Opheffer

De intellectueel

In De Groene van vorige week sprak Michaël Zeeman over het gebrek aan intellectualisme in Nederland. Ik vroeg me de hele tijd af, wat bedoelt hij met intellectualisme? Afgezien van zijn journalistieke werk in de Volkskrant is zijn lijst met publicaties gering. Schrijversnet.nl meldt zo’n acht boeken, waaronder een titel die nooit is verschenen, een inleiding bij een fotoboek en een essaybundel die in samenwerking met anderen is geschreven, plus een boek waarachter allemaal vraagtekens staan dus dat waarschijnlijk ook niet is verschenen. Zeeman zit veel voor — of dat nou een vorm van intellectualisme is?

Een intellectueel is volgens mij iemand die een navorsbare rol wil spelen in het publieke debat; hij wil meningen geven, veranderen en verduidelijken; hij is kritisch, ook over de kritiek. In mijn ogen is een intellectueel altijd iemand die schrijft en niet iemand die praat, tenzij dat praten wordt vastgelegd en gebruikt kan en mag worden. (Wat vaak gebeurt, maar eigenlijk onverstandig is.) Zeeman houdt niet van columnisten, zegt hij, maar dat is toch raar voor iemand die weinig boeken publiceert en zijn intellectuele mening hoofdzakelijk in de kolommen van een krant laat zetten op een manier die zich in niets onderscheidt van die van een columnist. Genoeg over Zeeman. Het gaat mij om die intellectueel.

Nederland is klein en bekakt. Dat geldt ook voor de Nederlandse intellectuelen. De waarde van een mening wordt hier voor een groot deel bepaald door het medium. Dat betekent dat een middelmatige denker die publiceert in NRC Handelsblad hier veel meer wordt geacht dan iemand die elders publiceert. Aan de andere kant heeft iemand als Ivo Niehe, Hanneke Groenteman of Paul de Leeuw veel meer invloed als het gaat om de verspreiding van een mening dan Voorzitter Zeeman of Felix Rottenberg. Om de eenvoudige reden dat Niehe, Groenteman en De Leeuw meer kijkers trekken bij de tv.

Jaren terug vonden wij Adriaan van Dis een intellectueel. Hij sprak wat bekakt, werkte bij de VPRO en NRC Handelsblad, deed aan boeken, schreef columns — en zie, alles wat hij aanraakte werd goud, hij kon mensen maken en breken. Toen gebeurde het volgende: hij plagieerde, werd door de stront gehaald, gaf nergens meer zijn mening, schreef niet meer in de krant, ging geen boekenprogramma’s meer presenteren, maar nog steeds wordt hij gezien als een intellectueel!

Typisch Nederlands. (Zeeman werd trouwens zijn opvolger, zoek de overeenkomsten.) En neem de invloedrijke Volkskrant-recensent Arjan Peters. Maakte zich schuldig aan de grootste zonde die een recensent kan begaan: hij besprak hetzelfde boek van Joost Zwagerman eerst goed en toen fout. Hij werd terecht geschorst. En kijk, hij mag nog steeds boeken recenseren. Sterker nog: bij een literair akkefietje vraagt men hem! Misdaad loont bij intellectuelen in Nederland. Kijk naar Theo van Gogh, om even de andere kant van de medaille te schetsen. Hij schreef tien jaar geleden al wat Paul Scheffer onlangs beweerde, en werd toen door de Nederlandse intellectuelen (Zeeman voorop trouwens) «gediskwalificeerd». Hij mag nu alleen nog schrijven op zijn eigen website. Hij mag zelfs op de Nederlandse tv niet meer interviewen. Schande!

Er is, zeg ik Zeeman na, inderdaad een gebrek aan intellectualisme in Nederland. Maar dat komt hoofdzakelijk door de intellectuelen zelf. Ze zijn statusgevoelig, burgerlijk, kritisch uit berekening, weinig inventief, snobistisch en zouteloos. En ze publiceren nauwelijks. En dan kijken ze op als iemand als Pim Fortuyn opeens boven komt drijven, als Nederland slap heeft gehandeld tijdens een Srebrenica-affaire, of als het gaat om een standpunt over de politiek van Israël.