Nieuwe virusfilm van Steven Soderbergh

De intieme dood

In Contagion, de nieuwe film van regisseur Steven Soderbergh, betekent een kus onvermijdelijk de dood. Het virus als actuele metafoor gedijt in film en fictie, en zelfs in de maatschappij.

ZELFS EEN KUS kan niet meer. Sterker, een kus is uit den boze, een garantie voor ziekte en uiteindelijk een gruwelijke dood, stuiptrekkend en schuimbekkend in je bed of meer waarschijnlijk in de publieke ruimte waar de besmetting verder voet aan de grond krijgt en angst en paranoia zich als een lopend vuurtje verspreiden. En de ziekte begint ogenschijnlijk zo onschuldig met verkoudheid, hoofdpijn, zere keel. Dat zijn evenwel alleen de voortekenen van een catastrofale kettingreactie die eindigt in een toeval, hersenbloeding en de dood. Het virus grijpt om zich heen. Rijk, arm, het maakt niet uit; een onschuldig kind noch een beeldschone blondine gespeeld door steractrice Gwyneth Paltrow is immuun in Steven Soderberghs Contagion.
Een rampenfilm, een virusfilm. Maar Contagion is vooral een politieke allegorie waarin de desastreuze gevolgen van de ondermijning van de bestaansvoorwaarden van het moderne leven blijken. Met gestroopte precisie belicht regisseur Soderbergh de chaos die losbarst wanneer mensen massaal alle geloof in de legitimiteit en houdbaarheid van politieke, economische en wetenschappelijke structuren verliezen. Het gaat om een dodelijk virus als sars of ebola of zelfs H1N1, maar in de beeldspraak van de film vallen evengoed meer symbolische ziekteverwekkers te ontdekken als de groeiende kloof tussen rijk en arm, intolerantie, vreemdelingenhaat, politiek opportunisme, een gevoel van onveiligheid en de steeds nadrukkelijk blijkende corruptie in mondiale financiële systemen.
In deze ontwikkelingen geldt het virus als een actuele metafoor, ook in Nederland. Exemplarisch is D66-leider Alexander Pechtold die de regeringspartijen CDA en VVD ervan beschuldigt ‘besmet te zijn met het PVV-virus’: 'Ik richt me nu minder op Wilders, maar veel meer op degenen die zich laten besmetten met het gevoel van dat het allemaal zo zwart-wit en extreem moet.’
Dat is een volmaakte typering van de tijdgeest in een wereld waarin reactionair denken welig tiert. Toch duidt dit gebruik van de termen 'virus’ en 'besmetting’ op een meer serieuze betekenis dan de verspreiding van gedachtegoed. Alleen al het feit dat alles 'zwart-wit en extreem’ is suggereert een abnormale situatie waarin geen plaats meer is voor nuance, rust, het alledaagse. Zeg maar gerust: paniek. De vraag is wel hoe het zo ver kon komen. Een voedingsbodem voor angst en onzekerheid was er altijd al, zij het latent aanwezig in het maatschappelijk discours. Incubatie. Onzekerheid. Vragen. En wie een hapklaar, schijnbaar 'logisch’ antwoord kan geven, hoe idioot en gevaarlijk ook, kan op veel steun rekenen. Wanneer de pandemie dreigt zoeken mensen houvast.
Wie hierop een antwoord geeft of lijkt te geven vindt een gat in de markt dat slechts in barre tijden van paranoia zichtbaar wordt. In verhalen over rampen veroorzaakt door virussen of andere vormen van massavernietiging staat er altijd een charismatische leider of dominee op met een welkome preek over hel en verdoemenis waarin mensen vervolgens een uitlaatklep vinden. Ze hunkeren immers naar ogenschijnlijk nieuwe antwoorden op complexe vragen. In Stephen Kings The Stand, het moderne oerverhaal in dit genre, vervult Randall Flagg deze rol: een dominee, maar meer nog een valse gedaante van het Kwaad. Terwijl Amerika van de kaart wordt geveegd door een dodelijke ziekte is zijn eerste taak het herbouwen van Las Vegas. De lichtjes in de woestijn lokken de mensen; daar vinden ze niet alleen huisvesting, maar ook de geruststelling dat Flagg werkt aan het herstellen van de infrastructuur, zodat de scholen weer opengaan. Natuurlijk is er een verborgen agenda: men gaat tegelijkertijd aan de slag met het produceren van massavernietigingswapens.
In Contagion is de preker een blogger, Alan Krumwiede (Jude Law). Dat is een mooie ironie, want ook zijn werkwijze is in eerste instantie viraal van aard: hij zit dag en nacht voor zijn computer, laat zich filmen terwijl hij een homeopathisch middel inneemt en beweert vervolgens dat de regering en de farmaceutische industrie handjeklap spelen om het fabriceren van een vaccin doelbewust te vertragen. De reden: een zo groot mogelijke winstmarge. Krumwiede zegt een arts te zijn, maar is dat niet. Toch krijgt hij binnen de kortste keren miljoenen volgelingen. Hij biedt hun de schijn van rust, daar waar de overheid faalt in het geven van antwoorden of het bieden van oplossingen.
Toch is er altijd hoop in dit verhaal. Dat illustreert de kracht van Contagion als geëngageerde cinema. Worden autoriteitsfiguren in andere sleutelwerken in dit genre uitgebeeld als gezichtsloze, corrupte entiteit, bijvoorbeeld in Danny Boyle’s 28 Days Later (2002) en 28 Weeks Later (2007), in Contagion belichamen dezelfde personages een progressieve politieke boodschap waarin geloof in de burgerlijke maatschappij en een rechtvaardige overheid voorkeur geniet boven radicale, libertaire noties over zelfbeschikking. Het basale instinct je vooral van de invloed van 'Washington’ los te wrikken en je eigen lot te bepalen, zoals een charismatische figuur als Krumwiede betoogt, leidt in Soderberghs film nergens toe. De mythe van de held of verlosser blijkt in Contagion een leugen; het enige waar de mensen echt wat aan hebben zijn sociale hulpverleners, wetenschappers, een president die bestuurt en mannen en vrouwen in uniform om mensen uit penibele situaties te redden.
Al deze dingen komen in het spel vanaf 'dag 2’ van de besmetting, het moment wanneer Beth Emhoff (Gwyneth Paltrow) ziek wordt na een zakenreis in Hongkong. Twee dagen later overlijdt ze, net als haar zoontje. Een meesterzet van de regisseur: een hoeksteen van de beschaving, het kerngezin, valt binnen uren uiteen. Secondenlang talmt de camera op het dode gezicht van de 'celebrity’. En van het kind. Onschuld en schoonheid zijn niets meer waard wanneer het virus eenmaal woekert.
Beths echtgenoot Mitch (Matt Damon) blijkt immuun. Terwijl de ziekte in enkele dagen uitgroeit tot een pandemie erger dan de Spaanse griep wordt duidelijk dat ook zijn leven op z'n kop staat. Met zijn tienerdochter Jory zit hij opgesloten in zijn huis; ook al is hij niet ziek, hij kan nergens heen. In de buurt en de stad heersen inmiddels geweld en chaos en slaan mensen aan het plunderen. Effectief is de wijze waarop deze gevangenschap blijkt: Jory hunkert naar haar vriendje, maar samen zijn is door de epidemie onmogelijk. Een kus, een puur menselijke daad, veroorzaakt de dood - een intieme dood met verstrekkende maatschappelijke gevolgen.

DOOR DEZE overgang van het persoonlijke naar het publieke krijgt Contagion een bredere context waarin een vraag centraal staat: wie heeft recht op wat? Met dit dilemma zitten zowel wetenschappers die aan een vaccin werken als bestuurders van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Dr. Ellis Cheever (Laurence Fishburne) van het Amerikaanse Centrum voor Infectieziektebestrijding (CDC) in Atlanta moet kiezen of hij het vaccin dat aan hem toegewezen is aan het zoontje van een schoonmaker bij het CDC geeft. Ook staat hij voor de keuze wel of niet geheime informatie over de verspreiding van het virus aan bekenden en geliefden door te spelen. Ook CDC-wetenschapper dr. Ally Hextall (Jennifer Ehle) moet kiezen tussen het persoonlijke en het publieke belang: als ze te lang wacht met het testen van een experimenteel vaccin op mensen kan het te laat zijn en kunnen miljoenen mensen onnodig sterven. Maar als ze te vroeg begint, is er een grote kans dat er nog te weinig over fatale bijwerkingen bekend is. Nog een mogelijkheid is het vaccin op zichzelf uittesten. Visueel spannende scènes waarin dr. Hextall en haar collega, gekleed in luchtdichte, oranje pakken, in een laboratorium aan een vaccin werken vormen het beste deel van de film. Deze nieuwe mythe is heroïsch én ondermijnend: niet mannen in uniform tarten het noodlot om ons te beschermen, maar een vrouwelijke wetenschapper die door haar gevoel te volgen misschien wel de redder van de mensheid is.
In het verlengde hiervan: dr. Leonora Orantes (Marion Cotillard) van de WHO reist naar China, waar ze gekidnapt wordt door inwoners van een plattelandsdorpje. In ruil voor haar leven eist men een voorraad vaccin, zodat het leven van de inwoners, waaronder veel vrouwen en kinderen, kan worden gered. Van de kijker wordt verwacht zich met het lot van deze arme mensen te identificeren. Toch rijst de vraag waarom zij meer recht zouden hebben op een vaccin dan inwoners van bijvoorbeeld een gemiddelde Amerikaanse woonbuurt. Misschien wil Soderbergh hiermee zeggen dat de daden van de kidnappers gelegitimeerd zijn juist als gevolg van de ongelijkheid van het verleden waarin rijken in de moderne, technologische wereld voor zichzelf hebben gezorgd ten koste van mensen die weinig tot niets hebben. Dát is dus de besmetting, de ziekte: de arrogantie en het superioriteitsgevoel van de ontwikkelde wereld die ertoe leiden dat corruptie ongecontroleerd kan gedijen.
En nu is het te laat. Je zou haast zeggen dat er sprake is van een soort wraak. Want het virus komt niet uit glimmende steden waar de money men het voor het zeggen hebben, noch uit de woonbuurten met gazons of doorzonwoningen, maar uit de natuur zelf, de jungle. De Derde Wereld. Een vleermuis, besmet. Uitwerpselen in de voedselketen van varkens. Sappig vlees. Op een tafel in een casino in Hongkong. Nee, de moderne mens is niet veilig, en al helemaal niet in zijn steden, bakermat van geluk, voorspoed en ontwikkeling. Is er een uitweg, kan de ramp worden afgewend? Misschien. Maar dan is het antwoord hernieuwd vertrouwen in bestaande structuren: de overheid, de wetenschap, zelfs de militaire leiding. Alle helden in Contagion zijn ambtenaren, wetenschappers of militairen. Hoe ze reageren op de crisis bepaalt de uitkomst van dit verhaal. Hun daden, gebaseerd op de keuzes die ze maken, duiden op menselijkheid. Dat is een behoorlijk ontnuchterende boodschap in de huidige, cynische tijd.

Te zien vanaf 20 oktober