De imf-piramide

De meeste piramidefondsen bestonden officieel niet eens in Albanië, hoewel de economie erop dreef. En er later op stuk liep. Met hartelijke dank aan het IMF-beleid.
TOEN ISMAEL KADARE zijn jongste roman de titel De piramide meegaf, doelde hij op de machtspiramide waarop het bewind van wijlen Enver Hoxha steunde. De piramide is ook een passend symbool voor het beleid dat het Internationaal Monetair Fonds de laatste jaren in Albanië voerde. Zoals de Albanezen na tientallen jaren van dictatuur hun hoop vestigden op een wonderbaarlijke zelfverrijking door middel van de piramidefondsen, zo geloofden zij ook in het superieure inzicht van het handjevol IMF-experts dat hun regering sinds 1991 van ‘advies’ voorzag. In beide gevallen was het vertrouwen onterecht.

Zes jaar lang bepaalde het IMF-team het monetaire en fiscale beleid van Tirana. Het woord van de westerse experts was er vaak letterlijk wet, omdat de Albanezen op financieel gebied geen enkele ervaring hadden - onder Hoxha gold zelfs het afsluiten van een buitenlandse lening als landverraad, waarop de doodstraf stond. De invloed van het IMF in Albanië was bovendien groter dan in andere Oosteuropese landen, omdat de experts uit Washington werden beschouwd als een verlengstuk van het Amerikaanse buitenlandse beleid, net als de Amerikaanse instructeurs die het Albanese leger in hoog tempo klaarstoomden voor deelname aan Navo-oefeningen.
PRESIDENT Sali Berisha smoorde elke kritiek op het IMF, omdat die zou kunnen worden uitgelegd als een gebrek aan loyaliteit jegens de Verenigde Staten. Het IMF versterkte zijn greep op de regering nog verder door Albanië ertoe te brengen in korte tijd zijn grenzen te openen voor buitenlandse produkten. Het land ontwikkelde zo'n astronomisch tekort op de betalingsbalans dat het voor tientallen jaren afhankelijk werd van de bijzondere bijstand van het IMF.
Nu de meeste piramidefondsen zijn ingestort en het maatschappelijk leven in Albanië praktisch tot stilstand is gekomen, zwijgt het IMF in alle talen over zijn aandeel in de ramp. Een woordvoerder op het hoofdkwartier in Washington wijst erop dat het IMF in september vorig jaar, dat wil zeggen ter elfder ure, tegen de gevaren van de piramidefondsen heeft gewaarschuwd, maar daarbij blijft het. Het IMF vervulde in Tirana een ‘neutrale, adviserende functie’, zo heet het officieel. In werkelijkheid was Albanië het paradepaardje van het IMF in Oost-Europa, zoals managing director Camdessus steeds weer benadrukte. In een lezing in Madrid in 1994 roemde hij 'het kleine Albanië’ als voorbeeld van een geslaagde overgangseconomie, waar de IMF-strategie van privatisering, prijshervorming en liberalisering van de handel 'opmerkelijke resultaten’ had bereikt.
Tirana accepteerde inderdaad elke maatregel die het IMF voorstelde, te beginnen met de eerste Albanese bankwet van 1992, waarvan de tekst was opgesteld door de staf van het IMF. Krachtens deze wet kreeg de Albanese centrale bank, de Banka e Shqipërisë (BS), de controle over alle banken en andere instellingen die een bancaire functie vervulden. Vreemd genoeg vielen ook de beginnende piramidefondsen onder deze bankwet. Omdat Albanië niet over een ontwikkeld bankstelsel beschikte, vond het IMF dat de fondsen moesten worden beschouwd als volwaardige kredietinstellingen. Overigens bevatte de bankwet voldoende bepalingen om de rekeninghouders te beschermen tegen de gevolgen van een faillissement. De BS kon bijvoorbeeld een bankinstelling verbieden om meer dan een bepaald rentepercentage uit te keren. Verder kon de BS elke instelling verplichten om een financiële reserve aan te houden. Deze bankwet werd echter spoedig door toedoen van het IMF zelf volledig uitgehold.
In die eerste jaren van ontluikend woekerkapitalisme gingen veel Albanese bedrijven over de kop, zodat een goede faillissementswet onontbeerlijk werd. In 1994 kreeg de Duitse jurist Jürgen Thieme opdracht om die wet te ontwerpen. Thieme werkte voor een Duitse organisatie, de Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit, en was dus niet gebonden aan het IMF. Hij baseerde zijn ontwerp op de Duitse faillissementswetgeving, die bijzonder degelijk is en geheel toegesneden op het belang van de klant/rekeninghouder. Thiemes ontwerp bevatte alle gebruikelijke termen ten behoeve van potentiële schuldeisers, zoals de bepaling dat een bedrijf een financiële reserve moet aanhouden. Verder nam hij de bepaling op dat investeerders een bedrijf onder curatele konden laten stellen als er financiële onregelmatigheden waren geconstateerd.
HET ONTWERP van Thieme werd echter door het IMF volledig uitgekleed. In een officiële reactie liet het team in Tirana weten dat de bepaling inzake financiële reserves 'onverenigbaar met het IMF-beleid’ was. Thieme protesteerde met kracht van argumenten (hij voorzag onder meer het dramatische faillissement van de piramidefondsen) maar kreeg geen gehoor. Thieme: 'De staf van het IMF voelde zich niet geroepen om uitleg te geven. Ik heb de indruk dat ze helemaal niet geïnteresseerd waren in de bescherming van de rekeninghouders, alleen in de bescherming van de bankiers of wie daarvoor doorgingen. Ze dachten in modellen en vertrouwden erop dat de snelle economische groei de verhoudingen wel recht zou trekken. Daarom verwierpen ze ook mijn voorstel voor een aparte faillissementsprocedure, hoewel die toch heel normale bepalingen bevatte. Een staflid van het IMF zei tegen me: “Er zijn al zo weinig banken in Albanië, dus we moeten het afwikkelen van faillissementen maar overlaten aan de centrale bank.” Indirect bedoelde hij zichzelf, want de centrale bank werd ook praktisch gerund door het IMF.’
Bij de officiële behandeling van Thiemes ontwerp kwamen de piramidefondsen en hun onevenredige aandeel in de Albanese economie niet eens ter sprake. Het staflid dat destijds verantwoordelijk was voor het IMF-beleid, Henry Schiffman, verwees eventuele critici naar een wetenschappelijk artikel van zijn hand, waarin hij stelde dat de Duitse faillissementswetgeving niet flexibel genoeg was voor Oost-Europa. Hij was voorstander van de Amerikaanse aanpak, die onder meer toestaat dat een failliet bedrijf doorwerkt indien het onder toezicht van een curator wordt gereorganiseerd.
De Albanese situatie was echter allerminst ter vergelijken met de Amerikaanse. De Finse bankier en consultant Seppo Kostiainen, die jarenlang in Albanië bankadviezen gaf, stond versteld van de vele varianten van dubbele boekhouding die hij aantrof. Kostiainen: 'Banken en beleggingsfondsen kregen soms hun licentie van de centrale bank, dan weer van het ministerie van Financiën of een ander ministerie. Vaak hadden ze helemaal geen licentie. De meeste piramidefondsen bestonden officieel niet eens, hoewel de economie erop dreef. Het was geen uitzondering als een bedrijf twee of drie boeken bijhield, en allemaal slordig.’ Op een moment dat strengere regulering een eerste vereiste was, pleitte het IMF dus met succes voor deregulering. Eind 1994 nam de regering-Berisha de door het IMF 'aangepaste’ versie van Thiemes wetsontwerp aan.
HET DIEPTEPUNT van de IMF-bemoeienis was de introductie van een nieuwe bankwet in februari 1996. De meeste parlementsleden begrepen de strekking van het stuk niet eens. Het was opgesteld door de plaatselijke staf van het IMF en door een amateur-tolk woord voor woord in het Albanees vertaald, zodat cruciale passages onbegrijpelijk waren. In deze wet ontbrak zelfs de verplichting voor banken en aanverwante instellingen om een financiële reserve aan te houden, zodat zij zonder enige garantie voor het grote publiek konden blijven functioneren. De gevolgen daarvan zijn inmiddels bekend.
De enige die tot nog toe de rol van het IMF in Albanië heeft verdedigd is de Amerikaanse woordvoerder van Buitenlandse Zaken Robert Burns. In antwoord op vragen zei hij vorige week: 'Het is onredelijk om het IMF, de Verenigde Staten of het Westen de schuld te geven; die ligt geheel bij de regering van Albanië en de organisatoren van de piramidefondsen.’
Henry Schiffman, jarenlang de verantwoordelijke man bij het IMF-team in Tirana, is onbereikbaar voor commentaar en wenst zelfs geen schriftelijke vragen te beantwoorden; hij heeft het te druk met zijn deelname aan het zoveelste policy forum. Zijn secretaresse bij het IMF: 'Meneer Schiffman heeft tegenwoordig zijn handen vol. Hij is bij ons een beetje een goeroe als het gaat om Oost-Europa.’