De informatierevolutie: nieuwe strategieën voor een opstand

#jan25’ was afgelopen week de zoekterm op Twitter voor alles over de opstand in Egypte. Het aantal tweets was niet bij te houden, maar permanent bovenaan stond een advertentie: ‘Al Jazeera continues to bring you uncensored coverage of the events in #Egypt as they unfold.’ Er werd veel gebruik gemaakt van sociale media, maar de beelden kwamen via de televisie.

Medium schermafbeelding 2011 02 01 om 16.10.09

Is het nou een satellietrevolutie of een Twitter-revolutie?

Op 12 februari 2008 ondertekenden de ministers van Informatie van de Arabische landen in Caïro een document: ‘Principes voor het organiseren van satelliettelevisie in de Arabische regio’. Alleen mediaorganisaties protesteerden ertegen, omdat het tot censuur zou leiden. Er stond onder meer in dat er niets uitgezonden mocht worden dat 'een negatieve invloed heeft op de sociale vrede, nationale eenheid en orde’.

Het document illustreerde drie dingen: de definitieve doorbraak van satelliettelevisie, de angst hiervoor van de machthebbers in de regio en hun vooruitziende blik. Kranten zijn leuk voor de Arabische elite, bloggers zijn boeiend voor de jeugd, maar televisie is het massamedium in een regio met relatief veel analfabeten en weinig geld. Logisch dat de Arabische leiders hier graag controle over uitoefenen. Maar juist door al die schotels waren ze die controle aan het verliezen. En erger nog, voor de machthebbers: die satellietzenders begonnen te berichten over sociale problemen. Voedselprijzen, corruptie, beroerde publieke dienstverlening.

De antenne en kabel zijn nog wel te controleren, maar satelliet niet. Zenders zijn gevestigd in het buitenland, schotels worden steeds goedkoper en zijn per huishouden te installeren. Na de komst van Al Jazeera en Al Arabiya volgden tientallen andere op Arabische landen gerichte zenders. Lokaal, nationaal, regionaal. Inmiddels heeft bijna tweederde van de bevolking in de Arabische wereld een schotel of, door een kabeltje naar de buren, directe toegang tot al die kanalen. De onafgebroken berichtgeving van Al Jazeera en andere zenders over de protesten in Tunesië, Egypte en andere landen is voor de bevolking het venster op de onvrede en de ontwikkelingen, en tegelijk het bewijs dat die leiders zich terecht zorgen maakten over de grote invloed van satellietzenders op 'sociale vrede’.

Medium schermafbeelding 2011 02 01 om 16.34.00

Aan de andere kant zijn er veel bloggers, twitteraars en internetevangelisten die de 'Arabische revolutie’ aanduiden als de overwinning van de sociale media. Via Twitter worden data en locaties van protesten doorgegeven (Sudan#Jan30 Syria#Feb05 Algeria#Feb12 Libya#Feb30 Morocco#March13 Yemen#Feb3 Bahrain#Feb14), vrienden berichten elkaar op Facebook, er staan beelden op YouTube.

Het internet vult evident een gat - het is vaak nauwelijks gecensureerd, biedt direct een podium. Youssef Gaigi (@youssefg), een Tunesische blogger en consultant, schreef dat hij niet op traditionele media kan vertrouwen en dat zonder sociale media de omwenteling niet had plaatsgevonden: 'Het versterkte onze communicatie, bood tegenwicht tegen de overheidspropaganda, droeg bij aan kennis door het delen van gedachten. De laatste demonstratie was een evenement op Facebook waar onze tegenstanders - inclusief de overheidsmedia en de intelligentsia - niets van wisten.’ En ook columniste Mona Eltahawy ziet het als een overwinning van de 'generatie Facebook’, schreef ze in The Guardian:Jonge internetdissidenten verbraken de mythe.’

Het is illustratief voor een discussie die al veel langer woedt - over de rol van internet bij sociale bewegingen en omwentelingen. Kort gezegd zijn er twee kampen: de gelovigen en de sceptici. De gelovigen zien in het afsluiten van het internet door de overheid in Egypte het beste bewijs voor het punt dat ze al lang maken: het internet - door blogs, email en sociale netwerken - is het medium waarmee het publiek zich tegenwoordig organiseert. Het is goedkoop, vrij, snel en legt verbanden die er niet waren. De oorzaak mag sociale onvrede zijn, de protesten zouden zich zonder een activistische internetgeneratie niet verspreiden.

De sceptici hebben drie argumenten. Ze wijzen op gemakzuchtig activisme ('ik vind dit protest leuk’) vanachter de computer, waarmee je nou niet direct de wereld verandert. En ze zeggen dat juist autoritaire regimes gebruik kunnen maken van 'het geheugen van internet’ om bloggers en tweeters te arresteren. Contraproductief dus. En tot slot vragen ze zich of er nu eigenlijk enig bewijs is. Was die zogenaamde Twitter-revolutie in Iran niet jammerlijk mislukt?

'Welk bewijs is er dat sociale revoluties in het pre-internettijdperk leden aan een gebrek aan nieuwe communicatiemiddelen?’ vraagt Malcolm Gladwell(sceptisch) retorisch aan Claw Shirky (gelovig) inForeign Affairs. De repliek van Shirky, professor New Media aan New York University: 'Dragen sociale media bij aan nieuwe strategieën voor opstandelingen? Waren die strategieën cruciaal? De geschiedenis is eenduidig: ja, en ja.’

Maar is dat zo? Gelovigen wijzen dan op de Filippijnen (2001) en Oekraïne (eind 2004) waar het nieuws zich via sms verspreidde. Of op Georgië, waar een onafhankelijke televisiezender een grote rol speelde. En op Moldavië (2009), waar veel getwitterd werd, maar, eerlijk is eerlijk, nog veel meer gebeld en gemaild.

In alle gevallen borduurden de protesten voort op een lang gegroeide onvrede over armoede, werkloosheid en een rijke, autoritaire bovenlaag. Dat mag zo zijn, maar om vervolgens uit te groeien tot massaal protest is een civil society nodig, schrijft Clay Shirky. En die wordt tegenwoordig wel degelijk gevoed door sociale media, zoals vroeger door ondergrondse kranten.

Ondertussen ligt in Egypte het internet er al dagen uit, maar stromen de pleinen vol en is alles te zien op de satellietzenders. Alles bij elkaar toont het aan dat de methode secundair is. Hoe informatie verspreid wordt - Twitter, sms, satelliettelevisie, radio, spandoek of een ouderwets foldertje - maakt niet uit. Het gaat om gedeelde kennis. The medium is nót the message, deze keer.