De hoogleraar is gezakt voor zijn examen

De eerst geruchten over een Amerikaanse afwijzing van Ruud Lubbers als secretaris-generaal van de Navo wezen er telkens op dat er ‘een lijk in de kast’ was gevonden. Op zich niets om zich over te verbazen: er ligt wel een heel massagraf aan dubieuze affaires te grabbel in het politieke boudoir van R. F. M. Lubbers, hoogleraar globalistiek te Tilburg. Het reikt van de Zuidhollandse eilanden, waar zijn familiebedrijf Hollandia Kloos groot is geworden, tot in de verste woestijnen van Koeweit en Saoedi-Arabie. Menige sjeik die ooit de staat der Nederlanden als particulier incassobureau van Ruud en Rob Lubbers tegenkwam, zal schuddebuikend door zijn harem zijn gerold toen hij het bericht van Lubbers’ kandidatuur in de krant las. Je moet er trouwens niet aan denken wat er was gebeurd met toekomstige wanbetalers van het familieconcern als Lubbers eenmaal met zijn vinger bij de rode knop van het Navo-instrumentarium had gekund.

In Nederland is Lubbers’ onbetwiste neiging tot ladenlichterij altijd ruimhartig door de vingers gezien. Het werd hier en daar zelfs als een pluspunt aangevoerd dat Lubbers op een bijna primitieve manier in zijn eigen zaken verstrikt zat. Dat had waarschijnlijk veel te maken met de oud-Hollandse bewondering voor de koopmansgeest. Lubbers, miljonair in crisistijd, gold hier als het politieke symbool van the roaring eighties. Hoe beter het hem ging, des te groter zijn populariteit.
In de Verenigde Staten gelden echter andere normen en waarden. Daar liggen zeventig fotografen en zes cameraploegen achter de bosjes in de aanslag als een politicus in het holst van de nacht bij Miss Alabama 1972 langswipt. Op het punt van de persoonlijke boekhouding zijn ze al even onverbiddelijk - zie Whitewater. ‘Het is niet erg als je fouten maakt, als je maar niet probeert ze toe te dekken’, zei Richard Nixon ooit. Ruud Lubbers heeft heel zijn politieke carriere eigenlijk niet anders gedaan dan dat, en het is dus niet moeilijk om je voor te stellen hoe hij tijdens zijn kruisverhoor in Washington door de kraterdiepe mand viel bij de uitleg van de aangewende beheersconstructies ten behoeve van zijn aandelenpakket. In feite getuigde het van een wel heel grote dosis aan Nederlands isolationisme dat Lubbers zo monter aan zijn Amerikaanse examen begon.
In de talloze analyses die de Nederlandse pers en politiek op het botte, hoogst vernederende Amerikaanse 'nee’ voor Lubbers hebben losgelaten, spelen deze overwegingen tot nog toe geen rol van betekenis. De notie dat Kok en Van Mierlo, met hun enthousiaste lobby ten bate van hun jarenlange opponent, Lubbers als een lam naar de slachtbank hebben gevoerd, ontbreekt geheel. Hier wordt het toch vooral opgevat als een klap in het gezicht van de nationale eer (wat het in zekere zin natuurlijk ook is, omdat het een belangrijke nationale karaktertrek ter discussie stelt). Het is alsof er een banvloek is uitgesproken over het Nederlandse volk, zo collectief is de verontwaardiging. Tussen de regels door knippert er in paniekerige neonletters: zijn wij dan werkelijk nergens goed voor, als we zelfs de succesvolste Nederlander van deze tijd nergens kunnen parkeren?
Natuurlijk zullen er wel meer adders onder het gras liggen van het Amerikaanse veto. Een van de grotere onder hen, Hans van den Broek, houdt vooralsnog de boot af. Het zou wel de opperste vernedering voor Lubbers zijn geweest als juist Van den Broek, met wie hij jaren vechtend door de gang van Buitenlandse Zaken heeft gerold, de baan wel had gekregen. Misschien gaat er in Lubbers zelfs wel een hele capabele Navo-chef verloren. Wellicht had de lubberiaanse woorddiarree zelfs heel wat Balkan-brandhaarden onmiddellijk geblust, al was het alleen maar omdat de strijdende partijen geen flauw benul meer zouden hebben van waar ze mee bezig waren, net zomin als de meeste ministers van Lubbers’ regeringen na afloop van de kabinetsvergaderingen. Wie weet had generaal Mladic zich duizelig van de vergadertafel teruggetrokken en zich geheel op de varkenshouderij gestort als Lubbers het voor het zeggen zou hebben gekregen in de Brusselse bunker van het Navo-oppercommando.
Toen de naam van Lubbers in roulatie kwam, zette iedere buitenlandse correspondent in de Lage Landen verlekkerd zijn computer aan om de Lubbers-files te actualiseren. De hele doopceel van de firma Lubbers & Co stond op het punt door de internationale pers te worden doorgelicht. Het is zeer de vraag hoe Lubbers een week op het Atlantische hoofdkwartier had gedacht te overleven. Hij zou Onze Lieve Heer op zijn knieen moeten danken dat dat hem in ieder geval bespaard is gebleven. In het intrigerijke klimaat dat in de contreien van het Navo-hoofdbestuur heerst, was het een kwestie van prijsschieten geweest als hij zou zijn uitverkoren. Het gemak waarmee de publicitaire moord op Willy Claes werd uitgevoerd, doet het ergste vrezen voor het krachtenspel dat momenteel in Brussel woedt.
Willy Claes ging ten onder aan een enkel, tot op de dag van vandaag onbewezen financieel akkefietje, nota bene ten bate van zo'n altruistisch en aimabel doel als de redding van het socialistische dagblad De Morgen. In vergelijking met Lubbers was Claes wat betreft zijn zakelijke schaduwkant een heilige. Een eerlijk proces heeft hij nooit gehad, en de laatste tijd gaan er steeds meer stemmen op dat Claes om heel andere motieven werd verjaagd - hij zou zijn geofferd door de duistere krachten van het nieuwe havikendom. Een 'Free Willy’-campagne komt op gang, al is dat rijkelijk laat. Het zou nu pas werkelijk van Europees zelfbewustzijn getuigen als Nederland zich bij die lobby zou aansluiten. En een stuk eervoller bovendien.