FOTOGRAFIE

De invalide stad

Liège

De fotograaf Thomas Manneke bracht vorig jaar drie maanden (april-juni) door in Luik om met zijn camera een portret te maken van de stad. Eerder deed Manneke hetzelfde in Odessa en Vilnius; de drie reportages zijn te zien als een drieluik. Het boek over Luik (Liège) zag eerder deze maand het licht.
Het is u vergeven als u nog nooit in Vilnius of Odessa was, maar Luik, daar is iedereen wel eens doorheen gereden, met lichte -huiver. De Maas-oevers zijn immers bezet met de meest fantasieloze halfhoogbouw van Europa, en daarachter, zo lijkt het, is al het leven uit de stad verdwenen, al timmert men nog zo hard aan de weg met een Biënnale Fotografie, et cetera. Wie naar Luik gaat, die gaat voor een film van de gebroeders Dardenne over -ontvoerde kinderen, voor lege mijn-terreinen, ingestorte kerkgebouwen en vergane glorie.
Zo maakte de Nederlandse documen-tairemaker Patrick Bisschops een portret van het café Au Jardin des Olivettes, een van de laatste café-chantants van de stad, waar oude Luikenaren en ander menselijk -wrakhout het brelse sentiment levend houden, met tranen in de ogen en te veel bier in het glas.
Voor Manneke was dat soort materiaal duidelijk te makkelijk. Tekenen van verval en verlies zijn legio in Luik; een oude dame die nog weet wie le roi Baudoin was, of een ancien combattant met medailles op de borst en een stuk in zijn kraag, die vind je zo, van dat soort stadsportretten gaan er dertien in een dozijn. Dit is echter ook niet een portret met een vaag enthousiasme voor de nieuwe diverse gemeenschap die op de puinhopen van de oude beschaving een kleurrijke, levendige cultuur creëert, want dat valt allemaal bitter tegen. Wat Manneke toont, in één woord, is armoede. Zonder glans. Vervaalde kunstwerken, gebarricadeerde huizen, gebroken kattenbeeldjes in de vensterbank, een rommelmarkt op straat, zuiplappen. Een reservaat zonder illusies. Een invalide stad.
De foto’s zijn met zorg en rust vervaardigd - geen journalistiek haastwerk op straat - en afgedrukt zonder er die kunstmatige vaalheid aan te geven die je vaker ziet, en die het effect van verval zo gemakkelijk versterkt. Er zijn geen bijschriften. Wat opvalt is dat de beelden in eerste, vluchtige instantie heel ‘normaal’ lijken - een mevrouw op straat, een -uitzicht over een buurt - maar bij nader kijken bijna -allemaal een contrair element hebben, -waardoor het idee ontstaat van een stad met vervormingen, vergroeiingen, als van een -ziekte (maar misschien is dat een te sterke term).
Onder in dat gezicht op die buurt bevindt zich een uitgebrand pand, de inboedel ligt op straat, niemand in de buurt. Een jong stelletje zit gezellig te vrijen op een bankje - met -uitzicht op het kerkhof. De pastoor staat achter zijn katheder in de kathedraal, met naast hem een Afrikaans meisje in haar beste jurkje, en vóór hem een uitstalling van onbegrijpelijke bloemstukjes met kaars. In een verwoeste achtertuin staan twee stenen eenden en een stenen hertje. Een boom groeit onder een viaduct. Een pronte madame heeft een enorme tatoeage van haar hondje op haar bovenarm. Het is bijna David Lynch-land.
De grootste klasse van dit werk is dat het ingetogen en barmhartig tegelijk is. De camera vertelt de waarheid, niet de fotograaf. Er zijn herkenbare contrasten - banaal gezuip, -gevallen vrouwen, de pure lelijkheid van een tweedehands leven - maar dat worden nooit sjablonen, alsof de foto’s evengoed in Glasgow of Napels gemaakt hadden kunnen worden. Het is daar, in Luik, en nergens anders.

Liège, Thomas Manneke, uitgeverij Schaden,
€ 35,-. http://thomasmanneke.com, www.schaden.com