Pauw & Witteman: 346 gasten, 1 moslim

De illusie van diversiteit

Waarom zien we alleen maar moslims op televisie als het over islamonderwerpen gaat? Als Wouter Bos mag aanschuiven bij Voetbal International, willen we ook Ahmed Marcouch bij Popquiz a gogo.

WIE VERTEGENWOORDIGDE de Nederlandse moslims op televisie tijdens de laatste Kamerverkiezingen en formatieperiode? Op 7 september was Izz ad-Din Ruhulessin te gast bij Pauw & Witteman, een jonge moslim met een opiniërende blog. Gespreksonderwerp was de 43-jarige Sakineh Mohammadi Ashtiani, een Iraanse vrouw die wegens verdenking van overspel vastzat (en nog steeds vastzit), in afwachting van haar terechtstelling door steniging. Ondanks oproepen van verschillende Europese landen haar te sparen, had ze de dag daarvoor 99 zweepslagen ontvangen omdat de Britse krant The Times haar, foutief, op een foto had geïdentificeerd als een vrouw zonder hoofddoek.
Nadat Jeroen Pauw het onderwerp heeft ingeleid, introduceert Paul Witteman eerst schrijver Hafid Bouazza, die zich in een artikel in de Volkskrant heeft uitgesproken tegen het vonnis van Ashtiani, en richt zich daarna tot Ruhulessin. Ruhulessin draagt een kufi-mutsje en heeft een vlassig baardje. Zijn tabakskleurige pak zit hem te ruim. Witteman legt uit dat Ruhulessin in een ingezonden opinieartikel op de website van de Volkskrant de stelling heeft ingenomen dat we in Nederland weliswaar steniging verfoeien, maar dat dit een binnenlandse aangelegenheid van Iran blijft, waar de westerse gemeenschap niets over te zeggen heeft.
Witteman: ‘U mag dat wel een interne aangelegenheid noemen, maar er bestaat ook zoiets als de Universele Rechten van de Mens. Die gelden overal ter wereld en een van de rechten is dat je geen vrouw stenigt wegens verdenking van overspel.’
Ruhulessin: 'Ik zou tegelijkertijd de islam tot universeel kunnen verklaren en tegen de hele wereld zeggen dat ze volgens de islam moeten leven. Dat is hetzelfde principe.’
Ruhulessin lacht een beetje als hij dit zegt, misschien tevreden met zijn eigen gevatheid. Zijn gebit is niet al te best, hij schommelt wat onrustig op zijn stoel. Hij legt het uit: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is indertijd (1948) door 48 landen in de VN ondertekend, terwijl acht landen zich van stemming onthielden. Die acht landen waren bijvoorbeeld de Sovjet-Unie en Saoedi-Arabië, die vreesden dat de mensenrechten tegen hun eigen binnenlands recht in zouden gaan.
Jeroen Pauw snijdt er doorheen: 'U zegt eigenlijk: daar moet je je niet mee bemoeien? Wat er ook gebeurt in zo'n land?’
Ruhulessin denkt even na en bevestigt dan, en zegt dat de universele mensenrechten een westers product zijn, die zodoende alleen in de westerse wereld gelden.
Vervolgens komt Bouazza aan het woord, die zegt nu best met een jij-bak te kunnen komen, namelijk dat Iran dan ook geen fatwa tegen Rushdie moet uitspreken, of zich niet moet bemoeien met wat er op Israëlisch grondgebied gebeurt. Ruhulessin hapt, zegt dat Israëlisch grondgebied helemaal niet aan Israël toebehoort en nadat iedereen een tijdje door elkaar heen praat, krijgt de jonge moslim weer het woord. Wat hij nu zegt, benadrukt hij, geldt alleen voor hem, niet voor alle andere moslims, want zo wordt er nogal eens beredeneerd in de media. Met een grijns zegt hij vervolgens: 'Ik vind steniging ook niet zo.’ De camera zoomt in op tafelgenoot Femke Halsema, die met open mond naar de jongen met kufi naast haar kijkt.
Nog even afgezien van zijn onhandige taalgebruik, speelt Ruhulessin een onmogelijke rol. Het onderwerp, de steniging, is precies de middeleeuwse vorm van de islam waar iedereen bang voor is, het type waar politici als Wilders graag op hameren. Natuurlijk zijn er ook andere varianten van de islam, veel toleranter, maar die kwamen die avond niet aan bod. Of zoals iemand het op de Pauw & Witteman-website samenvatte: de Vara laat een moslim zien en de PVV heeft er weer twee zetels bij.
Dat de gematigde moslims niet aan het woord kwamen hoeft geen probleem te zijn. Pauw & Witteman is het meest prominente discussieprogramma van de Publieke Omroep, waar de islam in al zijn vormen aan bod komt. Zeker in tijden van verkiezingen, waarin godsdienst en immigratie vanwege de opkomst van de PVV de belangrijkste discussieonderwerpen zijn. De gasten zijn divers genoeg om die ene radicale moslim te overstemmen. Toch?
Een simpel potje turven wijst uit van niet. Tussen 20 februari, de dag waarop kabinet-Balkenende IV viel, en 14 oktober, de dag dat het nieuwe kabinet-Rutte zijn bordesfoto maakte, zond Pauw & Witteman 86 reguliere programma’s uit ('regulier’ is uitgezonderd de live verkiezingsavonden en geïmproviseerde uitzendingen rond de vulkaanuitbarsting in IJsland). In totaal ontving het programma in die tijd 346 gasten. Precies één daarvan was moslim en sprak over zijn geloof: inderdaad, Izz ad-Din Ruhulessin.
Je hoeft er geen kwade opzet in te zien van Pauw & Witteman; door zijn opiniestuk bij de Volkskrant was Ruhulessin de aangewezen persoon om in de uitzending te komen. Maar hoe zit het met al die andere uitzendingen waar het over immigratie en islam ging, waarbij geen moslim aan tafel zat? Uit navraag bij verschillende televisieredacties van de Publieke Omroep blijkt dat er geen bewust beleid is hoe met moslimonderwerpen om te gaan, en verschillende keren wordt er gezegd dat moslimgasten 'erg moeilijk’ te vinden zijn.
Is dat merkwaardig? Het is in ieder geval jammer. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam bleek in oktober dat moslimjongeren vaker de krant lezen dan niet-moslimjongeren en aanzienlijk meer televisie kijken - met name naar nieuwsprogramma’s. Een sterkere vertegenwoordiging van moslims in die programma’s zou voor meer binding, meer betrokkenheid zorgen, en logischerwijs, voor betere integratie.
Maar het ongemak dat de Nederlandse media met berichtgeving over moslims hebben, springt in het oog als je de academische mediatheorieën bekijkt. Het is foucaultiaans drijfzand, waarin elke benoeming van een groep, een probleem of een concept wordt gezien als generaliserende framing. Neem Eberhard van der Laan, die als minister voor Wonen, Wijken en Integratie besloot niet meer over 'allochtonen’ of 'immigranten’ te spreken, maar over het veel vriendelijker klinkende 'nieuwkomers’ of 'nieuwe Nederlanders’: volgens verschillende onderzoeken hebben deze eufemismen juist een kwalijke werking, omdat ze voor velen een indirecte, abstracte waarde betekenen, waardoor mensen zich sneller discriminerend zullen uitlaten. Met andere woorden: bij de term 'allochtoon’ zie je meteen iemand voor je, bij de term 'nieuwkomer’ niet.
Ongeveer dezelfde zonde zouden veel kwaliteitsmedia begaan, wanneer zij spreken over enerzijds 'gematigde islam’ en anderzijds 'extreme islam’. Volgens hoogleraar Mahmood Mamdani van Columbia University-oefenen zij daarmee een 'onterechte schijnbare genuanceerdheid’ uit: de scheiding tussen gematigd en extreem moet de mediagebruiker ervan overtuigen dat de media wijselijk erkennen dat er meer dan één vorm van islam is, maar op een bijna onderbewust niveau maakt het daarmee van de islam een beladen begrip, dat dient te worden kaltgestellt met het adjectief 'gematigd’ of 'extreem’. Zonder het adjectief is het begrip een potentieel gevaar, om nog maar te zwijgen over de onderbewuste connotatie die de westerse mediagebruiker kan leggen tussen 'goede’ en 'foute’ Duitser. Het is allemaal verdomde lastig uitgelegd.
Natuurlijk zijn er cijfers, maar ook die spreken niet altijd voor zichzelf. Uit talloze onderzoeken in binnen- en buitenland blijkt dat moslims ondervertegenwoordigd zijn in de media; het simpele onderzoek naar Pauw & Witteman illustreert dat nog eens. Maar soms zijn positieve cijfers nog niet positief. Uit het Kijkerspanel Nederlands televisiedrama 2004, uitgevoerd in dienst van Mira Media dat zich inzet voor diversiteit in de media, bleek dat 18,5 procent van alle personages in Nederlands televisiedrama een allochtone achtergrond had. Een oververtegenwoordiging, aangezien volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2004 slechts tien procent van de bevolking allochtoon was. Nog aangenamer was volgens Mira Media de invulling van die 18,5 procent allochtone personages: tegenover een allochtone crimineel stonden vijf allochtone politieagenten. Maar Wasif Shadid, hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Tilburg, reageerde in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap dat er sprake was van een 'lege etniciteit’ van de personages. In 28 van de dertig gevallen werden de kijkers alleen via de huidskleur van de acteurs op de hoogte gesteld van hun etnische achtergrond. Van slechts twee personages werd de etniciteit expliciet genoemd. Met andere woorden: de vijf allochtone agenten waren weliswaar agent, maar nog niet per se allochtoon.
Shadid duidt de agenten aan als 'token ethnics’, spelers met een etnische achtergrond die enkel illusie van diversiteit geven, omdat hun etniciteit niet wordt ingevuld (Waar komen ze vandaan? Wijken ze af van de rest van de cast?). Maar is dat zo'n probleem? De token ethnic is een variant van de token black guy die in de jaren tachtig in Amerikaanse televisieseries en films opdook: een zwart personage dat een niet al te belangrijke rol speelt, maar vaak genoeg met een beetje tekst in beeld verschijnt. Inmiddels is de token black guy zo'n televisiecliché geworden dat de satirische tekenserie South Park een personage heeft, de enige zwarte in het dorp, die Token Black heet.
Tokenism is iets waar nog steeds regelmatig op wordt gefoeterd door belangenverenigingen, maar (ook daar is onderzoek naar gedaan) heeft in Amerika tot een zeker niveau gewerkt. Het toonde zwarten buiten de te verwachten situaties; dus niet alleen in nieuwsonderwerpen over gelijke rechten of racisme, maar ook over sport en economie. Het maakte, al voelt het ongemakkelijk om te zeggen, de conservatieve kijkers vertrouwder met zwarten, en maakte zo indirect gelijke rechten of racisme een meer laagdrempelig onderwerp.
Bestaat er een 'token moslim’? Op de Nederlandse televisie kun je er niet zo snel een bedenken. De gekke discrepantie is dat de mediatheorieën zelfbewust en bloedserieus zijn, terwijl de nieuwsprogramma’s steeds minder serieus worden. Met uitzondering van Buitenhof kun je stellen dat nieuws steeds meer als entertainment wordt gebracht. Dat is tenminste het beeld wanneer je acht maanden Pauw & Witteman terugkijkt. En juist daarin schuilt een mogelijkheid, zou je denken. Een moslima die niet aan de interviewtafel zit omdat ze een hoofddoekje draagt, of een islamitische vrouwenbeweging leidt, maar omdat ze een bedreigde diersoort heeft gered.
Als Wouter Bos bij Voetbal International mag aanschuiven, dan willen we ook vast wel Ahmed Marcouch bij Popquiz a gogo zien.