De hoofddoek

De hoofddoek is in enkele jaren tijd zo gepolitiseerd dat iedere uitspraak voor ideologische opwinding zorgt. En dat versluiert - helaas - de ware intentie van zowel degene die hierover een mening heeft als het oogmerk van de islamitische vrouw die haar haardos tot de laatste piek wegstopt.

Toen Femke Halsema vorig jaar in een interview met De Pers zei ‘moeite met de hoofddoek’ te hebben en dat ze ‘niet kan wachten totdat de vrouwen die er een dragen in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren’ tuimelden mensen uit haar eigen progressieve kring over haar heen. Het viel haar als feministe moeilijk dat zij op de school van haar kinderen in Amsterdam-Oost ‘tussen allerlei gesluierde vrouwen zit’. Ook al zei ze luid en duidelijk dat ze vanwege de vrijheid van godsdienst nooit voor een verbod van hoofddoeken was, tot in de rechtbank aan toe, haar oprechte en vanuit haar perspectief als soevereine vrouw onweerlegbare motivatie kreeg geen genade.

Geert Wilders staat daar diametraal tegenover. Hij kondigde vorige week aan om het dragen van hoofddoekjes te verbieden bij gemeentelijke instellingen en bij stichtingen en verenigingen die subsidie krijgen van de gemeente. Zijn overtuiging is dat je met een verbod van dit islamitische symbool de geest zelf in de fles kan stoppen.

Met als gevolg het tegenovergestelde effect. De hoofddoek is voor veel moslimvrouwen een politiek statement van identiteit geworden. Geuzenvlag of niet, het vertroebelt een eerlijke discussie over in hoeverre de keuze voor de hoofddoek werkelijk vrijwillig is of vooral voorkomt uit een door de gemeenschap opgelegde dwingende norm: de vrouw die zichzelf als een diamant moet behoeden tegen het slechte van buitenaf, zoals een lichamelijke bedekking wordt aangeprezen op een de vele islamitische sites. ‘Beschouw jezelf als een diamant mijn moslimzuster, jouw waarde zal alleen maar stijgen, je trots en eer zullen niet benadeeld kunnen worden en respect naar jou toe zal buitengewoon zijn’.

Het antifeministische aspect is bij Wilders zeker niet de crux. In reactie op zijn beleidsvoornemen zeiden juristen dat een verbod op de hoofddoek juridisch onhaalbaar is. Het is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en met de vrijheid van godsdienst. Jenny Goldschmidt verwees vorige week in NRC-Handelsblad naar ‘het recht op gelijke behandeling tussen man en vrouw. Het verbod zou niet alleen discrimineren tussen godsdiensten maar ook tussen de seksen, omdat het alleen vrouwen zou treffen.’

Haar uitspraak geeft aan hoe het discours over de hoofddoek inmiddels is weg gezongen van de sekseongelijkheid waar de dracht oorspronkelijk van getuigt. Met als hilarisch gevolg dat Jos Baijens, leraar Nederlands van het Sint Joriscollege in Eindhoven, uit protest tegen Wilders afgelopen maandag met een hoofddoek, geleend van zij Somalische echtgenote, voor de klas verscheen. De school heeft hem een verbod opgelegd. Want in de klas is geen plaats voor politiek activisme. Jos ziet er trouwens belachelijk uit.