Wouter van Dieren. Groene visionair

‘De industrie opvoeden, dat is mijn taak’

Deze week komen bedrijven, overheid en milieuclubs weer samen op het jaarlijkse Springtij Festival op Terschelling. Een bedenksel van Wouter van Dieren, oervader van de Nederlandse milieubeweging. Duurzaamheid doe je mét de industrie, vindt hij, en wordt door sommigen daarom ‘groene glibberaar’ genoemd.

Wouter van Dieren, lid van de Club of Rome, een denktank van Europese zakenmensen en wetenschappers over de toekomst van de wereld, spreekt tijdens hun Global Assembly in Amsterdam, 2009 © Joris van Gennip / HH

Honderden witgeklede actievoerders staan oog in oog met een zwart politiecordon bij de grootste bruinkoolmijn ter wereld, de Duitse Garzweiler II. Die mijn is de belichaming van klimaatverandering en moet dicht, vinden de demonstranten. Ze breken door de verdedigingslinie van de politie en rennen een immense omgewoelde vlakte op. Die dag, in juni van dit jaar, wordt er gejuicht; toch is het beeld achter de activisten ontnuchterend: energieproducent rwe blijft immense witte rookpluimen de lucht in stoten. Tegelijkertijd is de actie symbolisch voor hét dilemma van de milieubeweging: de strijd aangaan met de vervuilende, koppige industrie, of er juist mee in gesprek gaan?

De man die beide methodes haarfijn kent is Wouter van Dieren. Naast journalist en groene visionair – een van de vele etiketten die je op hem kunt plakken – is hij bovenal de oervader van de Nederlandse milieubeweging. In de vorige eeuw werkt hij mee aan de eerste ontwerpen van windturbines en hij pleit al decennia voor een andere invulling van het bruto binnenlands product (bbp). Als de mens schade aanricht aan de natuur, horen we die schade van de winst af te trekken. Volgens hem is dit dé voorwaarde voor de duurzame economie. ‘Wouter is gericht op doorbraken’, zegt milieuadviseur en cda-politica Marieke van der Werf. ‘Hij durft dingen groots neer te zetten.’

De lijst van milieuclubs die Van Dieren heeft helpen oprichten is lang. Het Centrum voor Energiebesparing Delft en de actiegroep Markerwaard van de Kaart staan erop. Ook Milieudefensie, waarmee hij als eerste voorzitter in de jaren zeventig succes na succes boekt. De Rijn en de Maas worden in plaats van riool weer rivier en de sluiting van de Oosterschelde wordt voorkomen. Op de plek waar Schiphol een nieuwe landingsbaan wil, planten activisten van Milieudefensie een protestbos. Milieuclubs moeten polariseren, schrijft Van Dieren in 1994 in zijn boek Het groene universum. Maar zelf kiest hij een ander pad: de dialoog aangaan met de vijand, de industrie.

Tussen de duinen, de vogels en zeediertjes op Terschelling raakt Wouter van Dieren als klein jongetje gefascineerd door de natuur. Zijn familie komt van het eiland en elke zomer is hij er te vinden. Ook later blijft hij vaste gast op Terschelling, en hij verbouwt zijn ouderlijk huis. Door de decennia heen ziet hij met eigen ogen het Waddengebied achteruit denderen.

Het is 2002 en de Waddenzee verkeert in beroerde staat. Met grote sleepnetten schrapen kokkelvissers de mosselbanken leeg, wat zorgt voor grote sterfte onder schelpdier etende vogels. Van Dieren stapt met een plan naar de Nederlandse Aardolie Maatschappij (nam): het bedrijf mag boren in de Waddenzee indien er met een deel van de opbrengsten de natuur wordt beschermd en kokkelvissers worden uitgekocht.

Van Dieren verzamelt een groep onafhankelijke wetenschappers die samen met zijn milieuadviesbureau imsa een risicomodel maken. De conclusie luidt: kokkelvisserij is schadelijk voor het zeeleven en de effecten van gasboringen zijn miniem. Het dochterbedrijf van Shell mag – onder strikte monitoring – boren in de Waddenzee. Kokkelvisserij wordt verboden en de overheid keurt Van Dierens plan voor een Waddenfonds goed. Met een totaalsom van achthonderd miljoen euro wordt het grootste getijdengebied ter wereld nieuw leven ingeblazen.

‘Vriend en vijand zaten boven op elkaar’, herinnert Bert Regeer zich. Hij is werkzaam bij de nam als het bedrijf met wetenschappers, ministers en milieuclubs een overeenkomst moet sluiten. Anders komen er geen boringen en is ook het Waddenfonds een verloren zaak. ‘Wouter begon met een strandrit met jeeps met expres net te weinig voertuigen, waardoor het gezellig krap werd. Dan legde hij ter plekke de natuurlijke dynamiek uit van de Wadden, hoe sedimentatie werkt. De meeste mensen zouden de aftrapbijeenkomst in een hotel organiseren, hij doet het op het strand. Dat zijn precies dingen die Wouter haarfijn aanvoelt.’

Na de kennismaking blijkt dat de ecologen van de Waddenvereniging in de leer waren bij dezelfde professoren. Ze kennen elkaars denkbeelden, de ingegraven stellingen smelten weg. Win-winsituaties creëren en mensen bij elkaar brengen lukt Van Dieren als geen ander, volgens Regeer. ‘Dit kon niemand anders: het bedrijfsleven had een vooringenomen positie, de overheid wilde geen positie innemen en de wetenschap had geen stem. De persoon die dit op zijn manier heeft vlotgetrokken – als een zalm tegen de stroom in – was Wouter.’

Ook bij de totstandkoming van het industriegebied de Tweede Maasvlakte speelt Van Dieren met zijn adviesbureau imsa een belangrijke rol. Milieudefensie blokkeert de uitbreiding van de Rotterdamse haven, maar jarenlange procedures worden voorkomen door de bemiddelaar. De aanleg mag beginnen, mits de bedrijven een nieuw duingebied aanleggen en diersoorten beschermen.

Maar dat is niet genoeg. Wie zich op de Tweede Maasvlakte wil vestigen moet concurreren op milieuprestaties, bedenken imsa en Milieudefensie. De havenbedrijven worden geprikkeld om te innoveren; de karretjes die havencontainers verplaatsen gaan van diesel naar elektriciteit. De vraag naar stroom stijgt en de Rotterdamse haven antwoordt door windturbines te bouwen. ‘Dat vond ik prachtig om te zien’, zegt Tammo Oegema, toen werkzaam als adviseur bij imsa. ‘Door twee werelden bij elkaar te brengen maak je van een vloek een aanwinst. Dat heb ik van Wouter geleerd: niet verketteren, maar bruggen slaan.’

Too much packaging is stupid. Pollution _is__ stupid_. Met deze boodschap vliegt Van Dieren in de jaren tachtig naar het hoofdkantoor van levensmiddelenproducent Procter & Gamble (P&G) in Cincinnati, Ohio. Het kost talloze tripjes en gesprekken met leidinggevenden, maar het bedrijf stopt met het lozen van zijn afval in rivieren. Vandaag de dag heeft P&G zijn CO2-uitstoot aanzienlijk verlaagd en hergebruikt het bedrijf bijna al zijn productieafval, wat jaarlijks honderden miljoenen euro’s oplevert. Van Dieren stelt ook met verfgigant Akzo en Albert Heijn milieuplannen op. De industrie moet je opvoeden, herhaalt hij als een mantra. Duurzaamheid hoeft niet een lastige kostenpost te zijn, het biedt juist kansen als businessmodel.

‘De industrie was in de jaren tachtig de vijand’, zegt Teo Wams, directeur natuurbeheer bij Natuurmonumenten, voorheen werkzaam bij Milieudefensie. ‘Nu werken ook zij mee aan duurzaamheid. Dit komt mede door Wouter. De milieuclubs zorgden voor bewustwording, hij realiseerde resultaten bij bedrijven.’ Hoe hij dat voor elkaar krijgt? ‘Door zijn tegendraadse optreden en durf om problemen aan te pakken hoewel iedereen zegt: dat kan toch niet? Wouter sluit zich nergens bij aan. Hij trekt zijn eigen plan.’ 25 jaar geleden zit Van Dieren aan zijn eikenhouten tafel op Terschelling als vpro-verslaggever John de Zwart vraagt wat hij van Shell vindt, toen klant van imsa. ‘Ontzettend aardige mensen en een klotebedrijf.’ Shell moet volgens hem geen olie- maar een energiebedrijf zijn. Maar overschakelen op zonne-, wind- en waterstofenergie zit er niet in. De fossiele reus laat zich niet opvoeden.

Nu zit hij aan dezelfde tafel en Shell luistert nog steeds niet. Toch blijft Van Dieren ervan overtuigd: onderhandelingen zijn de beste manier om de industrie te laten meebuigen. ‘Kijk wat we de afgelopen veertig jaar hebben bereikt. Het gat in de ozonlaag is weg, er is veel minder smog en het water is schoner geworden. Als je in Eindhoven op de campus loopt, stroomt er een kolkende Dommel met glashelder water, vroeger was die pikzwart. Denk aan de led-verlichting, die vijf procent van de energie van een gloeilamp verbruikt. Denk aan de talloze regels en milieuwetgevingen die zijn ingevoerd. Dat is allemaal dankzij onderhandelingen bereikt.’

Het is een record: Duitsland haalt in maart dit jaar 54 procent van zijn energie uit hernieuwbare bronnen. Dit is het resultaat van de Energiewende, Duitslands route naar een duurzame economie. De modellen voor schone energieproductie en efficiënt omgaan met grondstoffen komen van het Wuppertal Institut, waar Van Dieren van 1991 tot 2000 meewerkt aan ideeën en ze van wetenschappers naar bestuurders loodst. Talloze van zijn ideeën zijn langzamerhand op de internationale agenda verschenen. Zoals de oprichting van een klimaatbank, in het vizier van de Franse president Emmanuel Macron. Of gewassen telen met zeewater, in plaats van met het steeds schaarsere zoetwater, een idee dat nu ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) in zijn rapporten noemt. Dat de windenergiepionier altijd vooruitloopt op zaken, hoor je vaak als je collega’s uit het werkveld spreekt.

Wat Van Dieren van Shell vindt? ‘Ontzettend aardige mensen en een klotebedrijf.’ Maar de fossiele reus laat zich niet opvoeden

De wereldeconomie zou moeten gaan over de overleving van de hele wereld en alle mensen, schrijft Van Dieren in 2008 in zijn boek New _Green__ Deal_. In plaats daarvan handelt de rijkste promille van de bevolking in leningen, obligaties, cdo’s, siv’s en andere ‘spookachtige afkortingen’. Hij reist de wereld af en pleit in meer dan drieduizend speeches voor meer aandacht voor échte problemen: ontbossing, dalende biodiversiteit en dreigende grondstoftekorten. Economische groei staat niet gelijk aan welvaartsgroei, stelt Van Dieren. Helemaal niet als we steeds meer vruchtbare grond verliezen en de lucht vervuilen met fossiele brandstoffen. De oplossingen liggen volgens hem niet op straat, maar ontstaan tijdens congressen en vergaderingen. De elite hakt de knopen door.

Daarom bedacht Van Dieren het Springtij Festival, waarbij de top van de politiek, het bedrijfsleven en milieuclubs een weekend lang samenkomen op zijn favoriete plek op aarde: Terschelling. Elkaar inspireren, ideeën uitwisselen en overgaan tot concrete actie in de strijd tegen natuurverlies en klimaatverandering is het idee. Het festival begon tien jaar geleden met 150 aanwezigen, eind deze maand zijn het er bijna vijfhonderd.

‘Niet die ceo’s tegen de muur zetten en de trekker overhalen’, zegt Harm Edens, sinds vijf jaar moderator op het festival, ‘daar schiet je niets mee op.’ Zelf presenteert hij podcasts, programma’s en bijeenkomsten bij de Rabobank met het thema duurzaamheid. ‘Over die bank kun je veel verkeerds zeggen, maar de dingen die ik doe kan ik één voor één verantwoorden. Hetzelfde geldt voor Wouter en zijn projecten.’

Dankzij Van Dierens netwerk staan op de lijst van sponsors de Rabobank en de Gasunie. Niet bepaald bedrijven die bekend staan om hun groene verdiensten. ‘Is het greenwashing?’ vraagt dochter Jannemieke zich hardop af. Zij verzorgde de afgelopen jaren de pr van het festival. ‘Misschien wel, maar is het beter dan niets? Ja. Je kunt wel op de stoep gaan liggen en zeggen: jullie zijn fout, maar als je bedrijven adviseert en ze helpt met het “hoe dan?”, kom je verder.’

De manier om de klimaatdoelstellingen níet te halen is om het debat enkel op nationaal niveau te voeren, vindt Van Dieren. De klimaatdiscussie in de politiek is volgens hem een ‘wauwelcircus’ dat vooral over zonnepanelen en windmolens gaat, af en toe over biodiversiteit. ‘Wat heeft het voor zin als Nederland van het aardgas gaat, maar Duitsland het omgekeerde doet?’ zegt hij. ‘Wil je die klimaatdoelstellingen halen, kijk dan naar heel Europa. Waar zit de grootste winst? Bebossing. In Nederland kun je weinig bos kwijt, in de rest van Europa meer. Steek in godsnaam daar je geld in.’

Een internationale aanpak vereist ook een internationaal gezelschap. Vanaf volgend jaar lanceert Van Dieren Springtide International. De voorbereidingen zijn volop gaande. Hoe gebruiken we onze grondstoffen zo efficiënt mogelijk? Hoe bereiden we ons voor op klimaatverandering? Het zijn vragen waarmee hij met Europese experts aan de slag wil.

‘Wouter is een optimist die vindt dat we al heel veel bereikt hebben’, zegt milieudeskundige Klaas van Egmond in een telefonisch gesprek. De twee hebben ruim veertig jaar vriendschap en verhitte klimaatdiscussies achter de rug. ‘Maar de vogels denderen achteruit, de reptielen denderen achteruit, in delen van West-Europa zijn we negentig procent van de insecten kwijt. Ik heb al te veel roze-brilverhalen gehoord, tot op de hoogste Haagse niveaus. Als het erop aankomt, gaat het daar om werkgelegenheid en economie.’

In tegenstelling tot Van Egmond vindt Van Dieren het niet erg dat de industrie aan tafel zit bij de gesprekken over het klimaatakkoord. Zijn positieve benadering van de industrie levert schuine blikken op. Ook bijnamen als ‘groene glibberaar’ en ‘godfather van de groene maffia’ passeren de revue.

Actie van Greenpeace tegen de nieuw aangekondigde boringen in de Waddenzee, 16 februari 2018 © Gerard Til / HH

‘Je huis gaat in de fik!’ hoort Van Dieren als hij in het voorjaar van 2015 de telefoon opneemt. Een groep eilandbewoners demonstreert op dat moment in de haven van West-Terschelling. Op hun protestborden staat een vrouw in volkskleding afgebeeld, ze trapt tegen een boortoren aan. Het eiland is in rep en roer. Met Groningen in hun achterhoofd willen eilandbewoners en milieuclubs gasboringen dichtbij het eiland voorkomen.

Aan de andere kant van het speelveld staan gasbedrijf Tulip Oil en niemand minder dan Wouter van Dieren, die draagvlak wil creëren voor de boringen. Hij wil hetzelfde trucje uitvoeren als in 2002: gas in ruil voor geld voor natuurbehoud. Maar het plan werkt averechts, met felle weerstand van de eilandbewoners, die zingen: ‘Op heel Terschelling is er geen hond die jouw sluwe plannetjes geweldig vond, neem je eigen muur als je boren gaat…’

Een man met een groen hart die lobbyt voor gasboringen. Voor Wijnand Duyvendak, voormalig directeur van Milieudefensie, is dit de druppel die de emmer doet overlopen. ‘Zo voed je de gedachte dat die jongens uiteindelijk toch voor het grote geld gaan’, zegt hij in 2006 tegen de NRC. ‘Dat is schadelijk. Mensen associëren hem met de milieubeweging.’ Zelf ontkent Van Dieren rijk te zijn geworden van zijn werk. Ook wil hij niet met natuurclubs geassocieerd worden. ‘Ik heb ze opgericht, maar ik ben niet de milieubeweging. De industrie binnenshuis opvoeden, dat is mijn taak.’

Het is zeker niet de enige keer dat Van Dieren kritiek krijgt uit de milieuhoek. ‘Van Dieren werkt met Monsanto’, luidt in 1998 de kop van Milieudefensie Magazine. Dat jaar adviseert Van Dieren het bedrijf – omstreden vanwege schadelijke pesticiden – over genetisch gemanipuleerd voedsel. Monsanto wil lage maïsstengels op de markt brengen waarvoor slechts een kwart van het water nodig is. Milieuorganisaties, waaronder Greenpeace, steken daar een stokje voor. Hetzelfde gebeurt met gouden rijst waar carroteen aan is toegevoegd en waarmee jaarlijks honderdduizenden kinderen van blindheid kunnen worden gered. Van Dierens pragmatische aanpak botst met de morele bezwaren van natuurverenigingen: knoeien met de natuur mag niet.

Het scheelt niet veel of Van Dieren wordt begin dit jaar ontslagen door zijn eigen festival. Zijn ‘groot, groter, grootst’-aanpak vindt geen aansluiting bij het Springtij-bestuur, dat het festival liever nationaal wil houden. Uit de ruzie ontstaat een compromis, resulterend in Springtide International, dat Van Dieren mag organiseren. De eerste editie start in november. ‘Wouter is eigenwijs’, zegt dochter Jannemieke. ‘Hij stopt pas als hij omvalt.’

Van Dierens pragmatische aanpak botst met de morele bezwaren van natuurverenigingen: knoeien met de natuur mag niet

‘Ramp bedreigt de wereld’, schrijft NRC Handelsblad in 1971. De krant baseert zich op een voorpublicatie van het rapport The Limits to Growth dat de jonge journalist Wouter van Dieren heeft bemachtigd na een verblijf in Amerika. Het rapport voorspelt dat de mensheid tussen 2020 en 2050 met grondstoftekorten zal kampen als we niets veranderen aan onze economische systemen.

Hoofdonderzoeker Dennis Meadows is verrast dat zijn rapport één jaar voor de officiële publicatie voorpaginanieuws wordt in Nederland. Maar volgens Van Dieren is het rapport te belangrijk om te wachten met publicatie. Dat blijkt: de publicatie zet niet alleen milieubewustzijn, maar ook Wouter van Dieren op de kaart. ‘Dennis Meadows was het schitterende denkwerk, ik de machine. Hij moet mij zeer dankbaar zijn, ik heb het rapport wereldberoemd gemaakt’, zegt hij aan de eettafel in Terschelling. In de decennia na de publicatie wordt hij uitgenodigd om te adviseren over milieuproblematiek, van Maleisië tot Mexico.

Een zekere mate van ijdelheid is Van Dieren niet vreemd, onderstrepen vriend en vijand. Wetenschapper Meadows reageert ook lichtelijk verbaasd op de vraag of het waar is dat Van Dieren zijn Limits to Growth- rapport wereldberoemd heeft gemaakt. ‘Het rapport heeft Wouter bekend gemaakt, niet andersom.’

Op Terschelling is begin twintigste eeuw een bos aangelegd om de duinen vast te houden. Hierdoor ontstond een plaag van konijnen en woelratten, die werd bestreden met de invoer van wezels en hermelijnen, die op hun beurt een plaag werden. Elke menselijke ingreep brengt onvoorziene gevolgen met zich mee.

Jaarlijks trekt het eiland 350.000 toeristen. De afgelopen decennia hebben campings, festivals, wegen en fietspaden het terrein opgeëist ten koste van zeldzame flora- en faunasoorten. Daarom zijn er speciale gebieden waar gegraasd mag worden, of juist niet. En de groene miniatuurdelta bij het strand is op plekken omheind zodat de vogels in alle rust kunnen broeden. Ongerepte natuur bestaat hier niet, overal zie je de menselijke hand terug, deels te danken aan Van Dierens Waddenfonds.

De natuur is fascinerend, maar geen heiligdom dat de menselijke hand niet mag aanraken, vindt hij. In Het groene universum verwijst hij naar de Ganges in India, waar hindoepriesters zich verzetten tegen de zuivering van het water: ‘De grootste rivier van de wereld is in gore toestand heilig’, schrijft hij cynisch. Mens en natuur moeten en kunnen in harmonie samenleven. Het is niet erg dat de mens ecosystemen manipuleert, zolang het de natuur en ons ten goede komt.

Een succesvol bewijs voor deze stelling ligt in het Markermeer. Daar is in 2016 een archipel aangelegd van twintig eilanden, met de bedoeling om het ooit ecologisch rijke gebied te laten herleven. Inmiddels is het een vogelparadijs dat sinds dit jaar ook open is voor natuurliefhebbers. De ontwerper is landschapsarchitect Rik de Visser, die volgens Van Dieren bij hem heeft afgekeken. ‘Dat heb ik twintig jaar geleden bedacht’, vertelt hij. ‘Elk jaar kom ik even kijken hoe mijn schepping eruitziet.’

De visionair is ziek. Net boven zijn voorhoofd steekt een kwaadaardige tumor uit. Als dit artikel verschijnt is de operatie voorbij en zit hij in zijn herstelfase. Er is een kans op uitzaaiing, maar dat lijkt hem niet veel te deren. Liever vertelt hij over zijn ideeën voor een tweede kustlijn in Nederland, met kansen voor duurzame visserij, energie en bovenal bescherming tegen overstromingen.

‘De zeespiegel gaat stijgen en de Rijn, een smeltrivier, wordt kleiner want de gletsjers verdwijnen. De Rijn wil de zee in, maar dat gaat niet want de zee is te hoog. Je moet dus voor de kust eilanden bouwen en een lagune maken waar die Rijn in kan stromen. Dan heb je van Zeeland tot Den Helder een nieuw waddengebied.’

Maar zijn dit dan de systeemveranderingen waar Van Dieren heel zijn leven voor pleit? In New Green Deal waarschuwt hij dat iedere Aziaat en Afrikaan straks als een Amerikaan wil leven. Daar is minstens dubbel zoveel olie, graan en staal voor nodig. Wat we tot nu toe hebben bereikt valt toch in het niet als we kijken naar de uitdagingen die ons te wachten staan?

Zijn bemiddelingstechnieken zijn gedateerd, erkent hij. De tijd dat met bobo’s in achterkamers zaken geregeld konden worden is voorbij. Nee, met de komst van sociale media is de noodzaak van publiek draagvlak groter dan ooit. Tegelijkertijd hebben we dringend nieuwe ideeën nodig.

Hij schraapt zijn keel. ‘Heb je een pen?’ vraagt hij en schrijft: ‘I(mpact) = P(opulatie) x (W)elvaart x T(echnologie)’. Hij wijst naar de T. ‘Als iedereen als een Amerikaan gaat leven wordt dit enorm belast. In godsnaam, is er een oplossing? En nog een? En nog een? Dus je komt bij een inherente grens. Dat is het probleem. Het is niet vijf vóór, maar vijf óver twaalf. En zo meteen is het kwart over, half één…’ Hij glimlacht. ‘Er is een grote kans dat de mensheid het niet redt, dus is er een enorme noodzaak voor creativiteit. Dat maakt het weer leuk.’

‘Wij weten dat jullie de fossiele brandstoffen niet in de grond zullen houden. Wij weten dat jullie gemeenschappen niet zullen compenseren en de ecosystemen die jullie opgeslokt hebben gaan jullie niet herstellen. Dit is waarom Shell moet omvallen.’ De activisten van Code Rood verzekeren de aandeelhouders van Shell tijdens hun jaarlijkse vergadering: dit is het laatste jaar dat jullie bijeen zullen komen.

Een groot contrast met een lezing die Van Dieren in 1995 in Deventer geeft voor de kopstukken van Akzo, Unilever en andere klanten van imsa. ‘De speech was netjes uitgetikt en lag in boekjes klaar. Behoorlijk prestigieus allemaal’, herinnert imsa-adviseur Tammo Oegema zich. ‘En wat doet Wouter? Hij gaat met een collectezak rond en zegt: “Jongens, jullie denken dat duurzaamheid gratis is.” Soms is het schofferend, soms heb je dat ook gewoon nodig.’

Rebelleren is nodig om draagvlak te creëren. Maar met bedrijven als criminelen wegzetten schiet je weinig op, zegt Van Dieren. ‘Wie moet je aanpakken, en waarom? Shell, omdat het jaarlijks maar één tot twee miljard uitgeeft aan nieuwe energiebronnen? Tata, dat het staal voor de windenergie produceert? De boer die de kiloknaller voor de kleine koopkracht produceert? It’s the system, stupid. We moeten het stap voor stap aanpakken. Van nul investeringen in duurzaam in 1970 zijn we naar 30.700 miljard gegaan in 2018. Pas 39 jaar geleden stond er één windturbine op aarde. Het is een proces van evolutie, emancipatie, onderhandelen, denken en ondernemen. Er zijn geen andere middelen.’