Socialisten, wat te doen?

De hulpeloosheid van links

Meer dan ooit zijn de progressieve partijen versplinterd. Een initiatief van GroenLinks om met de SP en PvdA tot samenwerking te komen, liep op niets uit. Ondertussen borrelt in de PvdA de aloude discussie over de progressieve linkse volkspartij weer op. «Links reageert, maar leidt niet.»

Wouter Bos kan zijn lol op. De nieuwe lijsttrekker van de Partij van de Arbeid heeft de opdracht de wanorde die na de desastreus verlopen verkiezingen in mei is ontstaan en door de onverwacht snelle nieuwe verkiezingsronde alleen maar groter is geworden, in korte tijd te keren. De uitslag van een half jaar geleden was door de moord op Pim Fortuyn en de campagnestop ietwat geflatteerd, heet het, maar de peilingen laten nog geen krachtig herstel zien. Slechts een klein aantal zetels van het enorme verlies zou de PvdA, wanneer er op dit moment verkiezingen zouden zijn, terugkrijgen. De Socialistische Partij bereikt ondertussen in dezelfde peilingen ongekende hoogten en nadert de PvdA vir tueel in omvang. In de laatste peiling van Maurice de Hond stond de PvdA op 25 zetels, de SP van Marijnissen op 22, GroenLinks op tien en D66 op zes zetels. Bij elkaar 63 zetels voor progressieve partijen, tegenover 75 zetels in 1998 en 49 bij de laatste verkiezingen.

Onder Wouter Bos, die dinsdagavond overtuigend uit de bus kwam als winnaar van de ledenraadpleging, moet de partij in tweeënhalve maand weer een zekere eenheid uitstralen en de aandacht van de interne problemen zien af te leiden om plaats te maken voor het inhoudelijke debat.

Dat debat lijkt zich de laatste tijd niet zozeer te richten op de partijen die vertegenwoordigd zijn in het demissionaire kabinet, maar meer op de progressieve partijen onderling. Eenheid of op z’n minst samenwerking is in de aanloop naar de verkiezingen vooralsnog ver te zoeken. De verschillen zouden daarvoor te groot zijn, meent met name de SP. Vooral waar het gaat om de aanpak van veiligheid, om het milieubeleid en bij de internationale politiek is dit inderdaad het geval. Maar ook een weinig spectaculair voorstel van GroenLinks-leider Paul Rosenmöller om bij de aanstaande verkiezingen voor restzetels niet alleen met de SP een lijstverbinding aan te gaan, maar eveneens met de PvdA, haalde het niet. De suggestie alleen al werd door de opstomende SP met kracht van de hand gewezen. «Na 88 dagen pimpelpaars zijn wij 8 jaren Paars nog niet vergeten — en de kiezers evenmin», schreef Tiny Kox, de Algemeen Secretaris van de SP in ronkende campagneretoriek aan de GroenLinks-top. «Om nu plotsklaps de grootste partij uit Paars tot partner in een lijstverbinding tussen twee oppositiepartijen van Paars te betrekken, is ongeloofwaardig.»

Behalve tot een lijstverbinding riep Paul Rosenmöller op het GroenLinks Forum in Utrecht, vorige week zaterdag, PvdA en SP op een door hem opgesteld puntenplan mede te onderschrijven. Met dit plan zou het nieuwe «rechtse avontuur» gezamenlijk en onverwijld een halt toegeroepen kunnen worden. Rosenmöller kwam met tien thema’s die voor de twee andere progressieve partijen geen problemen zouden hoeven veroorzaken en collectief uitgedragen zouden kunnen worden. De voorstellen die Rosenmöller in Utrecht noemde, varieerden van het niet schrappen van de Melkertbanen tot het overhevelen van de baten van teruggave van het «kwartje van Kok» naar het openbaar vervoer en van het sneller sluiten van Borssele tot herinvoering van de ministers voor Milieu en Ontwikkelingssamenwerking. Allemaal tamelijk onschuldige suggesties waarmee PvdA en SP het onmogelijk oneens konden zijn.

Toch verwees de SP ook dit plan vrijwel direct naar de prullenmand. «Bij de verkiezingen moet er juist echt iets te kiezen zijn, meer dan politieke eenheidsworst in slechts twee smaken», reageerde Tiny Kox op het plan. PvdA-lijsttrekker Wouter Bos ziet het ook al niet zitten. «Negen van de tien punten zijn slappe aftreksels van ons eigen manifest», zegt hij. «Het was voor mij veel te algemeen. Dan kan GroenLinks net zo goed óns program onderschrijven. Ik werk de punten dan liever nog wat gebalanceerder met ze uit op de plek waar dat hoort: in de Tweede Kamer.»

GroenLinks-voorzitter Mirjam de Rijk kan zich «het wantrouwen en de inhoudelijke kritiek van de SP richting de PvdA voorstellen», zegt ze: «Iedereen heeft verschillende smaken, wij ook. Dat neemt niet weg dat als je met vijftig zetels iets roept, dat meer impact heeft. Als het je er écht om gaat iets te bereiken, dan zou ik het ondanks dat wantrouwen en die inhoudelijke kritiek wel handig vinden als je samenwerkt op een aantal terreinen.» Probeert ze daarmee te zeggen dat de SP niet werkelijk iets bereiken wil? De Rijk: «Dat soort oordelen gaat mij wat ver, maar volgen kan ik het niet. Als wij nou dingen zouden voorstellen waarbij ze water bij de wijn zouden moeten doen, dan begrijp ik het. Maar die tien punten, daar zijn ze het volgens mij gewoon mee eens.»

Oud-kamerlid Jeroen Dijsselbloem, die 22 januari kans maakt opnieuw verkozen te worden: «De SP moet niet blijven steken in splendid isolation. De PvdA heeft inderdaad 12,5 jaar afstand gehouden van de SP, maar wij hadden nu eenmaal een andere verantwoordelijkheid. Zij voerden hard oppositie tegen een coalitie waar wij tamelijk prominent in zaten. In plaats van naar het verleden te kijken, lijkt het me constructiever als de SP naar de toekomst kijkt en het resultaat vooropstelt. Samenwerking, op welke manier ook, lijkt mij op langere termijn dus geboden.»

Bij de presentatie van de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma haalde GroenLinks-leider Rosenmöller deze week fel uit naar de SP. De partij zou te weinig stelling hebben genomen tegen Pim Fortuyn en de LPF, zei hij op een persconferentie in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. SP-secretaris Tiny Kox wordt een beetje moe van de kritiek van GroenLinks, die in zijn ogen bovendien «de linkse zaak» niet goed doet. «Ik ben erg benieuwd naar de boeken die Paul Rosenmöller heeft geschreven over Fortuyn en de brochures die het wetenschappelijk bureau van GroenLinks heeft voortgebracht. Maar ik heb ze nog altijd niet gezien», zegt Kox. «Wij hebben als enige in houdelijk gereageerd op de voorstellen, terwijl de rest verveeld reageerde op de nieuwkomer. Wij niet, misschien omdat we onszelf nog altijd een soort nieuwkomer vinden.»

Partijleider Jan Marijnissen had bij de vorige verkiezingscampagne bovendien best in debat gewild met Fortuyn, zegt Kox, maar werd in tegenstelling tot Rosenmöller vrijwel niet uitgenodigd. Kox: «Ik snap best dat het vervelend is als je de verkiezingen verliest, maar Rosenmöller moet toch een beetje een vent zijn. Als hij zegt dat wij niet aan de debatten hebben deelgenomen, dan ligt dat niet aan ons. Indertijd had Rosenmöller kunnen zeggen dat hij alleen aan de debatten wilde deelnemen als Marijnissen er ook bij was geweest, maar dat deed hij niet. De beweringen van GroenLinks zijn echt bezijden de werkelijkheid.»

Los hiervan is de SP nog best bereid om net als bij de vorige verkiezingen met GroenLinks een lijstverbinding aan te gaan, maar pertinent niet ook met de PvdA. «Misschien is het atypisch voor een politieke partij, maar wij zijn niet kort van memorie. Het zou voor ons, en ook voor hen, volstrekt ongeloofwaardig zijn om een gezamenlijke lijst aan te gaan. Het komt de politieke helderheid in ieder geval niet ten goede. Want waarom houd je het beperkt tot SP en PvdA? Ze hadden net zo goed ook D66 of het CDA erbij kunnen betrekken. Of de ChristenUnie. En, laten we wel wezen, zo’n lijstverbinding gaat alleen maar om stemmen die overblijven. Het resultaat is wat de kiezers stemmen, reststemmen zijn hooguit meevallers na de finish. Voorlopig gaat het om de weg naar die finish toe. De PvdA heeft het land twaalf jaar lang geregeerd en 88 dagen niet. De laatste twaalf jaar hebben wij alle goede voorstellen van de PvdA gesteund en de PvdA heeft nooit iets van de SP gesteund. In de toekomst zullen wij altijd samenwerken als iemand een voorstel doet dat beter is dan bestaand beleid. Als de PvdA zegt dat ze aan het veranderen zijn, dan valt dat toe te juichen. Maar tegenover de kiezers, en zeker tegenover de kiezers die van de PvdA naar de SP overstappen, kunnen wij het niet maken zo’n lijstverbinding of tienpuntenplan aan te gaan.»

Waar de SP weinig belangstelling toont voor collectieve linkse samenwerking, daar was de PvdA de laatste maanden wat al te enthousiast. Verscheidene prominente so ciaal-democraten bepleitten nog intensievere samenwerking en heropenden zelfs de aloude discussie over de progressieve volkspartij. Het begon met PvdA-vice-fractievoorzitter Adri Duivesteijn, die vlak na de verkiezingen een «progressief akkoord als tegenhanger van het regeerakkoord» zei voor te staan. Daarna kwam begin oktober lijsttrekkerskandidaat Klaas de Vries, die onomwonden een fusie van zijn partij met GroenLinks en D66 bepleitte. En oud-minister Tineke Netelenbos nodigde onlangs tijdens haar afscheidsinterview bij Buitenhof tamelijk pardoes D66 uit zich aan te sluiten bij de PvdA.

De plannen van De Vries voor een progressieve volkspartij zijn niet van vandaag of gisteren. Partijprominenten als Bram Peper, Jan Pronk en Thijs Wöltgens hebben zich er in het verleden ook al eens in positieve zin over uitgelaten. De discussie verwaterde meestal als de PvdA er in de peilingen of bij verkiezingen iets beter voor kwam te staan.

De laatste keer dat de discussie werd opgerakeld was in 1995. Het eerste paarse kabinet begon net een beetje op stoom te komen, toen de PvdA-ideologen De Beus, Kalma en Scheffer in een lange bijdrage in NRC Handelsblad de noodzaak van een herverkaveling van het politieke landschap bepleitten. De teloorgang van de grote volkspartijen CDA en PvdA én de totstand koming van Paars («een quasi-nationaal kabinet») noopten de PvdA volgens de auteurs nauwer samen te werken met GroenLinks en D66. De PvdA stond in zo’n samenwerkingsverband grofweg voor «sociale rechtvaardigheid», GroenLinks voor «ecologische duurzaamheid» en D66 voor «culturele openheid».

De auteurs vroegen niet, zoals Kalma een jaar eerder nog wél deed, expliciet om de vorming van een «progressieve volkspartij», maar het artikel ademde met talrijke verwijzingen naar begin jaren zeventig wel de sfeer uit van de discussies die voortkwamen uit Keerpunt 1972, het progressieve regeer akkoord dat voor d’66, de PvdA en de PPR inzet was bij de verkiezingen na de val van het kabinet-Biesheuvel, en het schaduwkabinet-Den Uyl.

«Om tot een krachtige samenwerking te komen, moet de nood hoog zijn», zegt politicoloog Jos de Beus, een van de auteurs van het verhaal, nu. «En wij vonden wel dat die nood er was, want Paars was zó’n relativering van de partijverschillen dat er volgens ons wel een herschikking moest komen. Maar de nood werd niet zo gevoeld: de PvdA wilde met Kok als premier op eigen kracht verder komen.» Het initiatief van Kalma, Scheffer en De Beus werd dan ook verguisd. Hans Wansink, tegenwoordig Volkskrant-commentator, beklaagde zich er in een reactie in NRC over dat Paars door de drie «buitengewoon lichtzinnig» werd afgedaan «als ‹een vluchtheuvel voor een onzekere politieke elite, die samen is gedromd in afwachting van overzichtelijker tijden›». De Beus: «Iedereen in Nederland, behalve wij, leek in 1995 dolenthousiast over Paars.»

Nu is dat wel anders. En daar komt bij: de nood is sinds de laatste verkiezingen voor de PvdA wel degelijk hoog. Toen eind september de commissie-De Boer met haar vernietigende rapport De kaasstolp aan diggelen kwam, werd de discussie over progressieve samenwerking nieuw leven ingeblazen. De Boer c.s. wierpen de suggestie op bij de aanstaande Europese verkiezingen — het kabinet-Bal kenende was nog niet gevallen — «een gezamenlijke kandidatenlijst te voeren, anticiperend op een mogelijk tweepartijensysteem in Europa». Kandidaat-lijsttrekker Bos zei dit voorstel tot progressieve samenwerking te steunen en vooral niet uit te zien naar «het bevechten van elkaar».

Hans Wansink, die in 1995 het pleidooi van De Beus, Kalma en Scheffer nog wat schamper terzijde schoof, zette direct na presentatie van het rapport van De Boer c.s. in zijn Volkskrant-column in op «Keerpunt ’03: het Schaduwkabinet-Stekelenburg 1». Enkele dagen later borduurde de commentator enthousiast voort op het thema en riep op tot de vorming van een «linkse eenheidspartij» van PvdA, D66, GroenLinks en «zelfs» de SP. De omstandigheden dwingen de progressieve partijen «over hun eigen schaduw heen te springen», vervolgde het commentaar. Om te besluiten met een wel heel erg simplistisch rekensommetje: «De afgang van de LPF mag de aandacht niet afleiden van de dreun die de kiezers op 15 mei aan links hebben uitgedeeld. De 26 zetels van de LPF komen precies overeen met de 26 zetels verlies van PvdA, D66 en GroenLinks samen.»

De Beus: «Nu de nood dus hoog is, willen sommige mensen in de PvdA wel. Maar GroenLinks en de SP vertrouwen het natuurlijk niet. Die partijen denken allebei te kunnen profiteren van deze eminente zwakte van de PvdA.»

GroenLinks-voorzitter De Rijk: «Volgens mij is het niet de tijd om met keerpunten en dat soort dingen te beginnen. Eigenheid van partijen wordt juist nu erg op prijs gesteld. Ik stel het als kiezer op prijs dat ik kan kiezen, ook binnen links. Daar komt bij dat de onderlinge verschillen uiteindelijk veel te groot zijn. Je zou je dan met elkaar moeten bezighouden, in plaats van met het bestrijden van al die nare rechtse ideeën.» Jeroen Dijsselbloem: «Het gaat mij er nu in de eerste plaats om dat CDA en VVD geen meerderheid halen. Dáár moeten we ons als PvdA op richten.»

Over een «herfstakkoord op hoofdpunten» zou volgens De Beus evenwel best gesproken kunnen worden. «Als je aanneemt dat VVD en CDA inderdaad samen op deze manier ongeveer door willen, dan vind ik het een verstandig idee als de linkse partijen zo’n akkoord sluiten. Niet als begin van een fusie, maar om duidelijkheid te krijgen in de oppositie. De SP heeft de wind in de zeilen, D66, GroenLinks en de PvdA hebben het alledrie erg moeilijk. Natuurlijk hebben alle partijen hun eigen programma, maar als je aanneemt dat je toch oppositie gaat voeren, dan kun je zeggen: dit zijn de minimumpunten waarop wij dat gaan doen, samen hebben we immers een meningsverschil met rechts in Nederland. Iedereen lijkt te vergeten wat er dit jaar allemaal is gebeurd. Heus, het ging niet alleen om Fortuyn. Het ging ook om de hulpeloosheid van links. Links reageert, maar leidt niet.»