De indirecte weg

In de 1977-aflevering van Tijd van leven zegt Wim Evers: ‘Het lijkt wel of mensen alleen foto’s maken van de grote dingen in een mensenleven. Geen mens denkt aan het gewone. Dat is juist het mooiste.’ Meer dan zomaar een uitspraak van een personage is dit het ‘program’ van auteur Albert ter Heerdt en regisseur Andre van Duren, de grondslag van hun grote KRO- dramaserie.

Evers komt op die gedachte als hij, geinterviewd over zijn Achterhoekse aannemersbedrijf, vergeefs zoekt naar een foto van de zaak zoals die er dertig jaar eerder uitzag. En omdat die foto niet bestaat of omdat de Heilige Antonius hem, verbitterd over ontrouw, niet helpt vinden (Wim koopt op veilingen ouwe kerkspullen, waaronder een Antonius-offerblok, maar dat is jeugdsentiment en geen religie) besluit de kleine Macher de zaak dan maar te reconstrueren voor een krantefoto. Alles wordt in oude, half-agrarische staat hersteld. Symbolisch is zijn ruzie met dorpsgenoot Gradus: stond er aan een kant een rozenstruik of aan beide kanten? Het geheugen bedriegt ons vaak.
Hij gaat zo op in z'n tijdwee dat hij niet beseft dat hij een decor en geen werkelijkheid creeert. Tot hij, in afgedragen overall en naast de oude vrachtwagen, met de enige knecht van toen poseert. ‘Je bent grijs geworden’, zegt hij ontevreden: smet op de reconstructie. 'Jij niet?’ zegt de ander. Evers kijkt in het autospiegeltje. Wat hij ziet doet hem het project afblazen: 'De tijd jongen, de tijd’.
Man in crisis. Vrouw trouwens ook. Rietje blijkt, als Wim afgebrand thuiskomt, de complete antieke inrichting van hun huis verkocht te hebben - op Antonius’ offerblok na, dat ingemetseld zat - voor Gast aan tafel, Afrika.
Punt om mijn verbazing uit te spreken over de veelgehoorde kritiek op Tijd van leven als zou daarin niks gebeuren. Noem dat maar niks! En dan hebben we het nog niet over het feit dat in dezelfde aflevering Rietje aan pillen verslaafd blijkt; en dat we getuige zijn van steekpenningen in de vorm van een zacht prijsje voor een zwembad in de tuin van de wethouder in ruil voor een gemeentelijke opdracht (Wim walgt maar broer Fransje zegt: 'Anders moeten er weer vijftig man op straat’). Waar is dat veel van dit soort gebeurtenissen onnadrukkelijk passeren. Je moet even nadenken om te beseffen dat het tafelgesprek met de wethouder in feite corruptie behelst. Dat lijkt me realistisch, want dit soort fraude geschiedt niet met een piratenlapje voor het oog en het laatste woord dat aan zo'n zakenlunch zal vallen lijkt me 'omkoping’.
Maar het is ook een dramaturgisch en esthetisch principe van de makers. Ze kiezen vaak voor de indirecte weg. Zo treft Wim Rietje niet thuis voor een emotionele confrontatie. Ze is naar hun zoon, autocoureur in Duitsland, die hen al jaren laat barsten. Wonderbaarlijk is dat dit bezoek, waarin de jongen haar alleen maar wil lozen, haar genezing van leed en pillen brengt. Verzoend eten rijke Rietje en Wim klapstuk voor hun Kerstmaal. Eerder te veel dan te weinig drama, te weinig dan te veel realisme.