The Passion of the Christ

De horror van Jezus

‹The Passion of the Christ› zou antisemitisch en onnodig gewelddadig zijn en theologisch gezien rammelen. Niets daarvan. Mel Gibsons Jezusverhaal is een schitterende film.

In de schaduw van het maanlicht in de tuin van Getsemané staat een prachtige jongen met dode ogen. Zijn gelaat is bleek. Zijn blik is nieuwsgierig en tegelijk vol leedvermaak. Tegenover hem een man met gebogen hoofd die bloed zweet, letterlijk. Het druppelt uit de poriën in zijn gezicht. Trillend van angst zegt hij: «Laat deze beker aan mij voorbijgaan.» De jongen grijnst. Dan verandert hij in een witte slang. En de man verbrijzelt hem met een krachtige trap van zijn sandaal.

In het bloedige The Passion of the Christ van Mel Gibson is dit het enige moment waarop Jezus van Nazareth (Jim Caviezel) zich verzet tegen de krachten van het kwaad. Na de openingsscène in Getsemané berust hij in het feit dat hij op elke denkbare manier zal worden bespot en gemarteld en uiteindelijk genageld aan het kruis zijn laatste adem zal uitblazen. Aangezien het verhaal drijft op mystieke elementen betekent dat evenwel niet het einde. Want op de derde dag herrijst hij uit de dood.

Door het bovennatuurlijke is The Passion een hoogst plezierige en zelfs inspirerende ervaring, zeker na alle ophef die de film in Amerika heeft veroorzaakt. The Passion zou antisemitisch zijn, a-spiritueel, en één lange, nietszeggende geweldsorgie. Niets van dit alles. Het is vooral een schitterend werk, een horrorfilm van de bovenste plank. De eerste scène met de mooie, haarloze jongen — de homme fatale als Satan — is onvergetelijk. En regisseur Mel Gibson houdt deze sfeer van gotische horror gedurende de hele film vast. Zo verschijnt de vreemde jongen vier keer op cruciale punten in de vertelling. Zijn rol is niet zozeer het verleiden van de man die men de Mensenzoon noemt, eerder kijkt de jongen, die het Kwaad belichaamt, tevreden toe terwijl de Romeinen Jezus afranselen.

Mel Gibson liet zich bij het uitbeelden van deze lichaamshorror niet inspireren door de evangeliën, maar door een onderzoek dat in 1986 verscheen in The Journal of the American Medical Association, getiteld On the Psysical Death of Jesus Christ. In dit «autopsieverslag» stellen de onderzoekers dat het zweten van bloed, zoals Jezus in Getsemané, wel degelijk mogelijk is. Ook bespreken zij het Romeinse martelinstrumentarium en de marteltechniek: «De man werd uitgekleed en zijn handen werden vastgebonden aan een paal. Vervolgens sloegen een of twee soldaten de man op de rug, billen en benen. Deze slagen leidden ertoe dat de huid aan flarden scheurde. Ook scheurden de onderhuidse spieren.»

Dit alles is gedetailleerd te zien in The Passion. En de horror is functioneel. Het lijden van Christus — om wille van het vergeven van de zonden van de mensheid — moet immers majestueus zijn. Zijn dood moet zijn zoals Shakespeare schrijft in zijn eigen horrorverhaal, Macbeth: «Nothing in his life became him/ like the leaving of it.» Halverwege de marteling, als de Romeinse beulen buiten adem raken, trekt Jezus zijn gebroken lichaam met een ultieme krachtsinspanning rechtop, alsof hij wil zeggen: kunnen jullie echt niet beter dan dit? Dat kunnen ze, helaas. Nu hebben ze zwaardere zwepen: lange repen leer met daaraan vastgebonden puntige ijzeren ballen en scherpe stukjes schapenbot. En dan begint het lijden weer van voren af aan: er worden stukken uit Jezus’ lichaam gereten, zodat het uiteindelijk bestaat uit niet veel méér dan een bloedige massa vlees.

Cinematografisch roept The Passion een andere mooie Jezusfilm op: George Stevens’ The Greatest Story Ever Told (1965). In de glorieuze, gotische sets, vooral het kasteel van koning Herodes in Jeruzalem, verdwijnen de slinkse Kajafas (Martin Landau) en de decadente Pilatus (Telly Savalas) in de schaduwen. In rijke kleurschakeringen, bijna alsof ze geschilderd zijn, spelen zich onvergetelijke scènes af: Maria Magdalena in een knalrode jurk, de onthoofding van Johannes de Doper afgewisseld met erotische dansen, en een hartverscheurend Getsemané, waar Max von Sydow met een pleidooi tot zijn hemelse vader aantoont dat hij een groot acteur is. Golgotha is eveneens een chiaroscuro-schouwspel, met een gestileerde, donkergroene hemel, dieprood bloed en wit verlichte lichamen aan het kruis.

Speelt Von Sydow Jezus als een sensitieve intellectueel, in Martin Scorseses The Last Temptation of Christ (1988), gebaseerd op Nikos Kazantzakis’ gelijknamige roman uit 1955, is de held een revolutionaire wreker. Ook deze film heeft horrorelementen: als Jezus in de nacht opdoemt voor zijn discipelen is hij een mystiek wezen: achter hem schijnt een licht; zijn haar schittert; zijn ogen zijn lichtblauw; de woestijn kleurt rood. Hij steekt zijn hand onder zijn mantel. Hij brengt zijn rode, kloppende hart te voorschijn en spreekt de woorden: «Ik nodig jullie uit voor een oorlog.» Zijn volgelingen schrikken. En Jezus zegt: «Ooit geloofde ik in liefde. Nu geloof ik in dit…» In zijn hand verschijnt een gevechtsbijl.

Deze film ontlokte de toorn van het religieuze establishment. Net als toen is de huidige campagne tegen het lijdensverhaal van Mel Gibson gecentreerd rond het verwijt dat «het zo niet is gebeurd». Fundamentalistische critici zeggen dat de Jezus van de bijbel helemaal niet de vrouw met de donkere ogen begeerde, zoals in Kazantzakis’ boek. En, naar aanleiding van The Passion, dat het Sanhedrin en de hogepriester Kajafas allerminst alleen verantwoordelijk waren voor het uitleveren van de Verlosser aan de Romeinen. Maar wat maakt het uit? Natuurlijk, gelovigen die de bijbel letterlijk opvatten en hun leven dienovereenkomstig inrichten, zouden gruwen van zowel The Passion als The Last Temptation. Ook mensen met een aversie tegen de conventies van de horrorfilm zullen er niet blij van worden. Aan de andere kant biedt een ruimere interpretatie van de Heilige Schrift de mogelijkheid van een interessantere, subversieve lezing van Jezus’ leven als «gewoon mens». De vraag is dan wel of een vrije interpretatie moreel en ethisch in orde is. Dient de kunstenaar rekening te houden met religieuze gevoeligheden? En zou dat dan niet zelfcensuur zijn?

In navolging van Scorsese koos ook regisseur Gibson voor een radicale interpretatie van de evangeliën. Dat is koren op de molen van critici van de film, vooral wat betreft de schuldkwestie. Hierover schrijft Leon Wieseltier in The New Republic: «Gibsons verbeelding heeft geen weerstand kunnen bieden tegen de iconografische erfenis van westers antisemitisme.» Dit is niet geheel onwaar. In The Passion zijn Kajafas en de andere Sanhedrin-leden wel degelijk kwade geesten die hun volgelingen oproepen de kruisiging van Jezus te eisen. De Romeinse procurator Pontius Pilatus daarentegen twijfelt; hij vermoedt zelfs dat deze man uit Galilea buitengewone gaven bezit.

Boeiend is het gesprek tussen Pilatus en zijn vrouw over de dubbelzinnige aard van «de waarheid». Deze discussie valt te beschouwen als een reflectie op theologische vragen over wie precies «schuld» zou moeten dragen aan de dood van Jezus. In Who Killed Jesus (1995) onderscheidt John Dominic Crossan bijvoorbeeld «herinnerde historie» en «gehistoriseerde profetie». Het komt hierop neer: wat precies de bron was van de lijdens- en opstandingsverhalen weet niemand. De ultieme «waarheid» over Jezus bestaat niet, en daar heeft Pilatus het over als hij tobt over het lot van de Nazarener.

Het accent op de ambigue waarheid creëert de nuance in The Passion. Wie de film ziet, raakt niet vervuld van haat tegenover het joodse volk, wél van het besef dat de politici van dat volk en die van de Romeinen door en door corrupt zijn. Ook Pilatus heeft schuld: hij is te laf om de daad bij het woord te voegen en Jezus te redden. Het zou derhalve een misvatting zijn in deze film «de joden» te zien als de slechteriken. Ja, er is haat onder de massa als Jezus het kruis door de straten van de stad sleept in de richting van de plaats die Schedel heet. Maar er is ook, zoals in de bijbel staat, «het weeklagen» van «vrouwen die zich op de borst sloegen».

Flashback. In de tuin van zijn ouderlijk huis valt een jongen van een jaar of zes met zwart krullend haar. Zijn moeder schrikt en snelt het huilende jochie te hulp.

Als hij nu valt, onderweg naar Golgotha, kan Maria hem niet helpen. Ze kan alleen maar toekijken hoe hij lijdt.

Nog iemand die kijkt is de vreemde jongen. Nu heeft hij een kind in zijn armen. Maar als het «kind» zijn hoofd draait in de richting van de camera is het een afschuwelijke dwerg, haarloos en kaal geschoren.

Het zijn scènes als deze — momenten van doodsangst afgewisseld met vertedering — die The Passion onderscheiden van andere Jezusfilms, met uitzondering van Scorseses meesterwerk. Gibson is erin geslaagd de essentie van het lijdensverhaal vast te leggen. Dat doet hij niet met gratuit geweld. Overigens, wie enigszins aan de moderne populaire cinema gewend is, weet dat The Passion wat dit betreft allerminst grenzen overschrijdt. Eerder is Gibsons film puur cinema: het dwingende ritme van het redigeren, dat het verhaal onherroepelijk stuurt in de richting van het rampzalige einde, de beeldschone fotografie en de poëtische vervreemding die voortvloeit uit de slechts Latijn en Aramees sprekende personages. Het is een grote film.

Gelovig ben ik niet. Nooit geweest. Toch vind ik het eigenaardig hoe aantrekkelijk de Jezusfilm nog altijd is. Na The Last Temptation is The Passion het mooiste voorbeeld van het genre, om de hierboven genoemde redenen. Maar misschien zit de kracht meer nog in het feit dat het overkoepelende thema de strijd tussen goed en kwaad is. En daar hebben gelovigen geen alleenrecht op. Bovendien: als literaire figuur is Jezus fascinerend. Terecht stelt Pilatus de vraag wat de waarheid over Jezus is. Wie weet was hij een waanzinnige met een bijzonder hoge pijndrempel. Maar kijkend naar de film, eerst in alle onschuld door de camera de schaduwrijke tuin in geleid samen met de bange man en de vreemde, blonde jongen, en daarna huiverend vanwege de close-ups van monstrueuze, spelende kinderen met scherp gevijlde tanden die de verrader Petrus achtervolgen, ben je blij dat er in elk geval in dit fictieve verhaal een personage is met de naam Jezus Christus.

The Passion of the Christ

Regie: Mel Gibson

vanaf 1 april