Onderzoek: De ondermijning van Amsterdam

De hoofdstad is in verdachte handen

Koop door de ene broer, financiering via de andere broer en verkoop aan de neef. Een Pakistaanse vastgoedinvesteerder neemt het peperdure centrum van Amsterdam over, gesteund door een grote bank. Schimmigheid troef. ‘Hier heeft de Rabobank wel iets uit te leggen.’

Een glimmende, zwarte Mercedes G-klasse draait een invalidenparkeerplaats op. Het parkeervak ligt recht tegenover het Amsterdamse politiebureau Burgwallen en is gereserveerd op het kenteken van de zwarte auto. Het is woensdagochtend; rinkelende trams rijden af en aan op de Nieuwezijds Voorburgwal midden in het centrum van Amsterdam. Een kleine zestiger met donker haar stapt moeiteloos uit de auto, gooit het portier dicht en wandelt langs het politiebureau de straat in. Hij passeert statige maar vervallen panden, diverse Argentijnse steakrestaurants en tal van souvenir- en nachtwinkels en stopt voor een imposant lichtblauw herenpand met twintig grote ramen.

‘Tulip Property’ staat er op de gevel. Veel van de ramen zijn beplakt met A4’tjes met ‘for rent’ erop, voor andere hangen verbleekte bordeauxrode gordijnen. In de etalage vergeelde verhuuradvertenties van woningen en souvenirwinkels zonder duidelijke omschrijving, alleen ‘geheel pandje’, ‘2400 euro’ of ‘centrum’, met een foto van een kale keuken of een beige bank voor een muur. De man loopt zijn makelaarskantoor binnen en knipt de lampen van de kroonluchters aan.

Aan het begin van deze eeuw staan vier broers voor de rechtbank terecht voor het witwassen van crimineel geld en ondergronds bankieren. In de twintig jaar erna bouwt een van de broers, Ziauddin Choudrey, die in hoger beroep wordt vrijgesproken, een eigen vastgoedimperium op in het hart van de hoofdstad. De laatste drie jaar gebeurt dat zelfs in sneltreinvaart.

Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico reconstrueerde voor De Groene Amsterdammer de opbouw van het imperium van de van oorsprong Pakistaanse familie Choudrey. De ruim dertig panden duiken op in een netwerk van volgens de gemeente dubieuze souvenirwinkels en illegaal verhuurde kamers, onder andere aan Bulgaarse sekswerkers. Dit vastgoed wordt volgens ons onderzoek gefinancierd met opmerkelijke hypotheekconstructies en ook met een hypotheek van de Rabobank van tientallen miljoenen euro’s.

De uitbreiding van het Choudrey-imperium gebeurt in alle openbaarheid, voor iedereen zichtbaar in het Handelsregister en het Kadaster. Alle opsporingsinstanties die we hierover spreken, bevestigen dat dit soort transacties eigenlijk onderzocht zouden moeten worden omdat ze óók een aanwijzing kunnen zijn voor onwettige handelingen. Maar zo’n grondig onderzoek wordt niet gedaan. De aanpak van de gemeente Amsterdam beperkt zich tot pilot-programma’s tegen ondermijning en symbolische, bestuurlijke prikacties. De Amsterdamse recherche blijkt goed op de hoogte, maar doet tot dusver niets met de zich opstapelende informatie. Na twintig jaar toekijken en wisselende prioriteiten is de zaak hen boven het hoofd gegroeid, geven verschillende bronnen toe. Ook de wijkagent ziet het met lede ogen aan: ‘Hij heeft deze maand alweer een pand gekocht.’

Op 21 januari van dit jaar plakken opsporingsambtenaren van de gemeente Amsterdam de ramen van zes winkelpanden op de Nieuwendijk af met mat plastic. Een poster van A1-formaat op de winkel meldt: ‘Pand gesloten in opdracht van de burgemeester’, vanwege ‘het faciliteren van drugshandel’. De politie trof in november 2020 bij een controle in de winkel grote hoeveelheden versnijdings- en verwerkingsmiddelen aan die volgens de gemeente waarschijnlijk gebruikt werden voor de handel in harddrugs. Dat is formeel een bedreiging voor de openbare orde en reden voor sluiting. Zo’n sluiting is tijdelijk en wordt in principe na drie maanden weer opgeheven. Het effect is sowieso gering: de panden worden midden in de tweede lockdown gesloten.

Vijf van de zes gesloten winkels hebben dezelfde eigenaar, blijkt uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel: ene Shoukat Ali Chaudry, broer van Ziauddin Choudrey maar met een andere spelling van de achternaam. Hij runt meer winkels, van souvenirshops tot winkels voor cannabis-gerelateerde producten die volgens hem allemaal wettelijk zijn toegestaan.

Ten tijde van de politie-inval gebeurt er bij een van die winkels iets opvallends. Diezelfde Shoukat Chaudry koopt voor drie miljoen het hele pand van de enige winkel in het rijtje die de sluitingsdans ontspringt, omdat hij op dat moment wordt verbouwd. Voor alleen die winkel betaalt hij 1,4 miljoen, blijkt uit gegevens van het Kadaster. Daarvoor sluit hij een hypotheek af bij zijn broer, Ziauddin Choudrey, de makelaar die gevestigd is op de Nieuwezijds Voorburgwal. Die lening bedraagt iets meer dan zeven ton. Zes maanden later koopt de negentienjarige zoon van de makelaar de helft van het pand over van zijn oom Shoukat voor iets meer dan acht ton; volgens het Kadaster zonder hypotheek.

Notarissen zijn wettelijk verplicht om ongebruikelijke vastgoedtransacties te melden. De hypotheekconstructie van Shoukat, zijn broer en diens zoon heeft meerdere van wat het notariaat beschouwt als rode vlaggen: een heel snelle aflossing en verkoop binnen het eigen netwerk, pas een maand na de aankoop werd de hypotheek afgesloten bij een andere notaris dan die de eerste verkoop passeerde, en ten slotte is zijn neef een jonge koper zonder hypotheek.

Dat zou bij de notaris op z’n minst tot vragen moeten hebben geleid, zegt Martin Freijssen van het Bureau Financieel Toezicht (bft), de waakhond van het notariaat, op basis van een geanonimiseerde versie van de casus. ‘In zo’n geval zou je een uitgebreider cliëntenonderzoek moeten doen. Iemands strafblad kun je als notaris niet zien, maar een rondje googelen hoort daar wel bij. Als je dan op een veroordeling voor witwassen uitkomt, neem ik aan dat je daar als notaris van schrikt.’

In 2000 veroordeelde de rechtbank in Amsterdam vier broers Choudrey, onder wie Ziauddin en Shoukat, tot respectievelijk drie en vier jaar cel vanwege betrokkenheid bij witwassen van crimineel geld; het overtreden van de Wet Wisselkantoor en ‘hawala-bankieren’. Dat laatste is een ondergrondse vorm van bankieren, waarmee geld over landsgrenzen verstuurd kan worden zonder dat het traceerbaar is voor politie en justitie. Volgens de aanklacht gebruikten de broers deze vorm van bankieren onder meer om drugshandelaren te voorzien van financiële middelen. De twee andere broers bezaten dekmantelfirma’s waarmee ze in vastgoed investeerden, onder andere een dubbel pand aan de Prinsengracht ter waarde van drie miljoen gulden, meldde Het Parool. Na vier jaar celstraf kregen ze het pand aan de Prinsengracht weer in hun bezit en verdwenen uit beeld.

Ziauddin en Shoukat krijgen beiden een boete van één miljoen euro. Broer Ziauddin – bijnaam ‘Jimmy’ – wordt veroordeeld tot een driejarige gevangenisstraf maar wordt in hoger beroep, in tegenstelling tot zijn broer Shoukat, vrijgesproken. In de twintig jaar erna komt hij meermaals voor kleinere zaken met justitie in aanraking: zo schikt hij met het Openbaar Ministerie in 2003 en 2015 voor onder meer een verduisteringszaak en in 2020 wordt hij in hoger beroep veroordeeld voor valsheid in geschrifte voor een valse verklaring over eerdere contacten met justitie.

Vanaf het begin van de eeuw begint Ziauddin zijn vastgoedportefeuille uit te breiden met zijn bv Crown Investment, later Sky Holding en DownTown Properties. Daarmee koopt hij zijn eerste grote panden op A-locaties als de Nieuwezijds Voorburgwal in het hart van de oude binnenstad. In totaal deed hij volgens het Kadaster sinds 2002 zeker 27 aankopen die nog op zijn naam staan in de regio Amsterdam. Ze variëren van piepkleine appartementen tot enorme herenhuizen. Elf van die aankopen zijn in de afgelopen drie jaar gedaan. Volgens het Kadaster zijn deze panden in veel stukjes opgesplitst: in het geval van de grotere panden soms wel twintig.

Ook de wijkagent ziet het met lede ogen aan: ‘Hij heeft deze maand alweer een pand gekocht’

Wat gebeurt er in zijn panden? We maken een rondje. Nummer 14 van de Nieuwezijds Voorburgwal is grotendeels verduisterd met dikke gordijnen. In 2014 werd hier in het pand een Russische bezoeker neergeschoten. Even verderop staan we voor nummer 53, waar een Syrisch restaurant zit, en ook het aangrenzende nummer 55, een souvenirwinkel, is van Ziauddin. Het zijn twee van zijn oudste aankopen uit 2002. Op nummer 51, achterin verbonden met de Dirk van Hasseltssteeg 42, 44 en 46 (eveneens in bezit van Ziauddin), vindt de politie in 2012 na een melding van brandgevaar een ‘illegaal hoerenpension’, aldus Het Parool destijds. Bovendien zou Ziauddin zich schuldig maken aan illegale woningonttrekking. Het wordt door de gemeente dichtgespijkerd. Ziauddin krijgt een ‘bestuurlijke boete’ van de gemeente van zestigduizend euro, die niet leidt tot een aantekening op zijn strafblad.

Bij het makelaarskantoor op nummer 78, het hoofdkantoor van Ziauddin, hangen al jaren dezelfde advertenties voor de ramen. Er is geen enkel legaal spoor van activiteit van het kantoor te vinden, de panden die ‘te huur’ staan zijn niet terug te vinden op andere verhuurwebsites als Funda. Het kantoor is niet aangesloten bij een makelaarsvereniging en bij inschrijving in de Kamer van Koophandel in 2014 werd gekozen voor een rechtsvorm van het bedrijf waarbij geen jaarverslagen gedeponeerd hoeven worden. Op het adres zijn tevens tal van bv’s gevestigd waar, behalve een registratie in het Handelsregister, verder geen spoor van te vinden is.

Ziauddin investeert tegenwoordig ook in omliggende gemeenten. In Amstelveen heeft hij naast een aantal gezinswoningen een villa aan de Legmeerdijk, randje Amstelveen en om de hoek van de bloemenbeurs in Aalsmeer. Naast het hek hangt een bordje ‘For Rent’ van Tulip Property, half dubbelgevouwen achter een struik. Het pand is verder niet vindbaar op de makelaarswebsite. Hetzelfde geldt voor drie aangrenzende loodsen in Haarlem die in 2018 aangeschaft werden, waarop ook kleine bordjes hangen.

Ziauddins laatste aankoop brengt ons terug op de Nieuwezijds Voorburgwal. Het betreft drie aankopen die, net als veel eerdere panden, aan elkaar grenzen. En hóe: ze omsingelen bijna het politiebureau Burgwallen dat midden in zijn vastgoedimperium staat. Een deel van het geld om deze panden te kopen, komt van de particulier van wie hij de panden koopt, een in Sydney geboren Velpenaar bij wie Ziauddin een hypotheek afsluit van een half miljoen.

Maar veruit de grootste geldschieter van Choudrey is de Rabobank. De bank geeft hem in 2018 en in 2020 drie keer een hypotheek voor een totaalbedrag van 16,4 miljoen euro. Daarvoor geeft Ziauddin maar liefst vijftien van zijn panden in onderpand. ‘Hier heeft de Rabobank wel iets uit te leggen’, zegt Jan van Koningsveld, witwas-expert en oud-rechercheur van de fiod. ‘Als iemand eerder in eerste instantie veroordeeld is geweest in een omvangrijke witwaszaak, en inmiddels een grote vastgoedportefeuille heeft opgebouwd, zou een klantonderzoek kunnen uitwijzen dat het een hoog-risico-cliënt betreft en verscherpt onderzoek vereist is. Je wil toch weten wat de Rabobank gedaan heeft om risico’s te beperken. Op voorwaarde natuurlijk dat je in de media kunt vinden dat er zo’n veroordeling is geweest.’

De Rabobank wil niet ingaan op individuele klanten, maar zegt dat er inderdaad onderzoek wordt gedaan als ‘negatieve nieuwsberichtgeving’ dat noodzakelijk zou maken. Dan kunnen ‘verdiepende vragen’ worden gesteld over ‘mogelijke huurders, herkomst van het vermogen, wisselend eigendom en geldstromen’, zegt de bank. Of dat is gebeurd kan vanwege privacywetgeving niet worden ontkend of bevestigd. Maar: ‘In zijn algemeenheid zouden signalen zoals beschreven door jullie bronnen moeten leiden tot nader onderzoek.’

Al deze informatie over opmerkelijke financiële constructies, illegale huisvesting van prostituees, dwangsommen en veroordelingen is openbaar. We halen het uit de Kamer van Koophandel, de website Rechtspraak.nl, het openbare Kadaster en berichten uit de krantenbank. Zijn wij de enige die er belangstelling voor hebben?

Al decennia zijn de Choudreys bij de lokale politie in beeld. ‘Wanneer bij ons iemand vertrekt of met pensioen gaat komt Choudrey bij de opvolgers telkens weer bovendrijven’, vertelt de wijkagent. Voor je een zaak hebt moet je een enorm dossier hebben opgebouwd, maar er moet ook ‘prioriteit’ aan gegeven worden. ‘Nu is die prioriteit bij de politie Amsterdam vooral cocaïne. Wanneer je dan met bijvoorbeeld een andere harddrugszaak aankomt in de vergadering is het antwoord al snel: “Interessant, maar geen coke.” Als je spelers zo lang negeert, worden ze vanzelf groter tot je ze niet meer kunt aanpakken’, zegt een bron bij de politie die anoniem wil blijven. De woordvoering van de politie laat weten niet in te gaan op de casus die we voorleggen.

En dan is de politie niet eens de eerste organisatie waar zulke activiteiten opgemerkt zouden moeten worden. De grens tussen boven- en onderwereld moet bewaakt moeten worden door een reeks van zogeheten ‘poortwachters’, die verdachte signalen moeten oppikken. Allereerst is daar de notaris, die het heen en weer schuiven van geld en snel aflossen van hypotheken moet melden. Belangrijke meldingen komen terecht bij de fiod.

De notaris die de opvallende hypotheekconstructie passeerde, Bas Boeser in Haarlem, zegt altijd uitgebreid cliëntenonderzoek te doen bij ‘rode vlaggen’. Bij sommige regels voor het notariaat ziet hij echter wel beperkingen: ‘Wij zijn geen detectives. Ik vind dat wij nogal beperkt onderzoek kunnen doen: ik zou graag een zwarte lijst van mensen hebben die wij als notarissen onderling kunnen delen, maar besef dat dit niet kan.’

Dick Crijns, witwas-expert bij het expertisecentrum van de fiod, bevestigt dat er rond de aan hem voorgelegde geanonimiseerde casus veel rode vlaggen wapperen, maar dat hoeft niet meteen tot actie te leiden. ‘Als iemand met een mes loopt te zwaaien, moet je snel handelen, maar bij een financiële zaak heb je vaak tijd om na te denken, juist omdat hier ook logische verklaringen kunnen zijn.’ Dat is ook wat witwaszaken zo complex maakt, voegt hij toe: ‘Een witwasser liegt niet, hij converteert de werkelijkheid naar zijn situatie zodat het legaal lijkt.’

De gemeente Amsterdam werkt al decennia aan het bestrijden van ondermijning. Zo werden door het toenmalige Van Traa-team onder meer 56 panden op de Wallen van criminelen opgekocht door de gemeente om er ‘bonafide ondernemers’ in te zetten. Terwijl de Oude Burgwallen werden ‘opgeschoond’, kocht Ziauddin Choudrey in de tussentijd de Nieuwe Burgwallen op.

Ziauddin Choudrey: ‘Ben ik nog steeds die crimineel, of vertrouwen jullie me inmiddels ook?’

Voor het daaropvolgende ‘Project 1012’, dat de ‘criminogene branches’ in kaart probeerde te brengen en te definiëren welke hiervan ‘aandacht’ behoeven, viel in 2018 het doek: de leefbaarheid op de Burgwallen was niet aanzienlijk verbeterd. De huidige aanpak, ‘De Weerbare Stad’, werd gestart op initiatief van de huidige burgemeester Halsema.

De gemeente Amsterdam erkent in een reactie dat de controle op vastgoedtransacties waarbij de gemeente niet zelf betrokken is een probleem vormt: ‘Vooraf kan de gemeente nauwelijks voorkomen dat criminelen geld witwassen via vastgoed of een pand misbruiken voor criminele doeleinden.’ De gemeente kijkt daarom verlangend naar een model waarbij elke vastgoedtransactie langs de overheid moet en de gemeente kan toetsen op integriteit en herkomst van het geld. Maar: ‘Hiervoor is wel hulp van het kabinet nodig, omdat wettelijke basis op dit moment ontbreekt.’

De Heilige Graal van de ondermijningsbestrijding is volgens betrokkenen een ‘verbeterde informatiepositie’. Dat wil zeggen: de mogelijkheid om informatie uit verschillende hoeken te combineren, binnen de wettelijke kaders van de privacywetgeving. ‘Weten wat wél en niet mag is lastige kost voor de gemiddelde ambtenaar’, zegt Michel de Vroege, adviseur bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (ccv). Hij geeft een voorbeeld van hoe het nu soms gaat: ‘De ene ambtenaar vraagt informatie over een persoon aan de andere. Die zet zijn scherm open, kletst ondertussen verder en dan moet de eerste ambtenaar het tussendoor maar “per ongeluk” van zijn scherm lezen.’

Maar wie combineert al die informatie? Wie hakt er knopen door en maakt zaken klaar voor vervolging? Tussen alle mislukte projecten wordt één organisatie steevast als succes genoemd: het in 2012 opgerichte Regionaal Informatie en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (riec), waar de gemeenten Amsterdam en Amstelveen aan deelnemen. Dit is het beloofde land van de zo gewilde ‘integrale aanpak’: het bij elkaar brengen van partners als gemeente, politie, OM en Belastingdienst in een overleg waar zorgwekkende ‘fenomenen’ openlijk besproken kunnen worden en informatiedeling mogelijk is.

Op politiebureau de Eenhoorn in Amsterdam-Oost schuiven we aan aan de tafel waar de week ervoor burgemeester Halsema nog zat. In de casus die we voorleggen, lijkt de hoofdpersoon poortwachter na poortwachter te omzeilen. ‘Ja, dit is wel het type casus waar wij graag onze tanden in zetten’, zegt Job van Beekhoven, hoofd van het expertisecentrum. ‘Dit zou het perfecte voorbeeld zijn om aan poortwachters te laten zien: dit wil je dus niet.’ Maar is de bedoeling van het centrum niet juist om zo’n almaar uitdijend imperium een halt toe te roepen? ‘Je moet ons nu niet afschilderen als een tandeloze tijger, maar de realiteit is dat we geen operationele capaciteit hebben; de partners moeten zo’n casus zelf willen oppakken. Wij hebben gedeelde verantwoordelijkheid.’ Een vermoeden van ondermijning wordt bij expertisecentrum riec gemeld door een partner, het wordt pas een riec-casus wanneer twee of meer partners met een ‘signaal’ aan de slag willen.

De organisatie gaat niet in op welke specifieke casussen of personen worden besproken binnen het samenwerkingsverband. ‘Wel kunnen we aangeven dat de geschetste problematiek, het aankopen van vastgoed met als doel geld wit te wassen, een bekend fenomeen is.’

‘Dat is een pijnlijk verhaal’, zegt Ziauddin Choudrey wanneer we hem vragen of hij invalide is. Samen met zijn zakenpartner Menno Mensink en hun advocaat nemen ze plaats in een verder verlaten café van een hotel midden op de Nieuwezijds Voorburgwal. ‘In 2009 ben ik overvallen en zes keer beschoten’, vertelt hij, als verklaring waarom hij negen jaar later zijn invalidenparkeerplaats kreeg. Zo gaat het nu al jaren, verzucht hij. Zelfs als hij slachtoffer is, gaat iedereen ervan uit dat er toch iets aan zijn verhaal mankeert. ‘Zelfs toen stond de politie meteen bij míj op de stoep om mijn huis te doorzoeken.’

Ziauddin kan elke transactie verklaren. Voor de details heeft hij Menno Mensink meegenomen, want zelf zegt hij niet te kunnen lezen en schrijven – ‘Menno regelt al mijn papierwerk en contracten en bespreekt het vervolgens met mij.’ Hoe hij zijn zakenpartner ontmoette? ‘Gewoon, op straat. Menno werkte in een kantoor een stukje verderop.’ Daarna begonnen ze samen een makelaarskantoor. Het klopt dat de advertenties die daar voor het raam hangen niet helemaal kloppen. Ze zijn letterlijk window-dressing. ‘Eén of twee van de advertenties in het raam zijn echt huizen van ons.’ Funda hebben ze niet nodig: hun eigen informele netwerk volstaat om al hun vijftig appartementen te verhuren. Want dat is wat ze nu doen: beheren, verbouwen en verhuren van vastgoed. De portefeuille wordt nog altijd uitgebreid.

Dat informele karakter verklaart ook de opmerkelijke hypothecaire constructie met verkoop aan zijn broer en de koop door zijn zoon, zegt hij. ‘Mijn broer was een beetje te enthousiast in zijn aankoop, dat bleek toch niet zo slim.’ ‘Ach’, vult Menno aan: ‘Mijn vrouw gaat ook weleens naar de P.C. Hooftstraat met de creditcard, dat is dan achteraf ook niet zo slim.’ En waarom ging de verkoop via zo’n rare omweg via de oom en de vader? ‘Dat was voortschrijdend inzicht; de dingen veranderen nu eenmaal.’

Toen Ziauddin twintig jaar geleden verder ging met het uitbreiden van zijn vastgoedportefeuille kwamen de banken ‘praktisch met een zak geld naar je toe’, zegt Menno. ‘Nu moet je zoveel overleggen en verantwoorden voor de bank.’ In zijn eigen omgeving geniet Ziauddin echter alle vertrouwen. ‘Mensen hier in deze straat kennen me, als iemand wil verkopen of met pensioen gaat, komen ze naar mij.’ Zo ook met de particulier van wie hij niet alleen drie panden kocht, maar tegelijk een half miljoen van de aankoopprijs weer ‘terugkreeg’ via een hypotheek bij diezelfde particulier. ‘Hij kreeg geen rendement op zijn spaarrekening, dus bood hij mij maar een lening aan. Die los ik flexibel af: drieduizend euro per maand, en soms belt hij of ik even vijftigduizend euro extra kan overmaken.’

En al die incidenten dan, waaronder het brandgevaarlijke huis vol Bulgaarse prostituees? ‘Dat hadden ook misdienaren kunnen zijn’, zegt Ziauddins advocaat. ‘Iemand van de overheid zei dat er geen probleem meer zou zijn als ik ze eruit zou zetten, dus dat heb ik gedaan’, vult Ziauddin aan. Zijn imago zit hem dwars. ‘Die Mercedes bijvoorbeeld, vind ik helemaal niks. Maar een Pakistaanse vastgoedinvesteerder met een oude auto vertrouwt niemand.’ Op het eind van het gesprek wil hij weten of hij ons heeft overtuigd. ‘Ben ik nog steeds die crimineel, of vertrouwen jullie me inmiddels ook?’

Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Dat geldt ook voor de Choudreys en anderen die zaken doen via transacties die op papier via ‘poortwachters’ tot extra controle en toezicht zouden moeten leiden. Veel van die financiële constructies blijven echter ongezien en onzichtbaar. Zo is inmiddels ook de eigenaardige hypotheekconstructie niet meer terug te vinden in het Kadaster. Zodra de leningen zijn afgelost, verdwijnt die informatie uit het openbare systeem.

De ondermijning van de maatschappij door drugshandel ‘nadert een kritisch punt’, zei de Amsterdamse burgemeester Halsema in 2018. In werkelijkheid was dat kritische punt al lang gepasseerd. ‘Is er in Nederland nu een aanpak van ondermijning? Als je streng kijkt is het antwoord: nee, die is er niet’, zegt Michel de Vroege van het ccv. ‘Het gaat langzaam. En om een aanpak te hebben moet je eerst weten of er überhaupt sprake is van ondermijning, en hoe die eruitziet. Anders schiet je met hagel.’

‘Je kunt je in deze straat beter afvragen wat níet van hem is’, zegt de wijkagent terwijl we uitkijken over de Nieuwezijds Voorburgwal. De souvenirwinkels van broer Shoukat die de gemeente in januari sloot zijn inmiddels weer open. Zelfs als er nu alsnog een onderzoek zou komen, vraagt de wijkagent zich af of het enig effect zou hebben.


De anonieme bron in dit stuk is bij de redactie bekend