De hoop en vrees van prinses margriet

Fijn was het om afgelopen weekend weer eens iets te horen van prinses Margriet.

Terwijl buitenlandse prinsessen als Diana tegenwoordig maar een potje maken van hun ambt door zich overal met opengesneden polsen te laten vallen, als was zij niet meer dan een doorgedraaid sterretje uit de jet set, weet Margriet altijd op en top de vereiste waardigheid uit te stralen: devoot, een tikkeltje aan de mystieke kant zelfs, en tot in de diepste porien gevuld met goede bedoelingen.
Menig Oranje-watcher ziet in Margriet dan ook de ware opvolgster van koningin-moeder Juliana, en slaakt derhalve weleens een melancholieke zucht wanneer haar oudste zus weer eens aantreedt met haar zo weinig tot de metafysische verbeelding sprekende no- nonsense-stijl, ontleend aan een bloedeloze cursus modern koninginneschap van het Schoevers-instituut.
Afgelopen weekend was Margriet echter even koningin van heel Europa. Als hoofd van de Europese Culturele Stichting vertolkte zij ons aller diepste gevoelens door aan ruim tweehonderd staatshoofden, leden van koningshuizen, directeuren van multinationals, alsmede enige bijstandsmoeders en een aantal vluchtelingen te vragen naar hun ‘hoop en vrees’ voor het Europa van het jaar 2000.
In de Olofskapel te Amsterdam werden de schriftelijke reacties uitgestald, waarna er onder regie van prinses Margriet een diepgravend debat volgde over de noodzakelijke verandering van de 'oude mentale structuren’.
Het was een zwaarwichtig initiatief, balancerend op de rand van doem en optimisme. Even leken de dagen teruggekeerd dat het Nederlandse koningshuis de wereld opriep de wapenen in de oceanen te doen kletteren en zich te wijden aan de Grote Universele Liefdesgeest. Als een trotse moeder showde de prinses de schriftelijke hartekreten van mensen als Michael Gorbatsjov, Bill Clinton en Boutros Boutros Ghali, af en toe uitbarstend in een verrukt 'Is dat niet enig?’
Zo zien we het graag. Er is voor Oranje in het nieuwe millennium wel degelijk nog een rol weggelegd, indien men deze koers van bovenparlementaire actie weet vast te houden.
Wel mag het opmerkelijk heten dat dit hele initiatief weer voortkomt uit het spookhol van de Koude Oorlog. De veertig jaar geleden opgerichte Europese Culturele Stichting, waarvan Margriet nu de voorzitter is, was indertijd een opzetje van Bernhard, zijn beruchte boezemvriend Paul Rijkens en CIA- makkers als Alan Dulles.
De aanvankelijk vanuit Geneve opererende stichting was onderdeel van een grootscheeps Amerikaans plan ter propagandistische indamming van het rode gevaar op het Europese continent. In het kader daarvan konden ook de allerzwartste krachten van de reactie op gulle ondersteuning rekenen, terwijl door en door fatsoenlijke, licht pacifistische geluiden als Juliana’s Derde-Wegbeweging juist te vuur te en zwaard werden bestreden.
Kortom, voor de voortzetting van de heilige missie van haar moeder heeft Margriet wel een curieus podium uitgekozen.