Opheffer

De intellectueel

Wat was een intellectueel?

Dat was iemand die zich overal mee bemoeide en daarvan verslag deed in een boek, een film, een kunstwerk, een televisieprogramma. Een intellectueel had meningen, visie en kritiek. Hij had kritiek op de kritiek, wist veel, was erudiet en deed daar iets mee. Hij zat niet thuis voor het haardvuur maar ging eropuit, was geëngageerd. Hij probeerde niet alleen in theorie maar ook in praktijk iets tot stand te brengen; debatteerde, polemiseerde, publiceerde. Kortom, alles wat de meeste Tweede-Kamerleden niet doen. En Pim Fortuyn wel.

Het probleem met Fortuyn is dat wij zo’n achting hebben voor intellectualisme — omdat geen politicus meer een intellectueel is — dat wij niet meer weten wat we moeten doen om een intellectueel te bestrijden. Intellectuelen zijn er niet veel in dit land. Ze zitten bij de kranten en opinieweekbladen. Gek genoeg zijn de intellectuelen daar veel minder agressief of boos of woedend of verontwaardigd over Pim Fortuyn dan de kamerleden.

Dat is het tweede wat nogal vervelend is aan prof Pim: zijn analyses kloppen vaak. Zijn oplossingen daarentegen komen mij wat zwak voor. Nederland te vol? Ik leerde — en u ook — veertig jaar geleden al dat Nederland het dichtstbevolkte land ter wereld was. Ik heb nog een tekening voor de juf mogen maken toen de veertienmiljoenste inwoner van Nederland werd geboren. Moet ergens in 1959, 1960 zijn geweest.

«Nederland is vol» heeft een eigenaardige racistische connotatie gekregen. Door het verbieden van die zin — H. Janmaat werd veroordeeld voor die uitspraak — is het thans bijna een geuzenzin geworden. Fortuyn — intellectueel, alleen horen we dat niet graag — heeft die zin «gedeconstrueerd» om het op z’n Derrida’s te zeggen. Hij mag het nu lekker wél zeggen, en wint daar stemmen mee.

Tegelijkertijd heeft hij, terecht, beweerd dat de vrijheid van meningsuiting eigenlijk van groter belang is dan de vrijheid van godsdienst. Met name links zag artikel 1 van de Grondwet in gevaar gebracht. Laat het nu juist «links» zijn geweest dat «the right to insult» aan de orde heeft gesteld. In dit verband wil ik fijntjes wijzen op de prachtige artikelen van professor Schuijt, niet Kees, maar Gerard — de oud-directeur van De Groene Amsterdammer. Hij vindt dat je best zou mogen beledigen. Anders zouden satirici, cabaretiers, columnisten en… intellectuelen weer naar de gevangenis moeten. En dat willen we toch niet, links? Dus El-Moumni mag zeggen dat homo’s naar poep stinkende varkens zijn en omgekeerd mag ik zeggen dat ik de islamitische godsdienst nogal achterlijk vind — wat ik ook werkelijk vind, overigens.

Ik wacht op de grote polemiek tegen Fortuyn. Hij blijft uit. De enige krant die een werkelijke hekel aan Fortuyn tentoonspreidde, was nota bene De Telegraaf. Overigens pakte De Telegraaf Leefbaar Nederland aan met redelijk wat kracht van argumenten. Vooral het tochtige partijprogramma werd gekraakt.

Maar verder bleef het stil. De partij-ideologen zwegen. Nergens las ik een stuk van een PvdA-bons tegen Fortuyn. In VVD-kringen bleef het helemaal rustig. Prof Pim werd wel aangevallen, maar steeds op hetzelfde: hij zou een racist zijn, dubieuze denkbeelden hebben et cetera. We kunnen het idee niet aan dat Pim eigenlijk net zo iemand is als Hans van Mierlo destijds. Of als Bolkestein. Of als Jan Marijnissen. Over de kwaliteit kun je twisten, maar verder? Pim Fortuyn zou een heel goede columnist zijn in NRC of in Vrij Nederland. Binnenkort komt hij met zijn zoveelste boek. Tja, daarmee laat hij de Melkerts, de Rosenmöllers, de De Graafjes toch wel erg ver achter zich. Daar zouden de Nederlandse intellectuelen eens wat tegen moeten doen.