er ten slotte van af te zien. Ik heb gewoon de guts niet. Dan maar geen glory.