De hongkong-methode

Ondanks de slechte voortekenen denkt Hongkong liever nog niet na over de vraag wat haar te wachten staat als ze in 1997 overgaat naar China. Maar politica Emily Lau weigert de kop in het zand te steken: ‘We moeten leren het lot in eigen hand te nemen.’
HONGKONG - Ze zit geen minuut stil. Zelfs haar gezicht neemt ieder moment een andere uitdrukking aan. Emily Lau spreekt alsof ze een spannend verhaal vertelt aan een schoolklas.
Lau (43) werd in september 1995 als onafhankelijk lid van Hongkongs wetgevende macht, de Legislative Council (Legco), herkozen. Zij studeerde onder meer aan de London School of Economics, werkte zeven jaar als journalist voor de Far Eastern Economic Review en is op dit moment Hongkongs populairste politica. De eigenzinnige Lau dankt haar populariteit vooral aan haar onomwonden meningen, die haar in China en Londen bepaald niet geliefd maken. Wat drijft haar om de democratische boodschap te blijven verkondigen nu de dagen van de nog zo prille democratie in Hongkong geteld lijken?

Gevraagd naar haar grootste zorgen voor 1997 kijkt ze een moment nadenkend naar het plafond van haar werkkamer. ‘Ik ben bang dat de vrije manier van leven zoals we die nu kennen, drastisch zal veranderen: de rechtsstaat komt in gevaar en de voorzichtige ontwikkelingen richting democratie zullen worden teruggedraaid. Verder vrees ik dat er veel corruptie over zal waaien uit China.’
DAT OOK DE VRIJHEID van meningsuiting in gevaar komt, staat voor Lau vast. Op dit moment floreert de vrije pers nog: Hongkong heeft 75 dagbladen en 663 tijdschriften en kent zowel commerciele als staatsradio- en televisiestations. De internationale persbureaus en de belangrijkste Aziatische bladen hebben er een vestiging. Emily Lau: 'Over het algemeen waarderen de mensen de persvrijheid zeer en velen zijn destijds juist daarom naar Hongkong gevlucht. Maar de generatie die in Hongkong geboren is, heeft de verschrikkingen van een dictatuur nooit meegemaakt. Daarom ben ik er allerminst van overtuigd dat de mensen echt het gevecht zullen aangaan voor de vrijheid van meningsuiting. Alle Chinezen zijn doodsbang voor persoonlijke vergeldingsmaatregelen. Als je in 1997 de straat op gaat, verdwijn je misschien de volgende dag.’
Hoewel er in Hongkong nog geen krant is gesloten, neemt de zelfcensuur sluipenderwijs toe. Al in 1985 (een jaar nadat China en Groot-Brittannie afspraken dat er in Hongkong de komende vijftig jaar niets zou veranderen) waarschuwde Lau hiervoor, waardoor ze zich bepaald niet geliefd maakte bij haar collega-journalisten. Nu geven zelfs gouverneur Patten en premier Anson Chan toe dat het voorkomt dat verhalen onder druk van Peking en de commercie worden aangepast of helemaal niet gepubliceerd. Laus stem zakt en samenzweerderig fluistert ze: 'De journalisten zijn te bang: over de communistische partij in China bijvoorbeeld lees je nooit iets, terwijl iedereen in Hongkong daarin is geinteresseerd. Dat is immers wat spoedig hun leven zal gaan bepalen. Maar iedereen is bang aan dat onderwerp de vingers te branden.’
China beloont de media met zakelijke voordelen en straft ze door er niet in te adverteren en door ze op een zwarte lijst te zetten. Peking denkt nog steeds: wie niet voor mij is, is tegen mij. Ook de Engelstalige bladen zijn onderhevig aan zelfcensuur, verzekert Lau, alhoewel ze zelf geregeld een commentaar schrijft in de meest gelezen South China Morning Post.
Zelfcensuur speelt echter vooral bij de Chineestalige media een grote rol. 'Aangezien deze media de massa van informatie voorzien, houdt de Chinese overheid hen veel meer in de gaten. Bovendien zijn ze in handen van Chinezen, die makkelijker onder druk gezet kunnen worden dan de eigenaren van de buitenlandse media.’ Er zijn wel enkele pro-democratische Chineestalige bladen, zoals de Apple Daily en de Ming Pao, maar de veronderstelling is dat die juli 1997 zeker niet zullen overleven.
Lau verwacht dat ook zij steeds meer genegeerd zal worden in de media. 'Nu heb ik nog een groot deel van mijn populariteit te danken aan de televisie. Ik ben meestal wel een paar seconden in beeld bij de berichtgeving over de Legco-debatten. Maar een tv- interview krijg ik de laatste tijd niet meer en de meeste Chineestalige kranten bellen me zelden.’ Schaterlachend voegt ze eraan toe: 'Binnenkort komen mijn kiezers niet meer te weten wat ik te zeggen heb!’
En dat is precies waar de Chinese overheid op uit is: dat kritische leden van de Legco door de media gemarginaliseerd worden totdat ze vanzelf buiten beeld raken, omdat de mensen hen niet meer kennen. Lau: 'Als deze methode het komende jaar niet werkt, zullen ze ons na 1997 arresteren.’
OOK ELDERS is de groeiende angst voelbaar. Iedereen is bang geld, banen of veiligheid te verliezen. De communistische partij heeft een goed geheugen en een lange reputatie van het vereffenen van rekeningen.
Zakenmensen hebben nog het meeste vertrouwen in de overgang. Lau benadrukt dat die geen andere keus hebben. Om geld te verdienen moet je op goede voet staan met de machthebbers, of ze nu links of rechts zijn. 'Stabiliteit en zekerheid zijn belangrijker voorwaarden voor het doen van investeringen dan mensenrechten en democratie. Maar als je echt wilt weten hoe optimistisch ze zijn, moet je vragen wat voor paspoort ze hebben, waar hun man of vrouw en kinderen wonen en waar ze onroerend goed kopen.’
Jongeren zien daarentegen niet veel in 1997. Volgens een recent onderzoek wil 43 procent van hen emigreren. Tot voor kort hielden ze zich niet bezig met politieke ontwikkelingen. Nu zijn ze bezorgd, maar ze blijven passief. Lau geeft veel lezingen op middelbare scholen en universiteiten. Haar stem neemt een volume aan alsof ze alle Hongkongse jongeren tegelijk toespreekt: 'Studenten moeten niet wanhopen, maar juist moed verzamelen. Ze moeten leren greep te krijgen op wat er allemaal gebeurt en het lot in eigen hand nemen. Dat is heel moeilijk, want ze weten niet beter dan dat over hun leven wordt beschikt door andere mensen in andere landen.’ Woedend voegt ze eraan toe: 'Patten heeft zelfs een keer letterlijk gezegd: “You have no say about your future!” ’
PROGRESSIEVE bewegingen als vakbonden en vrouwenbeweging zijn in Hongkong weliswaar in opkomst, maar nog steeds niet erg sterk. Bozig geeft Lau de kolonisator hiervan de schuld: 'De Engelsen hebben de mensen geleerd uitsluitend voor zichzelf op te komen. Men loopt niet warm voor groepsbelangen.’ De communisten doen hun best goed georganiseerde bewegingen te infiltreren, hetgeen hen in ieder geval gelukt is bij de grootste bond, de federatie van vakbonden.
In december vorig jaar heeft China de commissie geinstalleerd die de overgang voorbereidt en een duidelijk signaal afgegeven door in deze commissie geen gekozen Legco-leden op te nemen. In Hongkong is nauwelijks geprotesteerd tegen de benoemingen. Zelfs de reactie van Martin Lee, leider van de democraten, vindt Lau te mild: 'Er heerst hier een houding van: “We kunnen er wel mee leven, we moeten vooral geen moeilijkheden veroorzaken.” Dat zijn allemaal tekenen aan de wand waar ik niet blind voor ben.’
Een verdere carriere in de politiek streeft ze niet na. Ze peinst er niet over om haar onafhankelijkheid op te geven en zich aan te sluiten bij de wat gematigder democraten. Haar uiteindelijke doel is een volledig democratisch Hongkong; geen compromissen, geen Legco die maar voor een derde deel uit direct gekozen leden bestaat, en geen gouverneur die zijn veto kan uitspreken over besluiten. Ze voegt er direct aan toe dat zij dat nooit zal meemaken. 'Ik bouw voort op wat anderen bereikt hebben; ik draag mijn steentje bij en na mij zullen anderen mijn werk voortzetten. Ik zie het bovendien als mijn taak China en de rest van de wereld te herinneren aan de afspraken die er gemaakt zijn over Hongkong: een land, twee systemen.
Maar mijn uitgesproken meningen worden mij door Peking niet in dank afgenomen. Ik ben bang dat mijn dagen in de Legco en in deze kolonie geteld zijn.’