De Indische les

De eurocrisis vertoont parallellen met het einde van Indië 62 jaar geleden. Avondschot werpt nieuw licht op dit oude trauma.

J.J.P. de Jong, Avondschot. Hoe Nederland zich terugtrok uit zijn Aziatisch imperium, € 34,90

Zegt een nieuw boek over Indië ons iets over de eurocrisis? De vraag is niet zo vergezocht. Onze totale overheersing en exploitatie van de onmetelijke Indonesische archipel kregen pas hun beslag tussen 1890 en 1949, terwijl wij er al kwamen vanaf 1595. Nog terwijl Nederland noodgedwongen afscheid nam van Indië begon het aan zijn volgende ambitieuze internationale project: de eenwording van Europa.
Thuis bouwden wij een van de twee oudste democratieën op aarde, constateerde J.A.A. van Doorn in 1994 in De laatste eeuw van Indië, aan de andere kant van de aardkloot ‘een centralistisch georganiseerde autocratie die uiteindelijk de politiestaat naderde’. Europa daarentegen is een democratie gone wild: er kan bijna niets zonder de instemming van alle 27 lidstaten. De oorzaak van de eurocrisis moet ook de oplossing brengen. Zo hebben we dat gewild na twee verwoestende wereldoorlogen, en die visie heeft nog niets aan waarde ingeboet. Want het verenigde Europa werd het meest welgestelde gebied op aarde, een pelgrimsoord voor alle volkeren die het slechter hebben. De keerzijde is dat de gehele wereldeconomie te lijden heeft van de huidige crisis rond de euro.
Dat alles schept een verantwoordelijkheid die de meest recente Nederlandse kabinetten niet hebben kunnen of durven aanvaarden. Premier Balkenende en zijn ministers lieten jammerlijk na de Europese gedachte te verkopen aan hun electoraat, met het debacle van het referendum over de Europese grondwet als gevolg. Premier Rutte laat zich gijzelen door Geert Wilders, de gedoger aan wal. De tijd zal Rutte wel ontbreken, maar hij zou er goed aan doen Avondschot te lezen, de recent verschenen studie van Joop de Jong over de laatste jaren koloniaal bewind in Nederlands-Indië. Rutte’s illustere voorganger Willem Drees bevond zich 65 jaar geleden in een vergelijkbare houdgreep. Drees zocht een nette overgang naar onafhankelijkheid voor Indonesië. Net als Rutte kampte hij aan het thuisfront met fel verzet van dogmatici: 'Indië verloren, rampspoed geboren!’
De Wilders van Drees heette Louis Beel.
Op de valreep van het nieuwe jaar maakte de Nederlandse regering naar eigen zeggen 'unieke excuses’: voor het bloedbad in het West-Javaanse dorpje Rawagede, waar het Nederlandse leger op 9 december 1947 honderden weerloze Indonesische mannen vermoordde. Uniek of niet, de excuses kwamen wel 64 jaar na dato. Te laat en te benepen, stelde Graa Boomsma in NRC Handelsblad. De Groene-medewerker riep in herinnering hoe hij begin jaren negentig door de staat was vervolgd wegens beweerde belediging van Indië-veteranen. Boomsma’s betoog reet een pijnlijke wond open: onze collectieve, uiterst negatieve herinnering aan het einde van Indië.
Nederland was doof en blind gebleven voor de nieuwe realiteiten die de Tweede Wereldoorlog had geschapen. Met twee even wrede als vruchteloze militaire campagnes had het zijn status als koloniale grootmacht trachten te behouden. Schreeuwend en tegenstribbelend moesten de Nederlanders ten slotte door de internationale gemeenschap uit Indië worden weggesleept. Een politiek stompzinnig en moreel beschamend echec, kortom. Het is een begrijpelijk beeld, dat aansluit bij het pacifistische en multatuliaanse karakter van 'Nederland Gidsland’, en dat ook meermalen is bevestigd door gezaghebbende ooggetuigen en historici als Ronald Gase, L.G.M. Jaquet en Wim van den Doel.
Het klopt alleen niet, zo blijkt uit Avondschot - de titel refereert aan het rituele kanonschot dat in het oude Indië bij zonsondergang werd gelost. Auteur Joop de Jong was jarenlang Indonesië-expert op het ministerie van Buitenlandse Zaken en schreef al twee Indië-boeken. De waaier van het fortuin uit 1998 is hét standaardwerk over onze geschiedenis in de 'Gordel van Smaragd’. De Jongs derde boek ontstond na de ontdekking in archieven en bronnenpublicaties van opmerkelijke documenten die hem leidden naar een nieuwe eigen visie op het afscheid van Indië, en op de sleutelrol van Beel daarin.
Beel betrad de internationale arena van de 'Indonesische kwestie’ als gepokt en gemazeld dorpspoliticus. Zijn Venlo heette Eindhoven, waar hij als plaatsvervangend gemeentesecretaris vanaf 1934 de aandacht trok van de regenten van het katholieke volksdeel. Hij werd minister van Binnenlandse Zaken in het overgangskabinet-Schermerhorn/Drees (1945-1946). Bij de eerste naoorlogse verkiezingen kwam zijn partij, de pas geformeerde KVP, uit de stembus als de grootste van het land. En zo werd Beel, pas 44 jaar, in juli 1946 premier. Hij leidde een kabinet van KVP en PVDA dat de handen meer dan vol had aan de ruïneuze erfenis van de Duitse bezetters. In de eerste hoofdstukken van Avondschot is Beel nog grotendeels afwezig. Indië bleef de eerste paar jaar het exclusieve terrein van onderhandelaars, namens de Nederlanders, en namens de oprukkende Indonesiërs.
Op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, hadden Soekarno en Hatta eenzijdig de Republik Indonesia uitgeroepen. De Britten, de officiële bevrijders van Indië, hadden de troepen niet om de uitgestrekte archipel onder controle te brengen. Maar uit angst voor escalatie weigerden zij tot maart 1946 Nederlandse soldaten toe te laten. In het maandenlange machtsvacuüm gingen jonge nationalistische heethoofden flink tekeer. Zij vermoordden enkele duizenden Nederlanders, en een veelvoud daarvan aan vermeende Indonesische en Chinese 'collaborateurs’.
Toch sloten de onderhandelaars in november 1946 in Linggadjati een beschaafde overgangsregeling. Uiterlijk in 1949 moest Indonesië een onafhankelijke federale staat worden, die met Nederland verenigd zou blijven in een unie met koningin Wilhelmina als symbolisch staatshoofd. De militante Republik werd een van de deelstaten. Deze oplossing stuitte op verzet bij beide achterbannen. De radicale nationalisten wilden de Nederlanders domweg verdrijven. In Nederland waren de meesten nog lang niet toe aan een afscheid van 'ons Indië’. Hun argumenten: het nationalistische geweld, en het 'verraad’ van Soekarno en Hatta, die tijdens de oorlog nauw hadden samengewerkt met de Japanse bezetter.
Beide partijen hielden zich niet aan de afspraken van Linggadjati. Het wederzijds wantrouwen groeide, het geweld hield aan. Het kabinet raakte sterk verdeeld. Beels eigen KVP was in meerderheid voorstander van hard ingrijpen. Bij coalitiepartner PVDA overheerste het pacifisme. 'Linggadjati’ verzandde in een patstelling. Het kabinet besloot nog wel de zaak te forceren via de eerste 'politionele actie’, in juli en augustus 1947. Maar toen die voorspoedig verliep, deinsde het toch terug voor de ultieme consequentie: de inname van Jogjakarta, de tijdelijke hoofdstad van de Republik, en de gevangenneming van de republikeinse regering.
De patstelling herleefde daardoor weer. Bovendien wekte het Nederlandse militaire optreden wereldwijde verontwaardiging. Onder internationale bemiddeling sloten de Nederlanders en de nationalisten in januari 1948 een wapenstilstand en een nieuwe politieke overeenkomst, Renville. Een half jaar later trad in Nederland een nieuw kabinet aan onder leiding van Willem Drees, een duif van nature.
Beel mat zich een nieuwe rol aan. Net premier-af vertrok de voormalige gemeentesecretaris van Eindhoven naar het verre Batavia. De nieuwe onderkoning van Indië trok van leer met een daadkracht en dogmatisme die heden ten dage maar al te bekend voorkomen. Niet gehinderd door veel kennis over de archipel ontpopte Beel zich tot een echte Indische havik. Het kabinet overwoog een tweede militaire actie, maar liefst wel met steun van de Britten en Amerikanen. Tot afgrijzen van Drees beijverde Beel zich van meet af aan voor een puur militaire operatie om de Indische en internationale realiteit naar Nederlandse hand te zetten.
Buiten het kabinet genoot Beel een vrijheid die hij ten volle benutte. In Den Haag wist hij zich gesteund door KVP-fractieleider Carl Romme en Maan Sassen, de nieuwe KVP-minister van Overzeese Gebiedsdelen. Samen met hen intervenieerde, intrigeerde en complotteerde Beel effectiever dan ooit op duizenden kilometers afstand in het Haagse politieke gewoel. Het trio onderhield daartoe zelfs een eigen, diep geheim communicatiekanaal via de Marineverbindingsdienst.
Tezamen drukten zij de tweede 'politionele actie’ van december 1948 door, dwars tegen een diplomatiek offensief in dat de Britten en Amerikanen hadden ingezet, nota bene op verzoek van Nederland. Deze keer werd 'Djokja’ wel bezet, en de republikeinse regering in de kraag gevat. Maar het leger kon geen einde maken aan de guerrilla van de nationalisten en maakte zich schuldig aan eigen wreedheden. Zo'n vijfduizend soldaten sneuvelden, de Nederlandse economie werd nog verder uitgeput. De wereldwijde afkeuring was nog groter dan na het eerste offensief. De Veiligheidsraad nam een sterk anti-Nederlandse resolutie aan. De Amerikanen dreigden zelfs met stopzetting van de Marshallhulp voor Indië, een gat in de begroting dat Nederland zich in 1948 niet kon veroorloven.
Tot zo ver voldoet Avondschot aan ons negatieve zelfbeeld. Maar de internationale diplomaten en bemiddelaars droegen minstens zo grote oogkleppen als veel Nederlandse politici. De Amerikanen en de Veiligheidsraad wilden dat Nederland zich hield aan 'Linggadjati’ en 'Renville’: een geleidelijke dekolonisatie via een federaal Indonesië. Die afspraken waren in 1948 al lang achterhaald, aldus De Jong. Het wederzijdse vertrouwen dat nodig was voor zo'n zachte aftocht was na drie jaar van strijd verdwenen.
De eerste die hieruit de consequenties trok, was, paradoxaal genoeg, Louis Beel. Eind januari 1949 mat de havik in Batavia zich pardoes een duivendekje aan. Hij ontwierp een plan om Nederland zo snel mogelijk uit Indië te laten vertrekken. Dat juist hij overstag ging, was een godsend voor Drees. Van neutrale primus inter pares in een kabinet tot ijzervreter en ten slotte vredestichter: wat Louis Beel heeft bewogen op zijn Indische achtbaan noemt Joop de Jong 'een raadsel’. Beels biograaf, de onlangs overleden Lambert Giebels, laat zich hier volgens De Jong niet over uit. De Jong biedt zelf ook geen uitsluitsel. Avondschot is een diplomatieke geschiedenis, geheel ontleend aan documenten die politici en ambtenaren schreven uit hoofde van hun functie. Daarin gaven zij zich niet over aan karakterschetsen, zeker in die tijd niet. Mochten de zielenroerselen van Beel nog te achterhalen zijn, dan lijken die zonder meer een nieuw boek waard. Want het was niet de resolutie van de Veiligheidsraad of de druk van de Amerikanen die Nederland op weg dwong naar de soevereiniteitsoverdracht aan de Republik Indonesia. De eerste, doorslaggevende stap was de ommezwaai van Beel.
Ook het vermeende falen van de politionele acties haalt De Jong onderuit. Ook al kon het Nederlandse leger de republikeinse troepen niet verslaan, het dwong hen wel naar de onderhandelingstafel. Misdaden als in Rawagede hadden veel eerder erkend en gecompenseerd moeten worden, in plaats van dat een boodschapper als Graa Boomsma aan de schandpaal werd genageld. Maar dat is een verhaal apart. Oorlog blijkt soms inderdaad de voortzetting van politiek met andere middelen. Een regering moet dat hardop zeggen, in plaats van troepen naar Afghanistan te sturen onder zalvende eufemismen.
De Britten deelden hun Indië in 1947 op in India en Pakistan. Het gevolg was een burgeroorlog tussen hindoes en moslims die minstens een half miljoen slachtoffers maakte en de verhoudingen in de wereld tot vandaag belast. Nederland kastijdde zichzelf zo'n zestig jaar lang om een dekolonisatie die aanmerkelijk minder schade aanrichtte. De verdienste van Joop de Jong is dat hij ons dat laat zien.
Echte leiders durven hun kiezers voor te bereiden op harde realiteiten. Alleen zo nemen zij de hardnekkige ontkenners daarvan de politieke wind uit de zeilen. Het zijn de Beelen en Wildersen die door de pomp moeten om een omwenteling mogelijk te maken - de meer vooruitziende geesten vormen meestal een kleine minderheid. Daar zit de parallel met de eurocrisis. Een nationale Alleingang binnen Europa is nu net zo'n illusie als het behoud van 'ons Indië’ toen.

JOOP DE JONG
AVONDSCHOT: HOE NEDERLAND ZICH TERUGTROK UIT ZIJN AZIATISCH IMPERIUM
Boom, 786 blz., € 34,90