De internationale gesel

TIEN JAAR GELEDEN deed Saddam Hoessein een ultieme poging zijn ‘Koerdische probleem’ op te lossen. In een groots opgezette militaire campagne met de naam Anfal (‘Vernietiging der Afvalligen’) werd het Koerdische platteland ontvolkt. Naar schatting honderdduizend mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord en in massagraven gegooid. De internationale reactie was lauw. Saddam werd gekapitteld vanwege het gebruik van gifgas tegen de inwoners van Halabja, maar er volgden geen sancties. Irak was de belangrijkste bondgenoot van het Westen en de Sovjetunie in de Golf. Kort na ‘Halabja’ werden de Amerikaanse kredietgaranties aan Bagdad stilzwijgend verdubbeld.

Twee jaar later kondigde de Veiligheidsraad een totale boycot tegen Irak af - niet vanwege Anfal maar omdat Saddam Koeweit was binnengevallen. De sancties zijn nog steeds van kracht, ook al wordt het Irak weer mondjesmaat toegestaan om olie te verkopen en van de opbrengst voedsel en medicijnen aan te schaffen, de zogenaamde food-for-oil-regeling. Veel baat heeft de bevolking niet bij die regeling. De economie is ingestort en een groot deel van de Irakezen leeft onder de armoedegrens. Tot overmaat van ramp is food-for-oil weer gekoppeld aan de mate waarin Irak tegemoetkomt aan de inspecties van Unscom, de commissie van de VN die erop moet toezien dat Irak geen massavernietigingswapens bezit of produceert.
Ook de Koerden zijn aan hun lot overgelaten. Anfal is uit het internationale geheugen gewist. De Amerikaanse organisatie Human Rights Watch probeert al jaren tevergeefs een genocidezaak tegen Irak aan te spannen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Voor een dergelijke rechtszaak is de steun van een overheid nodig en die steun wil geen enkele regering geven. Ook de Amerikaanse regering niet, hoewel zij de mensenrechtenschendingen door het Iraakse regime nauwkeurig bijhoudt in lijvige rapporten. Het resultaat is een volkenrechtelijke paradox: de bevolking van Irak wordt gestraft voor het gedrag van haar leiders, terwijl die leiders niet gestraft worden voor de genocide op de Koerden. Het wereldgeweten ligt daar niet wakker van. Human Rights Watch wel.
‘DE AMERIKANEN spelen een politiek spelletje met Irak’, meent Joost Hiltermann (41), bestuurslid van Human Rights Watch en specialist op het gebied van de internationale wapenhandel. 'De economische sancties tegen Irak zijn in strijd met de mensenrechten. Human Rights Watch is tegen alle sancties waarvan de burgerbevolking het slachtoffer wordt. In het geval van Irak is een uitzondering gemaakt voor voedsel en medicijnen, maar die kan het land niet aanschaffen omdat het geen olie mag verkopen. Het resultaat is dat mensen die hoegenaamd geen zeggenschap hebben over het gedrag van hun leiders, de dupe worden. Dat is in strijd met het volkenrecht. De Veiligheidsraad heeft weliswaar het recht om sancties op te leggen, maar op voorwaarde dat die niet strijdig zijn met de uitgangspunten van het Handvest. En onder die uitgangspunten vallen nu eenmaal de mensenrechten.
Met die voorwaarde heeft het Amerikaanse beleid in de regio van begin af aan geen rekening gehouden. De luchtaanvallen van 1991 waren niet alleen bedoeld om de bevrijding van Koeweit voor te bereiden, maar ook als een afstraffing omdat Saddam de Amerikaanse belangen doorkruiste. Toen Irak in 1980 Iran aanviel, stuitte dat in het Westen immers niet op serieuze bezwaren. De inval van 1990 in Koeweit was echter een bedreiging voor de westerse olie en dat is voor de Amerikanen de bottom line. Ze wilden niet alleen de Iraakse troepen verdrijven uit Koeweit, maar ook voorkomen dat Irak ooit nog een poging in die richting zou ondernemen. Daarom moest de Iraakse infrastructuur blijvend worden aangetast.’
Drie weken na de wapenstilstand van 1991 reisde Hiltermann in opdracht van Physicians for Human Rights door de getroffen Iraakse steden. Hij stelde vast dat de materiële schade groter was dan de geallieerde voorlichters te kennen gaven. Hiltermann: 'Het ergst was de schade aan de elektriciteitsvoorziening. Geen waterpomp of waterreinigingsfabriek werkte meer, zodat niemand schoon water had. Naast gebroken leidingen ontstonden plassen waarin kinderen speelden en mensen hun kleren wasten, maar waaruit ze ook hun drinkwater putten. Epidemische ziekten hadden vrij spel. In de ziekenhuizen zag ik veel kinderen met verbrandingsverschijnselen omdat men op open vuren en onbetrouwbare gastoestelletjes moest koken. En die toestand is nog steeds niet veranderd. De spullen die nodig zijn voor reparatie worden aangemerkt als dual use-goederen, goederen die geschikt zijn voor zowel civiel als militair gebruik - dus mogen ze niet naar Irak worden uitgevoerd.
Sindsdien zijn de Amerikanen erop uit om Irak zwak te houden, maar niet té zwak. Daar is het hele systeem van sancties en controles op toegespitst. Als de interne repressie niet meer zou werken, krijg je een volksopstand of een inval van Iran, dat nog altijd compensatie eist vanwege die achtjarige oorlog. De politiestaat moet dus in stand blijven.
Dat wordt bewerkstelligd door middel van twee resoluties van de Veiligheidsraad. Resolutie 687 verbiedt Irak het bezit van massavernietigingswapens en koppelt daar sancties aan. Resolutie 688 gaat onder meer over de mensenrechtensituatie, maar daar zitten geen sancties aan vast. Dat laatste is essentieel. Saddam mag niet meer zijn buurlanden aanvallen, wel zijn eigen bevolking. Zo kon hij na de wapenstilstand van voorjaar 1991 de Koerdische en sji'itische opstanden in het land neerslaan zonder te hoeven vrezen voor sancties.’
HET LOT VAN DE Koerden gaat Hiltermann bijzonder ter harte. Voor Human Rights Watch redigeerde hij het boek Iraq’s Crime of Genocide (New Haven, 1995) waarin Operatie Anfal nauwkeurig is geboekstaafd, onder meer met behulp van achttien kubieke meter Iraakse regeringsdocumenten die de Amerikanen na de Golfoorlog meenamen. In zijn bijdrage aan een conferentie over Anfal, die dezer dagen in Amsterdam wordt georganiseerd door het Midden-Oostentijdschrift Soera, verwijt hij het Westen en in het bijzonder de Verenigde Staten dat zij door hun stilzwijgen en indirecte steun aan de daders medeplichtig waren aan deze genocide.
Ook de schepping van een safe haven voor de Koerden in Noord-Irak, in de nasleep van de Golfoorlog, verklaart hij uit de berekenende instelling van Washington. Hiltermann: 'De Amerikaanse houding tegenover de Koerden is van begin af aan verkeerd begrepen. Dat heb ik ook vaak aan de Koerden zelf moeten uitleggen toen ik in hun gebieden was. Het klonk destijds uitermate cynisch, maar ik heb achteraf gelijk gekregen. De Amerikanen hebben de Koerden nooit willen steunen, ook niet toen ze daar na de Golfoorlog de kans toe hadden. Ze hebben hen alleen maar willen uitspelen tegen Saddam. Ze stelden een no-fly zone in ten noorden van de 36ste breedtegraad om Saddam op afstand te houden. Ze gaven mondjesmaat humanitaire hulp in het kader van Operatie Provide Comfort om te voorkomen dat de Koerden massaal naar Turkije zouden vluchten. Tenslotte was Turkije een goede bondgenoot; er mocht daar geen onrust ontstaan in het Zuid-Oosten. Maar de Koerden mochten zich niet ontwikkelen, geen zelfstandigheid verwerven. Ze mochten hun eigen plaatselijke bestuurders aanwijzen, de wegen werden hersteld, er kwam wat medische bijstand en voedselhulp, maar dat was allemaal symbolisch. Er was geen sprake van wederopbouw. En tenslotte hebben de Koerden er zelf een eind aan gemaakt door met elkaar te gaan vechten, zodat Saddam zijn controle over het gebied weer geleidelijk kon terugkrijgen.’
HEBBEN DE Amerikanen Saddam heimelijk nodig?
'Saddam hebben ze niet per se nodig. Maar ze hebben wel een Saddam-gelijke figuur nodig. Iemand op wie ze denken te kunnen vertrouwen, die de eenheid van het land bewaart, de Koerdische minderheid en sji'itische meerderheid in het gareel houdt en de westerse belangen verdedigt. Het is mogelijk dat ze Saddam aan de macht willen houden zolang het alternatief de totale chaos is, dat durf ik niet te zeggen. Als hij eenmaal verdwijnt, willen ze voor hem in de plaats het liefst een man hebben die ze al kennen, bijvoorbeeld een hoge officier. Ze vestigen de meeste hoop op Tariq Aziz. Ik geloof dat ze niet beseffen wie of wat Aziz is. Aziz is een christen, hij behoort tot een kleine minderheid en moet heel voorzichtig opereren. Voor Saddam vormt hij totaal geen bedreiging, daarom is hij zijn ideale spreekbuis. Om de een of andere reden denken de Amerikanen dat ze zaken met hem kunnen doen. Maar Aziz komt nooit aan de macht.’
Denkt u dat de sancties binnen afzienbare tijd worden opgeheven?
'Niet op humanitaire gronden, die illusie koester ik niet. Ik denk wel dat ze op den duur worden opgeheven omdat de internationale steun ervoor aan het afbrokkelen is. Landen als Rusland en Frankrijk willen hun oude verbintenis met Irak herstellen, om commerciële redenen.’
Dat is dan een humanitaire overwinning op niet-humanitaire gronden. Stemt dat u niet wanhopig over het nut van het volkenrecht?
'Inderdaad. Je wordt er cynisch van.’ Aarzelend: 'Maar niet over het volkenrecht als zodanig. Ik ben cynisch in mijn interpretatie van het gedrag van staten, hoe het internationale stelsel werkt. Als je ziet hoe kwesties als in Rwanda of Bosnië worden afgehandeld, kun je niet anders dan cynisch zijn. Maar mijn vertrouwen in de mensenrechten als politiek instrument wordt weer gesterkt wanneer ik zie hoe mensen zich erdoorheen slaan. Het geeft me hoop dat ze altijd weer overleven in zeer moeilijke situaties.’
Dat doen ze ook wel zonder hulp van het volkenrecht.
'Maar het is belangrijk om het met volkenrechtelijke argumenten te ondersteunen, want anders worden de kleine overwinningen die in het verleden geboekt zijn ook nog ondergraven. En tenslotte is het volkenrecht het enige middel dat we hebben om conflicten binnen bepaalde grenzen te houden.’
WILT U DE SANCTIES tegen Irak helemaal van tafel hebben?
'Nee, dat is niet het standpunt van Human Rights Watch. Als er dan toch sancties worden toegepast, willen wij dat de bevolking normaal door kan leven, normaal kan eten, verzorgd worden in geval van ziekte, onderwijs kan krijgen…’
Normaal kan sporten?
Wantrouwig: 'Ik neem aan van wel, ja.’
Waar ligt de grens? Moet iedereen doorleven alsof er niets aan de hand is?
'Ja, de bevolking moet gezond kunnen leven. Of ze zich normaal moet kunnen ontwikkelen, daarover is het volkenrecht niet duidelijk. Uit oogpunt van mensenrechten is dat wel een vereiste. Maar of die rechten hier gelden weet ik niet, want het is nog altijd oorlog. Er is geen vrede, alleen een wapenstilstand. Dat wil zeggen dat de Geneefse conventies van toepassing zijn.’
Maar wat hebben sancties voor zin als de bevolking gewoon doorleeft?
'Ik zie alleen heil in zuiver militaire sancties. Alleen een wapenembargo dat streng wordt nageleefd is moreel te verantwoorden. Een probleem is dan weer dat Irak in het verleden heel wat onschuldige goederen naar binnen heeft gesmokkeld waarmee het bij elkaar toch zeer gevaarlijke wapens heeft kunnen ontwikkelen. En niet alleen Irak, ook Pakistan, India, een heleboel landen doen het zo. Misschien is zo'n embargo nooit waterdicht te maken. Je kunt grenzen niet hermetisch sluiten; de Amerikanen kunnen aan hun eigen grens niet eens de Mexicaanse immigranten tegenhouden. Maar het criterium blijft dat er voldoende geld beschikbaar is om de bevolking gezond te laten voortleven.’
Maar als de bevolking tevreden is, kan de leiding ongestoord geld uitgeven aan betere bewapening en nieuwe misdadige projecten.
'Dat blijft een dilemma. Ik denk dat je ervoor moet zorgen dat het eten en de medicijnen op de goede plaatsen terechtkomen. Wat er verder gebeurt is een politieke vraag, geen mensenrechtenvraag. Dus die stelt u aan de verkeerde persoon.’ Lachend: 'Ik bedoel, ik zit ook maar vast aan mijn mandaat. Ik ben niet een individu dat daar een mening over heeft.’
HUMAN RIGHTS WATCH was een van de mede-oprichters van de internationale campagne tegen landmijnen die vorig jaar de Nobelprijs voor de vrede kreeg. De campagne bereikte een groot publiek dankzij foto’s en reportages over de gevolgen van de wereldwijde verspreiding van landmijnen. Waarom genereren de gevolgen van de sancties tegen Irak niet een dergelijke publiciteit?
'Er is doodgewoon geen belangstelling voor Irak. Ten eerste gaat het om moslims, ten tweede om Arabieren, ze zijn niet te vertrouwen…’
Terwijl de Amerikanen zo begaan lijken met de Bosnische moslims.
Lachend: 'a, maar dat zijn goeie moslims. Dat zijn slachtoffers. Men vindt dat de bevolking van Irak zelf maar iets moet doen aan Saddam. Doen ze dat niet, dan is het hun eigen schuld. Dat lijkt logisch, maar het getuigt van volslagen onbegrip van de politieke omstandigheden in Irak. Daarom zit de toestand muurvast. Het enige lichtpuntje is dat Saddam op een dag doodgaat, al zie ik het niet gauw gebeuren. En het zal met veel geweld gepaard gaan, dat is onvermijdelijk. Zijn opvolgers zullen de grootste moeite hebben om het land bijeen te houden. Dan worden er rekeningen vereffend op een manier - meer dan verschrikkelijk. Dit regime is zo ontzettend moorddadig geweest, je kunt je er geen voorstelling van maken hoe diep de wraakgevoelens zitten.’