De ideeën achter de vrijheid

De ideologie van een Gideonsbende

De ‘partij-ideoloog’ van de PVV, Martin Bosma, gaat in zijn boek in scherpe taal op zoek naar mogelijkheden om de ideologie van het multiculturalisme af te breken. Niet zonder resultaat.

IN IEDERE IDEOLOGIE zitten witte plekken, discursieve leegtes, die niet gevuld kunnen worden zonder de coherentie en overtuigingskracht van die ideologie ernstige schade te berokkenen. In de ideologie van het multiculturalisme is bijvoorbeeld wél veel aandacht voor racisme van autochtonen, maar niet voor racisme van allochtonen. Ook de criminaliteit onder allochtonen, corruptie binnen etnische organisaties en de superioriteit van de eigen cultuur vormen blinde vlekken, die niet gevuld mogen worden. Het boek van Martin Bosma, De schijn-élite van de valse munters, vult die discursieve leegtes van het multiculturalisme zo luidruchtig dat er van die ideologie niet veel meer overeind blijft. De multiculturele ideologie wordt door Bosma op pagina 118 en 119 samengevat in een aantal stellingen:

  1. Multiculturele samenlevingen zijn superieur aan monoculturele samenlevingen.

  2. Massa-immigratie is onontkoombaar, de toestroom valt toe te schrijven aan globalisering.

  3. Massa-immigratie is het gevolg van gastarbeid.

  4. Massa-immigratie is goed voor de economie, voor de zorg en voor de verzorgingsstaat.

  5. We hebben tevens de morele plicht grote groepen buitenlanders welkom te heten als goedmakertje voor de Tweede Wereldoorlog, ons koloniale verleden, de slavernij dan wel de kruistochten.

  6. De massa-immigratie dient louter nationaal te worden bezien. Het gedrag van moslims in andere landen is van geen enkel belang voor Nederland.

  7. De massa-immigratie van nu is wél te vergelijken met de komst van immigranten in de zestiende eeuw. Moslims gaan assimileren, dat is een kwestie van tijd. Islamieten zijn hugenoten in de dop.

  8. De islam is een godsdienst en zal zich daarom net als alle andere godsdiensten ontwikkelen, namelijk in de richting van een liberale versie of zelfs een Verlichting.

  9. Er bestaat een gematigde islam.

  10. Christenen hebben ook hun spreken gehad, dus niet piepen over de islam.

  11. In de bijbel staan ook gekke dingen, net als in de koran. Dat is dus geen probleem.

  12. De toewijding van moslims aan hun ideologie dient te worden ontkend of onderschat, problemen die zij meebrengen moeten worden verklaard door sociaal-economische omstandigheden.

ENZOVOORT, ENZOVOORT, om te eindigen met stelling 20: Als de multiculturalisten het toch bij het verkeerde eind hebben, krijgen Nederland en het Westen een tweede kans.

Deze stellingen, schrijft Bosma, ‘zijn nooit doordacht, of bewezen. Sterker nog: ze kloppen allemaal niet.’ Hij neemt bijna driehonderd pagina’s om de stellingen te ontzenuwen. Hij doet dat niet systematisch, maar wél effectief. Daarvóór heeft hij al laten zien hoe ook politici zich in de jaren zestig en zeventig tevergeefs verzet hebben tegen immigratie. De belangrijkste daarvan kwamen uit de PVDA, Willem Drees senior en Willem Drees junior. Met name junior, een van de oprichters van DS'70, verzette zich heftig tegen voortgaande immigratie, omdat hij meende dat Nederland 'een vol land is’. Drees junior had destijds al uitgerekend hoeveel de 'massa-immigratie’ ons op jaarbasis zou kosten: vierhonderd miljoen. Over de PVDA liet hij zich in niet mis te verstane bewoordingen uit: 'Mensen die van honden houden, fokken honden, en mensen die van zwakkeren houden zorgen dat er zwakke groepen komen.’ De PVDA fokt zwakkeren zoals anderen honden fokken. Hans Janmaat had eenzelfde oordeel over de PVDA, maar Janmaat was dan ook lid geweest van DS'70.*

Bosma laat zien hoe Janmaat met zowel alle politieke en juridische middelen als zelfs met terreur werd bestreden door de linkse politieke elite en concludeert: 'Voor wie meende in actie te moeten komen tegen de massa-immigratie waren de gevolgen nu duidelijk: je kunt moordaanslagen verwachten, wellicht ingegooide ruiten, journalisten maken misschien je privé-adres bekend, wie weet moet je wel toekijken hoe je vrouw voor je ogen doodbloedt (…) Het hele SubsidieNetwerk van Links is uit op je ondergang. Ondertussen staat de rechterlijke macht klaar om je failliet te procederen.’

Deze rechtsverkrachting vindt zijn oorsprong in de vijandige overname van de PVDA door de multiculturalisten van Nieuw Links. Het hoofdstuk waarin dat uiteengezet wordt, heet 'Berendans’, naar de uitzinnige vreugdedans van André van der Louw op een PVDA-congres in 1969, waarbij hij tot vice-voorzitter gekozen werd. Bosma gaat dus ver terug in de geschiedenis van de PVDA. Hij beschouwt zichzelf als erfgenaam van de beroemde PVDA'er Jacques de Kadt, wiens Het Fascisme en de Nieuwe Vrijheid (1939) Bosma’s Fundgrube lijkt te zijn. Net als Jacques de Kadt is Bosma een overtuigd anticommunist, een felle bestrijder van het anti-amerikanisme en een verdediger van Israël. Bosma’s grootvader was aanhanger van de SDAP en zijn kleinzoon suggereert een directe lijn van de SDAP via de PVDA van Drees senior, DS'70 van Drees junior naar de PVV van Wilders.

Het is een gedurfde analyse die suggereert dat voor de PVV de strijd om de CDA-kiezer al gestreden is en dat nu de messen geslepen worden om ook de PVDA te doen splijten op de nieuwe breuklijnen van de strijd tegen immigratie en islam, waar ook De Kadt fel tegenstander van was. Bosma geeft aan hoe Vrij Nederland voorging in de strijd tegen Drees junior. 'In Nederland’, schreef Gerard van Westerloo destijds in VN, 'draagt Enoch Powell een toupetje.’ Bosma concludeert: 'Aangezien Drees een minderwaardig mens is - een racist tenslotte - is het fair game op de man te spelen en zijn haarstukje ter sprake te brengen.’ Maar stel, schrijft Bosma: 'Stel dat Drees jr wél succesvol was geweest met zijn partij, en dat hij een blijvertje in de politiek was gebleken, hoe zou dan worden aangekeken tegen het thema immigratie? Zou links dan hebben geroepen: “Daar mag je niet over praten, dan speel je Drees in de kaart?” Zouden linkse journalisten hem een “populist” hebben genoemd?’ Interessante gedachte. Ook de oude Drees wees immigratie af, hij was een vriend van Israël, een euroscepticus avant la lettre en een tegenstander van de verzorgingsstaat. 'Dat zou maar de indruk wekken dat de staat verantwoordelijk is voor de verzorging van al zijn burgers. Hij wil een “waarborgstaat” waarin “de Staat de bestaanszekerheid waarborgt indien die te kort gaat schieten”.’ In 1971 zei Drees het lidmaatschap van de PVDA op. Bosma citeert Drees sr met graagte als het om de immigratie gaat. 'Intussen bevordert men een snelle toeneming van de bevolking door buitenlandse gezinnen, juist in de grote steden (…) Men gaat mensenmassa’s concentreren waar de moeilijkheden het grootst zijn.’

Daar is geen woord Spaans bij. Bosma zet daar de schoonzoon van Willem Drees jr, Jacques Wallage, tegenover, die ooit zei: 'Wie zijn wij om een eerstgeboorterecht uit te oefenen, hoezo is Nederland voor zijn inwoners? Iedereen heeft recht op dit stukje aarde, waarom zouden wij, toevallige inwoners, daar enig bijzonder recht op doen gelden?’ Onwillekeurig moet je dan aan Rousseau denken, die over de kosmopolitische filosofen schreef: 'Deze heren pretenderen van iedereen te houden om een voorwendsel te hebben van niemand te houden.’

De multiculturele samenleving, schrijft Bosma, is het resultaat van de uitholling van de democratie. En het cultuurrelativisme dat daarbij hoort leidt tot de ondergang van westerse beschaving.

AL LEZENDE IS HET niet moeilijk om sympathie te krijgen voor de Gideonsbende geleid door Geert Wilders, maar ideologisch ondersteund door Martin Bosma. Bosma doet uitvoerig - soms té uitvoerig - verslag van hoe zij bespot, bespuugd, belasterd en bedreigd werden. En passant wordt door Bosma een eigen ideologie ontwikkeld. Ook die is in een aantal stellingen samen te vatten, stellingen die grotendeels de antinomieën vormen van de twintig stellingen waarmee Bosma het multiculturalisme samenvat.

  1. Monoculturele samenlevingen zijn superieur aan multiculturele samenlevingen (lees Robert Putnam).

  2. Massa-immigratie is niet het gevolg van globalisering, maar van beleid.

  3. Massa-immigratie is niet het gevolg van gastarbeid, maar van gezinshereniging.

  4. Massa-immigratie is niet goed voor de economie, voor de zorg en de verzorgingsstaat.

  5. De massa-immigratie dient vanuit internationaal perspectief te worden bezien. Het gedrag van moslims in andere (moslim)landen is van groot belang voor Nederland.

  6. De massa-immigratie van nu is niet te vergelijken met de komst van immigranten in de zestiende eeuw. Moslims gaan niet assimileren, ook op termijn niet. Zij blijven een vijfde colonne in onze samenleving.

  7. De islam is geen godsdienst maar een politieke ideologie en zal zich daarom niet ontwikkelen in de richting van een Verlichting.

  8. Er bestaat geen gematigde islam.

  9. De toewijding van moslims aan hun ideologie kan niet onderschat worden; problemen die zij meebrengen moeten worden verklaard door culturele factoren.

Enzovoort, enzovoort, om te eindigen met stelling 20: Als de multiculturalisten het beleid blijven bepalen, is het op korte termijn gedaan met Nederland en het vrije Westen. Het is vier voor twaalf.

Deze nieuwe ideologie, hoe overtuigend ook door Bosma uiteengezet, bevat op haar beurt discursieve leegtes die - als zij gevuld worden - voor de ideologie van de PVV rampzalige gevolgen zouden hebben. Die leegtes worden gevormd door een aantal weinig plausibele stellingen. De belangrijkste: 'De islam is geen godsdienst’, en: 'Er bestaat geen gematigde islam.’

Om met de eerste te beginnen: dat is een vreemde stelling, die alleen maar een schijn van plausibiliteit krijgt omdat de islam, net als het katholicisme en het protestantisme, zowel een godsdienst is als een politieke ideologie. CDA, CU en SGP vormen daar het levende bewijs van, evenals de verschillende varianten van de politieke islam. Door te laten zien dat ook het christendom zowel religie als ideologie (een levensbeschouwing) is, vervalt de status aparte die de islam in de PVV-ideologie heeft. Maar omdat de aanhangers van die christelijke partijen dat niet willen toegeven, wordt er nu een kinderachtige ruzie uitgevochten tussen CDA en PVV over de vraag of de islam een godsdienst of een ideologie is. Juist die ruzie versterkt de claim van de PVV. In die zin is de basis van het huidige regeerakkoord voor Bosma cum suis een discursieve overwinning die nauwelijks overschat kan worden, want ook Mark Rutte maakt in zijn toelichting op het regeerakkoord onderscheid tussen godsdienst en levensbeschouwing.

De stelling dat er geen gematigde islam bestaat is een standpunt dat bij orthodoxe moslims enige aanhang heeft en dat ook de Turkse premier uitdraagt, maar dat bij nadere beschouwing volstrekt onhoudbaar is. Er bestaan wel degelijk verschillende islamitische stromingen waarvan de ene gematigder is dan de andere. Dat geldt des te meer als in plaats van islam de term moslim gebruikt wordt. Er zijn natuurlijk miljoenen gematigde moslims, namelijk al die moslims waarvan zelfs Wilders - als hij daartoe gedwongen wordt - zegt dat hij 'er geen problemen mee heeft’. Maar in het discours van Bosma - en Wilders - is voor die groep geen ruimte. Bosma beweert namelijk dat moslims de plicht hebben tegenover ongelovigen te liegen als dat de islam ten goede komt. Door die plicht - die in de radicale varianten van de islam ook werkelijk bestaat - kun je geen enkele moslim op zijn woord geloven als hij beweert dat zijn interpretatie van de islam niet op gespannen voet staat met de beginselen van de democratie.

Bosma wil desgevraagd wel een uitzondering maken voor zijn Turkse kapper, omdat die niet weet wat de islam voorschrijft. Zoals hij het zegt in NRC Handelsblad van 25 september: 'Het is pure mazzel dat veel moslims dat helemaal niet weten. Daarom kun je ook nooit zeggen: álle moslims. Daar zou ik me ook niet senang bij voelen.’ Bosma meent dat als er al gematigde moslims zijn, deze uitsluitend gematigd zijn uit onwetendheid. Een bewust gematigde moslim is in zijn visie een contradictio in terminis, zoals dat vroeger gold voor gematigde communisten.

Door ook deze tweede discursieve leegte in de ideologie van Bosma op te vullen valt het cement uit zijn ideologische bouwwerk. Het probleem is echter dat vrijwel niemand die gematigde moslims van nabij kent. Want men kan Wilders wel verwijten dat hij op polarisatie uit is, de tweedeling in de samenleving bestaat al lang. Het aantal moslims dat met een Nederlandse partner is getrouwd is verwaarloosbaar klein. Het aantal niet-moslims dat met moslims over geloofszaken spreekt is eveneens klein. In Nederland heeft men in zijn omgang met moslims gekozen voor de oude verzuilingsregel om ze niet over hun geloof te ondervragen. Er is een grote mate van segregatie tussen moslims en niet-moslims, die de PVV niet gecreëerd heeft maar waarvan zij slechts gebruik maakt. Daardoor zijn de orthodoxe moslims, hoewel in aantal zeer beperkt (Jean Tillie, Sjef van Stiphout en Ineke Roux komen in hun grondige onderzoek tot zestigduizend), veel zichtbaarder dan de gematigde. Het onderscheid tussen orthodoxe en radicale moslims is voor veel mensen moeilijk te maken. De Taliban, 9/11, de Rushdie-affaire en de bewaking van Wilders zelf herinneren ons voortdurend aan het bestaan van radicale moslims. Het bestaan van gematigde moslims - ongeorganiseerd als ze zijn - blijft onopgemerkt.

Het argument van linkse politici dat Wilders voorbijgaat aan die honderdduizenden gewone moslims die hun bijdrage leveren aan de Nederlandse economie slaat dan ook niet aan bij veel Nederlanders die geen 'gewone’ moslims kennen, omdat ze in een volstrekt gesegregeerde samenleving wonen. Zij kennen die 'gewone-moslims-waar-niets-mis-mee-is’ slechts van de tv in de gedaante van gelikte 'moslimvertegenwoordigers’ van wie je op je klompen aanvoelt dat zij door de overheid gesubsidieerd worden, van oude mannen en vrouwen met hoofddoeken die op de Albert Cuyp geïnterviewd worden, van boze hangjongeren die op hoge toon in vaak onverstaanbaar Nederlands 'RESPECT’ eisen. Rot op, denkt de tv-kijker die door onze zelfverklaarde multiculturalisten als racist en 'white trash’ wordt aangeduid. De ideologische kracht van Bosma vindt zo zijn basis in de gesegmenteerde structuur van onze multiculturele samenleving en de politieke cultuur van de gevestigde elites.

*Frank Elbers en Meindert Fennema, Racistische partijen in West-Europa (Stichting Burgerschapskunde). Martin Bosma, De schijn-élite van de valse munters (Prometheus). Onlangs verscheen van Meindert Fennema: Geert Wilders. De tovenaarsleerling (Bert Bakker)