#3: Marte Boneschansker

De horizon van de dag

Mounir Samuel praat de komende tijd vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is. In aflevering 3: theatermaker en model Marte Boneschansker.

Theatermaker en model Marte Boneschansker zit er in het begin van het interview wat murw bij. Ze heeft het studeren bij de VU weer opgevat en wil in september met geologie beginnen. Om die studie te mogen volgen moet ze echter haar schei- en natuurkunde opkrikken. Colleges volgt ze via Zoom. Uren- en urenlang. ‘Fijn dat het zo kan, maar van half tien tot vijf naar een scherm kijken?’ Ze houdt haar vingers voor haar gezicht en maakt een vierkant brilletje. ‘Ik denk dat de online lessen en ook de online voorstellingen die nu verschijnen op alle mogelijke manieren bevestigen hoe belangrijk live contact in onderwijs en theater is. Een docent kan normaal haarfijn aanvoelen of leerlingen of studenten begrijpen wat wordt uitgelegd en of het aankomt. Dat transporteert gewoon niet via een scherm. Want ik staar de helft van de tijd een beetje zo.’ Ze trekt een scheef gezicht. ‘En de andere helft sta ik op freeze-stand, want k-t-internet.’

Toch gaat Boneschansker onverschrokken door. Ze is een theatermaker en onderzoeker die wetenschap en kunst combineert. De studie geologie is deels ingegeven door een oude jeugddroom, maar ook vanuit het idee om een voorstelling te maken over de menselijke relatie tot de aarde. De coronacrisis roept daar alleen maar meer vragen over op.

Een voorstelling is bij Boneschansker overigens geen klassiek theater. Het zijn eerder audiogestuurde zintuigelijke ervaringen die journalistiek onderzoek aan de vorm van interactieve kunstinstallaties verbindt. Zo maakte ze BLOOS, waarbij de bezoeker in een bed ligt en persoonlijke verhalen over vrouwelijke intimiteit hoort. De voorstelling werd genomineerd voor de BNG Bank Theaterprijs. Zelf werkte ik als dramaturg mee aan haar laatste theatrale kunstinstallatie TOURIST, waarin ze samen met haar moeder in de voetsporen van Alexandrine en Henriette Tinne stapten, die in 1862 van Caïro naar Khartoum reisden. Onzeker wankelt het publiek door een pikdonker maanlandschap terwijl het gesprekken met vrouwen langs de Nijl volgt. Het maken van de voorstelling was onze eerste ontmoeting. Onze levens en standpunten kunnen mogelijk niet verder uit elkaar liggen en toch vinden we de opmerkelijkste raakvlakken.

‘Deze crisis roept grote vragen op over de snelheid waarmee we in de kunstsector werken’, zegt Boneschansker. ‘In het subsidie-aanvraagsysteem moet je minstens drie maanden van tevoren je plannen indienen. Sterker nog, als je een structurele subsidie aanvraagt moet je nu al weten wat je over vier jaar gaat maken – dat kan natuurlijk onmogelijk actueel zijn.’

Zodra de crisis uitbrak is ze gaan schakelen, en samen met Milone Reigman, Het Huis Utrecht en de Theaterkrant maakt ze de podcast Waar we zijn, waarin makers nieuw werk ten gehore brengen en er op basis van de huidige ontwikkelingen in gesprek wordt gegaan over thema’s als gemeenschap, angst en stilstand. ‘Dit is natuurlijk enorm spannend. Nu het systeem is weggevallen worden makers meer ad hoc. Dat is volgens mij supergoed. Het zorgt ervoor dat mensen in het hier en nu maken wat ze nu moeten zeggen, in plaats van: “O ja, ik heb een half jaar geleden een plan geschreven en het duurt heel lang voordat er geld is en dan waren er ook nog een paar theaters die toch nog niet wilden of plek hadden, dus nu speelt de voorstelling pas over anderhalf jaar, maar het is nu wel al bedacht.”’

‘Het lijkt mij een uitdaging om kunst tijdloos en relevant tegelijk te laten zijn’, merk ik op.

‘Natuurlijk kun je plannen ver van tevoren indienen en alsnog prachtige voorstellingen maken. Dat doen we ook al heel lang. De thema’s zijn vaak universeel en wanneer je het echt gaat maken verhoud je je altijd tot het hier en nu, dat kan niet anders. Als je bijvoorbeeld een voorstelling zou maken over hoop, dan kan dat natuurlijk nu of over twee jaar, en je verhoudt je dan tot hoop op dat moment. Zo is er wel enige flexibiliteit. Maar zo heel direct reageren, dat is echt wel een kracht.’

‘Voordat deze coronacrisis uitbrak, zou ik een avond organiseren waarbij programmeurs en theatermakers met elkaar in gesprek konden gaan zonder daartoe een product als noodzakelijk uitgangspunt of einddoel te hebben. Omdat de ontmoetingen vaak zo aanbod- en vraaggestuurd zijn. Ik wilde die dimensie van “wat is nu het nieuwste ding” weghalen en het als sector hebben over duurzaamheid, diversiteit, vertrouwen, fair practice. Maar op het moment dat deze storm uitbrak voelde die vraag direct irrelevant. Ik dacht: “Ik ga nu niet zo’n avond organiseren. Het mag niet eens.”’

Ze lacht ongemakkelijk. ‘Ik heb direct met Het Huis Utrecht gebeld, gespard en besloten: “We bewaken die datum, maar we gaan wanneer we eindelijk weer bijeen kunnen komen, samenkomen met de sector om elkaar vast te houden en te voelen: Jezus, zo ver zijn we van elkaar weggeweest, hoe gaan we nu samen verder?” Dat dit kan, dat ik tegen Het Huis kan zeggen: dit voelt niet meer actueel, dat kan alleen omdat er een crisis is. Ik hoop dat we dat ad hoc kunnen schakelen wel meenemen als we hieruit komen. Nou ja, de economische en sociale gevolgen zullen nog lang niet voorbij zijn. Maar als dit niet samen mogen komen voorbij is’, verduidelijkt Boneschansker. ‘Dat we elkaar weer mogen zien.’

‘Ik vrees dat deze crisis het begin is van een ontwikkeling van veel grotere, bijbelse proporties’, zeg ik tegen de kleindochter van een dominee. Boneschansker mag dan zelfverklaard niet-gelovig zijn, ze kan niet nalaten om me bij ieder bezoek aan haar appartement in Amsterdam trots op de bijbel in haar omvangrijke boekenkast te wijzen. ‘Er gebeurt zo veel in zo’n korte tijd,’ zeg ik. ‘De reusachtige bosbranden in de Amazone, Siberië en Australië, de vele aardbevingen, de stormen, de massale sprinkhanenplaag in Afrika, een ziekte die de mensheid zal teisteren, de hoogoplopende conflicten tussen landen, de snelheid waarmee geruchten en berichten zich verspreiden, het zijn allemaal tekenen die – als je in de bijbel of koran gelooft – wijzen op een naderende wederkomst.’

Boneschansker lacht ongemakkelijk.

‘Ik ben bang dat los van wederkomst of geen wederkomst, de klimaatcrisis…’, vervolg ik voorzichtig.
‘O ja’, knikt Boneschansker fanatiek.
‘Die is om de hoek!’ lach ik. ‘Dus zelfs al kunnen we elkaar aanraken en weer knuffelen…’
‘O nee, we are going down the drain’, zegt Boneschansker vreemd opgewekt en resoluut. ‘Op sociale media circuleert een mime met de tekst “climate change should have hired corona’s publicist”. Als het om een virus gaat nemen we het wel serieus, terwijl veel ergere dingen al heel lang bezig zijn, maar die willen we allemaal niet zien. Dus het moet accuut en intens zijn. En dan is dit eigenlijk nog een milde vorm. In het boek The Uninhabitable Earth van David Wallace-Wells las ik in het hoofdstuk “The pandemic disaster” hoe wetenschappers in onze permafrost en ijskappen nieuwe virussen en ziektes ontdekken, die opgeslagen liggen in het ijs en bijvoorbeeld al tweeëndertig miljoen jaar oud zijn en waarvan we geen idee hebben wat ze kunnen doen, of wat ze zijn.’

‘Daar zijn dus nog dinosaurussen aan doodgegaan, bij wijze van spreken.’
‘Bijvoorbeeld, ja. Er komen met het smelten van de poolkappen allerlei ziektes vrij waarbij vergeleken corona nog kinderspel is. Zo weten onderzoekers dat de pest in Russische permafrost ligt opgeslagen. Dus als die smelt komt de zwarte dood gewoon terug.’
‘Wat een heerlijk rooskleurig gesprek!’ roep ik uit. ‘Maar ik ben blij dat jij een avond gaat organiseren als dit voorbij is, zodat we elkaar even kunnen knuffelen voor de volgende shitstorm losbarst!’

Boneschansker kijkt stralend in de camera en zegt met een blij hoofd: ‘Ja!’ Dan serieuzer: ‘Maar dat is toch alles wat je kunt doen? Ik bedoel, er is heel veel wat je kunt doen hoor, maar op verschillende niveaus kun je verbinding blijven zoeken. Die verbinding kan op een politiek landelijk, Europees of wereldniveau zijn, maar die verbinding zit zeker ook in je naaste liefhebben en elkaar dichtbij houden. Ik denk dat een crisis als deze zulke andere vragen stelt. Zoals, oké, we zijn in de kunst- en cultuursector nu zo lang onder de maat betaald, we hebben ons laten uithollen, misschien komen we wel terug en zeggen we: “Nou, eigenlijk willen we dat niet meer.” Het zou voor zo’n tegen een burn-out aanlopende sector weleens een heel positief effect kunnen hebben, los van het feit dat we daarna allemaal doodgaan doordat er geen frisse lucht meer is, de zeeën ons gaan overstromen, we allemaal ziektes krijgen die in het ijs liggen opgeslagen en de grond vol stikstof zit en we iedere dag een plastic creditcard opeten. Nee, we gaan allemaal dood op korte termijn, denk ik, maar…’, ik lach, terwijl ze op compleet vlakke toon vervolgt, ‘laten we elkaar toch goed vasthouden.’

Je hoeft duidelijk geen gelovige te zijn om anno nu in het eind der tijden te geloven, denk ik. ‘En ik dacht dat ik heftig was’, zeg ik.

‘Ja, ik ben best fatalistisch. Of nou, je kunt het fatalistisch noemen, of realistisch. Maar als er niet veel sneller grote stappen worden gezet met betrekking tot klimaat en duurzaamheid, dan gaan we het gewoon niet redden. Ik denk niet dat wij hier nu echt allemaal doodgaan, dat zei ik net even heel bot. Maar ik denk dat de kwaliteit van leven die we zelfs nu in semi-lockdown hebben, aanzienlijk hoger is dan we in de toekomst kunnen verwachten. En dat geldt ook voor ons in Nederland. Want wij denken altijd: “O ja, we hebben dijken, check!” Maar dat is echt een illusie.’

De bel gaat. Boneschansker loopt even van het scherm weg. Enkele minuten later komt ze verheugd terug. ‘Zo lief! Een vriendinnetje stond voor de deur met eten! We hadden eigenlijk al lang geleden gepland dat we vanavond met een groep vrienden zouden dineren, maar nu heeft ze voor iedereen gekookt en is ze het bij alle vrienden op gepaste afstand aan het langsbrengen!’ Ze straalt. ‘Kijk dit bedoel ik nou! We moeten elkaar vasthouden’, zegt Boneschansker, die al weken binnenzit. Ze heeft via een zieke vriend die uit Noord-Italië kwam corona opgelopen, of in ieder geval sterke symptomen daarvan (druk op de borst, kortademigheid, hoestje) en is doodsbang iemand aan te steken. ‘Ik ben heel blij dat ik in die tijd niet het Nederlandse nieuws heb gevolgd, maar het buitenlandse, waardoor ik dit in een vroeg stadium heel serieus heb genomen. Het RIVM zei destijds nog doodleuk dat het niet naar Nederland zou komen en meer van dat soort onbegrijpelijke dingen. Ik heb het gevoel dat Nederland steeds erg achterloopt in z’n reactie. Ik ben heel blij dat ik mijn ouders niet meer heb gezien, of anderen heb besmet.’

‘Ben je bang geweest?’
‘In het begin, vooral toen ik een nacht echt kortademig werd. Een soort hyperventilatie maar dan zonder paniek. Ik had echter vooral last van verspreidingsangst en was bang dat ik wellicht voordat ik symptomen had mensen geïnfecteerd had. In mijn hoofd maakte ik hele lijstjes van iedereen die ik nog gezien had.’

Boneschansker heeft flinke discussies met haar moeder gehad. Die wilde met haar vierenzestig maar niet accepteren dat ze wel degelijk tot een risicogroep behoort en bleef gewoon uitjes plannen. ‘Ik hoor van meer vrienden dat de net nog niet 65-plussers opeens moeten slikken dat ze bij een risicogroep horen, want ze zijn allemaal vitaal. Er zit een soort weerstand in. Maar het komt ook doordat mijn moeder Teletekst had gelezen en daarop stond: “Als je je goed voelt mag je gewoon naar buiten”, dus je kunt het haar ook niet echt kwalijk nemen.’

Boneschansker laat de boodschappen thuisbezorgen. Ze zit alleen met haar man in huis en staat zichzelf één uitje per week toe, per fiets naar het tuinhuis. ‘Dat doe ik dan wel heel langzaam. Ik vind het vreemd om nog zoveel mensen dicht bij elkaar te zien.’

Verder beweegt ze in huis, zoals nu. Het beeld gaat even alle kanten op. Dan verschijnt een zeer voldaan gezicht. Boneschansker blijkt in bad te zitten. Enigszins verlegen staar ik naar het scherm, maar het lange, klassiek Hollandse model met hoge jukbeenderen, rossig haar en rode sproetjes dat graag de naaktgrenzen van sociale media tart, zit er buitengewoon content bij. ‘Waarom niet het leuke met het aangename combineren?’ vraagt ze koket.

Als een echte kunstenaar heeft Boneschansker ervaring met zich terugtrekken . Ze heeft zich voor een onderzoek eerder twee weken opgesloten als kluizenaar. ‘Maar dat was nog erger want toen had ik niet eens een telefoon. Ik heb toen veel geleerd over alleen zijn. Maar bij deze quarantaine ga je eerst vooral hard rennen. Zo van: dan moeten we nu alles ontsmetten, dan moeten we nu online boodschappen doen, dan moet ik nu iedereen bellen en nu een podcast maken.’

‘Is dat gejaagde al wat aan het vertragen?’
‘Ja’, Boneschansker aarzelt. ‘Maar zolang je een telefoon hebt en je mail blijft checken is die echte vertraging nauwelijks mogelijk.’
‘Maak je je zorgen over je inkomen?’ vraag ik, wetende dat ook al haar werkzaamheden abrupt zijn gestopt.
‘Ik had gespaard om geologie te kunnen studeren.’
‘Dus je had een buffer?’
‘Ja, maar ik maak me dus wel zorgen of ik straks nog geologie kan studeren. Deze situatie plaatst veel zaken opeens in een heel ander daglicht, zoals de kinderwens. Ik ben nu met mijn liefde op een punt van verbinding dat ik kinderen zou willen, maar ik ga dat nu echt niet proberen want de toekomst is zo onzeker. Allerlei langetermijnplannen worden opeens heel erg op het hier en nu teruggegooid, of vervallen. Je kunt hierdoor alleen maar van dag tot dag leven.’

‘Staat je leven on hold?’
‘Nee. Het terugbrengen van grote beslissingen naar het hier en nu is toch juist fantastisch?’
‘Is dat zo?’
‘Altijd maar die lange boog, altijd maar die zin: “Vanaf volgende week wordt het rustiger”. Het wordt nooit rustiger. Want alle zpp’ers zitten in een rad van alles aannemen en altijd kijken naar de volgende horizon en de volgende horizon. En die valt weg, dus je wordt teruggeworpen op de vraag: “Wat is de horizon van de dag?” Die vraag kan heel confronterend zijn. Ik heb me soms best beroerd gevoeld de afgelopen weken omdat ik dan aan het eind van de dag niets had gedaan terwijl ik van plan was geweest deze zes dingen te doen. En daarin ga je ook door met malen. De eerste week zat ik denk ik wel drie uur per dag het nieuws te checken. Echt veel. En dan delen met mensen. De stress. Er gebeurt zo veel nu en er is zo veel nieuws om je druk over te maken.’

‘Dus vanuit de gedachte van die horizon van de dag moet je jezelf telkens afvragen: wat is nu goed voor mij? Is het goed voor mij om drie uur per dag het nieuws te kijken en daar heel veel stress door te ontwikkelen? Nee. Is het goed voor mij om de hele dag al mijn vrienden te bellen en in allerlei skypegesprekken te vragen hoe het met hen gaat? Nee. Misschien is het voor andere mensen wel goed hè, dat kan. Maar je moet toch een soort planning gaan maken en jezelf gaan organiseren op een andere manier. Is het goed voor mij om iedere dag op te staan en dan yoga-oefeningen en bepaalde ademhalingsoefeningen te doen en dan met de dag te beginnen? Ja. Is het goed voor mij om me toch echt aan te kleden? Tja, dat heb ik een paar dagen gedaan maar dat heb ik toen toch ook wel weer losgelaten’, zegt ze, terwijl ze nog steeds aangenaam in bad zit. ‘Het is toch telkens een soort trial and error. Wat werkt, hoe voel ik me sanang en hoe kan ik me het meest levend voelen in het hier en nu? In plaats van geleefd door.’ Ze verdwijnt even met haar hoofd onder het water.

‘Wat is je horizon van deze dag?’
‘Dat ik de eerste aflevering van mijn podcast ga afmonteren. Heel lekker en concreet en echt werk. En dat ik daarna naar mijn tuinhuis ga fietsen en dan daar ga wachten tot de zon ondergaat, iets heel niet-concreets. Want dat editten is heel erg up. Je moet toch balans maken.’

‘Wat zijn de vragen die je jezelf stelt?’
‘Nou, wil ik kinderen?’ zegt ze langzaam, de woorden proevend. ‘Wat betekent het om verbonden te zijn? Hoe moeten we verbinding zoeken via een scherm en kan dat überhaupt? Het nut van discipline? Alle structuren waar we in zaten waren wat dat betreft heel functioneel. Maar discipline is voor mij ook niet vanavond doorgaan met editten.’

Ze staart even voor zich uit. ‘Wat bijvoorbeeld ook echt uit de horizon van de dag voortkomt is brieven schrijven’, zegt ze opeens. ‘Ik heb een oproepje geplaatst op Instagram. Iedereen die daar op reageerde krijgt een brief. Vanuit de hele wereld hebben 31 personen zich aangemeld. Ze hoefden alleen maar te zeggen “ik wil” en het onderwerp te geven. De reacties kwamen vanuit Italië, Rusland, de Verenigde Staten, Brazilië, Indonesië.’

Boneschansker schrijft de brieven op een oude typemachine. Ze moet regelmatig opstaan om even haar vingers te masseren. ‘Ik stop dan even omdat mijn handen pijn doen, ga even wat anders doen, ondertussen rijpen ze.’ De enveloppen gaan uiteindelijk per ouderwetse post de deur uit. Het is de bedoeling dat er een echte correspondentie op gang komt. ‘De vertraging die nu plaatsvindt, daar wil ik helemaal in meegaan. Een brief schrijven is daadwerkelijk anders dan mailen. Het is toch geweldig om die ruimte op te zoeken! E-mails zijn veel te snel, je kunt helemaal niet nadenken in mail. Ze zijn vaak een mededeling, niets anders dan zenden-zenden-zenden, maar dit is een echt schrijfproces.’

‘Zijn we allemaal aan het vertragen?’ vraagt Boneschansker zich hardop af. ‘Dat een reis van je badkamer naar je bank heel ontspannen kan zijn en dan je brief schrijven, waar je langer over doet, die een grotere waarde in zich heeft dan een snelle e-mail. Of is het zo dat als dit stopt we weer teruggaan naar Speedy Gonzalez? Gaan we dit echt meenemen of niet? Ik denk dat veel ouders met kinderen geen vertraging ervaren, want die moeten én werken, wat niet gaat want ze hebben kinderen, én ze moeten ook nog thuisles geven. ik kan me heel goed voorstellen dat heel veel mensen met een burn-out uit die verstilling komen omdat de dingen die je jezelf oplegt gewoon te veel zijn.’

Boneschansker begint over het gevoel een kikker in de hete pan te zijn geweest. ‘Als wereld hè, niet alleen ik persoonlijk. We hebben zo veel zaken binnen een kapitalistisch, neoliberaal systeem als waarheid aangenomen. We zijn er zo van uitgegaan dat winst en productiviteit het allerbelangrijkste zijn en meer werken gelijkstaat aan meer productiviteit. We zijn zo uitgegaan van een soort gekke rat race. Ondertussen is de temperatuur van het water telkens een beetje gestegen. Als je er zo in een keer ingegooid zou worden zou je misschien denken: “Nou, dit kan helemaal niet!” Maar onze grens van wat te toleren is, is ontzettend opgeschoven. Ook in menselijkheid. Wat we voor elkaar overhebben. Dit is een hele individualistische samenleving geweest. En nu wordt er even aan de knoppen gedraaid. Alsof we getoetst worden en bevraagd: Is dit wel wat je wil?’

‘Ik denk dat een heleboel mensen misschien veel egoïstischer en hebberiger waren, en meer gericht op succes en winst dan ze zelf zouden willen, gewoon omdat je in dat systeem zit. En nu stopt alles en komt de vraag naar boven: “Wat wil ik eigenlijk? Wat is goed voor mij?” En ik denk dat als iedereen doet wat goed voelt, je ook een betere wereld hebt. Ik kan me niet voorstellen dat veel mensen denken: “O ja, als ik een inhalige, over lijken gaande klootzak ben, voelt dat goed.” Dus uiteindelijk is dit ook een kans. Ja, er is een kant van mensen die takkeveel wc-papier gaan inslaan en dat soort gedoe. Maar er is ook kant van mensen die massaal mondkapjes gaan maken, of op een andere manier tikkies organiseren voor daklozen. De burgerplicht of de vraag naar solidariteit groeit in een crisis, en dat is denk iets heel waardevols. Je kunt je afvragen of het te laat komt.’

‘Of dat het solidariteitsbeginsel wegvalt zodra deze crisis voorbij is of nog langer duurt’, zeg ik.
‘Daarom ook die vraag: is dit blijvend? Ik ga een beetje op en neer tussen heel fatalistisch doemdenken en niet meer geloven dat dit goedkomt en een lichte hoop dat dit de kans is. Wordt dit onze nieuwe horizon?’


Deze serie is onderdeel van het boek Noodzakelijke gesprekken: reflecties op een nieuwe wereld (september 2020, Uitgeverij Jurgen Maas).