Als de Somalische Dalmar zich in 2014 meldt bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind) verklaart hij direct dat het Tanzaniaanse paspoort dat hij bij zich heeft vals is. Hij vertelt ook dat hij in Somalië wordt bedreigd door de terreurorganisatie Al-Shabaab, mishandeld, afgeperst en gediscrimineerd vanwege de pigmentverkleuringen van zijn huid. Maar daarover zal zijn asielprocedure nooit gaan. Hij moet van de ind namelijk eerst bewijzen dat zijn Tanzaniaanse paspoort inderdaad vals is. Ondanks alle documenten die hij in de jaren daarna laat zien – een door het Bureau Documenten echt bevonden Somalische nationaliteitsverklaring, een verklaring van geboorte van de Somalische ambassade, een eveneens echt bevonden Somalisch paspoort – wil de ind hem niet geloven. Volgens de dienst heeft Dalmar dan beide nationaliteiten. Dat dat volgens de nationaliteitswetgevingen van beide landen onmogelijk is en in beide paspoorten verschillende personalia en geboorteplaatsen staan, maakt niet uit. ‘Immers, met de overgelegde documenten wordt geen afbreuk gedaan aan de waarde van het eerder ingenomen standpunt dat betrokkene de Tanzaniaanse nationaliteit bezit’, redeneert de ind-ambtenaar.

Het is een van de vele voorbeelden van de rigide werkwijze bij de ind uit het onderzoeksrapport Bewijsnood, wanneer nationaliteit en identiteit ongeloofwaardig worden bevonden van Amnesty International dat in november 2020 verscheen. ‘Een eenmaal ingenomen standpunt over de ongeloofwaardigheid van de afkomst lijkt in beton gegoten’, luidt een van de conclusies. En dat heeft vaak ernstige gevolgen. Zo wordt Dalmar, zonder dat zijn veiligheid is gewaarborgd, op 5 maart 2020 uitgezet naar Tanzania. Hij krijgt alleen de vals verkregen Tanzaniaanse documenten mee. Aangekomen in Tanzania wordt hij direct gevangen genomen. De autoriteiten vinden een kopie van zijn Somalische paspoort op zijn telefoon, de Somalische ambassade bevestigt Dalmars Somalische nationaliteit en hij wordt gedwongen terug te keren naar het land dat hij ontvluchtte.

Liegen wordt gezien als norm, met als gevolg een steeds strenger asielbeleid

Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie unhcr moeten asielzoekers ‘het voordeel van de twijfel’ krijgen. Maar bij de ind geldt eerder het tegenovergestelde. ‘Al bij binnenkomst in Nederland worden migranten vaak ten onrechte weggezet als fraudeur’, constateerden in april van dit jaar asieladvocaten in de bundel Ongehoord: Onrecht in het vreemdelingenrecht. In een artikel in het Nederlands Juristenblad concluderen migratiewetenschappers hetzelfde. Allen trokken de vergelijking met de toeslagenaffaire: liegen wordt gezien als norm, met als gevolg een steeds strenger asielbeleid, rigide wetgeving en het verdwijnen van de menselijke maat. Ook de rechter toetst als een asielzoeker in beroep gaat alleen of de procedure goed is gevolgd.

Hoe dit achter de schermen doorwerkt, laat het onderzoek over de behandeling van Soedanese asielzoekers verderop in dit nummer zien (pagina 12). Een speciale afdeling binnen de ind blijkt niet alleen beslismedewerkers te dwingen asielzoekers af te wijzen als hun verhaal niet precies door ambtsberichten wordt bevestigd, het is diezelfde afdeling die er bewust voor zorgt dat essentiële informatie over mensenrechtenschendingen buiten deze berichten blijft.

Als een zaak eenmaal op procedurele gronden is afgekeurd, lijkt er geen weg terug. Zo laat ook het verhaal zien dat de Volkskrant onlangs publiceerde over een gevlucht stel uit Rusland. Zij gaven de Nederlandse justitie vertrouwelijke informatie over de toedracht van de aanslag op vlucht mh17. Hun verhaal wordt door het Openbaar Ministerie zeer serieus genomen. Desondanks heeft de ind hun asielverzoek afgewezen, onder meer omdat ze dit niet direct bij aankomst hebben verteld. Inlichtingenexperts vrezen nu voor hun veiligheid.

Fraudeurs bestaan, ook in het asielsysteem. Maar door het hele systeem in te richten op het idee dat iedereen een oplichter is, wordt elke menselijkheid uit het oog verloren. Terwijl je toch zou zeggen: beter één leugenaar te veel toelaten dan mensen ten onrechte terugsturen, met het risico dat zij worden opgepakt, gemarteld of zelfs vermoord.