Omgaan met schuldgevoel

De innerlijke criticus

Van een schuldgevoel heeft iedereen dagelijks wel een beetje last, maar er zijn mensen die erdoor worden verteerd. ‘Het is een sterke, complexe emotie’, zegt psycholoog en psychoanalyticus Frans Schalkwijk.

Met het Nationaal Preventieakkoord wil het kabinet Nederlanders stimuleren tot het maken van ‘gezondere keuzes’. Daarmee wordt een beroep gedaan op een verantwoordelijkheidsgevoel: door fout, onmatig gedrag – roken, te veel eten, te veel alcohol innemen – schaad je niet alleen je eigen gezondheid maar jaag je ook de samenleving op torenhoge zorgkosten. De onderliggende boodschap is dat als je er niet in slaagt je leefstijl te veranderen je je daar eigenlijk diep voor moet schamen.

Onverantwoordelijk gedrag gaat doorgaans gepaard met gevoelens van schuld en schaamte – die twee begrippen worden altijd in één adem genoemd, maar er is volgens psychologen een essentieel verschil. Bij schuld ligt de nadruk op de benadeling van de ander, terwijl bij schaamte het eigen falen en incompetentie centraal staan. Schuld wordt vaak ervaren als een gevoel van spanning, spijt, berouw, onrust, verdriet en soms angst. Ze is meer bespiegelend en minder overrompelend dan schaamte.

Dit onderscheid maakte Astrid Holleeder scherp tijdens het interview dat ik dit jaar met haar had. Ze vertelde zich niet te schamen over haar stap om samen met haar zus en schoonzus verklaringen over haar broer af te leggen om hem via de rechter levenslang achter de tralies te krijgen. ‘Het is zoals het is’, zei ze. Maar ze gaf aan wel gekweld te worden door een schuldgevoel. ‘Elke dag, ja. Ga er maar aan staan dat je verantwoordelijk bent – wellicht, en zo voel ik dat dus – voor het feit dat iemand 24 uur per dag in een hok zit. Ik ben er heel erg van overtuigd dat dit moest gebeuren, om hem te laten stoppen. Daar heb ik ook geen spijt van, rationeel weet ik dat. Het is van de twee slechte opties de minst erge. Maar daarom is het wel erg.’

Op zich is een schuldgevoel een normale vorm van emotionele pijn, veroorzaakt door het besef dat je iets verkeerd hebt gedaan of een ander schade berokkent of teleurstelt. Ieder mens heeft daar wel een beetje last van, volgens onderzoekers in een milde vorm ongeveer twee uur per dag. Vergeten iemand te bellen voor zijn verjaardag. Vervelende verplichtingen uitstellen. Onaardige opmerkingen maken. Roddelen. De piepende hond niet op tijd uitlaten. Of ernstigere nalatigheden of gedragingen, zoals op school iemand pesten, huwelijkse ontrouw, een fiets stelen – iedereen kan voorbeelden van zichzelf noemen waarmee je bij voorkeur ’s nachts in bed als het doodstil is ligt te worstelen. Een ‘kritische innerlijke stem’ noemt Frans Schalkwijk, psychotherapeut en psychoanalyticus, dat in zijn boek Onvolmaakt tevreden: Omgaan met je innerlijke criticus (2017). ‘Een stemmetje waarmee iemand zichzelf voordurend evalueert of je het wel goed doet of – nog erger – je wel goed genoeg bent.’

‘Schuldgevoel gaat altijd over zelfevaluatie, wie je bent in relatie tot een ander. Het betreft conflicten met je verinnerlijkte moraal, over hoe je in elkaar zit. Of je een goed ontwikkeld empathisch vermogen hebt om te weten en te voelen wat je een ander aandoet. Of het nu werkelijk handelen is of in de fantasie, het gevoel is verbonden met de ander’, zegt Schalkwijk in zijn appartement in Amsterdam-Zuid waar hij ook een spreekkamer heeft voor de cliënten. ‘Dat mechanisme heeft sociaal-emotioneel een functie.’

‘Een stemmetje waarmee iemand zichzelf voortdurend evalueert of je het wel goed doet of – nog erger – je wel goed genoeg bent’

Vanuit de cognitieve psychologie worden er aan schuld drie functies toegekend, stelt hij in zijn boek Emoties bij jongeren: Theorie en diagnostiek van het geweten (2011). ‘Schulduitingen hebben een rol in de sociale communicatie: wie zijn schuld aan een ander toont, maakt duidelijk dat hij beseft dat zijn gedrag onprettig voor de ander kan zijn. Een vriendelijke glimlach nadat je tegen iemand bent opgebotst, werkt in de meeste gevallen zeer ontwapenend: sorry! Schuld reguleert gedrag, het motiveert om herstelgedrag in gang te zetten. Excuses aanbieden, een bos bloemen geven omdat je een afspraak vergeten was, zijn vormen van herstelgedrag. En schuld mentaliseert een toestand van vage innerlijke onrust, er vindt emotieregulatie plaats. Door innerlijke onrust te vertalen als een signaal van schuldgevoel wordt de onrust begrijpelijk en minder verwarrend.

Het over grenzen heen gaan, en je daar rottig onder voelen, dat mechanisme is van alle tijden en zit in alle culturen, alleen zijn de uitingsvormen waarover iemand zich schuldig voelt sterk cultureel en tijdgebonden bepaald. Bijvoorbeeld de erfzonde, het idee dat je zondig geboren wordt, zat vroeger tot in de haarvaten van het Nederlandse protestantisme. Die beklemming is binnen de pkn, Protestantse Kerk in Nederland, langzamerhand wel afgenomen.’

Een ander voorbeeld van hoe tijdgebonden schulduitingen zijn, beschrijft Schalkwijk in Emoties bij jongeren. In de jaren zeventig was het zelfhulpboek Als ik nee zeg, voel ik mij schuldig een hype. ‘Vooral vrouwen herkenden zich erin: steeds maar weer opnieuw iets tegen je zin doen of je in allerlei bochten wringen omdat nee zeggen een schuldgevoel oplevert. Dat was in die tijd voor vrouwen actueler dan voor mannen; die gingen zonder schuldgevoel altijd al hun eigen gang – vonden veel vrouwen. In zelfhulpgroepen en hulpverleningsland werden assertiviteitstrainingen aangeboden, zodat een vrouw leerde zonder schuldgevoel te kiezen waar ze voor stond. Al zijn we nu twee emancipatiegolven verder, toch is schuldgevoel niet uit het emotionele repertoire van vrouwen én mannen verdwenen.’

‘Een soepel geweten is prettig, dat je schuld en schaamte kunt voelen zonder jezelf omlaag te halen, jezelf steeds een oplazer te geven’

Hóe je omgaat met de innerlijke criticus hangt namelijk af van allerlei persoonlijke factoren, zegt hij. ‘Idealiter fungeert dat stemmetje als een welwillend, mild baken waaraan je kunt spiegelen of wat je denkt, voelt of doet wat jou betreft door de beugel kan. Een soepel geweten is heel prettig, dat je schuld en schaamte kunt voelen zonder jezelf omlaag te halen, jezelf steeds een oplazer te geven. Schuld wordt belastend als je je continu schuldig voelt over situaties of gedachten, of je hele leven boete doet over een werkelijk schuldig makende gebeurtenis uit het verleden. Als je een streng geweten hebt, dan ben je bezig om dat knagende gevoel ongedaan te maken. Een uiting daarvan kan zijn dat je overdreven andere mensen wil helpen. Of bijvoorbeeld heel erg milieubewust zijn, of vastzitten in dogma’s. Bij heel morele mensen zie je vaak dat ze iets bij een ander sterk afkeuren waar ze bij zichzelf stiekem bang voor zijn – ze overdekken dat in feite met het tegendeel.’

Schuldgevoel is een sterke, complexe emotie die Frans Schalkwijk veel tegenkomt in zijn praktijk. Mensen kunnen er vreselijk aan lijden, zegt hij. In zijn licht ingerichte spreekkamer staat een divan met aan de hoofdzijde van de cliënt de stoel van de therapeut. Hier behandelt hij mensen die ernstig last hebben van vele vormen van schuld: oedipale schuld, overlevingsschuld, schaamte beladen schuld, neurotische schuld. Wat daar specifiek de oorzaken van zijn en wat de therapeutische aanpak is om ervan af te komen of er beter mee om te gaan, daarover zijn bibliotheken vol geschreven. De discussie over biologische aanleg of omgeving – nature of nurture – wordt volgens Schalkwijk eigenlijk niet meer gevoerd: ‘Het is beide, daar is zo’n beetje iedereen wel van overtuigd. We kunnen nooit precies vaststellen wat aanleg is en wat niet. Volgens de epigenetica, een vakgebied dat nu in opkomst is, kunnen ervaringen in de kindertijd, dus na de geboorte, het dna zelfs nog veranderen.’

Zelf doet Schalkwijk naast psychotherapie ook ‘divansessies’, dagelijkse gesprekken over een jarenlange periode. ‘De houding van de ouders draagt algemeen gesteld bij tot de ontwikkeling van het vermogen van het kind schuld te ervaren. Volgens de klassieke psychoanalytische theorie ontstaat schuld als de kleuter in de fantasie of in de realiteit wensen wil bevredigen die innerlijk verboden zijn. Als kind, maar ook als volwassene, willen we eigenlijk álle behoeften bevredigen, maar dat kan nu eenmaal niet. Over de gedachten alleen al wat we eigenlijk zouden willen, gaan we ons schuldig voelen. Mensen voelen zich vaak meer schuldig over hun fantasieën dan over wat ze daadwerkelijk hebben gedaan. En ja, dat vind ik heel interessant om mee aan de slag te gaan.

Hij geeft enkele voorbeelden van schuld waar cliënten aan kunnen lijden. ‘Ik ontmoette ooit een vrouw, enig kind van een alleenstaande bom-moeder, die in de realiteit zeer gewenst was, maar die zich altijd schuldig voelde dat ze haar moeder tot last was. Daarom mocht ze van zichzelf niet studeren na de middelbare school: ze wilde moeder niet langer tot last zijn. Dat is magisch denken – het zit in het hoofd maar is feitelijk niet waar. Dat magisch denken komt ook voor bij overlevenden van oorlogssituaties of rampen. Ik behandelde in de jaren tachtig kinderen van overlevenden van de holocaust; ze voelden zich schuldig over het feit dat zij verder leven terwijl hun familieleden zijn vermoord. De invulling van hun leven kan daardoor sterk worden gedomineerd. Bij vluchtelingen zie ik dat ook: jij bent gevlucht en bent veilig, je hebt een goed leven terwijl je familie is achtergebleven. Uit schuldgevoel daar permanent mee bezig te zijn, kan een obsessie worden, maar objectief gezien klopt dat niet. Op een andere manier kwam ik dat tegen bij kinderen van nsb-ouders die gebukt gingen onder de foute keuze van hun ouders.’

Schalkwijk vindt het ‘heerlijk’ om te werken met mensen die lijden aan schuldgevoelens, hoe gek dat ook klinkt. Hij bedoelt: je kunt mensen werkelijk helpen ervan af te komen of er beter mee te leren omgaan. Ook al duurt een therapie bij sommigen vaak jaren. ‘In mijn therapie gaat het over verinnerlijkte ouders, dat zit in het zelfgevoel, in alle vormen zit dat erin. Heel extreem zie je dat bij kinderen die misbruikt zijn, ze schamen zich niet alleen maar geven zichzelf ook vaak de schuld, om de machteloosheid op te heffen. Ze identificeren zich met de dader, de misbruikende ander, en blijven dat doen in hun latere relaties. Het wordt een patroon, een blauwdruk in alles.’

Wat hij probeert te doen in zijn behandelingen is, simpel gezegd: het verleden kun je niet ongedaan maken, maar wel het gevoel erover. ‘Ik help hen het schuldgevoel “af te staan”. Ont-toe-eigening door het gevoel te externaliseren. Dat is uiteindelijk een opluchting, een bevrijding. Hoe meer iemand is beschadigd, hoe moeilijker dat is, maar je ziet ook mensen die erg vitaal zijn. Iedereen ervaart innerlijke conflicten, waar al dan niet met behulp van afweermechanismen een conflictoplossing voor wordt gezocht, zelf of met hulp van een therapeut.’

Echt daderschap – zoals dood door schuld in bijvoorbeeld het verkeer – is volgens hem zwaar. ‘Maar de intensiteit van het schuldgevoel wordt sterk beïnvloed door de mate waarin de schade toevallig of bewust bedoeld werd toegebracht.’ Schalkwijk werkt ook als forensisch psycholoog voor Pro Justitia waarvoor hij onder meer rapportages over jeugdigen uitvoert. Hij ziet dus ook mensen die niet ervaren wat ze hun slachtoffer – of de nabestaanden ervan – hebben aangedaan. Zoals Willem Holleeder een contrast vertoont met zijn zus, hoewel Schalkwijk daar geen enkele uitspraak over zal doen; over de persoonlijkheid van mensen die hij nooit heeft behandeld mag hij geen oordeel geven. Hij constateert: ‘Het gebrek aan empathie is uiteindelijk veel erger. Delinquenten moeten dan van hun advocaat een brief schrijven voor de rechter waarin ze zeggen spijt te hebben. Erg waarachtig is dat vaak niet. In therapie is dat nauwelijks te behandelen.’

Hij is gefascineerd door deze gelaagde en soms giftige emotie. Relativerend zegt hij dat een licht schuldgevoel af en toe helpt om een ‘goed mens’ te zijn en samengaat met een gezonde gewetensontwikkeling. ‘De eenvoudigste manier om gedrag te herstellen is natuurlijk de “schade” ongedaan maken: de grensoverschrijding opbiechten, excuses aanbieden – en dan niet gratuit “ja, nou, sorry hoor!” zeggen – of de gevolgen van het gedrag wegnemen. Schuldgevoel kan ook worden opgeheven door zichzelf voor te nemen het nooit meer te doen.’