Film – Het subversieve gif van *Get Out*

De horror van zwart zijn

Met vlijmscherpe satire toont Get Out de horror van zwart zijn in de moderne wereld. Tegelijkertijd zet de film de aanval in op de politiek correct denkende middenklasse.

Medium get out 02038515 st 13 s high
© Universal Pictures International

Zij is wit, hij is zwart, ze houden van elkaar. Hoogste tijd om haar ouders te ontmoeten. ‘Maar weten ze wel dat ik zwart ben, liefje?’ Tussen neus en lippen door vraagt hij dat aan haar. Tenslotte weet je het maar nooit. Zijn boezemvriend, werkzaam bij de luchthavenpolitie, gelooft er bijvoorbeeld heilig in dat witte mensen je voor je het weet in een seksslaaf veranderen. En haar ouders wonen juist buiten, in een voorstad waar de gazons groener dan groen zijn en de houten meubelen de diepe glans van oud geld uitstralen. Chris (Daniel Kaluuya) moet deze vreemde wereld betreden om zich voor te stellen aan de ouders van Rose (Allison Williams). Hij denkt niet echt dat witte mensen jongens als hij in seksslaven veranderen. Maar op zijn gemak is hij niet wanneer hij in de auto stapt.

Wat Chris aantreft is wit en links – en hoe. Papa toont zich een brother: joh, ik had echt waar een derde keer op Barack gestemd, beste president die ik heb meegemaakt. Mama is zorgzaam, ze wil Chris graag van dat roken af helpen. Broertje is idolaat van de sportieve prestaties van zwarte mensen. Wat een fijne schoonouders, moet Chris denken. Toegegeven, in het prachtige herenhuis en op de uitgestrekte gazons lopen een huishulp en een tuinier rond. Een zwarte vrouw en een zwarte man. Maar onderdrukt kun je ze geenszins noemen. Ze verdienen goed, ze lachen blij, dus alles is oké.

Toch is al in de eerste minuten van Get Out duidelijk dat het goed mis is in dit verhaal. Het is avond. We zien een jonge, zwarte man lopen op het trottoir in een voorstad. Hij is de weg kwijt. De sfeer is akelig, dreigend. Hij is uit zijn element. Niet omdat zijn ouders zo’n prachtig, koloniaal herenhuis niet zouden kunnen bekostigen. Maar omdat hij hier cinematografisch niet past: dit is het universum van de witte horrorfilm, waar monsters met maskers met lange keukenmessen jagen op witte meisjes die op witte jongetjes passen. Zelfs zijn angst is hagelwit gekleurd – hij denkt onwillekeurig aan de man met de bijl die achter vrouw en kind aan zit in een doolhof waarvan de heggen besneeuwd en stijf bevroren zijn. Hij besluit zich snel uit de voeten te maken, terug te keren naar de vertrouwdheid van ‘binnen’. Te laat.

Met deze scène komt een beweging op gang die vervolgens door het hele verhaal heen kronkelt. Om het scherper te stellen: de zwarte jongen die de weg kwijt is bevindt zich in een witte buurt die hem bekend voorkomt omdat hij John Carpenters klassieker Halloween (1978) kent. Vervolgens mompelt hij iets in de trant van ‘het is net een doolhof hier’, waaruit blijkt dat hij – en daarmee ook de kijker – instinctmatig denkt aan de bijlmoordenaar in Stanley Kubricks The Shining (1980). Er is sprake van binnendringen: een zwart personage komt waar het zelden is geweest, niet alleen de witte woonbuurt maar ook het universum van de traditioneel witte horrorfilm. Zo ontstaat er een echte én een ideologische ruimte waarin Get Out zijn subversieve gif vervolgens twee uur lang verspreidt.

Medium get out 02038515 st 15 s high
© Universal Pictures International

Regisseur Jordan Peele, beter bekend als komisch acteur in Amerikaanse televisieseries, toont zich in interviews bewust van het duivels intelligente spel dat hij in Get Out met de toeschouwer speelt. Hij wilde een film over rassenpolitiek maken, zegt hij, maar dan op een ontspannen, herkenbare manier. Dat maakt Peele allerminst tot een ‘Amerikaanse Luis Buñuel’, zoals Richard Brody in The New Yorker schrijft, verwijzend naar de wijze waarop de Spaanse cineast de gewoonten van de bourgeoisie op de hak neemt in films als El ángel exterminador (1962). Anders dan Buñuel, meester van het surrealisme, is de ‘taal’ die Peele in Get Out spreekt die van de massa, herkenbaar voor iedereen die wel eens op zaterdagavond in een zaal vol popcorn etende en cola drinkende tieners naar een film heeft gekeken. Dat is het hele punt. Zoals het vakblad Variety schrijft toont de film aan dat mensen zich kunnen verenigen in een multiplexbioscoop: ‘We zijn meer dan klaar voor een horrorfilm die ons door middel van het elixer van het organisch verhalen vertellen laat zien op welke schandalige wijze we nog altijd apart van elkaar leven.’

Maar het gaat nog dieper: door middel van tot satire omgebogen, overbekende conventies lanceert Get Out een frontale aanval op de politiek correcte sensibiliteit van de witte middenklasse. Peele dwingt deze kijkers een blik op zichzelf te werpen. Wat we zien is niet zo best: hoe verdraagzaam we ook zeggen of denken te zijn, helemaal vrij van vooroordelen zijn we niet. Hoe dat precies komt – aan wat voor historische krachten we onderworpen zijn waardoor we maar niet kunnen ontsnappen aan onze witte geprivilegieerdheid – maakt Peele niet duidelijk. Dat zou te makkelijk zijn; dat zou het venijn in zijn verhaal verteerbaar maken. Hij wil meer en daarin ligt het gevaarlijke aan zijn film: aantonen dat de non-raciale samenleving allerminst vanzelfsprekend is, óók niet wanneer witte mensen in hun diepste wezen overtuigd zijn van de eigen tolerantie en acceptatie van zwarte mensen.

Boven Chris hangt de echte wereld, waar de gezichten van lachende witte mensen verschijnen

Dit alles krijgt Peele in nota bene zijn debuutfilm voor elkaar met een tamelijk miraculeuze mix van film en literair verhalen vertellen. Dat eerste heeft te maken met schitterende fotografie, waarbij het licht van overdag en dat van ’s nachts een even onheilspellende sfeer creëren, en met het meedogenloze ritme van de montage, waarbij overbekende shockeffecten van het genre – op de achtergrond verschijnt een figuur plotseling in beeld, zodat je je rot schrikt – nieuw aanvoelen.

Voor het tweede element staat één naam centraal: de in 2007 overleden Ira Levin. Zijn nalatenschap bestaat uit zeven romans die allemaal, van A Kiss before Dying (1953) tot Son of Rosemary (1997), meesterlijke voorbeelden zijn van de strakke plot. Of Peele veel Levin heeft gelezen is niet bekend. Wel zegt hij geïnspireerd te zijn door de verfilmingen van The Stepford Wives (1975) en Rosemary’s Baby (1968). Hoe dan ook, de geest van Levin is levensgroot aanwezig in Get Out. Net zoals hij in zijn romans de gewone wereld schetst, maar dan ánders – de grondgedachte van het satirische genre – houdt Peele ons in zijn film een spiegel voor die verwringt en verdraait. Wat we in de reflectie zien komt ons bekend voor, maar meer nog vermoeden we een andere waarheid, een schrikbeeld dat goed beschouwd meteen te herkennen is, tenminste voor wie bereid is eerlijk te kijken.

Neem dit beeld: vlak na de grote narratieve onthulling, die de horror van Chris’ bezoek aan het voorstadje compleet maakt, zit Rose op haar bed in het huis van haar ouders. Ze drinkt een glas melk. Mélk, dus. En ze heeft oordopjes in. Het nummer: (I’ve Had) The Time of My Life van Bill Medley en Jennifer Warnes uit de jaren-tachtigklassieker Dirty Dancing. Deze film stamt uit een tijdperk waarin Hollywood zo wit als dat glas melk was. Weinig populaire films van toen hadden zwarte personages in het centrum van het verhaal. Zwarte mensen waren óf randfiguren die fungeerden als comic relief óf karakterloze slechteriken die slechts dienden als achtergrond voor witte personages om allerlei spannends mee te maken. Het is dezelfde wereld die Rose en haar gezin zeggen te verafschuwen. Ze zijn vóór diversiteit, ze zijn tégen racisme. O hemel, wat zijn ze vooruitstrevend. En toch, hier zit Rose melk te drinken en te dromen over de witte torso van Patrick Swayze.

Dit moment is puur Levin. Zijn verhalen leggen het monsterlijke bloot dat vlak onder de oppervlakte van het vertrouwde ligt. In The Stepford Wives schetst hij een wereld waarin een echtpaar vanuit de stad naar een dorp op het platteland verhuist waar mensen tenminste nog normaal doen. Wat uiteindelijk allerminst het geval is. Het blijkt dat de perfecte huisvrouwen van Stepford letterlijk gemaakt zijn – door hun echtgenoten. Deze roman wordt vaak gezien als een satire over de tweede feministische golf, een slaggat waarin ook de maker van de verfilming trapt. Veel eerder dan over de vrouwen gaat dit verhaal over de mannen. En hún duistere begeerten en verborgen haatgevoelens.

Medium opening get out 02038515 st 1 s high
V.l.n.r. Catherine Keener als Missy, Bradley Whitford als Dean, Allison Williams als Rose, Daniel Kaluuya als Chris en Betty Gabriel als huishulp in Get Out © Universal Pictures International

dezelfde leviniaanse inversie tekent Get Out: net zoals in The Stepford Wives is de satire in Peele’s film niet gecentreerd rond de slachtoffers, maar rond de daders. Niet Chris en zijn liefje Rose staan centraal, maar de bewoners van de voorstad waar je je, zoals de titel suggereert, het best snel uit de voeten kunt maken. Dat lijkt wel ironisch, want je zou kunnen zeggen dat het accent weer niet valt op het leven van een zwart personage, maar op dat van die witte mensen die zo verdraagzaam zeggen te zijn, die ervan overtuigd zijn dat ze zich kunnen inleven in de bestaanswereld van zwarte mensen, die dus vanzelfsprekend geen racistische haar op hun hoofd hebben.

Toch slaagt Peele erin de gevolgen van dit politiek zo correcte rookgordijn te tonen: Rose’s moeder, een psycholoog gespecialiseerd in hypnotherapie, behandelt haar patiënten door te focussen op een trauma. Wanneer ze dat met Chris doet ‘valt’ hij terug in een ruimte in zijn onderbewustzijn. De moeder noemt dat ‘the sunken space’. We zien: Chris naar beneden tuimelend totdat hij volledig omringd is door een zwarte achtergrond. Boven hem hangt de echte wereld, waar de gezichten van lachende witte mensen verschijnen.

Dit is dan de horror van zwart zijn in de witte wereld: vernedering, angst, gevangenschap. Uiteindelijk is het benoemen van het gevaar van transformatie tot ‘seksslaaf’ minder grappig dan dat op het eerste gezicht leek – let op het tweede deel van de woordsamenstelling. Het motief van ontsnapping en bevrijding, getting out, is een kwestie van leven of dood. Met de scène maakt Peele invoelbaar hoe het is om te leven in die verzonken ruimte. In de gemeenschappelijke ervaring hiervan ligt de grote prestatie van de film: Get Out draait momenteel wereldwijd voor een massapubliek.