Her en de evolutie van emoties

De horror van virtuele verliefdheid

Het Internationaal Film Festival Rotterdam opent met Her, Spike Jonze’s liefdesverhaal over een man en zijn computer. Hoe echt is liefde als het liefdesobject geen lichaam heeft?

© Paradiso Filmed Entertainment

In een nogal alarmerend artikel ging The Observer onlangs in op de vraag waarom de Japanse jeugd geen seks meer heeft. Niet alleen lijkt een aanzienlijk deel van de Japanse bevolking onder de veertig de interesse verloren in traditionele relaties, veel van hen keren zich af van intimiteit in het algemeen. Een Japanse relatieadviseur vertelde de krant over cliënten die alleen nog opgewonden raakten van vrouwelijke robots in games.

De Japans-Amerikaanse auteur Roland Kelts voorspelde in hetzelfde artikel zelfs dat de toekomst van Japanse relaties grotendeels technologisch gedreven zal zijn. Dat een demografische crisis dreigt – in 2012 werden er minder Japanse baby’s geboren dan ooit – wakkert weinig plichtsbesef aan bij de jongeren. ‘Ik vind sommige vrouwen wel aantrekkelijk’, zegt een ondervraagde twintiger, ‘maar heb geleerd te leven zonder seks. Emotionele beslommeringen zijn te ingewikkeld.’ Mendokusai, oftewel: boeiûh.

Het is veelzeggend dat de futuristische stad waar Spike Jonze’s sciencefiction-romance Her zich afspeelt op allerlei manieren Aziatisch aandoet. Jonze schoot zijn nieuwste film zowel in Los Angeles als in Shanghai; het levert een ongedateerd, fictief L.A. op dat in haar schone, kalme ordelijkheid, haar geruisloze efficiëntie, meer associaties oproept met een stad als Tokio.

In een van de elegante wolkenkrabbers van die stad zit in het roze licht van de getinte ramen de hoofdpersoon Theodore Twombly (Joaquin Phoenix) voor zijn computerscherm. Het eerste shot toont zijn besnorde, bebrilde gezicht – charmant nerdy blijft blijkbaar nog even in de mode – terwijl hij met broze stem een verzameling liefkozende zinnen dicteert. Theodore blijkt werkzaam bij BeautifulHandwrittenLetters.com; hij schrijft en print ‘handgeschreven’ liefdesbrieven voor betalende klanten en hij is er goed in ook.

Meteen is duidelijk dat het Jonze draait om authenticiteit en artificialiteit. De brieven die Theodore maakt zijn niet van echt te onderscheiden; hij lijkt er bovendien zijn hart en ziel in te leggen, heeft talent voor het doorvoelen van andermans relaties. Toch zullen de meeste kijkers het een absurd en cynisch idee vinden: iemand anders je liefdesbrieven laten schrijven. Het strookt niet met de aanname dat liefde alleen geloofwaardig is wanneer ze uniek is en persoonsgebonden.

Ook Theodore zelf – zijn wild romantische brieven zijn het bewijs – heeft hoge verwachtingen van de liefde. Zijn vrijgezelle leven wordt beheerst door teleurstelling over zijn kapotgelopen huwelijk met jeugdliefde Catherine (Rooney Mara). In zijn te langzame tred, zijn hangende hoofd, is de somberte te lezen van de eenzame grootstedeling – op de loopbruggen van zijn stad wemelt het trouwens van eenlingen, de meesten gepreoccupeerd met hun telefoon.

Theodore vult zijn vrije tijd op zijn bank, omsloten door de projectie van een game waarin hij door zijn handen te bewegen een avatar langs hindernissen loodst. ’s Avonds ligt hij in bed en laat zijn in-ear computer met spraakcommando’s gezelschap voor hem zoeken. Kille telefoonseks met een vrouw die kickt op wurgen en dode katten. Voorspelbaar mistroostig allemaal, maar Phoenix houdt de aandacht vast met zijn typische getourmenteerde blik. Dat geldt ook voor de indrukwekkend gecreëerde omgeving, die precies het juiste midden houdt tussen herkenbaar en vreemd. De toekomst is niet heel ver weg in Her.

Aan zijn eenzaamheid komt een einde als Theodore in een van de brandschone metrostations wordt gegrepen door een videoreclame die het eerste kunstmatig intelligente besturingssysteem aanprijst. Een intuïtieve entiteit, belooft de zijïge reclametekst, die naar je luistert, je begrijpt en je kent: ‘It’s not just an operating system, it’s a conciousness.’ Dezelfde avond nog installeert Theodore deze OS.1, en niet veel later klinkt uit zijn computer de onweerstaanbaar hese giechelstem van zijn persoonlijke OS, Samantha (Scarlett Johansson).

Het is aanvankelijk wonderlijk om een personage alleen als stem te ervaren, maar verontrustend snel went het dat Samantha geen lichaam heeft. Theodore heeft er in elk geval weinig moeite mee: hij keuvelt met haar alsof ze naast hem staat, maakt haar aan het lachen en zij hem, ze voeren diepe gesprekken en al snel doet Samantha meer dan alleen zijn e-mail ordenen en zijn brieven corrigeren. Veel meer.

Voor een deel volgt de film het geplaveide pad van de romantische komedie; T en S struinen over de kermis, brengen hun zondag door op het strand, hij met opgerolde mouwen, zij in zijn borstzakje, schunnige grappen makend. De eerste, onvermijdelijke barsten in hun sprookje doen zich voor wanneer Theodore zijn ex ontmoet om eindelijk de scheidingspapieren in orde te maken. Want hoewel de rest van zijn omgeving opvallend coulant reageert op zijn onconventionele relatie stelt Catherine, met onverhuld dedain, de vraag die ook bij de kijker moet spelen: you’re dating your computer!? Ze kan haar wenkbrauwen niet hoger optrekken.

Het ogenschijnlijk lichte Her biedt eigenlijk een zwartere visie dan Von Triers duister-erotische Nymphomaniac

Wie een sucker is voor de stem van Scarlett Johansson kan zich van alles voorstellen bij Theodore’s gevoel – dat zegt wellicht ook iets over het belang van een stem bij verliefdheid – maar Catherine heeft een punt. Wat vertelt het ons over Theodore dat hij valt voor een lichaamsloze personal assistant met een op zijn behoeften toegespitst karakter? Is hij, zoals Catherine boos beweert, bang voor alles wat op echte intimiteit begint te lijken? Is hij niet opgewassen tegen de realiteit van een ander?

Deze vragen raken aan de moraal van Jonze’s verhaal, die er op het eerste gezicht dik bovenop ligt. New Yorker-criticus Richard Brody, die Her sentimenteel, moralistisch en voorspelbaar noemde, verwoordt het als volgt: ‘Er bestaat een toepasselijker titel van drie letters voor Spike Jonze’s nieuwe film: Dûh, tienertaal voor: wordt niet verliefd op je mobiel.’ Inderdaad, op een bepaald niveau suggereert Her een waarschuwing voor Japanse doemscenario’s: een intimiteitscrisis, het einde van het traditionele gezin, algehele isolatie, beware!

Maar er is meer aan de hand. Interessanter dan Brody’s bezwaar is Christine Smallwoods observatie (in dezelfde publicatie) dat Her een opvallende plaats inneemt in het oeuvre van Jonze. Waar zijn vorige films Being John Malkovich (1999), Adaptation (2002) en zelfs Where the Wild Things Are (2009) allemaal uitgingen van een verlangen om de ander te zijn, om in zijn hoofd te kunnen kijken, zoekt Theodore volgens Smallwood juist naar veiligheid in zichzelf en keert naar binnen. Door ook verliefd te worden op Theodore maakt Samantha dat hij verliefd wordt op zijn eigen leven.

Zowel Brody als Smallwood gaat echter voorbij aan de horror dat Theodore’s virtuele verliefdheid, juist wat betreft die projectie, eigenlijk angstaanjagend weinig verschilt van ‘echte’ verliefdheid. Jonze benadrukt dat, door de relatie precies langs de gebruikelijke lijnen te laten verlopen – roze bril, teleurstelling, compromis. In een Vice-documentaire over de film reageren geïnterviewde jonge creatievelingen ook op die universaliteit van Theodore en Samantha’s verhaal. Allemaal weten ze gelijksoortige liefdeservaringen op te rakelen. In plaats van in te gaan op de onechtheid richten ze zich juist op de waarachtigheid ervan.

De regisseur maakt het zijn jonge kijkers dan ook wel heel makkelijk om mee te gaan in de esthetiek van deze toekomstige samenleving. Waar Steven Spielberg zijn film over kunstmatige intelligentie, A.I. (2001), zich nog liet afspelen in een door naargeestig neon overwoekerde megametropool is de toekomst van Jonze verraderlijk aangenaam pastelkleurig, zacht verlicht, schijnbaar ecologisch verantwoord en steengoed ontworpen.

Halverwege, op de pieken van hun liefde – het moet haast wel opzet zijn – zien en horen we Theodore en zijn geliefde stem in een zonnige compilatie, met licht melancholische pianomuziek eronder, aan hun kookeiland, op een zeiljacht, een picknickkleed op een klif aan zee, soms omringd door andere lachende mensen. Aanschouw, de schone toekomst, waarin we kunnen lachen, dicht bij elkaar in de zon kunnen staan en kunnen liefhebben zonder rotzooi te maken. Het houdt, plotseling is het duidelijk, het midden tussen een Apple-spotje en een reclame voor uitvaartverzekeringen.

Uitvaartverzekeringen, ja. Want als we naadloos vergroeien met onze virtuele creaties, als we verliefd kunnen worden zonder dat er ook maar een feromoon, een zweetdruppel aan te pas komt – iedere romanticus weet dat we dat sowieso al kunnen – en onze liefde dan ook nog kunnen krijgen, werpt dat plotseling een ander licht op de wil tot leven: het enige dat ons volgens Schopenhauer verliefd doet worden, de trouw aan de soort, voortplanting.

In tegenstelling tot wat Richard Brody beweert houdt Jonze niet op bij een dergelijke waarschuwing. Hij heeft Samantha zo warm gemaakt, zo onmiskenbaar menselijk, en zo makkelijk om voor te vallen, dat Her tegelijkertijd de validiteit van diezelfde waarschuwing bevraagt. Als computers ons iets kunnen geven wat zo veel lijkt op wat we van de liefde verwachten, hoe erg is het dan eigenlijk als we dat met beide handen aannemen?

De film zegt niet moralistisch: brave kinderen, word toch niet verliefd op je telefoon (c.q. gaat heen en vermenigvuldigt u). Her overtuigt je ervan dat je best eens verliefd zou kunnen worden op je telefoon en dat het misschien wel eens meer met werkelijke liefde te maken zou kunnen hebben dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden.

Zo bezien, het moge wild klinken, biedt het ogenschijnlijk lichte, geestige Her eigenlijk een zwartere visie dan Lars von Triers duister-erotische beerput Nymphomaniac, die nu ook in de bioscoop te zien is. Von Trier, hij staat erom bekend, smijt het ons in het gezicht: we zullen niet ophouden elkaar te bevuilen, verkrachten en vernederen, en we’re here to stay!

De laatste scène van Jonze’s film daarentegen, waarin Theodore – samen met een echt mens van vlees en bloed – de fonkelende skyline van L.A. bekijkt, is meermaals aangezien voor een huilerig let’s come together in sweet harmony. Maar het moment laat zich ook anders lezen: sla nog een keer je arm om me heen terwijl we toekijken hoe prachtig we ons romantische, vernuftige zelf van de aardbodem evolueren.


Her opent op 22 januari het Internationaal Film Festival Rotterdam en draait vanaf 27 februari in de bioscopen