Corona: Wie zal de wereld leiden?

De ijsberg die voor ons ligt

De coronacrisis is een ongekend moment in de internationale politiek. Is de post-coronawereld er een zonder leider of blijven de Verenigde Staten dominant tegen wil en dank? Twee scenario’s.

Manhattan, New York, 10 april © Spencer Platt / Getty Images

Scenario I: De wereld zonder leider is hier

Laten we drie maanden teruggaan in de tijd, naar begin februari. Er is genoeg verontrustend nieuws uit de wereld. Wuhan is in lockdown, Zuid-Korea traceert iedereen die corona kan dragen, er duiken besmettingen op in Italië, Engeland, Iran. Maar die mensen gaan in isolatie, ze worden opgespoord, horen we. Het risico voor Nederland is klein, het zal waarschijnlijk met een sisser aflopen. Wie nu terugkijkt op die tijd, ziet helder dat vrijwel iedereen in Europa naar redenen aan het zoeken was om te geloven dat de zaken wel bij het oude zouden blijven, om wilde voorspellingen af te doen als wilde voorspellingen. Een paar weken later was de halve wereld in lockdown en zelfisolatie.

Onszelf overtuigen dat de wereld na corona zal terugveren naar zijn oude zelf, is misschien een zelfde soort vorm van wegkijken van wat als een ijsberg voor ons ligt: de grootste economische en politieke schok in een generatie. Alle belangrijke landen van de wereld hebben hun grenzen met een ruk opgetrokken, zelfs binnen de Europese Unie, en proberen de effecten van de coronacrisis voor zichzelf te minimaliseren. Internationale afstemming is er niet. De wereld glijdt steil omlaag naar de bodem van een economische crisis, waarvan niemand weet waar die ligt.

De Europese Centrale Bank houdt er rekening mee dat de economie in de eurozone met een achtste gaat krimpen, met massawerkloosheid, stilgevallen handel en schulden als erfenis in tal van landen in de wereld. Het imf voorspelt een diepere economische crisis dan die van 2008. Landen met kwetsbare economieën in het Midden-Oosten en Afrika worden wellicht het hardst geraakt – landen waar in het ‘normale’ decennium dat achter ons ligt miljoenen al hun heil zochten in een tocht naar Europa en waar nu volgens de VN hongersnoden ‘van bijbelse proporties’ dreigen. Geloven we echt dat deze wereld na een lastig jaar gaat terugveren naar het oude ‘normaal’?

Veel beschouwingen over de post-coronawereld gaan over de vraag of China die wereld gaat leiden of de Verenigde Staten. Deels is die vraag een teken van onze verslaving aan Amerikaans nieuws. De Amerikaans-Chinese rivaliteit is een obsessie in de Amerikaanse regering en een favoriet onderwerp van Amerikaanse columnisten, die erover schrijven als over een ‘horse race’ tussen twee rivalen. Het is een heldere metafoor, maar als verbeelding van de toekomst schiet die hopeloos te kort. Er is straks geen ‘eindwinnaar’ die de wereld gaat boetseren naar eigen inzicht. Of valuta straks vooral in dollars of ook in yuan worden aangehouden is voor de levens van miljarden mensen volstrekt irrelevant, maar ook voor internationale politiek slechts van beperkt belang. Belangrijker en fundamenteler is dat de wereld door de coronacrisis sneller weg beweegt van internationale samenwerking naar meer onderling wantrouwen en competitie. De vraag is niet wie straks leider van de wereld wordt: de wereld zonder leider is al hier.

De internationale respons op het coronavirus illustreert dat helder. De pandemie is een mondiaal probleem, maar een mondiaal antwoord is er niet. Ten eerste niet van de organisatie die zo’n antwoord volgens internationale verdragen zou moeten coördineren: de Wereld Gezondheidsorganisatie (who). Nooit was die meer nodig dan nu, maar in plaats van het zenuwcentrum van een internationale respons op corona werd de who vooral een podium voor politieke rivaliteit tussen de VS, China en kleinere spelers. De effectiviteit van de who viel weg. Verwacht in de nabije toekomst hetzelfde bij ieder volgend internationaal probleem, bij internationale organisaties over een waaier aan onderwerpen, van klimaat tot voedsel tot ontwikkelingshulp.

Ten tweede lieten ook de belangrijke landen zelf het afweten. De VS waren niet in staat om zich uit hun politieke verlamming te tillen (waarvan Donald Trump het symptoom is, en niet de oorzaak) en toonden zich alleen een voorloper in ieder-voor-zich. China bezorgde de wereld een enorm probleem, en was daarna vooral bezig om de aandacht weg te houden bij de oorsprong van het coronavirus en die te richten op de zegeningen van het Chinese systeem. De Europese Unie keek toe terwijl lidstaten hun standaardruzie over schulden in een nieuw jasje staken, en allemaal hun eigen coronaplan trokken.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Rutger van der Hoeven over de nieuwe wereldorde na de coronacrisis. Wat zal de rol van de Verenigde Staten daarin zijn? Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen.

In de wereld van gisteren was Amerikaans leiderschap mogelijk vanwege drie zaken: de voordelen die dat leiderschap aan veel landen gaf, de onderliggende economische en militaire kracht van de VS en de Amerikaanse wil om die leider te zijn. Al die zaken nemen al decennialang af. De VS boden hun bondgenoten – in ieder geval in theorie – een totaalpakket met militaire bescherming, handelstoegang, invloed in internationale organisaties en leiding bij internationale crises. Maar er zit steeds minder lijn in die Amerikaanse leiding en zij schommelt nogal heftig per president, terwijl er een steeds grotere weerstand tegen bestaat in de VS zelf en het Amerikaanse overwicht in de wereld steeds iets verder afneemt.

Er is straks geen ‘eindwinnaar’ die de wereld gaat boetseren naar eigen inzicht

Het gaat voor Amerikaans leiderschap zeker verschil maken of in november Joe Biden of Donald Trump verkozen wordt tot president, maar een verschil tussen dag en nacht zal het niet zijn. Biden zegt het wel te willen. ‘Het internationale systeem dat de VS zo nauwkeurig hebben gebouwd, scheurt los bij de naden. Het is tijd om weer uit de kracht en het lef te putten die ons in twee wereldoorlogen naar de overwinning brachten en het IJzeren Gordijn neerhaalden’, schreef hij deze lente in het blad Foreign Affairs. Hij schreef mooie dingen over Amerikaans leiderschap, maar maakte ook duidelijk dat hij in het buitenland vooral voordelen voor Amerikanen wil. ‘Mijn regering zal Amerikanen laten slagen in de wereldeconomie, met een buitenlands beleid voor de middenklasse, en zal zorgen dat de regels van de internationale economie niet zijn vervalst tegen de VS.’ Trump had het kunnen zeggen. En de noodzaak om voor Amerikaans belang te strijden zal door de coronacrisis toenemen. Net als alle landen van de wereld zullen de VS de komende jaren gericht zijn op nationaal herstel. Wat kan Biden anders als de werkloosheid boven de twintig procent staat?

Een wereld gericht op nationaal herstel betekent dat landen de schade aan inkomens en werk proberen in te lopen, maar ook de schade aan productie. De coronacrisis heeft de kwetsbaarheid van mondiale aanleveringsketens aangetoond, en de risico’s van het uitbesteden van alle productie aan Azië. (Er wordt nu, om maar een voorbeeld te geven, niet één gram paracetamol geproduceerd in de hele EU.) Zonder de onderliggende overtuiging dat samenwerking belangrijk is, komt internationale politiek in een heel ander licht te staan.

In de wereld van gisteren was er consensus onder een politieke elite in tal van landen dat economische integratie voor iedereen goed was. Dat was de basis onder de Wereldhandelsorganisatie (wto) en een hele menukaart aan vrijhandelsverdragen. Die ‘liberale consensus’ lag al een tijd flink onder vuur en het was ondertussen helder dat niet iedereen ervan profiteerde. Maar het was wel een goede reden om onderlinge geschillen niet te hoog te laten oplopen. Zonder die overtuiging zal de verleiding voor veel leiders groot zijn om aan rivaliteit met andere landen toe te geven.

Dat zal ook zo zijn omdat alle landen ter wereld schade aan het oplopen zijn vanwege corona, en die niet zomaar gaan inlopen met een anderhalvemetereconomie, opgehoogde nationale grenzen, opgedroogd toerisme en ingezakte vraag uit rijke landen. De wereldeconomie zal dit jaar krimpen, voor het eerst in decennia. Het imf denkt aan min drie procent – als de corona-epidemie tenminste komende herfst uitdooft: evenveel waarde als de helft van de hele Europese economie wordt aan de wereld onttrokken. De G20 heeft onder deze omstandigheden aangekondigd dat arme landen dit jaar mogen wachten met het aflossen van hun schulden tot 2021. Heel genereus, maar de kans is groter dat de G20 omvallende landen moet gaan ondersteunen dan dat zij volgend jaar hun leningen plus rente gaan aflossen alsof er niets is gebeurd.

En niet alleen arme landen hebben schulden; hun schulden zijn nog wel het minste probleem. Grote economieën smijten nu enorme bedragen tegen de coronacrisis aan, terwijl zij de afgelopen jaren al met rentes van rond de nul procent hun economieën in de lucht hielden en daarmee nieuwe schuldenbubbels vol bliezen. Toonaangevende economen zoals Nuriel Roubini denken daarom dat er een decennium van economische stagnatie voor ons ligt. Terug naar normaal na oudjaar? Niet erg waarschijnlijk.

Hoe internationale politiek eruit gaat zien in de post-coronawereld hangt deels af van welke landen zich het best herstellen van de schok die de pandemie geeft. De VS hebben zich in het verleden soms wonderbaarlijk van economische schokken hersteld, en dat kan ook nu weer. Maar dat moet wel een wonderbaarlijk herstel zijn wil het afrekenen met de langetermijntrend waarbij het zwaartepunt van de wereldpolitiek en -economie al decennialang naar Azië verschuift, en macht, welvaart en invloed meer over de wereld worden verspreid dan vorige eeuw het geval was. En het lijkt niet aannemelijk dat in zo’n scenario de VS dan ook echt leiding zullen nemen over de wereld, nu het voor elke nieuwe Amerikaanse regering vooral een prioriteit wordt om terug te draaien wat de voorgaande heeft bereikt.

Het is verleidelijk om over de post-coronawereld te speculeren als een die door de VS wordt gedomineerd, of China, of waarin de wereld een nieuwe koers inslaat in het aanzicht van alle mondiale problemen. Maar waarschijnlijk is het niet. In de wereld van de toekomst, zo schrijven drie politicologen in Foreign Affairs, ‘komt het gevaar niet van vuur – van oorlogen tussen grootmachten of hoogoplopende conflicten over mensenrechten of koersmanipulatie. Het gevaar komt van ijs – van vastgevroren conflicten over geopolitiek, financiën, handel, en milieuzaken.’ Die metafoor is minder simpel en minder spannend dan van een race om wereldheerschappij. Maar hij zit wel een stuk dichter bij de werkelijkheid.

Scenario II: De VS blijven leider van de wereld – wie anders?

Als zelfs de architecten van Amerikaanse hegemonie gaan twijfelen, dan is er zeker wat aan de hand. Bij Henry Kissinger (96) roept de coronacrisis de herinnering op aan het Ardennenoffensief in de winter van 1944. ’s Werelds beroemdste diplomaat was toen een jonge sergeant, onderdeel van de 84ste infanteriedivisie van het Amerikaanse leger. In het besneeuwde dennenlandschap van België had Kissinger een ‘gevoel van onbestemde dreiging, niet gericht op een persoon in het bijzonder, willekeurig en vernietigend’, zo schreef hij onlangs in een stuk dat verscheen in The Wall Street Journal. De Covid-19-uitbraak riep bij hem precies datzelfde gevoel op.

Amerika is geen land met een centrale bank, maar een centrale bank met een land eromheen

Heeft Kissinger de zwaarste vergelijking die hij kan verzinnen bewaard voor de zwaarste crisis die hij in zijn leven heeft gezien? Er zijn genoeg momenten geweest waarop Amerikanen, en zeker militairen, zich in een situatie van permanente dreiging hebben bevonden. De VS hebben decennialang geleefd met het gevaar van totale vernietiging door nucleaire wapens. Het gevoel van Kissinger is opgetekend door Amerikaanse soldaten die dienden in Vietnam en Afghanistan. Voor veel jonge Amerikanen is ecologische vernietiging minstens zo onheilspellend. Maar Kissingers vergelijking heeft nog een extra betekenis. Hij markeert op deze manier het einde van een tijdperk. De mondiale dominantie van de VS begon net na Tweede Wereldoorlog. De coronacrisis zou het einde van de eeuw van Amerika kunnen betekenen.

Want, zo schrijft Kissinger, ‘naties komen samen en bloeien op wanneer ze geloven dat hun instituties calamiteiten aankunnen en vervolgens stabiliteit kunnen herstellen’. In zijn stuk zegt Kissinger het niet met zoveel woorden – hij heeft zich nooit uitgelaten over Trumps bewind – maar het is duidelijk dat hij vindt dat de VS niet aan deze standaard voor succes voldoen. Kissinger is niet de enige. ‘De VS zijn gezakt voor de beproeving van de eeuw’, schreef Edward Luce, chef Amerika van de Financial Times en auteur van The Retreat of Western Liberalism, in zijn krant. Het gebrek aan coronatesten, het ontbreken van een landelijke strategie en een leider die pure kwakzalverij adviseert, maken Amerika tot een land waar ‘de leercurve platter blijft dan de infectiecurve’, aldus Luce.

Protestbijeenkomst ‘Reopen Delaware’ in Dover, VS, 1 mei © Jonathan Ernst / Reuters / ANP

Inderdaad toont deze pandemie opnieuw aan hoe fragiel de systemen in de VS zijn. Spoel om dat te begrijpen terug naar 2008. Terwijl de regering-Obama bezig is Wall Street overeind te houden, richten de Amerikaanse inlichtingendiensten hun aandacht op iets anders. De National Intelligence Council (nic), een samenwerkingsverband van de Amerikaanse inlichtingendiensten, waarschuwt voor een grootschalige ziekte-uitbraak. In een rapport schrijft deze spionnenclub dat een pandemie waarschijnlijk zal beginnen in ‘dichtbevolkte gebieden’ met ‘nauw contact tussen mensen en dieren’. De nic denkt aan ‘China of Zuidoost-Azië’. De VS zullen waarschijnlijk worden getroffen omdat ‘reizigers die milde symptomen hebben of asymptotisch zijn’ het virus importeren ‘ondanks een inreisverbod’. Wat zich de afgelopen maanden afspeelde, is in detail voorspeld. ‘Ik zou het graag bij het verkeerde eind hebben gehad’, schreef Mathew Burrows, destijds een van de auteurs van het nic-rapport en nu lid van de denktank Atlantic Council. ‘Beleidsmakers wisten dat er een pandemie aankwam, maar ze negeerden de waarschuwingen.’

Burrows was geen eenzame profeet. In zijn stuk voor de Atlantic Council wees hij erop hoe al in de jaren negentig in algemenere termen werd gewaarschuwd dat de VS niet waren voorbereid op de bedreigingen van een nieuwe eeuw. Leon Fuerth, veiligheidsadviseur van Bill Clinton, trok destijds aan de bel omdat hij vreesde voor ‘complexe problemen’ die ‘snel bewegen’. Fuerth vond dat zijn land zich moest bekwamen in het aanpakken van problemen die ‘je niet in stukjes kunt breken en stuk voor stuk kunnen worden aangepakt’. In zijn rapport concludeerde Fuerth dat ‘onze negentiende-eeuwse overheid simpelweg niet gebouwd is voor de aard van de 21ste-eeuwse uitdagingen’.

De financiële crisis van 2008 was het eerste bewijs dat een complex probleem haast ongrijpbaar is voor een overheid die volgens oude structuren werkt en, in lijn met het negentiende-eeuwse idee van een staat op afstand, zijn rol beperkt tot bijsturen van markt en samenleving. Het was tekenend hoe Washington de crisis destijds probeerde te beteugelen. Terwijl het land in een recessie dook, Amerikanen hun huizen kwijtraakten en het financiële stelsel meerdere malen op ontploffen stond, werd in het Congres de Dodd-Frank-wet uitonderhandeld.

Dodd-Frank bevatte wetgeving over de omvang van banken, de hypotheekmarkt, over speculatie met spaartegoeden en handel in derivaten. De 849 pagina’s aan plannen leken robuust en veelzijdig, maar waren in feite een vergaarbak die verried dat niemand precies snapte waarom de economie nou eigenlijk was geklapt, zo concludeert historicus Adam Tooze in zijn boek Gecrasht: Hoe tien jaar financiële crises de wereld veranderde. Het was alsof het huis in brand stond en de Amerikaanse overheid zei: je kunt blussen met water, zand of schuim, afhankelijk van wat de oorzaak was voor de brand.

Dat de crisis van 2008 uiteindelijk geen mondiaal economisch armageddon is geworden, komt doordat de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) besloot om de geldkraan volledig open te draaien. De Fed stelde oneindige kredieten beschikbaar voor banken, niet alleen in de VS, maar over de hele wereld. Via de zogeheten ‘swap lines’ kon elke bank met een vestiging in de VS aan een dollarinfuus worden gelegd. In een periode waarin iedere investeerder op zoek was naar een veilige haven, voorkwam dit tekorten aan dollars en daarmee de massale uitverkoop van financiële bezittingen. Tegelijkertijd onderstreepte het de hegemonie van de Amerikaanse munt als belangrijkste valuta ter wereld. En terwijl de Fed aan de ene kant dollars ter beschikking stelde, kocht het aan de andere kant enorme hoeveelheden Amerikaanse staatsschuld op. De wereld leerde toen een les die nog steeds geldt, zo constateerde het tijdschrift Dissent onlangs: Amerika is geen land met een centrale bank, maar een centrale bank met een land eromheen.

De pandemie toont hoe afhankelijk de wereld is van Amerikaanse dollars

Een kleine tien jaar later herhaalt de geschiedenis zich. Het is opvallend hoe sterk de huidige crisis in sommige opzichten lijkt op de vorige. In de aanloop naar 2008 werden waarschuwingen over de fragiliteit van het financiële systeem in de wind geslagen. Nu werd de mogelijkheid van een pandemie genegeerd. Destijds bleek het netwerk van banken en andere financiële instellingen niet bestand tegen een klap. Nu schoten de medische systemen tekort. Op het moment dat de VS mondmaskers nodig hadden, ‘viel de medische infrastructuur van een van de rijkste landen ter wereld in elkaar als een huis dat was gebouwd door een van de drie biggetjes’, schreef arts en auteur Siddhartha Mukherjee in The New Yorker. Destijds gold hetzelfde voor de banken.

Net als toen heeft de Amerikaanse centrale bank de rol aangenomen van mondiale redder in nood, deze keer op nog grotere schaal. Hield de Amerikaanse centrale bank bij de vorige crisis buitenlandse banken in Europa en andere rijke landen overeind, nu gaan ook opkomende markten aan het dollarinfuus. Halverwege maart spendeerde de Fed in een weekend meer aan een opkoopprogramma dan gedurende de hele financiële crisis. Waar de Amerikaanse overheid tien jaar geleden moeizaam tot 825 miljard dollar aan stimulusmaatregelen kwam, werd nu in allerijl 2200 miljard uitgetrokken om de economie overheid te houden.

Ook terug van weggeweest is de voorspelling dat deze plotselinge klap het einde van de VS als dominante macht inluidt – zie Kissinger bijvoorbeeld. Tien jaar geleden was de verwachting dat de crisis de lemen voeten van de VS zou tonen. De financiële crisis sloeg de basis onder het mondiale kapitalisme weg, en dus zou het land dat het trouwst leefde volgens deze modellen ook zijn ondergang tegemoet gaan. Het pakte anders uit. In plaats van tot een breuk kwam het in 2008 tot een doorstart. In het decennium dat volgde raakte Europa verstrikt in zijn eigen crises. De verwachte inhaalslag van China ging een stuk langzamer dan verwacht. De VS bleven als vanzelfsprekend wereldleider. Er is een duidelijk patroon zichtbaar: het einde van Amerika is al vele malen afgekondigd, ten tijde van de oliecrisis, na 9/11 en na de Grote Recessie. Telkens moddert de hegemoon door.

Nu zich een nieuwe crisis aandient, wordt het idee van een einde aan de Amerikaanse hegemonie opnieuw van stal gehaald. Zo noemde Carl Bildt, de Zweedse oud-minister van Buitenlandse Zaken, de corona-uitbraak ‘de eerste grote crisis van de post-Amerikaanse wereld’. In The Atlantic constateerde Anne Applebaum dat ‘de rest van de wereld Trump aan het uitlachen is’.

De coronacijfers tonen inderdaad een onverbiddelijk falen van de VS. Nergens is de pandemie zo dodelijk als in Amerika, dat in acht weken meer Covid-19-doden te betreuren heeft dan gesneuvelden in zestien jaar Vietnamoorlog. Amerika herbergt vijf procent van de wereldbevolking, maar telt een kwart van alle coronaslachtoffers ter wereld. Tientallen landen hebben een hogere testdichtheid dan de VS. Het land biedt taferelen die bij ontwikkelingslanden horen: ziekenhuispersoneel in zelfgeknutselde pakken, kilometerslange rijen voor voedselhulppunten en het grimmige beeld van een vrachtwagen vol lichamen van overleden coronapatiënten buiten bij een bejaardentehuis, vergeten en in staat van ontbinding. Stof genoeg, kortom, om het huidige moment als de definitieve ondergang van de VS te zien. Kissinger, wiens referentiekader is vastgezet in de vorige eeuw, deed in The Wall Street Journal een oproep voor een ‘Marshallplan’ en een ‘Manhattanproject’ voor het coronatijdperk. Ondertussen is het China dat landen in nood bijspringt met mondmaskers en beademingsapparaten. De zoektocht naar een vaccin is in volle gang, maar er is geen reden om aan te nemen dat de VS de eerste zullen zijn om de bel te rinkelen. Trumps keuze om voor de benaming van het vaccinprogramma te kiezen voor een sciencefiction-term (‘Operation Warp Speed’) is illustratief. De politieke energie van de VS lijkt eerder te gaan zitten in het zoeken naar bewijs dat China het coronavirus in een lab gefabriceerd zou hebben, terwijl tal van wetenschappers dat idee wegwuiven.

Zeker voor wie toch al niet veel gaf voor Amerika’s aanzien in de wereld sinds een grofgebekte tv-persoonlijkheid met een dubieus zakelijk verleden president werd, lijkt de coronacrisis misschien het einde te versnellen voor een wegkwijnend imperium. Trump trekt zich terug uit internationale organisaties, vermindert militaire aanwezigheid in de wereld en wordt, samen met zijn familieleden, geminacht in landen die zich formeel nog steeds een bondgenoot van de VS noemen. ‘Make America Great Again’ klinkt hol als het land over de eigen voeten struikelt tijdens zijn poging een pandemie in te dammen. De Amerikaanse wil tot leiderschap is in ieder geval op dit moment naar de achtergrond verdwenen. Met een president die oude vrienden tot nieuwe vijanden maakt, en omgekeerd, worden ook de voordelen die Amerikaans wereldleiderschap biedt steeds kleiner, in ieder geval voor Europa.

Maar de stevigste pilaar onder de Amerikaanse wereldmacht, de economie, blijft voorlopig overeind. Deels komt dit doordat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Overal ter wereld gingen landen in lockdown, waarmee ze tekenden voor een recessie. China begint als eerste uit het dal te klimmen, maar zonder vraag uit het buitenland naar Chinese goederen zal het herstel maar moeilijk doorzetten. De dollar blijft vooralsnog dominant, opnieuw als toevluchtsoord voor beleggers, dankzij de Fed die Amerikaanse valuta de mondiale economie in pompt. De nasleep van de coronacrisis zal zwaar worden, en het land dat er het best in slaagt geld in de economie te steken zal daar het sterkste uitkomen. De EU zal, gelet op het onderlinge gesteggel over of noord zuid moet helpen, niet voor die positie in aanmerking komen.

China streeft evenmin zomaar de VS voorbij. Ruchir Sharma, hoofdstrateeg van Morgan Stanley en auteur van The Rise and Fall of Nations: Forces of Change in the Post-Crisis World, constateerde in Foreign Affairs dat gemeten naar de groeicijfers van 2019 het tot in ieder geval 2050 zal duren voordat de Chinese economie groter is dan die van de VS. Tenzij de VS de enige zijn die worden geraakt door naschokken van de coronacrisis, zal er aan die verhoudingen weinig veranderen. ‘Als de markten met een stem spraken, zouden ze niet het refrein van “Amerika in verval” zingen’, aldus Sharma.

De VS hebben nu dertig miljoen werklozen, een getal dat de Grote Depressie uit de jaren dertig van de vorige eeuw evenaart. Het land dat de grondtoon zette voor de periode die daarna kwam, bevindt zich daarmee in de vreemde positie die Adam Tooze begin april beschreef in Foreign Policy: de VS lijden pijn en leiden de wereld. Het stuk van Tooze onderstreepte het feit dat de coronacrisis ons ertoe dwingt om gelijktijdig twee tegenstrijdige gedachten te koesteren: de pandemie is vernederend voor de VS en toont tegelijkertijd hoe afhankelijk de wereld is van hun dollars. Zolang de VS economisch de zwaarste man van het circus blijven, zijn de berichten – vrij naar Mark Twain – over de dood van de oude wereldorde behoorlijk overdreven.