H.J.A. Hofland

De houdgreep van de schulden

NEW YORK – Het begrotingstekort is nu zo groot geworden dat het wel voor zichzelf kan zorgen, zei president Ronald Reagan. Het was in de jaren tachtig, tegen het einde van de Koude Oorlog toen een van de beginselen van de Amerikaanse buitenlandse politiek bestond uit het outspending the Russians, het opvoeren van de bewapening tot het punt waarop de Sovjet-Unie de wedloop niet meer kon volgen. Reagan stelde een duidelijke prioriteit. Hij heeft niet eigenhandig een einde aan de worsteling gemaakt, maar er wel krachtig toe bijgedragen. In Michael Gorbatsjov had hij de beste tegenspeler. George Bush sr. heeft het werk afgerond.

Toen kwam het debat over wat er met het peace dividend zou worden gedaan, het enorme bedrag dat niet meer voor de bewapening nodig was. Het debat stierf snel weg. Weldra begon een nieuwe oorlog, tegen Saddam Hoessein die Koeweit had veroverd. Bush sr. kwam als overwinnaar uit de strijd te voorschijn en probeerde zijn Nieuwe Wereldorde te stichten. Dat plan werd door de Amerikanen en vrijwel de hele internationale gemeenschap weggelachen. Bush sr. verloor de verkiezingen. Bill Clinton had het beter begrepen: «It’s the economy, stupid!» Onder zijn presidentschap veranderde het enorme begrotingstekort in een klein overschot. En intussen waren de prachtige jaren negentig aangebroken, met de Nieuwe Economie die de eeuwige groei beloofde. Tot zo ver de voorgeschiedenis.

Sinds 11 september 2001 bevindt het hele Westen en in het bijzonder Amerika zich in een nieuw tijdvak. We zijn in oorlog met het internationale terrorisme of het islamofascisme, zoals George W. Bush het noemt, in principe overal ter wereld. Dan is er de oorlog in Irak. En passant is de president bezig overal op aarde de democratie te brengen. Tegelijkertijd worden we allemaal, maar de Amerikanen nog meer dan de Europeanen, beheerst door het consumentisme, de drang om steeds meer geld uit te geven aan meer nieuwe consumptieartikelen, langere reizen, grotere huizen en de laatste nieuwe elektronische hebbedingetjes.

Met de bestrijding van het terrorisme gaat het niet goed. De oorlog in Irak gaat uitzichtloos verder. Terrorisme en opstand zijn daar niet meer uit elkaar te houden en met de mondiale democratisering wil het niet opschieten. Alleen het consumentisme bloeit. Nergens zie je meer dikke mensen dan in Amerika. Overgewicht is er tot de eerste doodsoorzaak geworden en de dikkerds die het kunnen betalen laten zich ontvetten. De wanstaltigheid van de dikke Amerikaan begint een symbolische betekenis te krijgen.

Oorlog voeren en consumeren hebben één eigenschap gemeen: ze kosten onbeschrijflijk veel geld. Om alles te betalen leent Amerika geld in het buitenland, steeds meer. In NRC Handelsblad van 19 november staat daarover een informatief artikel van Maarten Schinkel, waarin hij een aantal financieel deskundigen aan het woord laat. Edward Chancellor, de Britse auteur van Devil Take the Hindmost, een boek over financiële krachs, zegt: «Door hun enorme afhankelijkheid van buitenlands geld kun je de VS in feite zien als de grootste bananenrepubliek ter wereld. (…) Als buitenlanders een steeds groter deel van de Amerikaanse schuld bezitten, dan is er bij de Amerikanen een prikkel om de waarde van die schuld te laten dalen, zodat zij makkelijker kunnen worden afbetaald. Er zijn nu wereldwijd te veel dollarschulden in omloop, tegenover een te gering inkomen om ze af te betalen.»

Op het ogenblik stroomt per werkdag ruim drie miljard dollar van de rest van de wereld naar de VS om het tekort aan te zuiveren; achthonderd miljard dollar per jaar, of bijna tweemaal de totale jaarlijkse Amerikaanse defensie-uitgaven. Het bedrag neemt nog altijd toe.

Volgens de ook door Schinkel geciteerde econoom Stephen Roach van de zakenbank Morgan Stanley kijken de Amerikanen niet genoeg in de spiegel: «Als de VS vast willen houden aan hun economische kracht, en daarmee aan de status als wereldmacht, dan moeten zij de onevenwichtigheden aanpakken die die economische kracht nu ondermijnen.» Chancellor: «Je kunt niet tegelijkertijd de grootste schuldenaar van de wereld zijn en toch de lakens willen uitdelen.»

Alles wringt. De vraag is dus of de Amerikanen bereid zouden zijn minder te consumeren, of in het buitenland minder te democratiseren. Tweemaal nee.

De hoge benzineprijs heeft al een gekerm veroorzaakt waarvan alle politici zich een ongeluk zijn geschrokken. Een recessie waardoor de consumptie noodgedwongen zou worden beperkt, is het grote economische spookbeeld van Washington. De gecombineerde internationale verplichtingen zijn zo diep geworteld dat Washington een ramp verwacht als het zich daaraan zou onttrekken (zoals het debat leert dat nu gevoerd wordt over Irak). Binnenlandse consumptiedrift en internationale verplichtingen leiden ertoe dat er niets anders opzit dan Gods water over Gods akker te laten lopen, in de hoop dat, om te beginnen, Irak zich binnenkort tot een voorbeeldige democratie omtovert en het terrorisme zichzelf opdoekt.

Een andere oplossing is dat de dollar in waarde vermindert. Het zit er nog niet in. De dollar houdt weer redelijk zijn koers. Het buitenland blijft bereid de groei van de Amerikaanse schuld te financieren. Als dat onverminderd zo verder gaat, loopt het een keer mis. Geen mens weet wanneer dat zou kunnen gebeuren, maar komt het zo ver, dan zal het een wereldkrach zijn, niet alleen monetair, economisch, maar in alle opzichten. Een omwenteling in de mondiale machtsverhoudingen om te beginnen, een monetaire chaos, misschien een culturele herwaardering. De wereld kan zich nu het verdwijnen van de laatste supermacht niet veroorloven. En zo’n macht kan zich niet door anderen laten betalen.