De hoofdstad des lands

Amsterdam is onmiskenbaar de hoofdstad des lands, maar het is een hoofdstad met mankementen.
Zo is het parlement uitbesteed aan de gemeente ‘s-Gravenhage. Het wekt enige bevreemding, maar de doorsnee Amsterdammer kan er vrede mee hebben. Je zult toch maar types als L. Sipkes of H. Hillen in de Damstraat tegen het lijf lopen! Dat lot is dus vooralsnog het prerogatief van de Hagenaars.

Vreemd, zo niet idioot is het feit dat het omroepwezen aan de provincie is gedelegeerd. In Engeland is de omroep vanzelfsprekend in Londen gevestigd, in Belgie, federaal of niet, wordt het radio/tv-wezen vanuit Brussel verzorgd. In Nederland dient men zich daarentegen naar Hilversum te begeven, een vriendelijke gemeente die zich echter slechts van de rest van Nederland onderscheidt door het feit dat de meeste huizen een tuintje hebben.
Ik citeer dus met instemming de stelling bij het proefschrift van Katharina Anna Irmgard Weiss-Dittrich van Weringh: ‘Hoewel voor de vestiging van de Nederlandse radio en televisie in Hilversum aan de geschiedenis ontleende argumenten aan te voeren zijn, verdient het uit het oogpunt van cultuurpolitiek aanbeveling de omroepstudio’s naar Amsterdam te verplaatsten.’
Het is de schuld, wil de legende, van Willem Vogt. Die stichtte in de jaren twintig de Avro, tot op heden de keurigste omroepvereniging des lands. Zo keurig dat mevrouw Vogt haar veto uitsprak tegen een vestiging in het zondige Amsterdam, waarin haar dienstboden ongetwijfeld op de kruising Vijzelstraat-Reguliersbreestraat zouden worden aangerand.
Hoe dan ook, wij zitten al driekwart eeuw met de ellende dat een ieder die via radio of televisie een verklaring wenst af te leggen, daarvoor dertig kilometer oostwaarts moet reizen. Honderd keer heb ik het inmiddels meegemaakt. Het is de waanzin ten top. Voor dat mooie muziekprogramma van de NOS moet je in de Avro-studio zijn. Voor het Avro-journalistenforum vervoege men zich in de NCRV-studio.
Het is sowieso een hele toer om daar terecht te komen. De automobilist heeft in theorie nog een kans om op tijd te bestemder plekke te geraken. Maar de treinreiziger (zoals ik) ziet tot zijn verbazing dat de geprivatiseerde Spoorwegen het station Hilversum inmiddels full speed plegen voorbij te ijlen, zodat je verplicht bent een tijdsverslindende stoptrein te nemen, die je bovendien dwingt, huiverend tot in je gebeente, in het station Naarden/Bussum over te stappen.
Waarin een klein land klein kan zijn. Behalve als je enigszins de wegen kent. Zo heb ik sedert kort ontdekt dat de omroep over een comfortabel wagenpark beschikt dat, als je op de gepaste toonhoogte klaagt en zeurt, keurig op tijd op je stoep staat. Achter het stuur zitten aardige mannen, die je in precies een half uur naar de Heuvellaan of ’s-Gravelandseweg brengen en je na gedane arbeid, ook precies in een tijdsbestek van dertig minuten, weer zonder mankeren huiswaarts vervoeren. Onderwijl spreek je over voetbal. Want ondanks die historische vergissingen rond Den Haag en Hilversum, dank zij Ajax (en het Concertgebouworkest en de IJsbreker en de Westergasfabriek en het Stedelijk Museum en Het Parool en De Groene Amsterdammer) is en blijft Amsterdam te eeuwiger dagen de onbetwiste hoofdstad des land.