Extreme gemeenten: Houten

De huiselijkste gemeente van Nederland

Houten moet welhaast een walhalla voor verfijnde feestvierders zijn. Vol bruisende bars, overvolle terrassen en restaurants waar je tot diep in de nacht Bourgondisch kunt tafelen. In dit dorp vlak bij Utrecht bevindt zich namelijk de «terrasstraat 2004». Dat heeft het blad Talkies zo bepaald. Daar is iedereen in Houten, van jongerenwerker tot burgemeester, trots op.

Wie Houten bezoekt, zal van de veronderstelde horecagezelligheid weinig terugzien. Sterker, het dorp is de meest horeca-arme gemeente van Nederland. Gemiddeld moeten ruim vijftienhonderd inwoners het er doen met één bar. En dan zijn alle restaurants en snackbars nog meegeteld. In Amsterdam bijvoorbeeld is er op iedere 211 inwoners een horecagelegenheid.

Hoe zit het dan met die terrasstraat? Die bevindt zich een kilometer of zes van het centrum, in het westen van de gemeente. Daar ligt het oude dorp, net als Marken of de Zaanse Schans een pittoresk soort openluchtmuseum, waar nauwelijks mensen wonen. Hier vind je charmante oude huisjes, gezellige cafés en restaurants met ambitie. Dat is het oude Houten, maar dat Houten bestaat niet meer. Houten is nu een groei gemeente met Vinexwijk. De groeigemeente had twintig jaar geleden nog zo’n vijftienduizend inwoners. Nu zijn dat er al meer dan veertigduizend en het einde van de groei is nog niet in zicht. Het horeca-aanbod is bij deze ontwikkeling achtergebleven.

Het centrale plein van Houten is daarvan een goed voorbeeld. Het Rond is een troosteloze kale stenen vlakte, omringd door even treurige jaren-tachtigflatjes van een verdieping of vier. Onder de balkons verzamelen zich de lokale hangjongeren om sigaretjes te roken. Niemand waagt zich op het plein zelf. «Het is een troosteloze echoput», zegt Boete Korteweg, directeur van het Houtense jongeren centrum Chipolata. «Als je er een bom op gooit, merk je het verschil niet.» Het winkelcentrum ligt achter de huizen aan het plein verscholen en horeca is er nauwelijks. Ja, een paar eettentjes die pas aan het eind van de middag open gaan en natuurlijk Het Atelier, waar mongolen de broodjes serveren. Niet bepaald het horecaplein 2004.

De gemeente wil graag iets aan de caféluwte van Houten doen. Dat heeft ze nog in 2001 in een horecastructuurnota geschreven. Verantwoordelijk ambtenaar Jan Jaap Nooteboom is positief: «We hebben de prijs van terrasstraat 2004 gewonnen en de kooktruck van het tv-programma Live and Cooking is hier maar liefst twee keer geweest! Houten staat dus redelijk op de kaart.» Toch weet Nooteboom dat het beter kan: «We streven naar een verdubbeling van de hoeveelheid horeca. We willen het ondernemers zo gemakkelijk mogelijk maken een zaak te beginnen. We zijn snel met vergunningen en doen niet moeilijk over terrassen. De markt hebben we helaas niet in de hand. De prijzen voor panden zijn hier hoog. Als horecaondernemers die niet willen betalen, kunnen wij er niets aan doen.»

Jan Vernooij is al achttien jaar eigenaar van café De Oude Geer, redelijk ver van het oude dorp en het nieuwe centrum gelegen. Hij wil graag een nieuwe zaak op een toplocatie, maar de huizenprijzen weerhouden hem. Vernooij verwacht weinig van de horecastructuurvisie: «Het probleem is dat de gemeente geen middelen, grond of panden heeft om ergens horeca te beginnen.» Ook twijfelt Vernooij aan de intenties van de gemeente: «Hoewel ze de afgelopen jaren het vergunningenbeleid heeft versoepeld, heb ik toch het gevoel dat ze het prima vindt zoals het nu is. Want als je geen kroegen hebt, heb je ook geen lastige, lallende mensen op straat. Zo heeft de burgemeester wel eens gezegd dat Houten weliswaar saai is, maar dat dat misschien ook wel best is.» Burgemeester Lamers vindt dat Vernooij zijn bedoelingen verkeerd weergeeft: «In zeven minuten ben je met de trein in Utrecht, met al zijn grachtjes en cafeetjes. Het heeft voor ons geen zin met Utrecht de concurrentie aan te gaan op horeca. Dat bedoelde ik. Maar we moeten natuurlijk wel voldoende horeca creëren voor de vijftigduizend inwoners die we straks hebben.»

Voorlopig zal het saai blijven in Houten. Dat komt ook door de bewoners, vindt Korteweg: «In de Vinexwijk is het een drama. Er wonen alleen tweeverdieners die buiten Houten werken. Ze gaan ’s ochtends weg en komen ’s avonds terug. Het enige wat ze hier doen is slapen.» Vernooij: «Het lijkt wel alsof iedereen hier dood is. De bewoners gaan alleen uit als er echt iets bijzonders gebeurt. Het is een thuiszitters toestand. Zomaar even een biertje pakken en bijpraten met vrienden doet niemand hier.»

De burgemeester houdt moed: «Over vijf à tien jaar is er voldoende horeca in Houten. Als de Vinexwijk in 2007 is afgerond, zal de bevolkingsgroei langzaam stabiliseren. Tot die tijd is het heel moeilijk het voorzieningenniveau constant op peil te houden. Als u had gekeken naar het aantal winkels per inwoners waren we waarschijnlijk even slecht uit de bus gekomen.» Desastreus vindt de burgemeester de situatie niet: «Wist u dat we terrasstraat 2004 zijn geworden?»